10. English Teacher – This Could Be Texas
Welkom in het absurde universum van English Teacher uit Leeds. Waar de postpunk verfrissend lichtvoetig wordt gebracht en gekruid en gekruist met indiepop, rock en cabaret. Waar je met poëtische teksten vol tongue-in-cheek humor leert dat niet iedereen de ruimte in kan gaan om verschillende redenen (“Not Everybody Gets To Go To Space”) of dat je paardenbloemen niet kan laten drinken (“Nearly Daffodils”). Waar muzikaal alles tegendraads en hoekig klinkt, en soms net iets uit de maat, maar daardoor altijd herkenbaar blijft doorheen de dertien nummers. Waar zangeres Lily Fontaine alle facetten van haar stem tentoonspreidt, in een spectrum van spoken word (“Broken Biscuits”) tot galmend sirenegezang (“You Blister My Paint”). This Could Be Texas, zeker, maar ‘this is’ vooral een uitstekend debuut om duimen en vingers bij af te likken.
English Teacher – This Could Be Texas (★★★★): Vastbenoemd
9. Waxahatchee – Tigers Blood
Waxahatchee, het muzikale alter ego van Katie Crutchfield, trok haar muziek naar een hoger niveau op Tigers Blood. Dit is vooral dankzij de bijdrage van MJ Lenderman, die niet alleen de elektrische gitaar verzorgt, maar ook een stukje zang voorziet. Nummers als “Tigers Blood” krijgen hierdoor een extra lading. Toch zijn de schijnwerpers niet volledig op hem gericht, want het zangtalent van Crutchfield vormt natuurlijk de rode draad dankzij haar zuiverheid. Naast de zangtalenten is het muzikale aspect een belangrijke drijfveer, in de zin dat Crutchfield verschillende grenzen binnen de indierock en -folk aftast. Waar “Right Back To It” en “Lone Star Lake” eerder richting countryfolk gaan, draagt “Evil Spawn” een meer rockend karakter. Inhoudelijk lijkt Waxahatchee de schoonheid van het dagelijks leven te zien, terwijl ze zich ook vragen stelt over datzelfde leven. Tigers Blood is een sterke plaat en Waxahatchee verdient hiermee terecht een plaats binnen de top tien.
Waxahatchee – Tigers Blood (★★★★½): Thuiskomen met een prachtige omweg
8. Charli xcx – BRAT
Afgelopen zomer was geen gewone zomer. Felgroen was trendy, TikTok werd overspoeld door de “Apple”-dance… Charli xcx introduceerde eigenhandig de ‘Brat Summer’. Met BRAT kregen we met andere woorden de muzikale hype van het jaar op ons bord, maar uiteindelijk was het zesde studioalbum van de Britse veel meer dan dat. Zo gaf ze zelf aan dat ze voor deze plaat eigenlijk gewoon haar goesting wilde doen, zonder rekening te moeten houden met wat labels of het publiek van haar verlangden. En ironisch genoeg leverde dat haar haar grootste commerciële succes tot nog toe op. Een album waarin we dus dichter dan ooit bij Charli komen, getuige een openhartig “I think about it all the time” over een hypothetische kinderwens, maar evengoed een van zelfvertrouwen overlopend “Von dutch“. BRAT werd dankzij Charli xcx meer dan een plaat. Het werd een levensstijl. De Britse eigende zich een kleur toe en deed ermee wat ze wilde. Dat we in het verlengde daarvan nog een herwerkingsalbum kregen vol gastbijdrages, is dan weer de keerzijde van de medaille die de hype met zich meebracht. Iets dat we er dan maar moeten bijnemen, zeker?
Charli xcx – BRAT (★★★★½): Grote mond, klein hartje
7. Fat Dog – WOOF.
Een veelbelovende band die de verwachtingen in een mum van tijd helemaal inlost? Dat moet Fat Dog zijn! Joe Love en zijn roedel dolgedraaide dalmatiërs legden de lat voor debuutplaat WOOF. hoger per single, wat ervoor zorgde dat we uiteindelijk als uitgehongerde honden op een frikandel vlogen eenmaal de release een feit was. Dat leverde een razend halfuur van een album op, waarbij het haast onmogelijk is om naar adem te happen. “King of the Slugs” flirt met de absurditeit, terwijl de circlepit zienderogen opent tijdens “Running“. Fat Dog greep de postpunkhype bij de keel, schudde er eens goed mee en maakte met de ingrediënten die op de grond vielen een geheel eigen genre. Van Balkan-achtige beats tot scheurende gitaren en een funky saxofoon, plus het vage je-m’en-foutisme dat zowat alle leden uitstralen: WOOF. is een album dat je niet moet beluisteren, maar beleven.
Fat Dog – WOOF. (★★★★★): Hypersonische hogesnelheidstrein
6. Wunderhorse – Midas
Op Midas geeft Wunderhorse gestalte aan een tiental titels, die zich elk op de brug bevinden tussen grunge en postbritpop. Ondanks een zekere nonchalance is de band bijzonder effectief, dankzij de sterke songs van Jacob Slater, die trouwens op het debuut van het Britse vijftal al stevig op dreef was. Ze hebben niet zo veel noten of zinnen meer nodig om hun boodschap duidelijk te maken. De rest van de band staat dan ook meer dan ooit als een massief blok achter haar frontman verenigd. Veel vernieuwing zal je hier niet vinden, maar met zoveel toegankelijke riffs vormt Midas een goeie compagnon voor de nummer één van deze lijst.
Wunderhorse – Midas (★★★★): Momentopname van hoogtepunten
5. MJ Lenderman – Manning Fireworks
Het is dubbel raak in 2024 voor MJ Lenderman, een van de nieuwe iconen van de altcountryscene. Op Tigers Blood van Waxahatchee (op #9 in deze lijst) wist hij als muzikale metgezel de plaat naar een nog hoger niveau te tillen, op Manning Fireworks doet hij zijn eigen eigenwijze ding, en met succes. Dat doet hij met een pak bitterzoete humor, een stevige dosis gitaarvirtuositeit en een attitude die hem, zo nuchter als een slacker betaamt, met zijn voeten op de grond houdt. Manning Fireworks neemt de luisteraar een album lang mee op een muzikale roadtrip vol rake observaties van de wereld van vandaag, waarin hij de mens op mensenmaat fileert. Zo mijmert hij in de openende titeltrack over hoe iemand van een ‘perfect little baby’ verandert in een ‘jerk’ die de brandstapel nog wat extra in de hens steekt. Herkenbaar, niet? En zo knettert deze plaat uitstekend van begin tot eind. “Wristwatch”, “She’s Leaving You” en “Rip Torn” zijn onderweg steekvlammen om je aan te verwarmen en in afsluiter “Bark At The Moon” blust hij alles finaal in een tien minuten durend epos dat eindigt in een diamanten zee van fuzzy en piepende gitaren.
MJ Lenderman – Manning Fireworks (★★★★½): Kroning van de nieuwe slackerkoning
4. Nick Cave & The Bad Seeds – Wild God
De verwachtingen rond een nieuwe plaat van Nick Cave & The Bad Seeds liggen gezien zijn ondertussen legendarische status steevast torenhoog, maar telkens worden deze moeiteloos ingelost. Zo ook op Wild God, waarbij we – na een lange periode van (muzikale) rouw – zowaar getrakteerd worden op een hoopvolle, grootse en bij momenten spirituele sound. De Australiër grijpt je als vanouds bij het nekvel om deze greep amper te lossen doorheen het volledige album. The Bad Seeds klinken in combinatie met een gospelkoortje grootser dan ooit tevoren op de titeltrack en op het fabuleuze “Conversion”, maar weet terzelfdertijd evenzeer te ontroeren op het prachtige “Long Dark Night“. Met twee bezwerende passages in het Sportpaleis werd ook duidelijk dat de plaat live moeiteloos zijn weg vindt tussen het uitgebreide oeuvre van Nick Cave. Hoewel hij al een pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, kunnen we alleen maar hopen dat zijn muzikale pensioen nog ver voor ons uit ligt.
Nick Cave & The Bad Seeds – Wild God (★★★★½): Een zilveren beek die van de rotsen klatert
3. The Last Dinner Party – Prelude to Ecstasy
De hype rond The Last Dinner Party was al groot nog voor er één nummer op de streamingdiensten stond, en om dan op zo een manier te bevestigen… Er wacht het vijftal namelijk een grootse toekomst als ze muziek blijven maken zoals die op Prelude To Ecstasy, niet in het minst omdat ze zichzelf een geheel eigen wereld wisten toe te eigenen. Een vleugje ABBA is zeker aanwezig, een hedendaagse terugblik op de barok evenzeer. Een theaterstuk dat, inclusief uitspattingen, balanceert tussen groots en klein, tussen toegankelijk en gesofisticeerd. Een belevenis van veertig minuten waarin zowel coole riffs als euforische synths centraal kunnen staan, en dat alles afgewerkt met de krachtige stem van Abigail Morris. The Last Dinner Party ontgroeide met Prelude To Ecstasy niet alleen de hype, maar toonde zich ook klaar voor een prachtig vervolg.
The Last Dinner Party – Prelude To Ecstasy (★★★★½): Binnenkomen door de grote poort
2. The Cure – Songs Of A Lost World
Er werd al heel lang naar uitgekeken, maar in 2024 verscheen ze dan eindelijk: een nieuwe plaat van The Cure! En wat voor eentje. Robert Smith en zijn maten hebben met Songs Of A Lost World niet zomaar een album gemaakt, maar een Gotisch meesterwerk dat als een barokmonster met meerdere koppen loert, snuift en bijt. Het is zestien jaar geleden dat de band nog iets uitbracht, maar dit geduld werd beloond met nummers die teruggrijpen naar de duistere pracht van Pornography en Disintegration. En dat zonder te vervallen in nostalgie. Met briljante soundscapes, langgerekte intro’s en melancholie die zo zwaar weegt dat je de zwaartekracht haast voelt verschuiven, bewijst de langspeler dat The Cure nog steeds kan raken, ontroeren en beklijven. Dit is muziek voor de Olympusberg én je beste hoofdtelefoon; een goddelijke luisterervaring die de tand des tijds met een grimmige glimlach zal doorstaan.
The Cure – Songs Of A Lost World (★★★★★): De hoogste heiligheid is bereikt
1. Fontaines D.C. – Romance
Eind 2024 rest er ons eigenlijk nog maar één vraag rond Fontaines D.C.: is Grian Chatten een profeet? ‘I’m gonna be big‘ zong de Ier op het in 2019 verschenen Dogrel, toen overigens goed voor een zilveren medaille in onze eindejaarslijst. Vijf jaar later eindigen hij en zijn kompanen nog een trapje hoger met vierde langspeler Romance, en alles samengelegd is dat niet meer dan terecht. Het vijftal wist doorheen de jaren zo’n indrukwekkende discografie op te bouwen, dat de gunfactor om ein-de-lijk finaal door te breken bij het hele grote publiek, enorm groot is. Dat dat kan met een plaat als deze, doet het haast een sprookje lijken.
‘Maybe romance is a place’, zingt de man namelijk dit keer, en na de reis die Romance een dik halfuur vormt, zou je met zekerheid kunnen zeggen dat dat effectief zo is. Van het gruizige “Starburster” tot het prachtig melancholische “In The Modern World“, snedige gitaren op “Here’s The Thing” en een tijdloos karakter in “Favourite“: slechte nummers zijn bij Fontaines D.C. niet terug te vinden. Sterker nog, ondanks dat ze objectief gezien allemaal vrij ver uit elkaar durven te liggen, is de band er alsnog in geslaagd om ze allemaal binnen een door zichzelf toegeëigend genre te plaatsen – je zou het haast een gezamenlijk aura kunnen noemen. Eentje dat tegelijkertijd harten in stukken kan slaan, om ze daarna met alle liefde weer aan elkaar te lijmen. ‘Album van het jaar, toch?’, was het laatste zinnetje van onze recensie destijds. En zo geschiedde een paar maanden later.
Fontaines D.C. – Romance (★★★★★): Claustrofobische krachttoer
Wil je nog even een reis door het muzikale jaar ondernemen? We kozen uit elk album één nummer en goten alles in een afspeellijst op Spotify. Geniet ervan!
Deze lijst werd samengesteld door alle beren. De recensies werden geschreven door Niels Bruwier, Lucas Palmans, Elisa Cogneau, Pieter Wilms, Jan-Willem Declercq, Steven Scheers, Jan Surquin, Renaat Senechal, Tine Van den Poel De Clippeleire, David Vanholsbeeck, Guillaume Beauprez, Wiebe Vangansbeke, Kenny Claeyé, Arthur Deblaere, Bram De Meyer en Jan Kurvers.

















Geachte, heel bizar de tope 50 beste albums 2024. Ok zie namelijk geen what happened to the heart tussen staan. Naar mijn mening de beste plaat van het jaar. Dus totaal niet akkoord.