
© CPU – Jitte Davidson
Courtney Barnett zingt niet. Ze vertelt. Haar stem klinkt alsof ze ons aan de toog bijpraat over haar week. Achter die nonchalance schuilt echter een scherpe waarnemer. Al meer dan tien jaar maakt de Australische kleine meesterwerkjes van alledaagse banaliteiten. Haar debuutalbum Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit (2015) leverde haar een Grammy-nominatie op voor beste nieuwe artiest. Twee jaar later dook ze samen met Kurt Vile de studio in voor het duetalbum Lotta Sea Lice. Ruim vier jaar na het eerder routineuze Things Take Time, Take Time verscheen dit jaar Creature of Habit. Barnett schreef het album na een verhuis en een periode van bezinning. Het resultaat is een plaat over verandering, waarin ze nog nooit zo persoonlijk en instinctief klonk. Begin oktober startte ze in Milaan aan haar Europese tournee. Na onder meer Berlijn, Keulen en Utrecht is Brussel de zevende halte. Live heeft Barnett een reputatie hoog te houden als rauwe gitariste bij wie het vertellen omslaat in geroep en korte nummers uitgroeien tot lange lawaaierige uitspattingen. In de Ancienne Belgique is vooral de vraag of de nieuwe nummers even goed aanslaan als haar klassiekers.
Als voorprogramma mochten haar landgenoten van Body Type de zaal opwarmen. Het viertal uit Sydney viert dit jaar zijn tiende verjaardag en stond in 2023 al op Rock Werchter, waar het ons met hun valse zangpartijen en rommelige postpunk niet echt kon overtuigen. Op het derde album Tally, eind juli verschenen, ruilt de band de rauwe aanpak van vroeger in voor een trager tempo en meer verfijning. De eeuwige Brusselse spits gooide roet in het eten, waardoor we enkel de laatste drie nummers konden meepikken. Die volstonden om vast te stellen dat Body Type ook nu geen hoge toppen scheerde. In “Holding On” klonk de samenzang vrij rommelig en afsluiter “Buoyancy” was in hetzelfde bedje ziek. Aan plezier geen gebrek, want dat spatte van het podium. Het aanwezige publiek ging gretig mee en stuurde het viertal weg met een warm afscheidsapplaus.

© Jitte Davidson
In een net niet uitverkochte AB begon Barnett iets over half negen aan haar uitgebreide setlist. Op een stoer deuntje wandelde ze met bassist Bones Sloane en drumster Stella Mozgawa het podium op. Deze laatste is geen onbekende. Ze zit niet alleen achter de drums bij Warpaint, maar coproduceerde ook de nieuwe plaat en Tally van Body Type. Openen deed Barnett met “Stay In Your Lane“, ook de straffe opener van Creature of Habit. Na een stevige drumintro liet ze haar gitaargeweld meteen spreken en al bij de eerste solo ging het publiek vlot mee. Aansluitend volgden met “City Looks Pretty” en “Avant Gardener” twee oudere nummers waarin de Australische ons met haar droge verhalen moeiteloos meenam. Telkens mondden die verhalen plots uit in gierende gitaren. Het eerste hoogtepunt van de avond kwam er met klassieker “Small Poppies”. Na een uitgesponnen intro droeg een vettige baslijn haar stem, tot een lekkere gitaarsolo alles deed ontsporen. Daarmee had ze de AB een eerste keer op haar hand.
De echte test was het nieuwe werk. Met het inzetten van “Mantis” verscheen de bidsprinkhaan van de albumcover op de voorgrond. Barnett had zichtbaar plezier in het aanstekelijke refrein en uit de zaal klonk gejoel. Veel meer franjes waren er niet. De lichtshow bleef sober en liet alle aandacht bij de muziek. Bij “Sugar Plum” en “Wonder” zong de zaal gretig mee, tot zichtbaar genoegen van Barnett. Niet alles landde even goed. “Same” bleef niet echt hangen. Op plaat is “Another Beautiful Day” een van de pareltjes, dus keken we er reikhalzend naar uit. Live wilde de vonk om een of andere reden niet overslaan. Slecht was het zeker niet, al hadden we er stiekem meer van verwacht. Met “One Thing at a Time” en een uitgesponnen solo sloot Barnett de hoofdset wel sterk af.
Toch kreeg het oudere werk het publiek telkens net iets makkelijker mee. “History Eraser” werd het tweede hoogtepunt, met Sloane op achtergrondzang en een rockend einde. Daarna bracht “Need a Little Time” even rust. Na een lange intro klonk “Depreston” opvallend clean. Geen gierende gitaren deze keer, enkel een bloedmooie melodie die nog altijd fier overeind staat. Hier zong de zaal nog net iets luider mee. Bij “Elevator Operator” klapte iedereen mee op de stuwende drums van Mozgawa.

© Jitte Davidson
De bisronde begon ingetogen. Helemaal alleen bracht Barnett “Mostly Patient” en legde ze de hele zaal het zwijgen op. Daarna kwam de band terug en ging de handrem eraf. “Canned Tomatoes (Whole)” klonk zoals het hoort: rauw, met een vette bas, een dreunende basdrum en een krakende solo. Dit was Barnett zoals we haar ooit leerden kennen. Met “Pedestrian at Best” volgde een ijzersterke mokerslag van een nummer. Het publiek had er duidelijk op gewacht en sprong voor het eerst die avond op en neer. Afsluiter “Nobody Really Cares If You Don’t Go to the Party” deed daar nog een schepje bovenop. Op een heerlijke riff zong de AB nog één keer luidkeels mee.
Met 22 nummers kreeg het publiek duidelijk waar voor zijn geld. Barnett speelde Creature of Habit integraal, maar strooide het nieuwe werk zo slim tussen haar klassiekers dat de plaat nergens als een verplicht nummertje aanvoelde. Door ook hard en zacht knap af te wisselen, hield ze de aandacht de hele avond vast. Het nieuwe werk sloeg dus zeker aan, al kwamen de oude bekenden nog altijd het hardst binnen. Ze weet maar al te goed waar haar publiek op wacht. Dat hoeft geen verwijt te zijn. Zolang Barnett zo raak blijft vertellen en haar gitaar zo welbespraakt laat meepraten, mag ze van ons nog jaren naar die oude bekenden grijpen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Setlist:
Stay In Your Lane
City Looks Pretty
Avant Gardener
Small Poppies
Mantis
Same
History Eraser
Need a Little Time
Another Beautiful Day
Depreston
Site Unseen
Great Advice
Elevator Operator
Sugar Plum
Wonder
Before You Gotta Go
Write a List of Things to Look Forward To
One Thing at a Time
Mostly Patient
Canned Tomatoes (Whole)
Pedestrian at Best
Nobody Really Cares If You Don’t Go to the Party





