InstagramLiveRecensies

Pukkelpop 2025 (Festivaldag 3): A volonté

© CPU – Jan Van Hecke

Op dag drie van Pukkelpop (gelukkig!) geen enorm tropische temperaturen, wél weer heel wat animo. De zaterdag werd enkele weken geleden wat onthoofd door de cancel van A$AP Rocky, maar kreeg met Macklemore een nieuwe publiekstrekker. In de vroege namiddag een nieuwe klap voor de organisatie: Mk.gee miste zijn vlucht, Arsenal viel in. Een enorme publiekstrekker, zo bleek, net als onder meer Joost Klein, Kneecap en The Atomic Orchestra. Die laatste had met onder meer Goldband en Amenra enkele verrassingen in petto, net zoals ook Oscar and the Wolf voor een afterparty opdook op de Buzz. Pukkelpop popte met andere woorden wederom op zaterdag, met een opvallend grote rol weggelegd voor de gitaarbands. Voor ieder weer wat wils!

ISAÏ @ Club

© CPU – Nathan Dobbelaere

Met de noen nog voor ons was de Club de eerste tent van waaruit muziek klonk. ISAÏ werd er geacht een ochtendrave te houden en begon met het leuke “Flight FM”. Lange tijd liet hij de schijnwerpers op artiesten als S10 en Goldband schijnen en bezorgde hij enkel de drums, maar sinds een jaar of vier schuift hij zijn drumstel af en toe ook eens naar voren en grijpt hij de micro vast. Met een brede lach en mellow ravebeats door zijn twee kameraden achter de tafels liet de Nederlander de vroege vogels ontwaken op de derde dag van Pukkelpop. Er werd rekening gehouden met het tijdstip, want de dromerige beats waren een handige brug naar de snellere tempo’s tijdens “Dopamine Shots” en “Nachtblind”. ISAÏ wisselde zijn micro af met het drumstel, steeds ondersteund door de elektronica van zijn twee kompanen, al geloven wij nog altijd dat het ware talent van de Nederlander naar boven komt als hij twee sticks in zijn handen heeft. Achter de micro klinkt de man nog net iets te veel als de doorsnee dansbare nederhopact, al moeten we wel toegeven dat de beoogde rave naar het einde toe steeds dichterbij kwam – zij het met een select publiek.

The Atomic Orchestra @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Waar Pukkelpop in het verleden al eens graag uitpakte met een verrassing om de Marquee te openen op zaterdagmiddag, lijkt er nu toch een vast concept te zijn opgestaan: The Atomic Orchestra. Een symfonisch orkest van om en bij de vijftig muzikanten, dat onder leiding van ’s lands bekendste trompettist Jo Hermans een uur lang herwerkingen brengt van enkele artiesten van eigen bodem. Maar van wie, dat blijft tot op het moment zelf het grote vraagteken. Dat Brihang, ISE en Amenra gisteren van de partij zouden zijn, konden we weliswaar al afleiden uit The Atomic Sessions die de afgelopen weken op het web verschenen, maar gisteren waren ook onder meer Goldband, J. Bernardt en Gabriel Ríos van de partij.

Die laatste mocht na een dramatische intro openen met “Broad Daylight” en “Gold”, en dat leverde toch meteen al een eerste magische momentje op. ‘It’s not too early to sing, right?’ was maar een vraag, die uiteindelijk zelfs beantwoord werd door het minigospelkoortje dat Baloji had meegebracht. Die bracht in een prachtige outfit de zomer naar de Marquee, liet handen vlot heen en weer en op elkaar gaan en startte zo het feestje definitief. Dat is binnen de grenzen van The Atomic Orchestra echter altijd met een lach en een traan, want ISE greep bijvoorbeeld meteen daarna bij de keel met een nog te verschijnen nummer. Een keel die door Amenra werd dichtgeknepen, een gebroken hart dat werd vertrappeld. Colin H. Van Eeckhout zeldzaam met open vizier richting de tent, strijkers die door merg en been gingen en riffs die voor kippenvel zorgden. Als er één band was waarvan we dachten dat die niet nog beter kon overkomen live, dan werd ons daar gisteren het tegendeel van bewezen. Kippenvel bij tropische temperaturen.

Een hart dat door Brihang werd gelijmd, met een fantastisch (liefdevol) “‘K wou da’k het kon zeggen”. “Tussenin” de mengelmoes van artiesten en genres bracht de West-Vlaming een vleugje extra oprechtheid, alvorens J. Bernardt met “Don’t Get Me Wrong” de cool de hoogte in mocht jagen en Kaat Van Stralen ons liet stoppen met wenen. Voor Pukkelpop zelf was Goldband natuurlijk het hoogtepunt van het uurtje. Voor de gelegenheid zonder Karel, maar met Wieger – geen probleem, want iedereen gaat toch dood! “Requiem” plaveide het pad voor “Noodgeval”, waarbij een laatste keer alle remmen losgingen. En zo mag The Atomic Orchestra zich voor het tweede jaar tot een van de hoogtepunten van Pukkelpop kronen, want ondanks dat de volgorde misschien ietsje beter kon, kwam alles nog net dat tikkeltje meer binnen. Amenra en Brihang vormden het hoogtepunt qua gasten, het vijftigkoppig orkest was dat permanent. Wederom hulde aan Jo Hermans en team Pukkelpop!

Ronnie Flex & The Fam @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Een nieuwe dag betekende een nieuwe hiphopopeningsact op de Main Stage. Terwijl het campingvolk en de dagjesbezoekers langzaam de weide op stroomden, zette onze noorderbuur Ronnie ‘Nori’ Flex meteen in met zijn gekende stijl. Zijn stem bleek opvallend goed bewaard gebleven sinds de hoogdagen van de New Wave-periode. Net als Frenna en Dikke tilde ook hij zijn set met een liveband en achtergrondzangeressen naar een hoger niveau. We werden teruggekatapulteerd naar de gloriejaren van 2015 tot 2017 met nummers als “Loterij”. Gisteren stonden vooral klassiekers op het menu. Nori nam een shotje omdat hij zei zenuwachtig te zijn om op dit podium te staan vandaag, maar de vibes zaten meteen goed. Vooral Ronnie en de achtergrondzangers straalden energie uit, terwijl de band eerder losjes meespeelde. Een van de zangeressen kreeg haar eigen moment en zette haar pijp even wijdopen. Het publiek wiegde, danste en schudde mee. De Main Stage stond na een halfuur al redelijk goed gevuld voor zo’n vroeg uur.

Halverwege de set nam Ronnie een sigaretje en nog een shotje, waarna de gitarist het volgende nummer met een solo inleidde. Het voorlaatste nummer kon natuurlijk niets anders zijn dan de hit waarmee hij in de gouden jaren de top bereikte. Het wachten werd beloond toen de eerste noten van “Drank & Drugs” klonken, met niet alleen het publiek maar ook de bandleden die vooraan op het podium stonden te springen.

Dressed Like Boys (feat. Antwerp Queer Choir) @ Club

© CPU – Ann Carpentier

De zaterdag van Pukkelpop begon vol speciallekes, want meteen na The Atomic Orchestra mocht Dressed Like Boys een tiental meter verderop de Club onderdompelen in zijn bubbel. En ook Jelle Denturck had met het Antwerp Queer Choir wat extra volk meegebracht om zijn nummers in een ander jasje te gieten. Nummers die binnen enkele weken pas echt in vol ornaat te beluisteren zijn als de zelfgetitelde debuutplaat van de gewezen DIRK.-frontman in de rekken ligt, maar waarvan Pukkelpop dus een dieper voorsmaakje voorgeschoteld kreeg.

Denturck bevond zich vooral in het midden achter zijn piano, met rond hem zowel zijn band als het vierkoppige koor – om dus maar duidelijk te maken dat alles vanuit zijn standpunt werd gebracht. “Jaouad” werd voorafgegaan door een mooie speech over de mens op wie het nummer werd geïnspireerd, achteraf volgde een lange ovatie. Voer voor meer, want het was van dan af aan dat Dressed Like Boys echt meer body begon te krijgen. Nathan Ysebaert leefde zich uit op gitaar en ook de frontman ramde iets intensiever op zijn synth. Voor “Lies” werd die verruild voor een akoestische gitaar en een nog gemoedelijkere sfeer, al werd “Nando” het moment van de set. Het nummer, een ode aan Denturcks man, werd bijna rechtstreeks aan hem gebracht, het koor vervijfvuldigde zich plots en alles viel op zijn plek. Afsluiter “Stonewall Riots Forever” werd dan nog eens ondersteund door een strijker voor extra emotie, en mede door de uitleg achter de song zagen we ook dat dat iedereen raakte. De regenboog rees omhoog, vuisten en minutenlang applaus waren een prachtige verdienste. Een emotioneel begin van de dag, en wat valt er dan nog meer te zeggen dan: only love.

Dressed Like Boys staat op zaterdag 30 augustus in het OLT Rivierenhof, op vrijdag 3 oktober in De Posthoorn en op donderdag 30 oktober in de Ancienne Belgique.

Yong Yello @ Marquee

© CPU – Ann Carpentier

Na twee keer de Roma gevuld te hebben, had Yong Yello ook vandaag geen moeite om de Marquee vol te krijgen met fans en nieuwsgierigen. Hij opende met “Het magnetisme van de goot” en ook zijn liveband  de ‘Fanfare van de Goeie Hoop’ had er duidelijk zin in. Het was intussen drie jaar geleden dat ze nog op Pukkelpop stonden en de voorbije twee jaar had Yello geen festivals gespeeld omdat hij volop werkte aan zijn nieuwe plaat die op 12 september uitkomt.

Omdat hij al meer dan een decennium meegaat, was het publiek opvallend gemengd, al bestond het grootste deel uit de iets ‘oudere’ volwassenen. Met trompetsolo’s en gelaagde, diepgaande teksten bewees Yong Yello opnieuw een echte woordenkunstenaar te zijn, wat een even goede match bleek als de Aperol Spritz en ijsblokken die rijkelijk vloeiden op de weide. Er werd niet bijzonder veel gedanst, maar wel luidkeels meegezongen, zeker bij publieksfavorietje “Als Ge Slaapt”, waarna de menigte uit volle borst “Yello, Yello” scandeerde. Ook wanneer hij volledige stilte vroeg voor een ingetogen nummer, kreeg hij die moeiteloos van de fans. Een bewijs van het respect dat hij als performer wist op te roepen.

Nieuwe muziek kwam er eveneens aan bod. Zo speelde hij voor het eerst live “’Tis Nooit Genoeg”, en dat terwijl hij crowdsurfte: Yello werd letterlijk op handen gedragen door zijn fans. Voor even mochten we in een “Luchtkasteel” wonen en genoten we van deze act.

Yong Yello staat op vrijdag 1 november in de Ancienne Belgique, op dinsdag 4 en woensdag 5 november in De Roma, op donderdag 12 maart in Cactus Muziekcentrum, op woensdag 18 maart in het Wilde Westen, op zaterdag 21 maart in Het Depot, op vrijdag 27 maart in C-mine, op donderdag 2 april in De Warande en op donderdag 16 april in Kunstencentrum VIERNULVIER.

Bente @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke

Met enkele rake kreten toonde Bente van de meet af aan dat ze vroeg op de dag al goed bij stem was. En dat was zij niet alleen: al tijdens openingsnummer “Ik heb je zo gemist” vervoegde Mathieu Terryn van Bazart de zangeres en haar band, zodat ze elkaar elk hun dienst hebben bewezen (Bente verscheen donderdag al ten tonele bij het verrassingsoptreden van Bazart, nvdr). Op “Liever niet alleen” schoof de Amsterdamse haar zachte, lieflijke stem even naar de coulissen en pompte ze een wat strengere stem uit haar strottenhoofd, terwijl de intensiteit stilaan aanzwelde. Bente meende daar trouwens wat ze zong, want na Mathieu Terryn kwam ook Pascal van BLØF langs om zijn bijdrage aan “Hoe hou ik dit vast” te leveren en te vertellen dat je elkaar wat vaker mag aankijken om te zeggen dat je van elkaar houdt. De gezelligheid spatte ervan af en na een einde met wat meer spice, konden we concluderen dat Bente nog niet in de buurt van haar collega’s S10 of Froukje komt, maar wel al vroeg in haar carrière een fijne en enthousiaste poprockshow op poten kan zetten, inclusief een sjaalknipoogje naar Palestina.

Soapbox @ Backyard

Omwille van hardnekkige visumproblemen kan Upchuck het Europese vasteland jammer genoeg niet betreden en daarom moest Pukkelpop snel op zoek naar een waardige vervanger. Uiteindelijk kwamen de boekers in Glasgow terecht waar een band genaamd Soapbox al een tijdje herrie aan het schoppen is. Dat het viertal zin had in hun eerste optreden op Belgische bodem bleek al van bij de start. Energie, wilde bewegingen en een strak geluid deed heel wat stof opwaaien aan de Backyard. Hun directe aanpak was spek voor de bek van de mensen die er samentroepten en redelijk vlug voor een ontvlambare sfeer zorgden. Zoals het een goede punkband beaamt, schopten ze tegen allerlei onrechtvaardigheden in hun eigen land, maar ook ver daarbuiten. Zo hadden ze het tijdens een nummer over de busregeling in hun thuisstad Glasgow (“Private Public Transport”), maar het kon ook gewichtiger met bijvoorbeeld een uitgebreide steunbetuiging aan Palestina. Op hun laatste nummer namen ze dan weer Prins Andrew op de korrel en lieten ze het publiek hem uitschelden voor pedofiel. Soapbox had alles wat we van een goede punkband verwachten, en zelfs nog iets meer.

Soapbox is een van de aangekondigde bands voor Left of the Dial in Rotterdam.

Zinadelphia @ Lift

© CPU – Nathan Dobbelaere

Zinadelphia was gisteren een van de namen die niet meteen een belletje deed rinkelen, maar de Amerikaanse weet klaarblijkelijk wel relatief vlotjes de streams binnen te harken. Reden daarvoor is een mix van TikTok, Spotify-playlists en natuurlijk ook gewoon degelijke nummers. De zangeres maakt naar eigen zeggen de brug tussen het verleden en het heden van de pop, met haar rauwe stemgeluid als bindende factor. In de Lift kwam zeker dat laatste goed tot uiting, want samen met haar drummer en bassist wist de zangeres wel een coole groove neer te zetten in een zelfs relatief mooi gevulde tent. Zinadelphia entertainde en liet de Lift wiegen, maar was achteraf gezien ook niet per se heel speciaal. Een beetje soul, een beetje pop… Weinig verrassend dat iemand als Teddy Swims fan is. Maar goed, als tussendoortje kon het zeker, ware het niet dat de set helemaal inzakte toen ze de TikTok-trend ‘put a finger down if…’ met het publiek wilde uitvoeren. Het duurde allemaal iets te lang en de vibe ebde weg. Zelfs toen de Amerikaanse zelf de gitaar omgordde en voor nog wat extra laagjes zorgde. We snappen het succes van enkele nummertjes, maar voor een volledig concert was het misschien nog iets te vroeg.

Wallows @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

We moeten er niet flauw over doen: het huidige succes van Wallows is voor een zeer groot stuk te danken aan de populariteit van Dylan Minnette. Als acteur werd hij een tieneridool en toch was er voor de schijnwerpers van Hollywood ook altijd die grote voorliefde voor muziek. De liefde raakte ondanks zijn successen als acteur gelukkig nooit helemaal uitgedroogd. Meer nog: Wallows is al een tijdje zijn grootste prioriteit. De band stond gisteren voor het eerst op Pukkelpop en daar waren ze naar eigen zeggen heel blij mee, al was dat niet per se van hun gezicht af te lezen. De band speelde met een nogal lakse houding, maar het deed ze gelukkig niet de das om. In ruim vijftig minuten gingen ze voor een brede representatie van hun groeiende discografie en daarvoor wisselden ze zelfs meermaals van instrumenten. Minnette trok natuurlijk al blikken naar zich, maar eigenlijk was hij hoe dan ook niet de gedoodverfde frontman.

Iedereen mocht eens achter de microfoon staan, wat de dynamiek van de show zeer ten goede kwam. De aandacht geraakte alsmaar meer gespreid over de bandleden. Tijdens “OK!” sprong Minnette weliswaar in het publiek om een paar stukken door een loyale fan te laten meezingen en als enige maakte hij al eens gebruik van de catwalk, maar ook drummer Cole Preston greep met zijn puik drumwerk meermaals zijn momentum. Afsluiten deden ze met een energiek kwartiertje. “Pictures of Girls” was als nummer misschien net iets te voorspelbaar, maar het was afsluiter “Remember When” waarmee ze voor een uitbundige festivalsfeer zorgden.

Being Dead @ Club

De naam had die van een gitzwarte gothicgroep kunnen zijn, maar niets was minder waar. Being Dead serveerde een stevig vieruurtje indierock, waarbij de Texaanse zon toch even leek door te breken onder het grauwe hemeldak – al bleef het eerder bij een waterzonnetje. Falcon B*tch, Gumball en Ricky Moto hadden het duidelijk naar hun zin, al kwam de set wat rommelig op gang. De lo-fi riffjes en samenzang misten aanvankelijk samenhang en wisten weinig tot de verbeelding te spreken. Een gastpercussionist bracht later wel wat speelsheid in en de Palestijnse vlag subtiel aan de drumkit gaf een mooi extra accent. Ondanks de nonchalante indruk van het drietal, groeide de set gestaag aan kracht toen de rollen werden omgewisseld. Zodra Ricky Moto de microfoon en gitaar overnam vanachter de drums, klonk het plots dieper, gruiziger en veel meer gefocust. De Texasrakkers vonden hun richting en galoppeerden overtuigend het tij tegemoet.

NC @ Boiler

Twee eigen nummers heeft NC en we durven onze hand ervoor in het vuur steken dat je ze daar niet van gaat kennen. Nee, de jonge dj uit de Scheldestad wordt meer geprezen om haar mixkunsten. Enkele weken geleden speelde ze op Sfinks Mixed een set die wat als vreemde eend in de bijt klonk, maar wel erg leuk en dansbaar was. Op Pukkelpop meer van dat en naast het hoge beweegbaarheidsgehalte trok de Antwerpse ook haar Marokkaanse roots door. Een zorgvuldig geselecteerde mélange van baile, booty, r&b en UKG zou een breed spectrum uit het PKP-publiek moeten aanspreken, maar daar hadden veel bezoekers geen anderhalf uur de tijd geduld voor. Zonde nochtans, want naar het einde toe veranderde de tamelijk lege Boiler van het begin tot een kolkend orkaantje onder de impulsen van “Original Nuttah”, “Push” van Skrillex, een vlaag retrohouse en zelfs “Paris Hilton” van Dikke, dat een vrolijk, upbeat sausje over zich heen gegoten kreeg. Geduld werd dus beloond, want met een grote betrokkenheid naar het publiek toe veroverde NC ons hart. Op geen een mixfoutje viel ze te betrappen en dat terwijl ze bijlange niet de makkelijkste methoden gebruikte om track A in track B te laten overvloeien. Als IKEA van de alternatieve elektronische catalogus bood ze een uitermate breed assortiment aan, zonder dat er een deel van de set uit de boot viel.

Still Woozy @ Marquee

© CPU – Ann Carpentier

Still Woozy bracht zijn psychedelische pop gisteren rechtstreeks vanuit zijn slaapkamer naar een mooi gevulde Marquee en dat was niet meer dan terecht. De Amerikaan spreekt (onder meer via sociale media) een groot (en jong) publiek aan, dat maar al te graag mee kwam viben in de tent. Door de concurrentie van onder meer Kraantje Pappie was het niet superdruk, wat meer ruimte gaf om mee te wiegen op de zomerse vibes van de Amerikaan. Die had overigens het zonnetje, en zelfs een reeks opblaasbare en plastic bloemen meegebracht, om het allemaal net dat tikkeltje kleurrijker te maken.

Sven Gamsky had er, ondanks de ‘goeiemorgen’ om half vijf, zienderogen heel veel zin in. Zoveel zelfs, dat hij zelfs een beetje te wild oogde voor de muziek die hij maakte. Springen, heen en weer rennen, en wat dollen met zijn band – er waren alleen maar positieve vibes te bespeuren in de Marquee. En dat werkte aanstekelijk, met handjes in de lucht en uiteindelijk zelfs nog een opblaasbaar figuurtje dat het podium invulde. Het werkte de gemoedelijk enthousiaste sfeer alleen maar meer in de hand en Still Woozy kroonde zich steeds verder tot koning van de groove; met zijn gitaar in de hand op het podium, of ‘sexy tussen het sexy publiek’… de Amerikaan bleek een geboren entertainer, zelfs met minder uitnodigende muziek. Heel tof dus, om niet ‘het zonnetje in huis’ te moeten gebruiken. Fijn om de vooravond mee op gang te trappen.

Kraantje Pappie @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke

“Waar is Kraan?” In de overvolle Wave bleek het antwoord meer dan duidelijk. Nog voor de show begon, leek het op taferelen à la Roxy Dekker: zoveel volk dat zich een weg naar binnen probeerde te banen. Kraantje Pappie verscheen met één mede-mc, een gitarist en een dj achter de keys. Het doel was een feestje bouwen en dat lukte vanaf de eerste seconde. Bij “De Manier” brulde de hele tent moeiteloos mee en werd duidelijk dat Kraantje Pappie’s discografie eigenlijk bijna alleen maar uit hitjes bestaat. Het is een kunst om zowel chirofuiven als een uit zijn voegen barstende festivaltent te kunnen bespelen, maar de Kraan heeft de touwtjes stevig in handen. Geen saaie backingtrack, wel elke lijn live gerapt. Bij de eerste seconden van grootste hit “Traag” ontplofte de Wave volledig en waanden we ons bijna in een kelderclub, maar dan maal honderd.

Met “Liefde in de Lucht” bracht hij naast euforie ook een boodschap, door nog eens aandacht te vestigen op Palestina. Kraantje bewees de definitie van een mc te zijn: een echte master of ceremony die zijn publiek niet één seconde losliet. Hij speelde ook een nieuw nummer van het aankomende album en maakte reclame met de allerlaatste tickets voor zijn show in Trix op 6 december. Voor de laatste twee nummers was het kot te klein: “Pompen” en “Feesttent” braken de tent effectief af. Kraantje Pappie bracht een masterclass in crowd control en liet zien waarom hij al jaren meegaat als feestjesbouwer.

Kraantje Pappie staat op zaterdag 6 december in Trix.

The Chisel @ Backyard

Anyone Else Fucking Sick of The Chisel? Het is een legitieme vraag, maar Pukkelpop antwoordde daar iets voor vijven luidkeels ‘neen’ op. De Londense band kunnen we, gezien hun jarenlange activiteit, bezwaarlijk nog nieuwkomers noemen, maar toch konden we zien dat het gros van het publiek aan de Backyard hen pas gisteren echt ontdekte. Met hun rechttoe rechtaan punk met hardcore-elementen hadden ze behoorlijk wat stevige nummers in petto, en dat zorgde vooraan hier en daar voor wat toepasselijke two-steps. De agressieve ondertoon in Cal Grahams stem en de harde gitaren stompten meermaals op onze maagstreek in, maar wat ons betreft had The Chisel gerust nog iets verwoestender mogen uithalen. Een echt eenduidig hoogtepunt was er uiteindelijk niet in The Chisels set, maar als eerste date met Pukkelpop smaakte dit wel naar meer.

Man/Woman/Chainsaw @ Lift

© CPU – Nathan Dobbelaere

Op deze Pukkelpop-editie zijn twee woorden met een ‘g’ een heet hangijzer: Gaza en gender. Beide sijpelen door in alle uithoeken, zowel bij artiesten als in de maatschappij tout court. Wat gender betreft, zochten de Londenaars van Man/Woman/Chainsaw het eerder abstract op. Academisch werk vormde de voedingsbodem om verbanden te leggen tussen gender en horrorfilms. Het horrorgedeelte kwam tot uiting in de noisy stukken waarmee het zestal zich op een rij etaleerde. Ze oogden misschien als Britse laureaten van Kunstbende, maar toonden op hun jonge leeftijd al goed hoe ze het bloed onder de nagels konden laten koken. De violiste had het daarbij soms wat lastig, maar niemand tastte volledig in het duister. Lichteffecten boden de omkadering en gaven ruimte om ook met subgenres te spelen. Het geheel was experimenteel, maar tegelijk onmiskenbaar rock ’n roll, zeker wanneer er over de grond gerold werd. Naarmate de psychedelica en decibels toenamen, bleek het allemaal een schot in de roos. Het hoefde gisteren niet altijd even gemakkelijk te zijn, zolang het maar bleef snijden.

Man/Woman/Chainsaw staat op zaterdag 1 november op Les Nuits Weekender in de Botanique.

The Last Dinner Party @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

We trokken naar de Main Stage-weide voor een flinke portie girlpower. Alhoewel het nog geen dinertijd was, kregen we toch een stevige portie indierock voorgeschoteld. De intro van de show was ook de intro van het album Prelude to Ecstasy, hun enige plaat tot nog toe. Tijdens “Caeser on a TV Screen” wandelde steeds meer volk vooraan de weide. Ze brachten ook meerdere nieuwere nummers, die soms iets weg hadden van engelengezang gevolgd door rockende gitaren en drums. Maar er kon evengoed zacht onder pianobegeleiding gezongen worden. Veel leven buiten wat wiegen zat er niet in de menigte, maar velen genoten er duidelijk wel van.

Aurora Nishevci leidde het volgende nummer “Gjuha” in, iets wat haar mama vroeger in haar moedertaal zong, waardoor we een portie harmonieus Albanees te horen kregen. Bij “Sinner” schoot frontzangeres Abigail Morris plots wakker en vloog de energie de hoogte in, met bijhorende dansmoves. We hoorden nog een vette gitaarsolo en zagen een kort momentje tussen de gitariste en de zangeres, iets wat het publiek duidelijk wist te smaken.

Zoals altijd op TLDP’s laatste shows werd er ook een moment genomen om aandacht voor Palestina te vragen, dit keer zelfs met een QR-code die opriep om te doneren voor medische en voedselhulp voor de getroffen mensen. Afsluiten deden ze met hun grootste hit “Nothing Matters”, waar stevig werd meegezongen. Zo hoorden we een simpele, maar geslaagde show zonder al te veel meer.

Oscar and the Wolf @ Buzz

© CPU – Ann Carpentier

Vrijdagavond nog een van de headliners op de Main Stage, gisteren plots een verrassing bovenop de Buzz: Oscar and the Wolf. In de Lijnbus die bij PKP DWNTWN geparkeerd staat vinden doorheen het hele weekend wel enkele speciallekes plaats, maar op zaterdagnamiddag was het toch de allerspeciaalste. Na zijn zegetocht wilde Max Colombie klaarblijkelijk absoluut nog een afterparty, en dat werd een redelijke stevige. De man deed het helemaal in z’n eentje bovenop de Buzz, maar ownde dat wel. Een twintigtal minuutjes lang vuurde jij vier nummers op een vol skatepark af, waarvan óók nog eens twee speciallekes.

Maar goed, beginnen bij het begin: een in techno gedrenkt “Nostalgic Bitch” werd ontvangen op confetti en een springende massa, terwijl Colombie het veelal bij meezingen met zijn muziek en sensueel dansen hield. Dat hij daarna “Losing My Religion” van R.E.M. in een Oscar and the Wolf-jasje zou gieten, hadden we dan weer niet zien aankomen. Snoeiharde beats, kronkelende electronica en een frontman die zich steeds meer in zijn nopjes voelde. Dat werd bij “Obsessed” nog net dat tikkeltje duidelijker toen hij de stem vooral aan zijn backingtrack overliet, maar geen haan die daar naar kraaide. Iedereen was ver mee in de wazige clubvibe, en dan moest nog te verschijnen single “Fuck Hard” nog komen. Voorafgegaan door een speech die liefde en vrede predikte en in een nog hardere versie van vrijdagavond was dat misschien wel het orgelpunt van een fijne verrassing. Twintig minuutjes domme fun op een Lijnbus? Dat kan alleen op Pukkelpop.

Yukimi @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Voor sommige concerten volstaat één woord om ze te omschrijven. In het geval van Yukimi kon dat eigenlijk al op voorhand geraden worden: vibe. In lederen overjas en zonnebril straalde de Londense moeiteloos authenticiteit uit, terwijl ze de Club in een zwoele roes dompelde. Haar soulvolle r&b en de funky grooves van haar begeleidingsband voelden als het muzikale equivalent van een festivalweekend. Niets moest, alles mocht, zolang het maar hielp om het hoofd even helemaal los te laten. Ook haar Little Dragon-verleden kreeg een plek, net als een ode aan enkele van haar favoriete Britse artiesten. Op vlak van publieksinteractie mocht het misschien wat meer zijn, maar de aanwezigen lieten liever de riedels dan de woorden spreken. Yukimi bracht een concert dat niet draaide om pieken of extase, maar om een constante gloed van warme flow. Precies daarin lag haar universele kracht, waarmee ze in de Club schitterde als een parel in de traditie van acts die ooit in dezelfde tent begonnen en later de hoofdpodia veroverden.

Kneecap @ Wave

© CPU – Nathan Dobbelaere

Terwijl onze premier momenteel geniet van een reis in Zuid-Afrika, doen politici elders in Europa alle moeite om KNEECAP te verbannen van festival- en clubpodia. Zo mochten Mo Chara, Móglaí Bap en DJ Próvaí niet spelen op Sziget, de Hongaarse tegenhanger van Pukkelpop. In Kiewit werden ze daarentegen wel met open armen ontvangen, al was het maar omdat de organisatie een kledinglijn ontwierp in steun van de Palestijnen. Daartegenover is er op Pukkelpop altijd plaats geweest voor maatschappijkritische hiphop en dance. De Ieren en de Wave waren daarin twee handen op één buik. De tent mocht dan niet uitpuilen, de vlijmscherpe teksten en de wapperende vlaggen gaven het geheel een opzwepende energie. Dat hun dialect hier misschien door nul komma zoveel nul mensen werd gesproken, maakte weinig uit. De Engelse passages bij “Better to Live” met Grian Chatten op tape, of gewoon de naam ‘Kneecap’ in de verzen, waren op zichzelf al molotovcocktails. Voorin had security de handen vol met crowdsurfers en een uitzinnige massa.

Solidariteit en verzet vormden zo een dik uur lang de motor die de samenleving vooruit duwt. Golven van decibels en menselijke bewegingen deden de naamsverandering van de Dance Hall alle eer aan. Mo Chara was nog steeds een vrij man en preekte eervol, terwijl Móglaí Bap genoot van de aandacht. Maar toen ze samen met DJ Próvaí “Your sniffer dogs are shite” inzetten, ging het jonge publiek helemaal door het lint. Door de harde beats zat er hier en daar wat rommel in de mix, maar dat deerde niemand. De preview van een nieuwe single met pure klasse en schurende elektronica ketste er ongenadig hard doorheen. Ook bij melodieuzere bangers als “I’m Flush” en “Get Your Brits Out” vloeiden de bars, het zweet en hun rebellie naar een hoger niveau. Hun kwajongensstreken waren ze daarbij evenmin verleerd en met het anarchistische “The Recap” zetten ze de tent voor een laatste keer volledig in vuur en vlam. Free Palestine en waarom niet meteen wereldvrede voor iedereen, met de gebalde vuist in de lucht.

RY X @ Marquee

Het was een redelijk chill dagje in de Marquee op zaterdag, met rond etenstijd ook nog eens de doortocht van RY X. De Australische artiest en producer houdt het graag breekbaar met toch nog dat elektronische randje, waardoor het in de tent toch net dat tikkeltje zomerser werd dan onder het grijze wolkendek buiten. Ry Cumming is met zijn leren jasje en grote hoed sowieso al een figuur, maar door de minimale belichting en rustgevende visuals leverde dat een nog net iets beklijvendere sfeer op. Hitje “Berlin” hield het helemaal in het begin van de set nog ingetogen, maar dan mocht zijn driekoppige begeleidingsband zich komen moeien.

Zelden paste een omschrijving als openbreken zo goed bij een set als bij die van RY X. De minimalistische elektronica en beats deden de golven van de Australiër vibreren, totdat ze zich onder de huid opwerkten tot een orkaan. Terwijl de man genoegen nam met een enkele spot, werd de algehele lichtshow enkel maar intenser. Je zag ook dat Cummings daar oprecht van genoot, die bijna underdog-vibe waarmee hij nog net wat meer sympathie loskreeg van de tent. Misschien dat het feit dat het zijn laatste show van de tour was, dat hij er extra van genoot. Maar wat maakt dat uit, RY X had op een klein uur tijd de hele Marquee gewoon meegesleurd zijn donkere, warme, pulserende wereldje. Dat kwam vooral doordat de man tegelijkertijd een zekere mystiek alsook het idee dat je hem persoonlijk kent uitstraalt. “Only” kreeg de tent niet muisstil, maar zorgde wel voor een zee aan lichtjes die de set mooi bekroonden. Misschien wel een van de meest onverwachte hoogtepuntjes van de dag.

DITZ @ Backyard

© CPU – Jan Van Hecke

DITZ is nooit verlegen om een stunt. Dat zagen we recent nog in de Botanique waar Cal Francis zonder te verpinken in de nok van de Rotonde klom. Je weet dus eigenlijk met zekerheid dat er iets staat te gebeuren met DITZ op een podium. Maar het zijn niet alleen de waaghalzige acties die ervoor zorgen dat de groep een intrigerende livereputatie heeft, want ook muzikaal zit het plaatje van het gezelschap uit Brighton uitzonderlijk strak in elkaar. Na wat oponthoud bij de Brits-Franse oversteek was de groep toch nog op tijd op de Backyard geraakt en dat er wat frustraties weggespeeld moesten worden, bleek al bij een van de eerste nummers. Tijdens “Taxi Man” ging Francis al het publiek in om wat ruimte te maken voor een muur van de dood. Het effect had nog wat harder mogen zijn, al raakte het publiek wel na enkele minuten mee in wat DITZ aan het brengen was. Het gaspedaal hielden de Britten haast non-stop ingedrukt en tegelijk speelden ze messcherp. “I Am Kate Moss” was de muilpeer die we nodig hadden en ook “The Body As a Structure” bleef kleven. Al bij al was DITZ gewoon weer behoorlijk onvoorspelbaar en net daarom blijft het een verrijking om ze live aan het werk te zien.

DITZ staat op zondag 23 november in het Wintercircus.

DON WEST @ Lift

© CPU – Ann Carpentier

Als je DON WEST op straat tegen het lijf zou lopen, dan zie je een posterboy met allures, maar op het podium ontkrachtte hij dat beeld gisteren helemaal. Met minimale schattige danspasjes en zijn hoge, hese cowboystem liet hij ons in vijftig minuten horen wat gemoedelijkheid betekent. De man laat zich inspireren door artiesten als Marvin Gaye en Thee Sacred Souls en bracht uit het verre en warme Sydney een sound mee die vooral vormgegeven werd door een kalme gitaar, simpele drumpatronen, een trompet en een saxofoon. Vraag aan ChatGPT om klank in beeld om te zetten en je krijgt een afbeelding van een lange strandpromenade die bezaaid is met blinkende oldtimers en waarop de palmbomen lustig waaien in de wind. Die kustsoul gaf de kans aan wie niets wilde missen, maar toch even een powernap wilde doen, om zijn idee tot uitvoering te brengen. Met weliswaar een slow wiegde de Lift een laatste keer liefdevol heen en weer.

Joost @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier

Chaos in zijn essentie die niet voor iedereen was weggelegd, zeker niet de casual muziekfan. Joost Klein en zijn gekende team maakten een uur lang alles kapot, om het daarna terug te maken en vervolgens opnieuw te ruïneren. Voor de show kregen we nog een waarschuwing voor de ‘Joost Klein experience’, en een gewaarschuwd man is er nu eenmaal twee waard. ‘Zijn jullie klaar om te rock&rollen?’ riep hij, en dat was zeker niet het enige genre waarop gestampt kon worden: we gingen van hardstyle naar techno en terug naar hardcore. “Why not???” En talrijke andere nummers waar de hele Main Stage in de ban van was.

Het decor was opmerkelijk en bedoeld om te verwarren. Een paar jongens liepen rond met camera’s, er stonden twee dj’s, een man rookte op een trapje en een ander schilderde met zijn rug naar het publiek. Er was zoveel gaande tegelijkertijd dat het moeilijk te volgen was. Bij “Luchtballon” deed het hele team mee: videocamera’s die rechtstreeks naar de schermen gingen, wisselden in fracties van seconden van point of view. Stampen, springen en gaan op “Droom Groot”, zoals we dat eigenlijk op bijna ieder nummer deden. Joost ging vaak in conversatie met het publiek, maar nooit voor lang. Hij was dankbaar, maar vertelde ook droevig nieuws te hebben gehoord en wilde de agressie kwijt in zijn nummers. “Meneer Bram de Nederlander”, een van de figuren in dit toneel, kwam zelfs een authentiek lesje hakken geven en zo zat de show vol willekeurige gebeurtenissen. Een nieuwe song met een live rockgitaar, “Ik kan niet zonder jou”(al is de officiële titel nog niet bekend), werd gebracht en de apotheose kwam er met producent en dj Gladde Paling. Afsluiten deden we met het nummer waarvan we de beelden uit 2019 nog herinnerden: nog één keer alles geven met “Ome Robert”.

Yard Act @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Na een wervelend debuut is het doorgaans moeilijk om te bevestigen en ook Yard Act moest toch een paar waters doorzwemmen om zichzelf als band te heruitvinden. De voorgaande jaren probeerden ze hun concerten te upgraden door er een theatrale toets aan toe te voegen door middel van dansers en choreografieën. De gewaagde gok hield Yard Act dan wel in leven, maar wat waren we blij dat ze voortaan gewoon weer ‘back to basics’ gaan. Gewoon spelen zonder te veel fratsen en gewoon uitgaan van de kracht van de nummers. James Smith was behoorlijk beweeglijk en dat voorbeeld volgde een volgepakte Club. Dansen, genieten en de sfeer absorberen; Yard Act deed het met een vitaliteit die hen deugd deed. Ook de setlist zat snor en bevatte een resem catharsissen zoals “We Make Hits” en “The Overload”. Voor “The Trench Coat Museum” ging de hele tent letterlijk en figuurlijk op de knieën en zo eindigde Yard Act zowat een van hun beste passages in ons land met een onvervalst hoogtepunt.

Yard Act staat op woensdag 19 november in Vorst Nationaal in het voorprogramma van The Hives.

Arsenal @ Marquee

© CPU – Ann Carpentier

Geen Mk.gee in de Marquee: de beste man had het klaargespeeld zijn privéjet te missen. Arsenal to the resque, en laat dat nu de ideale festivalband zijn. Dat had ook Pukkelpop geweten, want de tent stond al ruim op voorhand stamp- en stampvol om de Belpopklassiekers van John Roan en Hendrik Willemeyns te mogen ervaren. En ervaren is zeker geen toevallig gekozen woordje, want de sfeer was werkelijk ongezien. “Amplify” kreeg de handen in de lucht en een meezing- en springmoment zoals dat van “Estupendo” hadden we afgelopen weekend nog niet mogen ervaren. Op zich ook gewoon straf dat zo’n uitgebreide liveband als Arsenal erin slaagde om er te raken én van Mk.gee geen spoor na te laten.

Enkel voor een tussenstop in de plantenwinkel was er vandaag geen tijd, maar dat maakte van pakweg “Longee” geen minder groots moment. Na Leonie Gysel was het aan Lindy Versyck om met “Temul (Lie Low)” haar duivels te ontbinden, en dat gooide enkel en alleen nog maar meer olie op het vuur. Het waren op een gegeven moment haast ongeziene toestanden in de Marquee. Afsluitend tweeluik “Lotuk” / “Melvin” zorgde zelfs voor een permanent springende massa die helemaal opging in Arsenal. Om dan toch de vergelijking met de voetbalclub te maken, deze band ging niet voor de vierde plek maar resoluut voor het kampioenschap. Met een tent vol hooligans en ultra’s die zich voluit smeten voor elke baltoets. De ideale festivalband, eens te meer, zelfs als een aankondiging pas een paar uur op voorhand plaatsvindt.

Amaarae @ Wave

Vijvenveertig (!) minuten te laat kwam Amaarae op het podium liggen om haar show alsnog te starten. Zonder entourage of band begon ze duidelijk zelf gefrustreerd te zingen, maar niet voor lang. Voor een Wavewaar intussen veel mensen alweer waren vertrokken en er nog ongeveer een vierde van de tent gevuld was. Op de achtergrond verschenen graphics met tekst en er passeerde zelfs een stukje “FE!N” van Travis Scott als overgang.

Na enkele r&b- en afropop-songs bracht ze ook nieuwe muziek en bedankte ze de fans die ondanks de technische problemen waren gebleven. Haar microfoon stond met momenten te luid, waardoor het soms leek alsof ze eerder riep over een backingtrack dan echt zong. Toch bracht ze haar nieuwe “fineshyt” en moesten we toegeven dat, ondanks de vertraging, ze hard haar best deed om iedereen mee te krijgen. Voorin stonden veel echte fans, duidelijk maar voor één iemand gekomen. Uiteindelijk bouwde ze alsnog een feestje met nieuwe en oude nummers, al was dat wel met minder voorziene totale tijd.

The Get Up Kids @ Backyard

© CPU – Nathan Dobbelaere

Aan het prille begin van dit festivalseizoen kwam The Get Up Kids bij ons wat opwarmen in de Antwerpse Trix. Nu, bijna aan het einde van dezelfde periode, maakten ze de doorsteek naar Kiewit. De reden was nagenoeg dezelfde, namelijk het kwarteeuwjubileum van Something to Write Home About. Om het verhaal cijfermatig compleet te maken, stonden de emopioniers ook voor het laatst tien jaar geleden hier op het podium. In microtermen was 2015 haast een andere wereld. De Backyard heette toen nog The Shelter en zelfs Groezrock was nog niet aan het einde van zijn Latijn. Het Amerikaanse vijftal liet zich daardoor niet uit het lood slaan. De vaste schare fans tekende present om hun jeugdanthems mee te blèren. Een uur op een festivalpodium was misschien net iets van het goede teveel. Maar de afwisseling van snelle nummers, semi-akoestische passages en no-nonsense riffs riep ongetwijfeld mijmeringen op aan de Lintfabriek en de hoogdagen van Nijdrop en SOHO. Soms moeten zaken in het verleden blijven, maar bij The Get Up Kids telde dat nu even niet.

Sofia Isella @ Lift

© CPU – Nathan Dobbelaere

Met ruim anderhalf miljoen volgers op Instagram en nog eens minstens het gelijke aantal op TikTok kan je wel stellen dat Sofia Isella een van de rijzende sterren van deze line-up is. Nochtans is haar fluisterpop allesbehalve evident of makkelijk verteerbaar, en dat bleek ook tijdens haar eerste show in België. Technische problemen maakten het niet bepaald gemakkelijk om haar ‘moeilijke’ nummers tot leven te brengen. Tijdens haar eerste nummers was haar microfoon behoorlijk stil en kon je haar amper verstaan, wat best lastig is als je weet dat een groot deel van haar nummers rond de tekst draait. In de Lift ging dat ten koste van de aandachtsspanne van een hele hoop mensen rondom ons, waardoor het geroezemoes er niet beter op werd. Isella vroeg ons om lelijk te zijn en haar schrik te doen krijgen, maar daarvoor waren de omstandigheden niet de beste. Ze leek er zelf af en toe last van te ondervinden, maar week hoe dan ook niet af van haar eigenzinnige performancestijl. Ondanks dat we net iets meer van haar hadden verwacht, blijven we Sofia Isella in de gaten houden, want er zit wel iets in dat ons triggert en fascineert.

Simula @ Boiler

Wie dacht dat er al veel stof over het terrein heen hing, kwam bedrogen uit als hij de volgepakte Boiler binnen wandelende. Het gordijn van rook kende namelijk een redelijke dichtheid tijdens Simula. Gelukkig leende zijn keldergeluid zich ook wel tot die omstandigheden, want waar eergisteren Chase & Status Pukkelpop al leerden wat vettige beats zijn, deed Simula daar nog twee scheppen bovenop. Zijn minimal drum-‘n-bass vol gortige baslijnen en donkere effecten liet zich kennen als niet zo’n al te toegankelijke sound, maar er waren er weinigen die zich erdoor lieten afschrikken. Simula trakteerde de Boiler op een gratis sessie gezichtshuidsflexibiliteit, terwijl het aanwezige publiek hem op zijn beurt bedankte met een flink paar ‘OOOHW’s’ wanneer hij weer maar eens de overtreffende trap van de vorige drop gebruikte.

IDLES @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

‘F*cking IDLES’, dat was het credo waarmee de Britse postpunkers de Main Stage vlak voor de wisseling van dag naar nacht zouden slopen. Over het hele weekend zou het verzet tegen extremen gisteren zijn piek bereiken, maar dat was buiten Joe Talbot gerekend. Met de schouders en grimas van een havenarbeider probeerde hij iedereen op te zetten tegen fascisten die de boel wereldwijd proberen te verzieken. Ook noemde hij zichzelf een linkse softie, maar zijn vuist of zijn rochel wilden we toch liever niet van dichtbij voelen. Afgetraind als hij is, gaf hij snellere tracks als “Gift Horse” en “I’m Scum” een onverzettelijke vaart. Wie het meest onvermoeibaar was, bleek Marl Bowen, die in een glitterjurk vanaf het duistere begin bij “Colossus” de catwalk uittestte. Dit was puur spelplezier en lak aan de regels op het scherpst van de snee. Het gekletter en gebeuk waar IDLES al jaren mee uitpakt, bleef voor velen een exotische ontdekking.

Vooraan heerste het verdeel-en-heers van de massa, maar eenmaal voorbij de eerste rijen was er ruimte om te bewegen. Het was sterk werk van de organisatie om tijdens een doordrenkte gitaardag ook de kleinere varianten en fans te laten ervaren dat punk nog steeds op de Main Stage thuishoort. Het klassieke logo en het camerawerk hielpen daarbij om het publiek naar dit punt te brengen. Naast de vele ‘Viva Palestina’-kreten was er ook ruimte voor rust. Het softe en gelaagdere “POP POP POP” en “Dancer” boden een adempauze, terwijl de hunkering naar LCD Soundsystem op Pukkelpop ook bij die tracks voelbaar bleef. Maar de vlammen voor het behoud van onze rechten, plichten en het omarmen van diversiteit kookten letterlijk over bij de hit “Danny Nedelko”. Bowen creëerde onderaan het podium een menselijke tornado, terwijl Talbot het publiek opzweepte tot een collectieve uitbarsting van energie, solidariteit en onmiskenbare rebel spirit.

Obongjayar @ Club

© CPU – Nathan Dobbelaere

Voor het grote publiek vooral de stem achter “adore u” van Fred again.., maar Obongjayar is zelf ook gewoon een erg coole artiest. Vorig jaar liet de Nigeriaan de Lift nog baden in een broeierige sfeer, dit jaar was de Club aan de beurt. De man had daarvoor Paradise Now meegenomen naar Kiewit, zijn gloednieuwe album dat hij bijna aan de hand van een Amerikaanse gospelmis aan de man bracht. Het glitterjasje maakte vrij snel plaats voor een blote bast, maar ook daarachter schuilde enorm veel plezier en dankbaarheid.

Obongjayar was namelijk niet vergeten dat hij hier vorig jaar ook al stond, maar voelde al vrij snel meer sfeer en liefde in deze tent. Iets dat duidelijk wederzijds werkte, want de man amuseerde zich, zocht het publiek op en kreeg zelfs zonder vragen een relatief grote participatie in ruil. Van lampjes tot dansen, of simpelweg gewoon grooven: de afrobeats van de Nigeriaan werkten zo aanstekelijk dat je binnen de kortste keren werd meegezogen in zijn feestje. De set omvatte voor een groot deel nummers van die laatste plaat, maar dat maakte eigenlijk totaal niet uit, dit was gewoon dansen om je zorgen te vergeten. Obongjayar ontpopte zich op die manier zelfs tot een potentieel ideale headliner voor een festival als Couleur Café: speel maar door!

Obongjayar staat op maandag 17 november in de Botanique.

ANOTR @ Wave

Het elektronisch aanbod puilt de laatste jaren uit op Pukkelpop, maar pure house valt toch net buiten de al breed afgestelde oogkleppen van de boekers. Om de fans met een wat rustiger karakter – versta geen (afgeleide vorm van) techno of drum-‘n-bass – ieder jaar graag terug te laten komen, strikte de organisatie dit jaar ANOTR. Wie dus zin had om te dansen, maar de rest van het elektronische deel van het terrein boven zijn limiet vond uittorenen, kon terecht bij de kleine hitmachine. Met “How You Feel It” greep het duo de Wave direct bij het nekvel. De drie hanggordijnen vol vloeibare, kleurrijke visuals waren in lijn met hun recentste album On A Trip en vormden een accurate, fysieke verlengtak van de beats die het houseduo in Amsterdam in zijn koffer laadde. Met een uurtje glinsterende disco met een touch van jazz en funk zetten ze zich in hetzelfde straatje als Purple Disco Machine en zorgden ze voor veel opgetrokken mondhoeken in de zaal. De valkuil van te veel van hetzelfde was wel niet ver weg (“Vertigo” heeft namelijk hetzelfde beginspinsel als grootste succes “Relax My Eyes”), maar hoofdzaak bleef dat de goedgemutste heren power flower-achtige vibes doorheen de tent verspreidden. Peace & love, baby!

Khruangbin @ Marquee

© CPU – Ann Carpentier

Zoals gezegd was het gisteren een chill dagje in de Marquee. En wie anders is meer geschikt dan de keizers van de cool vibes om de tent te headlinen? Khruangbin is al lang niet meer ‘die band met die rare naam’ en kan tegenwoordig zelfs zalen als de Lotto Arena vullen. Niet meer dan terecht, want ook gisteren stond de tent helemaal om de coole vibes van de Texanen tot zich te nemen. Iets dat de leden ook gewoon uitstraalden, strak ik het pak of met een grote strik op het hoofd. Khruangbin had het podium omgetoverd in haar recentste albumcover voor de nodige strakheid, en daardoor kwam het geheel nog net dat tikkeltje zuidelijker over.

“Hold Me Up (Thank You)” golfde door de wolken, terwijl “So We Won’t Forget” eerder de bliksem opzocht bij valavond. Meteen ook het teken voor de band om het tempo wat omhoog te schroeven. “Maria También” was daarmee het ideale startpunt, met “Evan Finds the Third Room” als ideale opvolger. De grooves werden psychedelischer, de baslijnen doordringender en de leden leken zich daarmee ook gewoon steeds meer te amuseren. Khruangbin toonde alle kleuren van de regenboog, zonder daarbij te slabakken. “Time (You & I)” bracht ons terug richting tropische temperaturen van afgelopen vrijdag en ook afsluiter “People Everywhere (Stay Alive)” groovede langs alle kanten je gehoorkanalen binnen. Het concept van Khruangbin is met bas-drums-gitaar vrij simpel, maar net door de cool van de drie leden – die met het grootste gemak over het podium wandelden – draagt zoveel bij aan de sfeerschepping dat je bijna niet anders kan dan van een ervaring spreken.

The Chats @ Backyard

© CPU – Nathan Dobbelaere

Onze maag zat behoorlijk vol, maar een portie vettige pubfeed slaan wij nooit af. Ook niet na een zeer verzadigend buffet dat haast onuitputtelijk lijkt. The Chats weet nu eenmaal waar je je maag mee vol krijgt. Op hun gebruikelijke wijze kletterden de Australiërs aan een moordend tempo langsheen welgeteld 21 nummers. Op een set van een uur is dat meer dan behoorlijk, al bleef de honger naar snel verteerbare punknummers groter dan groot. Een nieuw album laat inmiddels meer dan drie jaar op zich wachten, maar er lijkt wel wat in de maak te zijn. Het nieuwe “Half Arsed” was een valse trage die in de studio nog wat kruiding zou kunnen gebruiken, maar een andere nieuwe nummer, genaamd “Drinking of Two”, voelde dan weer wel aan als een instant succes. Vooraan ging het in ieder geval stevig tekeer en de stroom aan crowdsurfers stokte haast nooit. The Chats leent zich nu eenmaal voor een onvervalst punkfeest. Eindpunt “Pub Feed” was het equivalent van een Big Mac van de McDonald’s op een minder nuchtere maag en dat weet niet alleen een minder academische student; dat gaat er altijd in. The Chats hanteerde ook gisteren geen revolutionair recept, maar dat is bijzaak als je ziet hoe hard die formule blijft aanslaan.

DEADLETTER @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke

Clashes zijn op festivals met meerdere podia onvermijdelijk, maar na IDLES was het voor veel (post)punkliefhebbers wellicht een kwestie van kop of munt tussen DEADLETTER en The Chats. Beide riffmonsters liggen misschien wat uit elkaar, maar beide leveren kwaliteit. In het geval van DEADLETTER mocht het er toch een stuk artistieker aan toegaan. Wat de Zuid-Londenaars onderscheidt, zijn niet alleen de gruizige saxofoonklanken, maar ook een onmiskenbare grassrootsflamboyantie die hun optreden bijzonder maakt. Zac Lawrence droeg nu geen cowboyhoed, maar zijn schelle blik werkte net zo dreigend als hypnotiserend. Nummer na nummer voerden hij en de rest van de band de Lift in een trance die eerst onwennig aanvoelde, maar daarna overging in herkenning. Het publiek werd meegesleurd door de combinatie van intensiteit, inventieve arrangementen en een voelbare chemie binnen de groep, waardoor DEADLETTER zich moeiteloos losmaakte van het festivalgeweld om hen heen.

Sub Focus @ Boiler

Afzeggingen van headliners, annulaties op de dag zelf… Ook Pukkelpop kreeg er dit jaar meermaals mee te maken, maar de dnb-namen stonden er. En welke dan nog: zaterdagavond kon je tussen elf en twee én Sub Focus én Netsky zien. Niemand met zoveel anthems als die eerste en dus werd het volume omhoog gedraaid voor de Jezus van de scene. De Brit tilde ons van de grond met een mash-up van “Off The Ground” en “Hands In The Air” van Mozey en predikte liefde met “Love Is The Answer” van collega/vriend 1991. Wij zijn aan het wachten op het moment dat we Sub Focus eens een foutje zien maken of een mindere set zien draaien, zodat we toch eens iéts negatiefs kunnen schrijven en de geloofwaardigheid van onze recensies overeind blijft, maar tevergeefs. Ook gisteren geen succes, want met verder ontzettend luid, maar ook helder geluid, een propere lichtshow en een stevigere set dan verwacht met nieuw materiaal als “So Many Colors” zorgde Sub Focus voor de ultieme dnb-beleving.

Whispering Sons @ Club

© CPU – Ann Carpentier

Wie geen zin had in headliner ad-interim Macklemore, kon in de Club terecht voor de thuismatch van de dag: Whispering Sons. De Limburgers zijn graag geziene gasten op Pukkelpop en mogen er, zelfs als er geen nieuw materiaal voor te stellen is, met gemak rekenen op een volle tent. Nu ja, niet dat er per se een groots alternatief was, maar goed. Whispering Sons heeft de laatste tijd verschillende gedaanteveranderingen ondergaan en lijkt nu strakker dan ooit te staan. Elektronica werd ook gisteren meer omarmd, net als de Palestijnse vlag.

De band was simpelweg in haar nopjes en leek al van de eerste tonen klaar te zijn om zich honderd procent te smijten. “The Talker” bracht aan het begin een coole groove, waarna Fenne Kuppens almaar meer haar duivels zou ontbinden. “Hollow” kwam harder binnen dan verschillende vorige keren dat we de band aan het werk zagen, net doordat we aan alles voelden dat er wel een soort nieuwe wind over het podium waaide. Hoewel op plaat wat minder voor de hand liggend, vloeiden de nieuwere songs wel vlot tussen het oudere new wave-geluid, waardoor Whispering Sons wel een mooi samenhangend geheel afleverde. Natuurlijk was “Alone” in de buik van de set een van de hoogtepunten, maar de band koos voor nieuwer materiaal om onder de huid te laten kruipen. Een soort 2.0-versie in de Club, die zeker aansloeg en werkte.

Whispering Sons staat op zondag 31 augustus op Drift Festival.

Netsky @ Boiler

Het feestgedruis in de Boiler Room ging met Netsky op zaterdag in een beslissende ronde. De stoom van Sub Focus hing nog in de tent, maar de Belgische drum-‘n-bass pionier had een vers salvo hitjes in het mengpaneel ingeladen. De songselectie van Boris Daenen was er eentje met veel veilige keuzes en daar was gezien het uur niemand rouwig om. De Boiler Room wou een feestje en Netsky leverde dat met zijn kenmerkende stijl. Tussen zijn eigen, we mogen ze inmiddels klassiekers noemen, hitjes wurmde hij geregeld nog een paar rake remixes van minstens even geliefde nummers van andere artiesten. De massa ging los en bleef gaan, ook al zakte de set toch een paar keer kort in. Echt voelbaar of tastbaar was dat nochtans niet, maar de drops dropten niet altijd even hard. Het huwelijk tussen Pukkelpop en Netsky is met andere woorden nog best ver van een crisis en was een veilige keuze voor wie uit de bol wilde gaan.

De Jeugd Van Tegenwoordig @ Marquee

© CPU – Nathan Dobbelaere

Afgaand op hun oprichtingsjaar is De Jeugd van Tegenwoordig officieel al twee jaar volwassen. Maar dat blijkt slechts schijn in de hoofden van rappers Willie Wartaal, Vieze Fur en Faberyayo, samen met producent Bas Bron. In het verleden stonden ze steevast op de Main Stage van zowat elk festival in België. Dat de Marquee te klein zou zijn, stond in de sterren geschreven, al gaf dat hun jubileum op papier net iets intiemers. De realiteit was echter minder meeslepend. De tent zat wel tot de nok gevuld om het Nederlandstalige erfgoed te eren, maar de heren zelf oogden opvallend futloos. Zelfs hun opblaasobjecten, die pas na twintig minuten hun herkenbare vormen aannamen, leken meer energie te hebben.

Toch was het indrukwekkend om zo vroeg in de set “Watskeburt?!” massaal uit duizenden kelen te horen weergalmen. Daarna ebde de sfeer snel weg, tot er bij een stagedive en enkele moshpits alsnog wat vuur oplaaide. Maar het vervloog even snel als het kwam. Een gemiste kans, zeker omdat er met geen woord werd gerept over een verjaardag, dankwoord of welk feestelijk moment dan ook. “Manon” en “Sterrenstof” bleven de publieksfavorieten waarvoor iedereen gekomen was en daar werd ook vrolijk op gedanst en meegezongen. Toch bleef het gevoel hangen dat we geen jeugd van tegenwoordig zagen, maar eerder een echo van vroeger.

De Jeugd Van Tegenwoordig staat op vrijdag 14 november in de Lotto Arena.

Promis3 @ Lift

Het is misschien een beetje gek om te geloven, maar Promis3 is groter in het buitenland dan in België. De reden waarom laten we in het midden, maar het betekent wel dat de vooruitstrevende hyperpop en nu-rave van een torenhoog niveau is, zeker als je weet hoe het genre terug leeft de laatste jaren. Een headlinespot in de Lift was dan ook niet meer dan terecht, zeker als je zag tot in welke puntjes het duo zijn set had uitgewerkt. De elektronicatafel was bijvoorbeeld een soort ziekenhuisbed, inclusief lijk, en aan de zijkant van het podium stond het afgehakte hoofd van Brent Dielen op een stok. Op de grens tussen eng en interessant. En het was dat laatste dat meteen de bovenhand nam.

Promis3 was namelijk niet gekomen om spelletjes te spelen en ging vanaf seconde één met bede voeten op het gaspedaal staan. “Li La Li” van Kim Kay werd in een snoeihard jasje gegoten en dan was het hek van de dam. Lichten flitsten tot epileptische aanvallen toe, bassen dreunden dwars door ons lichaam: hier gebeurde iets. “Eins Zwei Polizei” werd omgevormd tot een dikke ‘fuck you’ naar de politie en een ‘free Palestine’, waarna de ‘club sluts’ vrij spel kregen. De beats werden harder, vettiger en gewoon allesverschroeiender. Ongeziene toestanden, en toch stond de Lift maar bescheiden gevuld. Ons niet gezien, veel meer plaats om te raven, zeker toen er nog een stukje “Von dutch” van Charli xcx passeerde en de boel werd afgebroken met een hardcore versie van “Ca plane pour moi”. ZORZA werd nog speciaal uit Canada overgevlogen als kers op een allesverwoestende taart. Op dag drie begon Promis3 alvast met de afbraakwerken. Goed dat er nog een nachtje de tijd was om alles op tijd terug af te krijgen voor zondag.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van Macklemore lees je hier.
Alle recensies van Pukkelpop 2025 lees je hier.

Deze recensies werden geschreven door Lucas PalmansSimon Meyer-HornCédric IstaStijn De Belder en Levi Vandenheede.

Related posts
AlbumsFeatured albumsRecensies

War Child Records - HELP(2) (★★★½): Wij tegen de wereld

Eerlijk? Normaal zijn we bij Dansende Beren niet al te happig op verzamelalbums. Niet dat we ze niet sympathiek vinden, of tegen…
AlbumsRecensies

DEADLETTER - Existence is Bliss (★★★★): Ademruimte na de uitbarsting

Sommige bands kondigen zich aan met een visitekaartje. DEADLETTER deed het met een stormram. Sinds hun eerste wapenfeiten staat de band bekend…
InstagramLiveRecensies

The Last Dinner Party @ Vorst Nationaal: Barock op een sokkel

Normaliter moet je als band behoorlijk wat kilometers maken om op een zeker niveau te geraken. In het geval van The Last…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *