LiveRecensies

Rock en Seine 2026 (Festivaldag 3): Alle facetten van de gitaar aan de boorden van de Seine

©RES26 – Marina Viguier

Dat we met Dansende Beren al eens graag de landsgrenzen oversteken, is ondertussen goed gedocumenteerd. Zo kon je ons eerder deze zomer nog vinden op Paaspop, Best Kept Secret, Jera On Air en Pinkpop. Deze keer trokken we niet naar het noorden, maar staken we de zuidwestelijke grens over, richting Parijs. Vijf dagen lang streek een indrukwekkend deel van de internationale muziekwereld neer aan de oevers van de Seine. Dag één en twee lieten we nog aan ons voorbijgaan, maar voor een impressie van de laatste drie dagen ben je hier aan het juiste adres. Wie nog nooit naar Rock en Seine is geweest, kunnen we alleen maar warm aanraden om eens een tripje richting de lichtstad te maken. Alles voelt er net even anders dan in België en Nederland. Niet alles is er even mooi of hip, maar laat dat nu net deel uitmaken van de charme van dit festival. En oh ja: ook de line-up was er eentje om duimen en vingers bij af te likken.

Kingfishr @ Grande Scene

©RES2026 – Emilie Bardalou

Was hiphop en rap op dag één nog koning en pop op dag twee koningin, dan ruimde dat op dag drie allemaal plaats voor de gitaar. Te beginnen met de banjo van Kingfishr. Wie zich niet goed had geïnformeerd, keek wellicht raar op: CMAT moest last minute afzeggen, waardoor Kingfishr haar plaats innam. Toch zag je het volk toestromen naar het hoofdpodium. De zon piepte af en toe door de wolken en Kingfishr verzorgde daar de perfecte soundtrack bij. Zanger Eddie Keogh dook al bij openingsnummer “I Cried, I Wept” het frontstagegedeelte in, dichter bij de fans. Drie kwartier lang gaf hij alles om de boel op gang te trekken. Al was hij niet altijd even goed bij stem zoals bij het akoestische “Shot in the Dark”. Dat lukte soms aardig, maar je voelde dat de hele set opbouwde naar het slotduo “Diamonds & Roses” en “Caroline”. Kort samengevat: een aangename opener voor dag

Biffy Clyro @ Scene Boursobank

© RES2026 – Emilie Bardalou

Daarna haalde Biffy Clyro de stevigere gitaren boven. Toen Simon Neil en zijn gevolg het podium opkwamen, voelde het toch even anders aan. Bassist James Johnston is nog steeds buiten strijd en werd vervangen door Naomi Macleod, bekend van Neils zijproject Empire State Bastard. Ook tourgitarist Mike Vennart mocht hierdoor wat vaker in de spots staan. Visueel mocht het dan anders aanvoelen, dat weerhield hen er niet van om meteen de voorhamer boven te halen. “The Captain” en “That Golden Rule” zetten de boel op scherp. De twee violistes mochten geregeld mee het podium op, maar ze traden het sterkst op de voorgrond tijdens het ingetogen “Goodbye”. Dat zorgde voor een zeldzaam rustpunt in een set die verder aan honderd per uur bleef razen. Voor we het wisten zaten we al aan het afsluitende trio “Mountains”, “Bubbles” en “Many of Horror”. Amper vijftig minuten duurde het. Vroeger leek een lesuur op school eeuwig te duren, nu was het voorbij voor we het goed en wel beseften. Waarom Biffy Clyro nooit groter is geworden, zal na hun doortocht aan de Seine voor ons een raadsel blijven.

Wet Leg @ Grande Scene

© RES2026 – Olivier Hoffschir

Een hype kan je Wet Leg al lang niet meer noemen. Je kon de band deze zomer wederom overal aan het werk zien, en dat harde labeur werpt zijn vruchten af: het was drummen om een goed plaatsje te bemachtigen aan het hoofdpodium. Nieuw werk kwam Wet Leg niet voorstellen, maar aan de meeste songs voelde je wel dat ze live hun eigen leven zijn gaan leiden. “Wet Dream” zit ondertussen in het collectieve geheugen en werd duchtig meegezongen. Klonk het vroeger allemaal een beetje aan de brave kant, dan mag het er nu een streepje potiger aan toe gaan. Ook het grote podium vullen kostte hen geen moeite. Bij “Angelica” trok de band een heuse lichtshow open, iets wat de ondergaande zon normaal gezien volledig ongedaan maakt. Hier werkte het wel. Veel trage songs heeft Rhian Teasdale niet in haar arsenaal, en dus hield de set een constant tempo aan. Net daardoor moesten de hits voor de pieken zorgen. En ja hoor, die kwamen vooral op het einde. “Chaise Longue”, “CPR” en de recentste parel “mangetout” maakten duidelijk dat Wet Leg de naam van belofte stilaan ontgroeid is.

Kurt Vile & The Violators @ Scene AXS

© CPU – Nathan Dobbelaere – Archief

Op het podium aan de ingang mocht onze favoriete slacker een uurtje het beste van zichzelf geven. Met een straffe nieuwe plaat onder de arm begon hij lichtjes aarzelend aan zijn set. Al mag je dat met een korreltje zout nemen, want van nonchalance heeft hij zijn handelsmerk gemaakt. Maar vergis je niet: onder die gimmick schuilt een artiest die songs van formaat schrijft en alles dirigeert tot een strak geheel. “Rock o’Stone” kabbelde met de akoestische gitaar rustig voort, maar zorgde er ondertussen wel voor dat bijna alle hoofden zachtjes heen en weer wiegden. “99 BPM” kreeg met zijn trage groove ook de heupen in beweging. “Chance to Bleed” werd het kroonjuweel van de set, met een flinke dosis gitaarpower en een o zo catchy riff. Wie op de hits zat te wachten, werd beloond met “Pretty Pimpin”. Al ging de zanger daar even de mist in door er een zootje van te maken. Na die hit maakten velen al de oversteek naar The Black Keys. Ze misten daardoor wel een traag brandende versie van “Wakin’ On A Pretty Day” van tien minuten, veruit hét hoogtepunt van een uurtje Kurt Vile.

The Black Keys @ Grande Scene

© RES2026 – Olivier Hoffschir

The Black Keys vertoefde al een tijdje in niemandsland. Na een fiasco in Amerika, waardoor hun arenatour de prullenmand in ging, zetten drummer Patrick Carney en zanger/gitarist Dan Auerbach hun management aan de deur en moesten ze even bezinnen over de volgende stap in hun ondertussen lange carrière. Met Peaches!, een plaat vol bluescovers, vond het duo zijn spelplezier terug. En die speelvreugde spatte er vanaf de eerste noot van af. Al snel vuurden ze met “Gold on the Ceiling” een eerste hit af. Wees maar zeker: in Parijs waren ze de bluesrockers nog lang niet vergeten. Als de twee heren en hun band er tijdens de hele show twee noten naast zaten, zal het veel geweest zijn. Vernieuwend was het allemaal niet, maar het niveau lag bijzonder hoog.

Naast al die loeiharde gitaren wou het oog ook wat. Dat kregen we een dik uur lang, in bizarre visuals van een soort vloeistof die in wisselende kleuren over het ledscherm kronkelde. De bindteksten bleven beperkt tot een vriendelijk bedankje, en zo hielden ze ons constant bij de les. “Lo/Hi” wierp zich op als een strakke bluesknaller die iedereen deed meezingen. Tussen enkele covers van hun laatste plaat door, toverden ze plots “I Wanna Be Your Dog” van The Stooges uit de hoge hoed. Ondertussen konden we de gitaarsolo’s al lang niet meer op één hand tellen. Blues volgens het boekje, noemen ze zoiets. De rol van subheadliner past The Black Keys als gegoten en dat dipje lijkt helemaal achter de rug. Zelfs “Lonely Boy”, traditiegetrouw de afsluiter, klonk alsof het hun nieuwste hit was. Welkom terug, heren.

Wilco @ Scene AXS

© RES2026 – Olivier Hoffschir

Na een dag vol verwennerij is Wilco op de affiche eigenlijk pure luxe. Dankbaarheid is dan het enige gepaste antwoord. Franjes hoefden Jeff Tweedy en de zijnen niet: een paar spots, een uur tijd en een greep uit de discografie, meer was er niet nodig. De zon had er ondertussen de brui aan gegeven en de kilte kroop tussen de mensen. Gelukkig heeft Wilco songs die dienstdoen als een warm dekentje. “I Am Trying to Break Your Heart” en “California Stars” warmden ons helemaal op. De altcountry bleek de perfecte soundtrack voor bij de valavond. Het viel op dat het jonge deel van het publiek voor Franz Ferdinand had gekozen. Wie wél gebleven was, vond het niet altijd even boeiend: het geroezemoes overstemde de show meer dan eens. Glenn Kotche stak daar bij “Via Chicago” met een wild drumintermezzo een stokje voor. Iedereen weer bij de les. Het afsluitende duo “Impossible Germany” en “Jesus, Etc.” legde nog eens genadeloos bloot waar de kracht van deze band zit. Twee hoogtepunten in een set die van begin tot einde aan elkaar hing van klasse en vakmanschap. Wilco is als een goede wijn: alleen maar beter met de jaren. En laat die Fransen daar nu net kaas van gegeten hebben.

Nick Cave & The Bad Seeds @ Grande Scene

© RES2026 – Louis Comar

De voorgerechten waren stuk voor stuk lekker, maar iedereen zat vol ongeduld op het hoofdgerecht te wachten. Nick Cave & The Bad Seeds is nu eenmaal een garantie op een indrukwekkende show. De Australische cultheld trekt al sinds het begin van de zomer door Europa, met haltes op Live is Live en Best Kept Secret. Hoe hard we ons ook wilden verzetten, we werden volledig meegezogen in zijn wereld. Klokslag kwart over tien sloegen de drums als een donderslag in aan de Grande Scène, en niet veel later weerklonk “Get Ready For Love”. Enkele ogenblikken daarna zat Cave al tussen de mensen op de voorste rijen. De man heeft een charisma waarvoor enkel God de Vader concurrentie is. Elk woord dat uit zijn mond kwam, werd van zijn lippen gelezen.

Wie het podium aanschouwde, zag Cave die de ceremonie met strakke hand leidde, maar ook een goed gevulde ruimte daarachter: een vierkoppig koor, plaats voor percussie en een speciaal plekje voor zijn maatje Warren Ellis. Diezelfde Ellis mocht af en toe naar de voorgrond treden, zoals met een pittige vioolsolo bij “O Children”. Hard kun je Nick Cave & The Bad Seeds niet noemen, eerder intens. “Tupelo” en “The Mercy Seat” bevatten zoveel gif dat het op het randje van gevaarlijk balanceerde. Het is die overgave die zo aanstekelijk werkt. Wat ons betreft lag het zwaartepunt bij de intieme songs. De moordballade “Henry Lee”, waarin normaal PJ Harvey de vrouwelijke vocalen voor haar rekening neemt, werd gebracht als duet met zangeres Janet Ramus.

“Red Right Hand” is door Peaky Blinders een eigen leven gaan leiden, en ook aan de boorden van de Seine bleek de BBC-serie een hit: de kelen gingen open. Die lijn werd vlot doorgetrokken met “The Weeping Song” en “Jubilee Street”, misschien wel de ultieme Nick Cave-song, waarin alles samenkomt; melancholie, een donkere tekst en muzikaal het strafste dat hij ooit maakte. Maar aan alles komt een einde. Na een bijna twee uur legde Cave solo aan de piano de show in zijn definitieve plooi met het wondermooie “Into My Arms”. En zo viel het doek over de Europese zomer van Nick Cave. Van vermoeidheid viel bij de man en zijn band geen spatje te bespeuren. Wilden we mierenneuken, dan zouden we opmerken dat we hem al een tikkeltje beter bij stem hebben gehoord, maar dat zijn details. De held bevestigde zijn cultstatus met verve.

Related posts
LiveRecensies

Rock en Seine 2026 (Festivaldag 5): Het einde van een mooie zomer

Tijd is soms moeilijk te vatten. Je knippert met je ogen en je bent enkele dagen verder. We zagen de voorbije dagen…
LiveRecensies

Rock en Seine 2026 (Festivaldag 4): Alles kapot!

Ooit knalde een duo uit Parijs “Harder, Better, Faster, Stronger” door de boxen. Daft Punk is niet meer, maar dat het gisteren…
InstagramLiveRecensies

Pukkelpop 2026 (Festivaldag 3): In de herfst van de zomer

Waar vrijdag een druppeltje viel, was op het weer gisteren niks aan te merken op Pukkelpop. We haalden zelfs temperaturen waarbij insmeren…

1 Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *