
© CPU – Chris Stessens
Vijf jaar lang hield The Neighbourhood de pauzeknop ingedrukt alvorens het vorig jaar een langverwachte comeback maakte. De band had even nood aan wat tijd voor zichzelf en frontman Jesse Rutherford deed een verdienstelijke poging om solo het succes van zijn groep te evenaren. Tijdens die hiatus groeide de populariteit van de Californische popband echter richting zodanig grote proporties, dat ze op dit moment zelfs tot de meest gestreamde bands ter wereld behoort. Hun invloed valt niet te onderschatten, want heel wat artiesten zoals Billie Eilish, The 1975 en Chase Atlantic lieten zich al door de Amerikanen beïnvloeden. Met hun vijfde album (((((ultraSOUND))))) maakten ze in de herfst van vorig jaar een comeback, al bleef op een paar singles na niet alles even hard plakken. Hun gigantische populariteit zal het hoe dan ook niet geschaad hebben, want hun wereldtour was op luttele minuten uitverkocht. In België ging het zelfs zodanig hard dat het concert van Vorst Nationaal naar de AFAS Dome werd geüpgraded; een zaal die niet veel later ook uitverkocht raakte. De Antwerpse concertarena kreeg dus de eer en het plezier om The Neighbourhood na tien jaar nog eens in België te mogen verwelkomen.
Er stonden buiten nog best lange rijen toen noise dept. plichtbewust om zeven aan zijn set begon. De Instagram-bio van deze Amerikaanse geluidsarchitect dekt de lading van hetgeen hij maakt best goed: ‘emotionele elektronische muziek’. Als producer heeft hij alle touwtjes en knoppen in eigen handen, en live vertaalde hij dat in een opvallend coole collage van sounds. Achter zijn mengpaneel voelde noise dept. zich op zijn gemak, maar wat hem nog interessanter maakte, was zijn soulvolle stem. Ondanks dat hij zelf verklaarde wat ziekjes te zijn was hier in zijn hoge tonen weinig van te merken. Het was al bij al best dromerig en tegelijkertijd zat er ook een vrij goede kick in zijn nummers die voor extra spanning zorgde. Voor het jonge publiek bleek noise dept. misschien net iets te experimenteel en misschien zelfs te zweverig – alsof de muziek hen eerder deed verdwalen dan meesleurde. Zij hielden zich uiteindelijk toch liever bezig met een fotoshootje in hun pas gekochte The Neighbourhood-shirt en het gooien van six-sevens. Maar tussen al dat geflits en desinteresse konden wij zijn stukken wél smaken. In het laatste nummer herkenden we overigens de stem van Jesse Rutherford, al bleef die nog even lekker in zijn loge witte wijn drinken.
Hij kon er nog wat verder tot rust komen, want eerst was het nog aan de Ests-Britse dreampop van Night Tapes om nog iets meer enthousiasme in de arena te krijgen. Helaas botste ook het viertal op een muur van desinteresse. Nochtans leunt de groep nog best hard aan bij de dromerige sound van The Neighbourhood, maar op de een of andere manier bleven de reacties nogal koeltjes. Nu, dat is bij voorprogramma’s nooit echt een graadmeter van kwaliteit en net zoals noise dept. hadden ook deze muzikanten een paar best goede nummers in hun set zitten. De holle akoestiek was verrassend genoeg een extra steuntje om als band nog dromeriger over te komen en ook Iiris Vesiks markante stem kwam er goed door. Haar zweverige manier van doen zal niet door iedereen even hard geapprecieerd worden, maar het paste wel gewoon goed binnen hun plaatje. Drie kwartier vullen was achteraf gezien net iets te veel van het goede, maar het loont om eens in de discografie van Night Tapes te neuzen.

© CPU – Chris Stessens
Ken je Iris al? Wij kenden haar nog niet, maar de artificiële stem verwelkomde ons met open armen en gaf even de spelregels van de avond mee. Wie nog op zoek was naar zijn plaats, kreeg daarvoor een kleine minuut. En wie dacht een deel van het optreden op zijn achterste te kunnen doorbrengen, was er ook aan voor de moeite, want Iris vroeg zo vriendelijk en lief mogelijk om collectief recht te staan. De koning was dan wel niet in het land, maar het bezoek was desondanks royaal te noemen. The Neighbourhood is op een podium tegenwoordig acht koppen rijk en daarmee zou je kunnen denken dat de band beter dan ooit zou klinken, maar helaas was dat toch een ietwat vooringenomen aanname. De entree met “Hula Girl” was opvallend sober en zoals zo vaak moest er eerst aan een paar knoppen geschoven worden alvorens er ietwat balans in de geluidsmix zat. Op dat vlak zijn we altijd zeer meegaand, maar jammer genoeg werd het doorheen het optreden niet per se beter. The Neighbourhood klonk bovendien best flets en oppervlakkig, zeker bij nummers zoals “OMG” en het populaire “Cry Baby” viel dat best hard op.
Jesse Ruthford is het opperhoofd van de band en de man waar alle blikken ruim honderd minuten onafgebroken op gericht zijn. Zijn ontspannen manier van overkomen heeft wel een zekere présence, al leek hij gisteren toch niet altijd even veel zin te hebben. Op automatische piloot deed hij het minimum en dat was klaarblijkelijk voldoende om een gierende en gillende massa van twintigduizend fans te bekoren. “Prey” leverde bijzonder veel gekrijs en hysterie op, en de decibels gingen nog verder in crescendo toen de knopen van Rutherfords jas werden geopend. Die bleef in zijn vaste rol zitten en zong zonder grote bravoure ook twee andere gilgaranties “Reflections” en “Void”. Hier en daar was hij ook niet vreemd van een dik laagje autotune voor een extra effect, al vonden we dat tijdens “R.I.P. 2 My Youth” iets minder toepasselijk. De rest van de band werd overigens regelmatig wel in beeld gebracht, maar The Neighbourhood is met de jaren des te meer rond de frontman gaan draaien. Ze zullen daar niet al te rouwig om zijn, want de cheque op het einde van de rit zal ook voor hen niet povertjes uitvallen.

© CPU – Chris Stessens
Opvallend genoeg was de productie die ze meehadden best karig. Een groot scherm waarop constant livebeelden getoond werden en een vrij standaard lichtopstelling; meer kreeg het oog niet geboden. Vooral voor de mensen wat verderop in de zaal was dat een tegenvaller, want ondanks dat alles goed te volgen was op het scherm, voelde je toch een zekere afstand tot het podium. Een catwalk had al wonder gedaan, zeker als je zag hoe vaak Jesse Rutherford van links naar rechts op het podium sjokte. De automatische piloot werd halfweg het optreden ook even ingezet vanaf “Afraid” en zelfs het nochtans best toffe “Fallen Star” kreeg weinig bezieling mee. De fans waren hoe dan ook dolenthousiast en vooral ook opvallend jong. Het zou ons dan ook verwonderen dat er gisteren veel mensen in de zaal waren die hun vorige passage in ons land – op het hoofdpodium van Pukkelpop in 2016 – hebben meegemaakt. Maar goed, een hele nieuwe generatie kan zich identificeren met de muziek die The Neighbourhood maakt en daarbij bleken toch vooral de eerste twee albums de hoofdvogel te hebben afgeschoten. Het gegil en de lampjes waren bij die nummers haast onvermijdelijk.
Zo nu en dan kon er eens een glimlach vanaf bij The Neighbourhood, maar wij bleven vooral wachten op dat ene kantelmoment dat het optreden naar een hoger niveau kon tillen. Het bleek uiteindelijk even zinvol te zijn als het tellen van rijstkorrels, want de band bleef constant in dezelfde dimensie hangen. Na “Planet”, dat als nummer nochtans best wel potentieel heeft, kwamen er kleine sprankels hoop in ons op bij “Devil’s Advocate”. Het einde van dat nummer was nog best te pruimen met die zompige baslijn. Het plezier was echter van korte duur, want met het aanbreken van de ballades stuurde het achttal het optreden naar de voorspelbare route. “Baby Came Home 2” werd akoestisch ingezet en bloeide gestaag open zonder daarbij wereldschokkend te klinken. Bij “The Beach” waanden we ons jammer genoeg niet in Venice Beach, maar eerder in Blankenberge waar we bij mooi weer samen moeten drommen met de andere dagtoeristen. Gezellig is iets anders! Slapjes was ook de manier hoe ze “Daddy Issues” brachten. Mochten de fans niet zo enthousiast hebben meegedaan, hadden we ons wellicht nog harder geërgerd aan de matige versie die ze brachten.

© CPU – Chris Stessens
En dat brengt ons naadloos naar de conclusie van de avond: The Neighbourhood is slachtoffer geworden van zijn eigen succes. Alles wat de band een decennium geleden zo uniek en origineel maakte, is ondertussen afgevlakt tot een band die haar creatieve ader heeft laten leeglopen om de brede massa te bekoren. Het voelde voor ons gisteren wat als een goedkope manier om profijt te slaan uit huidig succes, maar lang zal je dat als band niet kunnen uitzingen. Gehinderd door een zacht en slecht afgesteld geluid konden de Amerikanen te weinig in de schaal leggen om ons van onze sokken te blazen en met een wow-gevoel naar huis te sturen. Net door een gebrek aan flair en vitaliteit viel “Lovebomb” wat ons betreft des te harder in het water en dan willen we het nog niet eens hebben over het gemakzucht waarmee ze “Sweater Weather” afhandelden. De vuurvonken tijdens slotnummer “Softcore” waren nog het vermelden waard, maar dat vuur dat we daar zagen, misten we gewoon in zijn totaliteit bij de band.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Setlist:
Hula Girl
OMG
Cry Baby
Prey
Reflections
Void
R.I.P. 2 My Youth
A Little Death
Wires
Afraid
You Get Me So High
Fallen Star
Nervous
Planet
Devil’s Advocate
Baby Came Home 2
The Beach
Pretty Boy
Cherry Flavoured
Daddy Issues
Private
Lovebomb
Sweater Weather
Softcore





