Na maandenlange opbouwende hype verschijnt vandaag eindelijk Keo’s debuut-ep Siren. Het viertal wist enkele weken geleden zijn headline-tour in slechts één minuut uit te verkopen en dat terwijl er tot dan toe slechts één nummer officieel was uitgebracht. Er hangt een zeldzame spanning rond deze band, iets wat je niet vaak tegenkomt in het hedendaagse muzieklandschap. In een tijd waarin nieuwe muziek vooral via vluchtige TikTok-fragmenten bij ons terechtkomt, kiest Keo resoluut voor het fundament van rock: pure passie, rauwe emotie en onversneden oprechtheid. Hun muziek laat zich niet vangen in een video van dertig seconden, noch vervliegt hun impact na een week als een trend. Zoals de band zelf zegt: ‘We hebben er vier jaar aan gewerkt, in lege zalen gespeeld, onze set verfijnd en uiteindelijk op deze vijf nummers geland. Deze ep is niet geschreven om verkocht te worden, noch is hij opgepoetst om aantrekkelijk te zijn, alles komt recht uit het hart en niets is lichtvaardig tot stand gekomen.’ De verwachtingen voor Siren liggen hoog en we kunnen je reeds vertellen dat deze ook ruimschoots worden ingevuld.
“I Lied, Amber” zet meteen de toon voor de volgende twintig minuten. Het is een nummer over jezelf voorhouden dat je iemand vertrouwt, over hoe oude relaties hun schaduw werpen over nieuwe, en over het moment waarop je je toch overgeeft aan die ene persoon die je hart al lang in handen heeft. De emotionele zwaarte wordt nergens verbloemd en dat blijft zo, de hele ep lang. Het nummer begint ingetogen, met breekbare zang en een rustige gitaarlijn, maar al snel slaat het om in een wervelwind van geluid en gevoel. De voortdurende afwisseling tussen kwetsbare strofes en krachtige refreinen houdt ons van begin tot eind op het puntje van onze stoel.
Wie na “I Lied, Amber” even wil bekomen, komt bedrogen uit. “Hands” brengt de zwaarste emotionele klap van de hele ep. Het klinkt tegelijk euforisch en woedend, met een onderliggende droefheid die haast ondraaglijk is. Het nummer draait rond het pijnlijke besef van schade die je lang geleden hebt aangericht, maar nu pas echt begrijpt. De dynamiek is overweldigend: dromerige, Jeff Buckley-achtige rustpunten mengen zich tussen explosieve, bijna anthem-achtige uitbarstingen. Nog maar halverwege wordt alles al losgelaten: instrumenten en stem barsten tegelijk uit en niets valt nog in bedwang te houden. Frontman Finn Keogh balanceert op de rand van zingen en schreeuwen, hij zuigt ons mee in zijn miserie, zo overtuigend dat het voelt alsof we het allemaal zelf beleven. Daar smijt Jimmy Lanwern dan nog een gitaarsolo overheen die ergens zweeft tussen woede, overgave en verdriet. Na slechts één luisterbeurt durven we zonder aarzelen zeggen dat “Hands” een Keo-klassieker zal worden. Wat ons betreft: breng het snel live naar België.
Ook over “Thorn” hangt diezelfde duistere bui die als een zware mist op ons neerdaalt, alsof we langzaam maar zeker naar de grond worden gezogen. En dat bedoelen we op de best mogelijke manier. Er zit iets onweerstaanbaar meeslepends in die zwaarte. De dramatiek wordt zorgvuldig opgebouwd en bereikt gestaag een indrukwekkende intensiteit. Net als in andere delen van de ep wordt hier gespeeld met contrasten: momenten van sombere rust worden afgewisseld met krachtige, emotionele uitbarstingen die diep binnenkomen. “Thorn” weerspiegelt de periode vlak na een relatiebreuk. Je begint iemands ware aard te zien en plots lijkt het alsof je jaren van je leven gewoonweg verspild hebt. Oorspronkelijk heette het nummer “Hate”, een directe weerspiegeling van hoe Frontman Finn Keogh zich destijds voelde. Met teksten als ‘I adore watching you cry, the love in your eyes like a chore’ worden er geen doekjes om gewonden, Finn laat doorheen de volledige ep zijn eerlijkste zelf horen.
In de afsluitende nummers laat Keo zich van een meer ingetogen kant zien. “Stolen Cars” is misschien wel de meest pure vorm van de band: Finn alleen met zijn akoestische gitaar, breekbaar en dichtbij. Naarmate het nummer vordert, bouwen de andere bandleden subtiel mee aan een gecontroleerde climax. De zang verdwijnt langzaam naar de achtergrond, terwijl de instrumenten het emotionele zwaartepunt overnemen. Ook “Kind, If You Will” kiest voor verstilling, maar op een andere manier. Waar “Stolen Car” een intiem gesprek lijkt, voelt dit nummer als een dagdroom, wegglijdend in een zacht melancholische mist. Een lichte weemoed hangt over elke klank, zonder dat het zwaar wordt. Langzaam maar zeker worden we meegezogen in deze klankwereld, een soort sonische wolk waarin we volledig verdwalen, net zoals de teksten die steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.
Met deze ep bewijst Keo dat kwetsbaarheid en kracht perfect naast elkaar kunnen bestaan. In slechts twintig minuten nemen ze ons mee door rauwe emoties, breekbare momenten en explosieve uithalen, zonder ooit de controle te verliezen. Elk nummer voelt oprecht, tot op het pijnlijke af. Siren is geen makkelijke luisterbeurt en dat was ook helemaal niet de bedoeling van de band. Wat wel de bedoeling was, was pure eerlijkheid uitstralen en daar zijn de mannen dubbel en dik in geslaagd. Eén ding is zeker: Keo heeft hier iets neergezet dat veel verder reikt dan een debuut-ep. Er resteert ons slechts één vraag: wanneer mogen we dit live gaan meemaken in ons Belgenlandje?
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Hands”, ons favoriete nummer van Siren in onze Plaatje van de Plaat-playlist op spotify.






