
Joe Keery reduceren tot die ene acteur uit Stranger Things met een TikTok-hitje zou bijna crimineel zijn. De Amerikaan is namelijk een van de hardstwerkende mensen uit de sector, want niet alleen blikte hij recentelijk het vijfde en laatste seizoen van eerdergenoemde Netflix-reeks in, hij maakte in de tussentijd ook nog eens zijn derde studioalbum, bokste een tour in elkaar en is sinds kort ook nog eens te zien als Stephen Malkmus in Pavements; de biopic over de gelijknamige band. Heeft die man nog tijd om te ademen, durven we ons dan wel eens afvragen. Het antwoord is ja, want net doordat hij op muzikaal vlak altijd die fantastische groove en chill lijkt op te zoeken, blijkt dat de ideale uitlaatklep.
Na het psychedelisch bezwerende Twenty Twenty haalde Djo de voet wat meer van het gaspedaal op DECIDE, om nu een soort combinatie van beide platen te creëren met The Crux. Recentelijk deed er online een video de ronde over de jongens van MGMT, die, voor alles in een stroomversnelling raakte, zich gewoon stonden te amuseren op een studentenfeestje op iets wat later zou uitgroeien tot “Kids”. Exact dat gevoel roept deze derde creatie van Keery ook bij momenten op. Alsof hij de plaat maakte zonder die druk om de lat van “End of Beginning” te moeten halen; en dat voelt in een wereld waarin artiesten azen op hypes, snelle hits en streams ergens aan als een verademing. Alsof die golden hour zon die de gebouwen in de stad oranje laat gloeien, ook effectief voelbaar wordt in onze gehoorkanalen.
Dat Djo met dat idee in zijn nieuwe project zou stappen, werd al duidelijk toen hij leadsingle “Basic Being Basic” op de wereld losliet. Over het algemeen een eerder andere richting dan voorgaand werk, maar wel nog altijd met die herkenbare smoel. En het allerbelangrijkst: Keery bleef zijn kunde om onze hersens te laten smelten behouden. Hetzij dat hij dat in The Crux eerder op een iets tragere manier doet, en subtieler -van een glitch is nog nooit iemand gestorven. Maar het klinkt dus wel allemaal een tikkeltje kleiner en meer op het gemak. “Lonesome Is A State of Mind” wordt bijvoorbeeld gedragen door het feit dat elke vorm van bas ontbreekt, om dan open te breken in een combinatie van The Beach Boys en Tame Impala. Of wil je een nog duidelijkere vergelijking voor het idee dat Djo een ‘niets-moet-en-alles-mag’-sfeer heeft ingebakken in zijn plaat?
De groove staat met andere woorden altijd voorop op The Crux; zo bewees de man al met “Delete Ya” dat het makkelijk hield in zijn moeilijkheidsgraad door gewoon wat psychedelisch te cruisen op de zonnestralen. Dat Keery die gedachte af en toe naar een hoger niveau tilt, toont alleen maar meer aan dat hij perfect weet waarmee hij bezig is: surfen op de golven van cool – soms hoog, soms minder. Minder overigens vooral bedoeld op vlak van tempo, want met pakweg “Fly” gaat hij voluit voor de kabbelende hypnose; alsof Kevin Parker er hoogstpersoonlijk voor iets tussen zat. Enige minpuntje in het geheel is dat Djo op dat vlak moet oppassen dat hij niet over het randje gaat. “Charlie’s Garden” zou je met wat slechte wil bijvoorbeeld naar de saaie kant kunnen laten neigen, net door dat gebrek aan stroomversnelling.
Maar als die stroomversnelling er wél komt, is er geen houden meer aan de Amerikaan. “Link” ontpopt zich zo tot een van de grote verrassingen van The Crux, net doordat Djo hierop groovet ware hij Prince. Zonnige riffs, een refrein dat fantastisch in het gehoor ligt en spelplezier dat er letterlijk van afspat: dit is hoe plezant muziek hoort te zijn – tot loeiende sirenes toe! “Gap Tooth Smile” voelt binnen diezelfde lijnen iets gemakkelijker aan, maar uiteindelijk volgt er met “Back On You” een epos van een dikke vijf minuten. Een koor neemt de intro voor zijn rekening, om dan weggevaagd te worden door iets wat niet anders omschreven kan worden door de verpersoonlijking van groove. Terug naar de jaren zeventig, want het zou illegaal zijn om dit te spelen zonder blitse zonnebril op onze neus en een doorgewaaid kapsel.
Het voelt bijna erg om te zeggen, maar Djo verdient met The Crux respect omdat hij gewoon zijn eigen ding blijft doen, zonder rekening te houden met de hype die “End of Beginning” heeft veroorzaakt – iets wat veel bands hem overigens niet konden voordoen. Een nummer als “Egg” is daar tot slot overigens misschien nog het beste voorbeeld van. Knipogend naar artiesten als Declan McKenna kabbelt de song in eerste instantie minimalistisch onder begeleiding van een synth, om dan open te bloeien in een soort akoestisch wormgat dat alsmaar intenser binnenkomt. Djo flirt met andere woorden permanent met de totale vernietiging, maar doet dat op zo’n subtiele manier dat het allemaal onder de radar gebeurt. Gesofisticeerd en vernuftig zijn met andere woorden mooie adjectieven om The Crux mee te omschrijven. Soms gaat de Amerikaan daarin iets te ver, richting beide kanten van het spectrum, maar dat neemt niet weg dat zijn derde langspeler er opnieuw een uitstekende is geworden. Perfect om richting de zomer toe te leven!
Djo slaat België komende zomer helaas over, maar wie wil kan op 15 juni terecht op Best Kept Secret, of op 24 en 25 juni in Paradiso Amsterdam.
Ontdek “Link”, ons favoriete nummer van The Crux in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






