
Een goed begin is het halve werk. Dat is een gezegde dat ook zeker telt in muziekland, en dan vooral met betrekking op albumhoezen. Iedere uitgebrachte plaat begint immers met zijn coverart en hoewel je een boek, of in dit geval langspeler, niet mag beoordelen op zijn cover, helpt het al wel als deze indruk weet te maken. Ook dit jaar hebben we ons kunnen vergapen aan visuele hoogstandjes en grafische parels, waar we er uiteindelijk twintig hebben uitgepikt en vakkundig op een rijtje hebben gezet in ons jaarlijks overzicht.
Alex G – Headlights

Alex G leverde het voorbije jaar een bitterzoete plaat af: melancholisch mooie muziek, die vaker fluistert dan roept. Het opvallende artwork dat daarbij hoort, komt uit famiale hoek en werd geschilderd door niemand minder dan zijn eigen zus. De hoes voelt als een visuele vertaling van alles wat Headlights in zich draagt: een gedreven zoektocht naar richting en betekenis. Over groeien dus, zonder de imperfecties uit te wissen. Die ‘headlights’ lijken daarbij niet zozeer een eindpunt te belichten, maar eerder het pad zelf: een fel, soms verblindend licht dat vooruit duwt, ook wanneer de richting onzeker blijft.
Alex G – Headlights (★★★★): Zowel de hits als het vernuft
BIG SPECIAL – NATIONAL AVERAGE.

De sleur van de dagelijkse beslommeringen wordt op NATIONAL AVERAGE. door BIG SPECIAL uitgepuurd in dertien potente songs. Joe Hicklin schrijft brute poëzie over een deprimerend leven in de Britse arbeidersklasse en declameert deze met een vettig accent, terwijl Callum Moloney volgepropt met energiedrank er een opgejutte rit vol stevige synths en beukende drums onder zet. De hoes van friet met eieren complementeert perfect de rauwe, unieke stijl van de band. Om de plaat aan te kondigen werd als contrast het beeld zelfs geprojecteerd op Londense bezienswaardigheden als Buckingham Palace. Benieuwd of ze daar ook veel friet met eieren eten.
David Byrne – Who Is The Sky?

De immer creatieve David Byrne had altijd al oog voor het visuele. Denk maar aan zijn legendarische concertfilm Stop Making Sense met Talking Heads, of de strakke choreografieën in de liveshows die hij nog steeds speelt. Ook zijn nieuwste plaat Who Is the Sky? is van een hoes voorzien die je op zijn minst opvallend kan noemen. Art director Shira Inbar ontwierp een artwork waarop we David Byrne in extreem trippy en kaleidoscopische vormen en kleuren zien. Het is een gewaagde keuze in een wereld waar veel zaken minimalistisch en subtiel worden vormgegeven. Een belangrijk detail: het waanzinnige kostuum dat David Byrne op de hoes draagt, is ontworpen door de Belgische ontwerper Tom Van der Borght.
David Byrne – Who Is the Sky? (★★★½): Outsider in een groepsknuffel
Djo – The Crux

De albumhoes van The Crux voelt als een bevroren moment midden in een chaotisch stadsbeeld. Overal gebeurt iets: figuren lijken vast te zitten in hun eigen kleine verhalen, verspreid over ramen, straten en brandtrappen. Die gelaagdheid weerspiegelt hoe het album zelf aanvoelt, vol ideeën, beweging en tegenstrijdige emoties. Het is een druk maar zorgvuldig gecomponeerd beeld dat blijft uitnodigen om opnieuw te kijken, net zoals het album blijft onthullen naarmate je er meer tijd mee doorbrengt.
Djo – The Crux (★★★½): Van de ketel
Ethel Cain – Perverts

Ethel Cain zette afgelopen jaar weer serieuze stappen met Willoughby Tucker, I’ll Always Love You, maar laten we daardoor Perverts niet vergeten. Helemaal aan het begin van het jaar bracht de artieste namelijk een project uit waarvan we tot op vandaag eigenlijk nog altijd niet goed waten wat het nu precies was. De hoes gaf het nochtans op voorhand perfect weg: donker, gruizig en een beetje angstaanjagend. Al had niets ons erop kunnen voorbereiden dat er nummers van een kwartier lang met enkel drone- of ruisgeluiden op ons af zouden komen. Maar goed, qua visualiteit heeft Ethel Cain dit project prachtig aangepakt, net doordat de plaat effectief bestaat uit foto’s van Marlee Kula en Silken Weinberg, die de zangeres nadien zelf onder handen nam. Het was haar bedoeling om het idee van ‘mist’ in het geheel te verwerken, en dat leverde een moeilijk, mooi en intrigerend geheel op.
Ethel Cain – Perverts (★★★½): Meer dan ruis
Ichiko Aoba – Luminescent Creatures

Wie Ichiko Aoba zegt, zegt een etherische mix aan ambient, folk en natuurgeluiden met een verzachtende stem als bindmiddel. Geen wonder ook dat de fee-achtige, Japanse artieste een van de meest verzachtende en mediterende albums van 2025 uitbracht. Daarbij hoorde ook een prachtige cover die de sfeer van Luminescent Creatures alle eer aandoet. Zowel bij de cover als tijdens het album wanen we ons in een waterrijke en muzikale fantasiewereld, waar we onze zorgen even loslaten en volledig opgaan in een zachte, tijdloze roes van klank en verbeelding.
Jane Remover – Revengeseekerz

Een van de meest stoere en imposante hoezen uit 2025 is die van Revengeseekerz. Jane Remover combineerde op dat album feilloos simpele, soms gevoelige teksten met keiharde beats. Met een krachtige albumhoes wist de Amerikaanse artiest ons ook extra te overtuigen. Die lijkt met een vlammende katana in hand als een kruising tussen Kill Bill en een apocalyptische wachter uit het Oude Testament. Als een uitverkorene palmt Jane Remover deze hoes in. Revengeseekerz voelt daarmee dan extra aan als hun vlammend zwaard waarmee in 2025 de Digicorewereld veroverd werd.
Kokoroko – Tuff Times Never Last

De titel Tuff Times Never Last doet de albumhoes van Kokoroko alle eer aan. Het is een kleurrijk, levendig artwork waar het geluk van afspat. Die sfeer sluit perfect aan bij het album zelf, dat aanvoelt als een viering van vriendschap, relaties en doorzettingsvermogen. Elk bandlid is op een speelse manier gekarikaturiseerd, wat subtiel verwijst naar het feit dat iedereen binnen de groep zijn eigen verhaal in de muziek kwijt kon. Het is een hoes die spontaan een glimlach opwekt zoals als de warme, meeslepende en omhelzende klanken die Kokoroko op dit album weer laat horen.
Kokoroko – Tuff Times Never Last (★★★★): Dansbare troost
Nation of Language – Dance Called Memory

Voor de vierde keer verrast Nation of Language ons niet volledig door vast te houden aan zijn herkenbare formule, maar Dance Called Memory blijft wel een plaat vol emotie en betekenis. De albumhoes toont kersenbloesems, een sterk symbool binnen de Japanse cultuur dat verwijst naar vergankelijkheid en de schoonheid van het leven. Dat sluit mooi aan bij de thema’s van verlies en reflectie die doorheen de plaat lopen. Of die symboliek bewust gekozen is, blijft de vraag, maar esthetisch werkt de cover perfect en verbergt ze op elegante wijze de emotionele zwaarte van de muziek.
Nation of Language – Dance Called Memory (★★★½): Vertrouwd terrein, nieuwe diepte
Ninajirachi – I Love My Computer

I Love My Computer van Ninajirachi bleek afgelopen jaar niet alleen een steengoede plaat, maar ook nog eens een indrukwekkend totaalconcept. In het album tracht de Australische techno- en hyperpop-dj haar liefde voor elektronica en het virtuele te uiten. Dat deed ze op muzikaal vlak door te samplen uit zowel oude als nieuwe technologische snufjes, die ze op de albumcover allemaal verzamelde. In alle chaotiek wierp ze zich bovenop toetsenborden, laptops die nog door dinosauriërs in elkaar werden gezet, warboelen van kabels, koptelefoons en gsm’s, waardoor ze zich als het ware effectief liet omarmen door datgeen waar ze zoveel inspiratie uitputte. Een titel als I Love My Computer is met andere woorden geen leugen!
Pelican – Flickering Resonance

Dat albumcovers bij zwaardere bands een ‘hit or miss’ zijn, is geen geheim. En ook al was Flickering Resonance van de Amerikaanse postrockband Pelican geen fantastische stop in hun oeuvre, toch was de albumcover dat wel. Voor ons lijkt het een berg die neerkijkt op een wrede bosbrand met flikkerende assen nog steeds in de lucht. Of voelen we ons net in een droom met een resonerend luchtlandschap als abstract gegeven? Grootsheid, meditatie en onderhuidse spanning komt naar boven bij deze hoes. Het is allemaal ‘stuff to think about’ bij het beluisteren van dit repeterend, maar soms hypnotiserend album.
Perfume Genius – Glory

Perfume Genius is zo’n artiest die zich plaat na plaat als indierockfenomeen profileert, niet in het minst door al jarenlang gewoon zijn eigen ding te doen. En toch moeten we ons de vraag stellen waarom Mike Hadreas nog steeds bij het grote publiek onder de radar blijft. Dat gezegd zijnde, leverde de Amerikaan met Glory een wonderschone lenteplaat af die perfect in het verlengde ligt van zijn vorige parels. Op het album zoekt Perfume Genius naar rust: in zijn eigen hoofd, maar ook tegenover een buitenwereld die soms te luid, te zwaar en te veel wordt. Die innerlijke zoektocht krijgt een tastbare vorm op de albumhoes. We treffen Hadreas aan op de vloer in al zijn chaos, zichtbaar en blootgesteld aan de blik van de buitenwereld. Een beeld waarin innerlijke onrust en externe druk op elkaar botsen, resulterend in een artwork dat tegelijk breekbaar en krachtig aanvoelt.
Perfume Genius – Glory (★★★★): Blinkend in de schaduw
Portugal. The Man – SHISH

Houd het stil, maar eigenlijk vinden we SHISH van Portugal. The Man een van de allerbeste platen van het voorbije jaar. Ook de hoes spreekt helemaal tot onze verbeelding. De band met roots in Alaska heeft een themaplaat bij elkaar gecomponeerd over die reusachtige, woeste Amerikaanse staat. Het is tegelijk ook een aanklacht tegen het brute regime dat de plak zwaait in het Witte Huis en een terugblik op een geschiedenis van bloedvergieten en verderf door de Europese kolonisten. Op het artwork zie je eigenlijk iets dat puur natuur is, namelijk het feit dat er op deze planeet wezens elkaar opvreten. Het is niet anders, het is biologisch, maar de Inuït slacht de zeehond om zijn gezin te voeden. Het is geen dolle commerce van overdaad aan vlees. Nu goed, we zijn hier uiteindelijk voor muziek en we kunnen stellen dat Portugal. The Man meerdere vingers op etterende wonden legt, er kilo’s zout in strooit en er nog eens keihard op drukt. De band heeft alle registers geopend, een stinkend potje geopend en besloten om dit niet meer te sluiten. Levertraan en zeehondenhuid voor de ziel.
Portugal. The Man – SHISH (★★★★): Doet hoop echt leven in het rijk der schimmen?
Sam Fender – People Watching

De kans dat je de naam Sam Fender gemist hebt in 2025, schatten we bijzonder klein. De stem van de Noord-Engelse working class heeft er een heus boerenjaar op zitten, nadat hij met derde langspeler People Watching de grootste festivalpodia inpalmde. De wortels van Fenders muziek liggen al jaren in het opgroeien in een harde buurt in Newcastle, waar gemeenschap ontstond in de luwte van het alledaagse. Diezelfde sfeer weerspiegelt zich op de albumhoes, waarvoor hij een foto koos van Tish Murtha. Haar rauwe zwart-witbeeld vangt het leven van die arbeidersgemeenschap in de jaren zeventig en tachtig: mannen die na urenlang zwaar werk samenkwamen om te roken en kaarten, of gewoon op straat bleven hangen. Het levert een eenvoudig, maar realistisch en ongepolijst portret op – een beeld dat ongetwijfeld dezelfde waarden draagt als Fenders songteksten.
Sam Fender – People Watching (★★★½): Veilige nostalgie
SPRINTS – All That Is Over

Nog geen jaar na zijn debuut keert SPRINTS al terug met een tweede album in de vorm van All That Is Over. Een plaat waarin frustratie en hoop zich mengen. De felroze albumhoes roept misschien vragen op bij de gevoelige thema’s die worden aangekaart, maar daar zit een doordachte keuze achter. Het artwork is een ingezoomde foto van een werk van de Franse kunstenaar Luce Lebart, die een reeks rond schimmels maakte. Schimmels breken dingen af om plaats te maken voor iets nieuws, wat perfect aansluit bij de inhoud van het album. Het roze is toevallig, maar maakt de hoes des te opvallender.
SPRINTS – All That is Over (★★★½): Verse lucht
Squid – Cowards

Squid heeft zich altijd al weten te onderscheiden van de rest en ook Cowards vormt daarmee geen uitzondering. Het artwork toont een intrigerende close-up van de staart van een schorpioen. Het is een beeld dat visueel sterk is, maar inhoudelijk weinig link heeft met de muziek. Eigenlijk hoeft dat ook niet, want het is een prachtige foto die nieuwsgierigheid opwekt, zonder alles prijs te geven. Op het album zelf horen we Squid zoals we de band kennen: experimenteel met storytelling die niet alleen in de teksten zit, maar ook in de klanken en structuren van de nummers.
Squid – Cowards (★★★★): Tentakels in overvloed
Summer Walker – Finally Over It

Met Finally Over It sluit Summer Walker een volledig hoofdstuk in haar leven af. Deze plaat vormt het slotstuk van haar trilogie en dat gevoel van afronding straalt ook van de albumhoes af. Waar ze eerder zong over relaties waarin ze zich beperkt voelde, maakt ze nu duidelijk dat ze daar klaar mee is. Ze heeft iemand gevonden die haar waardeert en respecteert en dat nieuwe geluk wordt visueel weerspiegeld. De hoes is opvallend, maar past perfect met de thema’s van het album. Summer Walker laat het verleden los en kijkt vooruit met iemand nieuw, richting een nieuw begin, zowel muzikaal als persoonlijk.
Various Artists – Edna Martinez Presents Picó: Sound System Culture From The Colombian Caribbean

Dit jaar compileerde Edna Martinez de veelzijdige muziek uit de Picó soundsystemcultuur. De soundsystems vormen het kloppend hart van de Colombiaanse muziek. Ze verspreiden niet alleen dansbare muziek, maar zijn ook nog eens heel mooi beschilderd met felle kleuren en krachtige visuals. Vormgever Felix Godefroy liet zich er duidelijk door inspireren en weet de visuele sfeer van Picó heel goed te vatten op deze cover.
Wet Leg – moisturizer

Vanaf volgend jaar is er een nieuwe categorie bij de Grammy-awards: dat voor beste artwork. Een van de genomineerden is Moisturizer van Wet Leg, met als artwork een foto van zangeres Rhian Teasdale en gitarist Hester Chambers in een ietwat rare pose. Het is een beeld waarbij onze eerste gedachte ‘huh’ is, gevolgd door een oncomfortabel gevoel, al blijven we toch wel kijken. Een beetje gelijkaardig aan het beeld van Gollum die zijn ‘precious ring’ beschermt, maar dan met langer, mooier haar en een bevreemdende Colgate-glimlach. Wet Leg valt zeker op met het artwork van Moisturizer en kon daarom niet missen in dit lijstje.
Wet Leg – moisturizer (★★★½): Ruiger, vreemder, beter
Will Paquin – Hahaha

Lachen, gieren, brullen. Of is het eerder een beetje achterbaks gegniffel? Of is het gewoon een scheve glimlach? Will Paquin laat ons langs de ene kant schaterlachen tot de urine uit onze broekspijpen stroomt, maar anderzijds ook bedroefd wegkijken wanneer alles ons een tikkeltje of tien te veel wordt. We zijn sowieso fan van getekend artwork en deze hoes werd ontworpen door Abigail Zachko, iemand die liever aangesproken wordt als hen. Hen is ook een begenadigd gitarist, net zoals Paquin zelf. Het is een plaat geworden met vele hoogtes, maar ook enkele laagtes. Niet alles op het album is even goed in elkaar gestoken, maar het is wel goeie muziek om op te leggen wanneer je een langere tocht met de auto voor de boeg hebt. Mocht er een eindejaarslijstje zijn voor grappigste nummers van het voorbije jaar, dan kiezen we zonder nadenken voor “I Work So Hard”. Het sarcasme spuit er met hele beken van af. Lachend gezichtje.
Will Paquin – Hahaha (★★★): Zeg, we mogen toch eens groen lachen ook hé!







Persoonlijk vind ik dat Glitterpaard met Thursday hier een podium verdient.