2025InstagramUitgelicht

De 40 beste ep’s van 2025

Soms is het voor bepaalde artiesten nog te vroeg om met een volledige langspeler op de proppen te komen. Zo nu en dan moet een nieuw geluid eens laagdrempelig getest worden of doen enkele bandleden gewoon graag eens een projectje tussendoor. In digitale tijden, waar het ook gewoon snel kán gaan, is de ep dan de deus ex machina. Uiteindelijk is dat echter niet het makkelijkste medium, want het is niet simpel om in een vijftal nummers een verhaal te vertellen. Gelukkig lukt dat minstens even vaak wél, en dus lijsten we hieronder de 40 ep’s op die ons de afgelopen maanden het meeste bijbleven.

Zoals altijd zal je ook hier geen enkele artiest terugvinden die al een plekje kreeg in een van onze andere lijstjes. Zo kunnen we zoveel mogelijk acts in de kijker zetten. Onderaan het artikel vind je overigens ook nog eens een playlist terug, met uit elke ep ons favoriete nummer. Dus ook vandaag: ontdek en geniet!

Affaire – Internal Swing

Begin dit jaar liet Affaire Internal Swing op ons los, een debuut-ep waarbij de titel eigenlijk voor zich spreekt. Zes nummers lang staan groove en aanstekelijkheid centraal, waardoor het duo ons al van bij de openingstrack laat bewegen. Toch is dit geen plaat die in herhaling valt en waarbij elk lied hetzelfde klinkt. “Repetition” bevat nerveuze elektronica, terwijl “Mountain Energy” zich laat begeleiden door een coole gitaar. Afsluiter “Keep Calling” voelt een beetje als een vreemde eend in de bijt, maar past juist vanwege het rustige ritme op deze positie in de ep. Na een kwartier aan pure energie kunnen we even bekomen, al herkennen we de instrumentatie die in eerdere nummers werd gebruikt, weliswaar op een sobere manier. Internal Swing schetst een duidelijk beeld van de muziek waarmee Affaire een stempel wil drukken op het muzieklandschap.

Affaire – Internal Swing (★★★): Prettig nerveuze dansjes

Alessi Rose – Voyeur

Weinig internationale popzangeressen bezochten ons land vaker in een jaar dan de Britse Alessi Rose, wier ster steeds wat meer ging stralen. Met haar ep Voyeur wist ze criticasters moeiteloos de mond te snoeren en veroverde ze eveneens de harten van menig popliefhebber. De compacte verzameling liedjes vormde een veelzijdig visitekaartje om U tegen te zeggen. Eens met stevige gitaren die het geheel van een stoerder, ruwer randje voorzien, dan weer gevoelig en dromerig. Alessi Rose haalde alles uit de kan om in een paar nummers haar stempel te drukken op de popscène anno 2025, en met succes!

Alessi Rose – Voyeur (★★★½): Alle twijfels overboord

Amenra – With Fang and Claw

Naast de gekende Mass-reeks, houdt Belgiës meest geliefde metalband Amenra er ook van om te experimenteren met releases die niet zozeer binnen het verwachtingspatroon liggen. Er kan al eens een filmsoundtrack in hun oeuvre verschijnen, een akoestisch live-album, of zoals dit jaar: twee prachtige ep’s die in het verlengde liggen van waarom we zo van deze groep houden. Op With Fang and Claw en zijn Nederlandstalige tegenhanger De Toorn zalft Amenra nog even hard als het slaat, maar weet het zijn sound toch weer te laten evolueren. Het was dan ook moeilijk kiezen tussen de twee ep’s, maar het is door een bezwerende track als “Salve Mater” dat we pas echt in de stemming komen om onze zielen te onderwerpen aan een preek zoals alleen CHVE die geven kan.

Amenra – With Fang and Claw (★★★★): Twee-eiige tweeling

Basht. – Bitter and Twisted

Met Bitter and Twisted leverde Basht. een ep af die barst van karakter en overtuiging. De band bouwt voort op zijn rauwe alternatieve rockgeluid en weet dit te verfijnen zonder aan intensiteit in te boeten. Doorheen de ep hangt een donker en geladen sfeertje, dat moeiteloos wordt afgewisseld met momenten van pure energie en meeslepende melodieën. Alles klinkt strak op elkaar ingespeeld, met een sterke balans tussen emotie en kracht, waardoor geen enkel moment vrijblijvend aanvoelt. Bitter and Twisted toont een band die zijn eigen sound stevig in handen heeft en klaar is om ook buiten de Ierse scene grote indruk te maken.

Basht. – Bitter and Twisted (★★★★): Onuitputtelijke duisternis

BRONT – #9

BRONT, de band rond Brent Pauwels, schonk ons een steengoede ep met vier boeiende songs met weerhaakjes aan. Verwacht je niet direct aan een structuur van intro, strofe, refrein, bruggetje, strofe, refrein en outro. Makkelijk gezegd kan het echt van alles zijn en op voorhand weet je nooit wat de band nu weer bij elkaar heeft geklutst. Het is altijd opletten geblazen met vergelijkingen, maar we horen Ween, Frank Zappa en Captain Beefheart om er maar enkelen te noemen. Het is boven alles een heel toffe luisterervaring, we worden er gewoon opgewekt en monter van. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar zet deze ep eens op wanneer je een fietstochtje maakt, bij voorkeur in een iets drukkere stad en met lichte motregen. Ondertussen heeft BRONT met “Wake Up” alweer een nieuwe single uit handen gegeven en ook dat is weer een vreemd, maar cool beestje geworden.

BRONT – #9 (★★★★): Veel muziekwegen vanuit Antwerpen

CA7RIEL & Paco Amoroso – PAPOTA

CA7RIEL & Paco Amoroso beleefden zonder enige twijfel het beste jaar uit hun carrière de afgelopen maanden. Niet alleen zorgde Fred again.. helemaal op het einde nog voor een extra boost in populariteit, het was in eerste instantie vooral ep PAPOTA die ervoor zorgde dat het duo uit Buenos Aires over de tongen rolde. Denk Anderson .Paak & The Free Nationals, maar zwoeler. Denk Backstreet Boys, maar ruiger. Of beter: luister gewoon zelf naar de vier nummers, overigens meteen ook gevolgd door de Tiny Desk-sessie die intussen bijna de vijftig miljoen clicks op YouTube heeft behaald. Er valt werkelijk geen slecht woord te zeggen over PAPOTA, vooral doordat CA7RIEL & Paco Amoroso zich simpelweg laten dragen door de groove en wel zien waar dat hen brengt. Ergens tussen de fonkelende discosterren en de ruwe randjes van de Argentijnse hoofdstad. Je ontdekt het best gewoon zelf!

Camille Yembe – Plastique

2025 was voor Camille Yembe veel meer dan zomaar een jaar: het werd de eerstesteenlegging van haar wereldwijde doorbraak. De Brusselse zangeres deed het daarin meteen énorm goed. Van ‘Grote Beer van Morgen’ tot een propvolle festivalzomer, met uiteindelijk zelfs een nominatie voor de Music Moves Europe Award. Veel daarin heeft ze te danken aan de release van Plastique. Op haar debuut-ep klinkt Camille Yembe namelijk meteen als een internationale ster, en dat op een niveau waarvan we er binnen onze landsgrenzen nog niet meteen eentje hebben. “Coups de soleil” brengt zelfs op de meest grijze dag de zon van achter de wolken, “ENCORE” heeft dan weer wat meer ruwe r&b-invloeden. De zes nummers tellende ep heeft eigenlijk alles in zich om van Camille Yembe je nieuwe favoriete ster te maken!

chest. – All Good Things End

Toen we chest. voor het eerst door onze speakers hoorden knallen, dachten we dat die snode Britten het weer voor elkaar hadden gekregen om een zoveelste grauwe postpunkband uit hun leemgrond te stampen, maar dat is slechts voor een klein deel waar. Het Franse vijftal schudt muziekliefhebbers wakker vanuit ’s werelds meest romantische stad, met aan het roer een aangespoelde Engelsman die verdikkeme weet hoe hij zijn stem effectief moet gebruiken. De Fransozen weten daarnaaast ook aardig te variëren in hun sound. Een song als “Self Sabotage” vormt de onmisbare beuker zoals elke band in deze niche er wel een heeft, terwijl de titelsong die kenmerkend dreigende ondertoon bevat die bewijst dat chest. ook weet hoe het simpelweg interessante songs moet schrijven.

Croíthe – A Brief Respite

Met A Brief Respite levert het jonge Ierse viertal Croíthe een opvallend volwassen en samenhangend debuut af dat urgentie en kwetsbaarheid moeiteloos verenigt. De ep wortelt duidelijk in postpunk, maar overstijgt haar invloeden door een eigen, donkere en meeslepende klank te ontwikkelen waarin poëzie, rauwheid en een vleug shoegaze elkaar versterken. Zonder te verzanden in clichés toont de band durf en emotionele diepgang, met nummers die elk een andere sfeer oproepen, maar samen een sterk geheel vormen. A Brief Respite voelt intens en oprecht aan, als een blik in het hoofd en hart van een band die haar plaats in het alternatieve landschap al verrassend goed kent en klaar lijkt voor een grotere toekomst.

Croíthe – A Brief Respite (★★★★): Een donkere droom

De Nooit Moede – RIP

De Nooit Moede is niet meer. In 2020 verscheen de band plots met een steengoede debuutkortspeler. Het hele project werd vooral door de coronalockdowns getekend en de weemoedige doch hoopvolle new wave met literaire teksten werd de soundtrack uit die tijd. Na een kortstondig bestaan bleek de cultgroep rondom Victor De Roo dan toch de eeuwige rust op te zoeken. Om afscheid te nemen met een knaller organiseerde het begin dit jaar een begrafenisplechtigheid waarop een uiteenlopende verzameling bevriende muzikanten, zoals Vieze Meisje, de Fixkes en Félicette, een ode brachten aan het repertoire van De Nooit Moede. Ter nagedachtenis was er nog RIP, een verzameling van vier nummers minstens even goed als op hun debuut. De Nooit Moede, slaap vredig.

Docents – Shadowboxing

Uit Brooklyn, New York verwacht je niet meteen donkere postpunk, maar Docents is er toch in geslaagd zich het heel Britse geluid eigen te maken. Het viertal bracht dit jaar slechts een ep uit, maar wist daarmee wel indruk te maken. Door invloeden uit noise en donkere rock in elkaar te laten overvloeien, creërt het een geheel eigen geluid dat je trillend aan het luisteren zet. De ep duurt maar tien minuten en begint met het langste nummer. Daarmee zet de band je ook op het verkeerde pad, want wat volgt zijn enkel maar snellere, stevige en meer agressieve nummers. De grens tussen lawaai en noise is flinterdun, maar Docents komt er toch mee weg.

Dog Race – Return The Day

Dit jaar kwam Dog Race uit Bedford in het Verenigd Koninkrijk met een eerste ep op de proppen. Het vijftal is wel al sinds 2019 bezig, dus werd het wel eens tijd dat er op zijn minst iets in een soort van speler terechtkwam. Aan singles geen gebrek, maar om een verhaal te vertellen moet je toch een ander paar mouwen omdoen. Dog Race deed dat door een mix te brengen van dramatische vocals en een donker melancholisch geluid. Denk aan wat Savages vroeger zo goed deed. Hier en daar schieten nummers iets strakker uit de blokken, maar altijd blijft het mysterieuze sfeertje hangen. Net daardoor blijft de ep ook intrigeren.

Elder – Liminality / Dream State Return

Elder bracht dit jaar een ep uit die maar twee nummers bevatte, en toch klokte ze net onder de twintig minuten af. Dat is vooral te danken aan het feit dat opener “Liminality” meer dan dertien minuten duurt. Daarop horen we het gekende epische psychedelische stonerrockrecept van de Amerikanen. Het begint al meteen met gierende gitaren, om er daarna een dromerige stem over te zwieren. Zo breekt de song alsmaar meer open en krijg je een epos van jewelste. “Dream State Return” lijkt dan weer het omgekeerde te doen door net eerst heel dromerig te openen, om daarna een mix van stoner en progrock te brengen. Twee epische nummers dus, die perfect als ep kunnen dienen omdat er meer dan genoeg in gebeurt.

Emma Hessels – Constant Distance

Constant Distance is het kwetsbare debuut van de jonge singer-songwriter Emma Hessels, die met minimale middelen een maximale emotionele impact weet te creëren. De ep leunt vooral op eenvoudig, sober gitaarwerk, waardoor haar diepe stem volledig tot haar recht komt en meteen de aandacht grijpt. In die open ruimte zingt Emma Hessels op een bijna fluisterende manier over eenzaamheid, zelftwijfel en liefde zonder te overdrijven. Alles voelt eerlijk aan, alsof de nummers recht uit haar dagboek komen. De kracht van Constant Distance zit net in die eenvoud, want er is geen overbodige productie of afleiding. Het is alleen haar stem, gitaar en gevoel, daardoor krijgen stiltes en veranderingen in akkoorden evenveel gewicht als de woorden zelf. Het resultaat van dat allemaal is dus een intieme ep die langzaam binnenkomt en blijft hangen. Constant Distance is ideaal voor rustige momenten waarop muziek mag troosten en gewoon even mee mag ademen.

Emma Jensen – Boxes

In de donkere wintermaanden bracht de Noorse Emma Jensen een sprankeltje hoop in de vorm van haar Boxes. De compacte verzameling liedjes markeerde een nieuw hoofdstuk in haar carrière. Subtiele gitaarklanken en melancholische melodieën werkten zich een weg naar ons hart op onder meer “August“, dat eerder klinkt als een zonnige herfstdag, en titeltrack “Boxes”. Eens fragiel, dan weer snijdend met een vlijmscherp mes toont Jensen dat er geen bombast nodig is om een diepe indruk na te laten. Eentje om keer op keer weer te herontdekken, of voor het eerst te beluisteren, mochten de sprookjesachtige producties je tot op heden ontgaan zijn.

Emma Jensen – Boxes (★★★½): Wegdromen naar magische oorden

Fan Club – Stimulation

Vijf keer zestig seconden, meer tijd dan dat neemt Fan Club niet in beslag. Bij andere bands is dat één nummer, bij dit vijftal maar vijf. Vijf leden, vijf songs, vijf minuten. Hyperkort, maar ook hyperefficiënt. De ep Stimulation, de tweede van het jaar en de vierde in totaal, is garagepunk van het allerhoogste schavotje en doet ook alles wat het moet doen in zijn beperkte speeltijd. Alle nummers zijn volgens dezelfde krankzinnige formule gemaakt: trommelvliesscheurende riffs, oerkreten in plaats van vocals en een drumbeat die wild in het rond springt en intussen een keer of vijf wordt geflitst. Vijf sterren? Er valt alleszins iets voor te zeggen. De perfect afgestelde productie doet Stimulation alleszins de ideale balans tussen ruw en afgelikt vinden, wat er voor zorgt dat de songs ook ten volle tot hun recht kunnen komen.

Fat Trout Trailer Park – Go Fuck Yourself Eternally

Garagepunk opereert vanuit de schaduw, maar de bands duiken op op de momenten dat ze het meest nodig zijn. Fat Trout Trailer Park is zo’n groep. Muziek die het best tot zijn recht komt in een donker en vochtig jeugdhuis, of door een koptelefoon wanneer je je loopt te ergeren aan mensen die duidelijk voor het eerst in een openbare ruimte moeten bewegen. Soit, Go Fuck Yourself Eternally is muziek die ergernissen en razernij kanaliseert in muzikale rammers, al is de titel niet bepaald subtiel in het overleveren van die boodschap. De band is al een tijdje aan het strooien met muziek en shows (enkele jaren geleden werden we nog gecharmeerd door “Belt”), maar begint nu pas echt zijn groove te vinden. Ep nummer twee is het beste werk tot nu toe: wanneer ze riffs door de snaren jagen klinkt het allesbehalve cliché, en wanneer ze gas terugnemen komt heel wat degelijke songwriting bovendrijven. Aanradertje!

Florence Road – Fall Back

Vanuit het niets was daar afgelopen jaar plots Florence Road, maar wat ging de trein snel van station tot station. Veel shows resulteerden in een stijgende populariteit, en daar zat ook ep Fall Back ongetwijfeld voor iets tussen. “Break The Girl” zou zomaar eens het hitje kunnen zijn dat de Ierse band nodig heeft om een nog groter publiek te bereiken, maar ook de manier waarop “Hand Me Downs” openbreekt, mag er zeker zijn. Florence Road is op die manier misschien zelfs een meer alternatieve versie van bands als The Last Dinner Party, waarin de groove primeert op de algehele sfeer. Florence Road doet op Fall Back op momenten zelfs een beetje denken aan Wolf Alice, dus het is geen hele grote verrassing dat de band net thuis is van een tournee in het voorprogramma van die band. Eentje om in de gaten te houden dus, en dat hoor je hier natuurlijk eerst!

Fuzz Lightyear – Zero Guilt

Een van de talloze ontdekkingen die wet dit jaar op Left of the Dial weer wisten te maken. Verre van de meest toegankelijke trouwens, want Fuzz Lightyear blinkt vooral uit met zijn kille, grijze en grauwe sound. Een geluid dat enkel kan voortkomen uit de onderlaag van de Britse eilanden en geboren is uit een diep wantrouwen in overheid en medemens. Zero Guilt is dus geen ‘plezante’ ep geworden, maar wel een die doorspekt is met memorabele momenten. “Sit Awake” is bijvoorbeeld een van de meest intense noise- en postpunknummers die we dit jaar te horen kregen, met razende uitbarstingen en een bijzonder beklijvende sfeer die doorheen de song spookt. Niet toevallig verscheen hij via Nice Swan Recordings, dat zichzelf dus nog wat sterker positioneert als een van de indielabels van het moment.

Het Zesde Metaal – Randgevallen

Toen Het Zesde Metaal begin vorig jaar Het Langste Jaar uitbracht, was dat het schoonste afscheid dat de betreurde Tom Pintens zich kon wensen. Een hoogtepunt, zelfs in het voordien al ijzersterke oeuvre van de West-Vlaamse band. Vraag is dan of dat nog te evenaren valt met een nieuwe bezetting en zonder die directe emotionele link. Randgevallen gaf daar dit jaar een eerste idee van. Niet met de ambitie om de laatste lp te overtreffen, zoals de titel al wat aangeeft. Wel om de vernieuwde groep een eerste maal in de schijnwerpers te zetten. Wannes Cappelle blijft een ongeëvenaarde tekstschrijver in onze contreien, die met flink wat ironie zowel kleine ergernissen als grote thematieken treffend kan fileren. Maar ook muzikaal was Randgevallen alweer een genot, met een band die even gemakkelijk switcht tussen verstilling (de Willem Vermandere-cover “Duizend Soldaten”) en stevig uithalen (“Label”, “Service”). Laat 2026 maar het jaar van de nieuwe langspeler worden.

Het Zesde Metaal – Randgevallen (★★★½): Nog steeds even raak en gelaagd

Jan Verstraeten – SAILOR GETS SEASICK TOO

Meeslepend, filmisch, overdonderend en eveneens gevoelig. Met die woorden zouden we de muziek van Jan Verstraeten en hier in het speciaal SAILOR GETS SEASICK TOO omschrijven. De ep begint al met een knal, maar al snel nemen zowel de verhalende gevoeligheid en spanning toe. Jan Verstraeten speelt graag en veel met spanning, en weet zo de luisteraar mee te nemen op zijn kar, of ja zeilboot. De boot trotseert standvastig de golven met vaak een neerslachtige toon, maar ook voor de hoopvolle boodschap kan je terecht op SAILOR GETS SEASICK TOO. Kortom een uiteenlopende ep met toch een zeer typische en herkenbare sound, wat een moeilijke balans lijkt, maar voor Jan Verstraeten als evidentie aanvoelt.

Jan Verstraeten – SAILOR GETS SEASICK TOO (★★★★): Schilderen met fijne en grote kwast

Katie Gregson-MacLeod – Love Met Too Well, I’ll Retire Early

Er was een tijd waarin de ster van Katie Gregson-MacLeod pijlsnel naar de top leek te schieten, maar die populariteitscurve is de laatste maanden toch wat vlakker gaan ogen. Ergens is dat jammer, gezien de kwaliteit van de muziek. Anderzijds betekent dat echter ook dat de muziek van de Schotse singer-songwriter vooralsnog terecht kan in zalen die de intimiteit en gezelligheid van de nummers onderstrepen. Ook ep Love Met Too Well, I’ll Retire Early zoekt de zangeres naar een vorm van warmte die je alleen maar terugvindt in de puurste harten. Al van bij de opener alsook de titeltrack schemert de gedachte aan Phoebe Bridgers door ons hoofd, terwijl “James” (samen met landgenoot Joesef) dan weer wat weg heeft van boygenius. Je merkt met andere woorden al snel in welke richting je Katie Gregson-MacLeod het afgelopen jaar moest zoeken: die van de prachtige melancholie. Een kleine twintig minuten wist ze ons daarmee te betoveren alsof het dagelijkse kost is, en alleen al daarom verdient Love Met Too Well, I’ll Retire Early een plekje in deze lijst.

Keo – Siren

Met Siren presenteert Keo een debuut-ep die vooral indruk maakt door haar intensiteit en samenhang. De band kiest niet voor hapklare hooks of snelle effecten, maar voor een doorleefde rockplaat waarin spanning, emotionele gelaagdheid en dynamiek centraal staan. De nummers voelen zorgvuldig opgebouwd en dragen samen een zwaar, soms confronterend gewicht, zonder dat het geheel zijn focus verliest. Keo laat horen dat het begrijpt hoe krachtig contrasten tussen verstilling en uitbarsting kunnen zijn, en benut die spanning over de volledige ep op een natuurlijke manier. Siren klinkt als het werk van een band die haar identiteit al scherp heeft afgelijnd en met dit debuut meteen een stevig en geloofwaardig fundament legt.

Keo – Siren (★★★★): Kracht en kwetsbaarheid

Little Known – Billy

Hoewel Little Known voorlopig nog nauwelijks weerklank vindt buiten Ierland, is Billy er toch in geslaagd onze oren te bereiken, en terecht. De ep klinkt als het werk van een band die haar grenzen bewust verlegt en haar geluid laat ademen, met een sterke focus op atmosfeer en spanningsopbouw. Groots uitgesponnen gitaren gaan hand in hand met intiemere momenten, waardoor Billy nooit eentonig wordt en constant blijft verrassen. Little Known toont hier een duidelijke artistieke rijping: zelfzeker zonder schreeuwerig te worden, gevoelig zonder fragiel te klinken. Billy voelt daardoor minder als een tussentijdse release en meer als een weloverwogen statement binnen hun verdere muzikale traject.

Little Known – Billy (★★★½): Shoegaze met slagkracht

Madd9 – Madd at Love

Met Madd at Love liet Madd9, een jonge Belgische rapper die hiphop en neosoul mengt, de scherpe kant van verliefdheid horen binnen een tweeluik dat samen met Madd in Love één emotioneel verhaal vertelt. Waar de andere ep warmer en hoopvoller aanvoelt, zoomt deze in op frustratie en het gevoel van vast te zitten in je eigen emoties. Liefde klinkt hier niet rooskleurig, maar verwarrend en soms zelfs uitputtend. Dat gevoel wordt versterkt door meeslepende beats en gelaagde keys, die constant in beweging blijven en samen met de teksten zelfs spanning creëren. De productie is strak en modern, maar laat genoeg ruimte over voor emotie, waardoor de nummers intens aanvoelen. Madd9 slaagt erin om herkenbare gevoelens te vertalen naar een sound die zowel dansbaar als introspectief is. Madd at Love voelt als het moment waarop verliefdheid kantelt, wanneer verlangens plaatsmaken voor twijfels, en precies daarin zit de kracht van deze ep.

Madd9 – Madd at Love/Madd in Love (★★★★): Twee kanten, één gevoel

Mên An Tol – This Land

Het is niet omdat er in 2025 alleen maar over Oasis werd gepraat, dat er geen nieuwe britpopbands naar boven kwamen drijven. Mên An Tol uit Londen is zo’n bandje dat met een fijn ep’tje op de proppen kwam, waarop vier liedjes staan die het beste van de het genre samenbrengen. Opener “Lucky” laat je een beetje wegdromen met een catchy refrein,”Not Ideal” moet het hebben van de dromerige akoestische gitaar, terwijl afsluiter “This Land” een echt anthem blijkt te zijn. Allemaal wordt het ondergebracht op een bedje van Britse melancholie en daardoor blijkt de band ook meteen zijn richting te hebben gekozen.

Mên An Tol – This Land (★★★½): Een krachtige opvolger

Moin – Belly Up

De laatste jaren heeft Moin een geluid laten horen dat het zich volledig eigen heeft gemaakt. Herkenbaar en toch steeds evoluerend. Op nieuwste ep Belly Up horen we alweer muziek met een zwaarte die bezwerend werkt. Geleid door de waanzinnige drums van de altijd productieve Valentina Magaletti creëert Moin een nachtelijke en onstuimige sfeer. De opgeknipte vocal samples en gaststemmen van bevriende artiesten, geven samen met de hoekige gitaren en ijle geluiden deze muziek opnieuw een filmische dimensie. Moin is een band die nooit mist.

Nilüfer Yanya – Dancing Shoes

Met My Method Actor tekende Nilüfer Yanya voor een van de mooiste albums van 2024. Dancing Shoes, de ep die ze er minder dan een jaar later nog achteraan gooit, vult enerzijds deze perfect aan en laat anderzijds ook een nieuwe kant van de Londense met Turks-Ierse roots horen. De vier nummers die de ep rijk is, knisperen als een elektrisch haardvuur. Authentieke warmte die baadt in een folky en zelfs poppy gloed, maar niet zonder wat fijne vonken experimentele elektronica. Al blijft het allemaal intiemer dan op de voorganger en voelt het net daardoor intiemer en zwoeler. Yanya is een gloeiend kooltje in het hart van elke song en demonstreert nog maar eens hoe haar veelzijdigheid en experimenteerdrang haar tot een toonaangevende singer-songwriter maken.

Oliver Symons – EP1- Room 74

Elk nieuw jaar is een kans op een nieuwe start en 2025 was het begin van een nieuw soloproject van Oliver Symons. Warhola ligt nog steeds in de schuif en Bazart blijft uiteraard een grote focus, maar daarnaast is er nu ook plaats voor muziek die onder de naam Oliver Symons wordt uitgebracht. “Room 74” was het begin van EP1 – Room 74 en misschien ook wel het hoogtepunt, maar dat doet niet af aan de andere songs. Oliver Symons’ stijl ligt niet mijlenver van Warhola of de productie van Bazart, dus de muziek voelde meteen wat vertrouwd aan. Toch kent EP1 – Room 74 invloeden uit zowel elektropop als r&b, en andere elektronische genres. Live brengt Oliver Symons in zijn one man show al wat meer materiaal, dus laat ons hopen dat het niet al te lang wachten is op EP2 of LP1.

Oliver Symons – EP1- Room 74 (★★★★): Een nieuw melancholisch heroïsch verhaal

overpass – Dependent

Dependent van overpass laat zich misschien vangen in een zonnige, anthem-achtige indierocksound, maar onder dat toegankelijke oppervlak schuilt duidelijk meer diepgang. De ep combineert meezingbare refreinen en groots klinkende arrangementen met een voelbare emotionele lading, waarbij thema’s als afhankelijkheid, onzekerheid en zelfreflectie subtiel worden verkend. De strakke drums en sprankelende gitaarpartijen zorgen voor een energieke en zomerse vibe, maar geven tegelijk ruimte aan spanning en nuance, waardoor de nummers meer zijn dan simpele feelgoodtracks. Juist die balans tussen vrolijke, open klanken en een introspectieve ondertoon maakt Dependent tot een ep die blijft hangen en uitnodigt om aandachtiger te luisteren.

Radio Free Alice – Empty Words

Het zou ons vreemd lijken als we niet binnenkort vernemen dat Radio Free Alice wereldwijd indiehitlijsten verovert. De Australiërs bouwen met hun derde ep voort op een werkelijk onverwoestbare golf van indierockzoetigheid. Van begin tot eind is deze ep een genot voor wie houdt van de wispelturigheid van The Strokes en de opzwepende early muziek van Arctic Monkeys. van “Empty Words” tot “Chinese Restaurant”, deze plaat pakt je meteen mee en laat je voor twaalf minuten niet meer los: precies wat dit medium voor elkaar moet krijgen. We konden de Aussies jammer genoeg nog niet treffen op een van onze vele podia, dus we hopen dat daar volgend jaar verandering in komt.

Skepta & Fred again.. – Skepta .. Fred

Uit de beenharde banger die “Victory Lap” was, groeide in 2025 zowaar een bromance. Skepta en Fred again.. hadden elkaar plots gevonden, met uiteindelijk zelfs een volwaardige ep als eindresultaat. Skepta .. Fred vond niet alleen het midden tussen beide werelden, maar toonde vooral hoeveel invloeden beide artiesten uit elkaars werk haalden. De Britse producer maakt er over het algemeen geen geheim van dat hij de laatste tijd niet vies is van een ruw randje aan zijn producties, en dan vind je bij een grimerapper als Skepta vanzelfsprekend snel je gading. In “Back 2 Back” mag die laatste aan een ongezien tempo zijn ding doen, terwijl het in “Last 1s Left” vooral pompen of verzuipen is. De donkerte van de Londense underground komt op Skepta .. Fred op heel wat verschillende niveaus tot uiting. Dat dat niet alleen wat hitjes opleverde, maar voor sommige nummers ook een plekje op de tracklist (en setlist) van (de) USB002(-shows) zegt eigenlijk ook meer dan genoeg.

Skepta & Fred again.. – Skepta .. Fred (★★★½): Harde zijsprong

Skrillex – hit me where it hurts x

Het is geen geheim dat Skrillex’ ogen alle kanten opdraaien. Voor het zicht is dat geen cadeau, maar in het geval van Sonny Moore duidt het op het kijken in verschillende muzikale richtingen en al meermaals is gebleken dat dat een blijvende sterkte is. Dat hij daarbij graag met sampletjes aan de slag gaat, uitte zich ook weer op hit me where it hurts x. De Amerikaan haalde de ‘Yes, oh my god!’-sample onder het stof vandaan en liet op “fuze” horen hoe “Scary Monsters and Nice Sprites” vijftien jaar na datum hoort te klinken. Over “hit me where it hurts x” was even wat commotie omtrent het ongeautoriseerde gebruik van de foto op het artwork, maar na een rechtzetting maakte hij zich de originele song helemaal eigen door de vocals van Caroline Polachek vakkundig te recycleren. Deze twee nummers sprongen zo het meest in het oog, maar eigenlijk bevatte de ep vijf interessante en vooral eigenzinnige nummers; gladde, vloeibare beats zoals alleen Skrillex’ handen ze ineen kunnen knutselen.

SOAPBOX – LOCK IN

Heel wat punkbands in onze lijst van beste ep’s, en daarvan is SOAPBOX inmiddels wel een van de grotere aan het worden. 2025 was een wat onverwacht lanceringsjaar voor de vier lawaaierige Schotten, die de show op Pukkelpop vermoedelijk wel zullen aanstippen als een van de hoogtepunten. Er kwam echter ook muziek uit van de band, met LOCK IN als belangrijkste benoemenswaardigheid. De ep is perfect wat je van SOAPBOX – en menig andere punkband – kan verwachten. Korte, harde, kwade songs die een refrein hebben dat gemaakt is om mee te brullen terwijl je een Guinness richting podium kegelt. Maar zelfs in een genre dat bol staat van cliché’s laat het gezelschap dingen horen die de aandacht trekken: riffs die aanstekelijk en doordacht zijn, songstructuren die al eens iets experimenteler gaan en vocals nóg ironischer dan gewoonlijk. Niet de dertiende punkers in een dozijn dus, dat laten ze met LOCK IN wel zien.

Stratford Rise – Stratford Rise

Bij een eerste oogopslag lijkt het alsof het Noord-Ierse Stratford Rise net iets te graag black midi wil zijn. Er zijn dan ook veel gelijkenissen. Deze ep staat vol experimentele noiserock even neurotisch als Schlagenheim en frontman Orion Courtney-Lee heeft een nasale stem even irritant als die van Geordie Greep. Toch belooft het viertal alvast meer in zijn mars te hebben. De gitaren en drums op opener “Gunshow” zijn ritmisch complex, maar ook bijzonder mooi. De chaotische geluidsmuur op “Prone” doen aan Gilla Band denken. Afsluiter “Machine to Water” heeft prachtige (zang)melodieën die Jeff Buckley geschreven zou kunnen hebben. Hiermee bewijst Orion Courtney-Lee best wel mooi te kunnen zingen en de groep als geheel dat ze geen one trick pony is. We kijken nu alvast uit naar die debuutplaat.

The 113 – To Combat Regret

Uit Leeds, een grauwe industriestad in het Noorden van Engeland die doorgaans enkel wereldwijd bekend is door het gerenommeerde popfestival aan het einde van de zomer, zou je eigenlijk alleen maar grauwe muziek mogen verwachten als vorm van escapisme. Welnu: The 113 voldoet perfect aan die verwachting, in de zin dat het dit jaar een plaatje uitbracht met postpunk die niet rond de pot draait en vrijwel meteen de koe bij de hoorns vat. Soms moet dat meer niet zijn, maar we moeten zeggen dat To Combat Regret wel heel erg gul rondstrooit met zijn invloeden. En toch springen ze er uit, mede door de poëtische teksten van frontman Jack Grant. Met deze ep tovert de groep zonder moeite zweet op een kelderplafond, maar dwingt ze tussen het druppelen door toch tot introspectie: postpunk op zijn best dus!

The Family Battenberg – Spider Rock Forever

Een plotse, maar daarom allerminst onaangename verrassing. Tenzij u bang bent van spinnen, natuurlijk. The Family Battenberg is de laatste nieuwe band die zich aan een mengelmoes van garage- en fuzzrock waagt, en sprong de scene pas eerder dit jaar binnen alsof het al jaren rondraaide in het circuit. “Anteater” klonk al meteen als welgekomen zuurstof: zonder blind te rammen of té hard de kaart van diepgang te trekken, klonk de single heerlijk groovy en sluimerend donker (en in het Nederlands klinkt het refrein een beetje grappig, hihi). Er kwam in de vorm van Spider Rock Forever ook meteen een volledige ep van. En yes, die is van hetzelfde hoge niveau. Songs die de oordopjes uit je hoofd dreunen, maar daardoor niet aan gelaagdheid of subtiliteit verliezen, je moet het maar met hetzelfde ogenschijnlijke gemak doen als dit viertal. We kunnen het dan ook heel simpel stellen: als Spider Rock Forever nog maar het begin is voor The Family Battenberg, voorspellen we een héél knappe toekomst.

The Orchestra (For Now) – Plan 75

The Orchestra (For Now) zou zomaar eens het grote nieuwe ding kunnen worden. Wie de Londense Windmill-scene een beetje volgt, heeft de naam ongetwijfeld al eens horen vallen. Met vergelijkingen met Black Country, New Road, black midi en Arcade Fire lagen de verwachtingen meteen hoog, maar die weet de band volledig in te lossen op Plan 75, de eerste officiële release van de Londense groep – en wat voor een debuut. Met zeven bandleden ligt onevenwicht snel op de loer, maar in de composities hoor je dat ze na twee jaar samen optreden bijzonder goed op elkaar ingespeeld zijn. Plan 75 is bovendien niet de enige ep die de band dit jaar uitbracht: het is het eerste deel van een tweeluik, met Plan 76 als tweede luik. Met de belofte van een album volgend jaar is The Orchestra (For Now) absoluut een band om in de gaten te houden.

Uwase – ANGELO

Het jaar van Uwase was er zonder twijfel eentje om in te kaderen. Helemaal aan het begin verkozen we haar tot een van onze ‘Grote Beren van Morgen’, op het einde sleepte ze een nominatie voor de MIA voor ‘Doorbraak’ in de wacht. Tussendoor won ze ook nog De Nieuwe Lichting, maar bracht ze – belangrijker! – vooral haar debuut-ep ANGELO uit. Daarin zocht de Brusselse naar de mooiste kleuren die de lucht te bieden heeft bij zonsondergang, en dat aan de hand van dromerige gitaren en haar zeemzoete stem. Uwase vindt vijf nummers en twintig minuten lang namelijk een staat van innerlijke rust die in de rush van het dagelijks leven soms veel te diep begraven ligt. “Pedestal” bloeide daar de afgelopen twaalf maanden in uit tot een hitje, maar evengoed “Routine” of “Pls don’t take it away” passeren nog regelmatig in een van onze afspeellijsten. Uwase heeft zich met ANGELO simpelweg een plekje in ons hart toegeëigend, waar we haar altijd met veel warmte zullen omarmen.

Uwase – ANGELO (★★★★): De mooiste zonsopgang

Westside Cowboy – This Better Be Something Great

Westside Cowboy is écht wel ’the next big thing’ aan de overkant van de Noordzee. Het is echt een band die van in het prille begin gesmaakt werd door iedereen die naar de songs luisterde van het viertal uit Manchester. Het is cool, het zit goed en strak in elkaar en het rockt gewoon altijd een ongelooflijk eind weg. De eerste ep was dus al een dik feit dit jaar en het beste nieuws is dat er op 16 januari met So Much Country ‘Till We Get There alweer een nieuwe korte plaat uitkomt. Waar veel Engelse gitaarbands niet echt boven de middenmoot uitkomen, is dat totaal het geval niet bij Westside Cowboy. Het is daarom echt een band om goed in het oog te houden. Door hun energieke songs zouden ze perfect op wat Belgische festivals kunnen staan. Hoop doet leven en This Better Be Something Great doet zijn titel alvast alle eer aan.

Wil je nog even een reis door het muzikale jaar ondernemen? We kozen uit elke ep één nummer en goten alles in een afspeellijst op Spotify. Geniet ervan!

Deze lijst werd samengesteld door alle beren. De recensies werden geschreven door Niels Bruwier, Lucas Palmans, Robbe Rooms, Elisa Cogneau, Leni Sonck, Géraldine Santy, Stijn De Belder, Simon Vyverman, Guillaume BeauprezKoen DignefNoha KaldiBram De Meyer, Tjorven Florin, David Vanholsbeeck en Pieter Wilms.

Related posts
FeaturesInstagramUitgelicht

De Internationale Grote Beren van Morgen 2026 – Deel 1

Naar jaarlijkse gewoonte verzamelen we begin januari een hoop nationale en internationale namen in onze rubriek ‘De Grote Beren van Morgen’, waarvan…
2025InstagramUitgelicht

Het elftal van 2025 volgens verschillende Belgische en Nederlandse artiesten

We hebben jullie de afgelopen weken overrompeld met onze lijstjes. Hoog tijd dus om eens wat andere mensen aan het woord te…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

The Wombats, shame, STONE, Son Mieux, Master Peace en meer naar Vestrock 2026

Ook net over de grens, in het pittoreske Hulst, zijn ze wakker geschoten. Traditiegetrouw vormt de Zeeuwse festivalparel Vestrock voor heel wat…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *