
© CPU – Nathan Dobbelaere
Een saunaatje. We zijn er op zijn tijd wel fan van, maar na drie dagen op Pinkpop hebben we daar de komende weken toch wel geen behoefte meer aan. Het was, net als de afgelopen twee dagen, op de afsluitende dag opnieuw bloedjeheet op het Landgraafse festival en dat zorgde ervoor dat het zweet al vroeg uit alle kieren en gaten kwam. Toch puften we ons erdoorheen en trokken we opnieuw over het volle festivalterrein, waar met Daði Freyr, Tom Morello en de headlinerwaardige set van YUNGBLUD genoeg hoogtepunten te vinden waren. Toch kwam het hoogtepunt pas op het eind, toen Foo Fighters het festival op slot gooide en bewezen dat Foo-moeheid live slechts een fabeltje is.
Daði Freyr @ Tent Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Pinkpop heeft in het verleden al veel Eurovisiesongfestivalwinnaars over de vloer gehad en ook dit jaar was het prijs met Daði Freyr. Of toch: de winnaar die we eigenlijk hadden moeten krijgen, want door Covid kreeg de IJslander in 2020 helaas nooit de kans om de trofee mee naar huis te nemen. Gelukkig had hij geen eremetaal nodig om de Tent Stage gisteren volledig in te pakken. Met zijn droge humor, houterige danspasjes en aanstekelijke synthpop groeide Freyr al vroeg op de dag uit tot een van de eerste echte hoogtepunten. Afsluiten deed hij bovendien met een dodelijke feestcombinatie. Eerst “Think About Things”, zijn grote hit, en daarna een uitstekende cover van “Boom, Boom, Boom, Boom!!” van de Vengaboys, om vervolgens met “Europapa” als ultiem wapenfeit uit te pakken. Freyr werkte zich opvallend vlotjes door het Nederlands heen en zorgde met die laatste track voor een knalfuif die eigenlijk zijn hele optreden samenvatte. Wat een feest!
MY BABY @ North Stage
MY BABY is en blijft een uitstekende liveband. Daar moeten we niet al te flauw over doen. Het Nederlandse trio weet intussen perfect hoe het een festivalweide moet bespelen en op de North Stage werd opnieuw duidelijk waarom de groep na ieder optreden lovende woorden krijgt. Ook van ons kreeg de band op Pinkpop de bloemen, want ze speelde gewoon opnieuw een sterke set die vooral materiaal van het vorig jaar verschenen Echo bracht. Met flink veel groove trokken de tracks van die plaat voorbij, waardoor het onderaan de streep een prima opener van het tweede grote podium was.
Leila Lamb @ Stage 4

© CPU – Nathan Dobbelaere
Wie Leila Lamb wilde ontdekken via de streamingsdiensten, moest het tot vorige week met slechts vier singletjes. Tot vorige week dus, want toen kwam met “ALLMYLUV” een vijfde uit. Met die single onder de arm maakte de jonge popartiest uit het altijd zonnige Los Angeles afgelopen weekend op Southside en Pinkpop haar Europese debuut, maar wie dacht op basis van die vijf singles al te weten wat er ging komen, had het toch behoorlijk mis. Lamb liet op Stage 4 namelijk horen dat haar streamingcatalogus nog slechts een voorsmaakje was, want op Pinkpop zagen we de zangeres met speels gemak punk-, pop-, theatrale rock- en zelfs enkele opera-esque nummmers aanhalen. Toch wel behoorlijk een pak minder braaf dan haar nog beperkte discografie doet vermoeden dus.
Bente @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Bente leeft mee met haar hype. Zo was dit weekend op de weide een container met exclusieve merch van de zangeres te vinden. Na haar deelname in Beste Zangers is haar opmars niet meer te ontkennen. Daarom opende ze de South Stage met een knallend optreden. Met het opzwepende “Jan van Galenstraat” begon de zangeres sterk. De constructies van een huisje en een schommel sierden hierbij ook mooi op het podium. Ook een aangepaste tekst door haar blauwe laarzen in “Zonder Handen Rijden” kon de revue passeren. Haar breekbare stem op “Liever Niet Alleen” kon dan bekoren. Volgens de zangeres stond ze hier zelf tien jaar geleden te moshen op Rammstein, al dromend om er zelf te staan. Nu was dat zover en met een mooie boodschap ging ze dan over naar het sterke “Hoogtevrees”. Hierbij ging de zangeres met haar schommel dan ook daadwerkelijk de hoogte in. Ook het nieuwe “3, 2, 1” werd hartelijk onthaald. Bente zette vol appreciatie een betoverende set neer.
Dogstar @ Tent Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
‘Dogstar? Dat is toch die band met die van de Matrix?’ Het is een uitspraak die we in de vroege middag vaker dan eens uit een Limburgse mond gehoord hebben. Helaas was het feit dat Keanu Reeves in de band zit ook meteen het spannendste van de volledige Dogstar-set. De groep bracht recent All In Now uit en die plaat was redelijk ça va, maar live was het toch allemaal net iets minder. Dat had vooral te maken met de Matrix-meneer himself. Zijn spel zal hoogstwaarschijnlijk behoorlijk goed zijn geweest, maar helaas was hij gisteren een niet al te aanwezige factor. Op de planken van de Tent Stage zagen we hem voornamelijk tokkelen op zijn instrument, maar hem echt horen lukte amper. En dat is toch best jammer, want Reeves was in theorie de ruggengraat van heel wat nummers op de plaat.
Hoogmis van het Zuiden @ North Stage
Met de jaren is Pinkpop steeds hipper geworden. Dat zie je in de aankleding, in de randzaken qua kraampjes en sinds dit jaar ook door een speciaal voor het festival gemaakte act. Onder de noemer ‘Hoogmis van het Zuiden’ kregen we een uur lang het beste (of het slechtste, het lag eraan welke bezoeker je het vroeg) wat Nederlands-Limburg te bieden had. Ingeleid met een fanfare die over het volledige terrein trok en onder leiding van comedian Jeroen van Koningsbrugge in zijn rol als Pastoor Adriaans kregen we meteen een stevige portie meezingers voorgeschoteld. Accordeonduo Träcksäck deed de grootste duit in het zakje, Pablo van DeWolff gaf een gitaarsolo en zette vervolgens het instrument in lichterlaaie en volkszanger Frans Pollux bracht met zijn “Hald Mich ’s Vas” kippenvel aan iedereen die ook maar een beetje Limburgs bloed door de aderen had stromen.
Limburg is echter van meer dingen bekend dan deze drie artiesten, al kon het een ons meer bekoren dan het ander. Eerst het positieve dan. De Heideroosjes maakten een herintrede op Pinkpop en dat was na de bijzonder smerige zaak rond hun voormalige bassist toch niet helemaal een vanzelfsprekende passage. De groep rond Marco Roelofs ging voor een herrijzing en maakte die met nummers als “Lekker Belangrijk” en “Sjonnie & Anita” ook behoorlijk waar. Het minder positieve gedeelte werd ingeluid met een ‘alaaf’ van Pastoor Adriaans, waarna we een kwartiertje werden ondergedompeld in iets te veel carnavaleske muziek. Ons hardop afvragen wat dit op Pinkpop deed vonden we iets te boomer-achtig en gezien de positieve reactie van het publiek ook niet helemaal terecht, maar echt blij werden we er zelf niet van. Waar we dan wel blij van werden? De passage van Beppie Kraft, die met haar tachtig jaar en haar één meter achtenveertig misschien wel de grootste uitstraling van het hele gezelschap had.
Jet van der Steen @ Sun Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Tussen het grote geweld op de vier hoofdpodia bood de Sun Stage ook wat entertainment met vooral dj-sets. Om het niet al te eentonig te maken, zat er hier en daar ook ietwat variatie in en zo kon Jet van der Steen op dit podium een setje vol zingen. Wel met volop backing van een dj, want de band die ze normaal bijhad, paste helaas niet op het piepkleine podium aan de ingang. Dat weerhield haar er echter niet van om niet alles te geven. Zo sprong ze enthousiast in het voorziene hokje rond om de beats van haar versterking aan de draaitafel van stem te voorzien. Hoewel de muziek van Jet van der Steen niet slecht in elkaar zat, diende dit optreden eerder als energieboost op de warme zondag. De leuke sfeer maakte het draagbaar, maar we voelen ons toch beter thuis op de grote weide.
HotWax @ Stage 4

© CPU – Nathan Dobbelaere
Met drie op het podium maakte HotWax een sterke en ruige indruk. De dames lieten vanaf het eerste moment het gitaargeweld doorschijnen. De nonchalante vocals van de zangeres legden hier nog een extra laag op. Hoewel de muziek niet het meest inspirerende was dat we al ooit hoorden, was het aangenaam om even mee te nemen. Met “Drop” haalde de band dan weer wat meer variatie in de set met wat edgy vocals. Toch bleek dit niet genoeg om ons in de brandende zon toch volledig te laten losgaan. HotWax bracht een aangename set, maar werkte te veel met variatie op hetzelfde thema.
White Lies @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
We willen niet te veel pluimen uitdelen, maar wat werden we verwend door de organisatie met de line-up van de zondag. Zelfs White Lies kreeg nog ergens een plek op de South Stage en dan weten we eigenlijk al dat we weinig te klagen hadden. Waarom we niet te veel pluimen willen uitdelen? Simpel, omdat dit anders wel een heel positieve alinea wordt. De Britse band speelde tijdens zijn zesde passage op Pinkpop namelijk zeer solide. Zelfs halverwege de middag werkte zijn donkere stadionrock opvallend makkelijk, met een show die van kop tot staart strak in zijn vel zat. Vooraan in die show stond “Farewell to the Fairground”, waarmee White Lies het publiek meteen een eerste golf melancholische gitaarpracht voorschotelde. Er zouden er nog heel wat volgen en richting het einde leek het met “Death”, “Bigger Than Us” en “In the Middle” zelfs nog een stroom aan alternatieve meezingers te worden. Tot een tsunami kwam het niet, maar de categorie vloedgolf was wel degelijk aangetikt. Prima vermaak zo halverwege de middag, met stiekem misschien zelfs iets meer dan dat.
Die Spitz @ Stage 4

© CPU – Nathan Dobbelaere
Wij weten al een tijdje wat Die Spitz in haar macht heeft, maar sinds gisteren weet ook een volgelopen Stage 4-veld dat. Achteraan op Megaland was het dringen geblazen om maar een glimp van de Amerikaanse groep op te vangen, maar geheel onverwacht was dat niet. Het zou namelijk zomaar eens een van de laatste kansen kunnen zijn geweest om deze band op een relatief klein podium aan het werk te zien. Op Pinkpop zette de groep nog maar eens een stap in die richting. De vier uit Austin gooiden drie kwartier lang grunge, punk en metal in een blender en vergaten daarna met sterke passages van onder meer “Punishers” en “Throw Yourself to the Sword” het deksel erop te zetten. Het resultaat was een set die langs alle kanten spatte en voor een hoop bombarie zorgde. Precies het goede geluid om ook de laatste niet-gelovers volledig te overtuigen.
JADE @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
We konden ons in de namiddag even in de rijke showbizwereld van Jade Thirlwall wanen. De ex-Little Mix-zangeres bracht vorig jaar haar eerste soloalbum uit en doet daarrond een rondje langs de festivals. Met “IT Girl” kon de set meteen vol energie van start gaan. Met een The Supremes-sample ging de extravagante popshow van de zangeres verder met publieksparticipatie in de vorm van een choreo op “Fantasy”. De show zat vol met dramatische uithalen, harde drumbeats en mooie danspasjes. Met sterke versies en overgangen zoals bij “Midnight Cowboy” overtuigde JADE toch altijd nog meer live dan op de plaat.
Ondanks een rustige intro kon het Little Mix-nummer “Wasabi”, dat JADE schreef, helemaal losbarsten. De show werd mooi versterkt met de coole beelden op het scherm. Deze gingen er wel net iets heviger aan toe tijdens “BOY CRAZY”. De zangeres gooide er dan nog een Little Mix-medley tegenaan voor de oudere fans. Deze klonken ook nog net dat tikkeltje elektronischer om in de partyshow van JADE te passen. De zangeres zette gewoon een strakke feestset neer met “Angel of my Dreams” als hoogtepunt. Voor de partygirls die deze zomer nog hun BRAT-vervanger zoeken: welkom in de JADE-zomer.
Tom Morello @ Tent Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Het hing aan een zijden draadje of Tom Morello wel of niet op Pinkpop zou geraken. De legendarische gitarist moest helaas onder meer Graspop afzeggen door zijn zieke moeder, die inmiddels al de prachtige leeftijd van honderdtwee heeft bereikt. Gelukkig was de dame weer aan de beterhand en stond Morello enkele dagen later alsnog op de planken van de Tent Stage, waardoor hij gisteren, samen met zijn vijftienjarige zoon Roman en zijn Freedom Fighter Orchestra, Pinkpop deed schudden alsof het alsnog een Rage Against The Machine-show was. In een uitpuilende tent, we hebben het daar nog nooit zo druk gezien, liet Morello zijn gitaar vervolgens alle hoeken van het terrein zien. Alleen was hij niet, want al snel werd duidelijk dat zoonlief Roman zowat even goed met snaren overweg kan als zijn vader. Dat gitaarspelen zit duidelijk in de genen.
Tom Morello trok met zijn metgezellen doorheen zijn gehele repertoire. Een ferme streep RATM, flink wat eigen werk en ook “The Ghost of Tom Joad” van Bruce Springsteen kwamen voorbij, maar het mooiste moment was wel het eerbetoon aan zijn overleden Audioslave-kompaan Chris Cornell. Voor hem bracht hij “Like a Stone” naar de tent van Pinkpop en even maakte alle politieke spierballentaal plaats voor een emotioneel moment dat opvallend hard binnenkwam. Lang duurde die zachtheid natuurlijk niet, want al snel kwam de kritiek op de politiek, inclusief een gitaar waar ‘Fuck Geert Wilders’ op stond, tevoorschijn, waarna Morello aankondigde dat hij speciaal voor Pinkpop een oud-Hollands volksliedje had meegenomen. We gaan eerlijk zijn, Morello leidde ons toch ook even om de tuin, want al snel bleek het hier om “Killing In The Name” te gaan. De eerste riff werd ingezet en vrij snel daarna ontplofte de Tent Stage nog een laatste keer volledig alsof het 1993 was. Wat een legendarische snarenvreter is die man!
Royel Otis @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Royel Maddell en Otis Pavlovic vormden simpelweg met hun voornamen hun bandnaam. Simpel, zo was de show van de band dan ook te noemen. Zonder al te veel poespas bracht het Australische duo z’n nummers met de band. Deze waren gegrondvest in de aanstekelijke indierock. Bij het groovy “Car” zorgden de beelden op het scherm voor een extra dimensie. De zachte stem van Otis creëerde daarbij een dromerige sfeer. Tijdens “I Wanna Dance With You” spoorde het scherm het publiek aan om te dansen met de persoon naast je. Even later volgde de opdracht om de handen in de lucht te steken, waarna het publiek daar haast automatisch gehoor aan gaf. Met een leuke uptempo sfeer kon de set alsmaar verder blijven borrelen en prikkelen. Met ook een gekende cover van Sophie Ellis-Bextor en eentje van The Cranberries werd de set nog wat aangedikt. Royel Otis hield het simpel, maar entertainde alsnog.
Wet Leg @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
De Britse band Wet Leg begonnen aan hun set met “catch these fists” en een heleboel rook. Met een heleboel rook bedoelen we dat je bijna zou denken dat het podium in brand stond. Hoewel de band altijd al een eigenzinnige uitstraling had, lijkt zangeres Rhian Teasdale haar imago bij elk optreden nog wat scherper en gedurfder aan te zetten. Met een bikinitopje en een doorzichtige gitaar werkte haar nonchalance een rocksterattitude in de hand. Hoewel de formatie al redelijk snel een van hun hitjes uitspeelde met “Wet Dream”, brachten andere nummers als “Ur Mum” ook veel energie teweeg. Met het gillen in de bridge kregen ze ook het publiek mee.
“liquidize” en “jennifer’s body” haalden dan, op haar eigen eigenwijze manier, het podiumbeest in Teasdale naar boven. Dit onder andere door het publiek haar spierballen te laten aanschouwen. De band die begon met relatief lichte indierock, bracht met het tweede album ietwat hardere riffs. Deze speelden ze hier in de show dan ook nog harder uit, waardoor de sfeer goed zat. Ook “Chaise Longue” moest zo aan een upgrade geloven, maar kon nog altijd op genoeg bijval rekenen. Teasdale en haar band smeten zich dan nog eenmaal op “mangetout” om zo hun uur georchestreerd kabaal maken, af te ronden. Wij hebben ons er alleszins mee geamuseerd.
YUNGBLUD @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Uit de boxen klonk toepasselijk Black Sabbath, waarna de Britse YUNGBLUD, zelf een fervent bewonderaar van Ozzy Osbourne, het podium betrad. Met het fenomenale “Hello Heaven, Hello” vulde de zanger al direct enkele minuten van zijn energieke set op. Ook tijdens “The Funeral” gaf YUNGBLUD ons het gevoel dat hij zichzelf de missie geeft om de Osbourne van zijn generatie te worden. Die energie hadden hij en het publiek dan ook te pakken. Met wat gevloek hier en daar en wat vuur op het podium stond de set van de zanger niet stil. Tijdens “fleabag” hield YUNGBLUD vast aan een vertrouwde gewoonte door een fan het podium op te halen. De zanger kon het niet laten op te merken dat die verdacht veel op Chris Cornell leek. Ook deed de zanger zijn rondje langs de barricade als geliefde superster. Daarnaast vroeg hij aan het publiek om zoveel mogelijk mensen op hun schouders te zetten, wat gretig gedaan werd. Met nog een ode aan Ozzy Osbourne zelf, nam YUNGBLUD even de tijd om het wat rustiger aan te doen voordat de show weer losbarstte. De artiest had uiteindelijk bijna heel het veld mee in zijn gekte en hernieuwde zo zijn status als de grootste opkomende rockster met een enthousiaste en wervelende set.
Fat Dog @ Tent Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Hoewel WOOF. ons destijds enorm kon imponeren zijn we er nog altijd sterk van overtuigd dat Fat Dog een band is die je het best live ervaart. Met een grote bandopstelling en harde nummers als “King Of The Slugs” wist de groep binnen te komen, met een grote moshpit als gevolg. Door de Balkan-invloeden die Fat Dog in zijn muziek steekt, is die naast hard ook nog steeds aanstekelijk. Met violist en saxofoniste paraat kan de band muzikaal ook volop overtuigen. Frontman Joe Love heeft ook wederom de présence om er een feestje van te maken met ook de sterke echo op zijn spreekstem. Fat Dog is het type band waarvan je verwacht dat het er stevig aan toe zal gaan. Dat was nu niet anders. Een uur lang gaf de band aan een razend tempo het beste van zichzelf.
DI-RECT @ North Stage
De vreemdste boeking van het festivalweekend was toch wel DI-RECT. Niet omdat we de band geen plekje op Megaland gunnen. Integendeel zelfs, maar meer om het feit wat voor plekje het is. De groep stond als subheadliner net voor Foo Fighters op de planning en kreeg zowat de meeste minuten van alle acts die niet bovenaan het affiche stonden. Die plek alleen al legt een pak gewicht op de schouders, laat staan dat je dan ook nog eens vijf kwartier interessant genoeg moet blijven. Nu rijst natuurlijk de vraag: kon de band de plek aan? Ja, eigenlijk wel. DI-RECT kreeg een vol optreden lang zowat de aandacht van iedere bezoeker en dat deed de band zonder echt op zijn tenen te moeten lopen.
De band weet intussen door de concerten in De Kuip natuurlijk perfect hoe hij een groot veld moet bespelen en op Megaland was dat ook te merken. Nummers als “Through the Looking Glass”, “Soldier On” en “Young Ones” kregen de omvang die zo’n plek nodig heeft en werden gebracht met het soort vertrouwen, en een klein beetje Haagse bluf, dat je niet zomaar bij elkaar repeteert. Marcel Veenendaal liet horen dat hij ook zonder zijn gekke outfits een prima stem heeft, terwijl gitarist Spike met zichtbaar plezier de rock-’n-rollkaart trok en drummer Jamie Westland, wiens vader ‘Papa Dickie’ nog werd geëerd op “How My Heart Was Won”, de set stevig in het gareel hield. Gooi daar nog een handvol blazers bij op en je hebt een band die zijn subheadlineplek waarmaakte tot en met en Megaland opvallend makkelijk naar zijn hand zette. Dat hadden we op voorhand eerlijk gezegd niet helemaal zien aankomen.
Foo Fighters @ South Stage
Foo Fighters sloot Pinkpop af met een show die alle twijfels rond Foo-moeheid al snel van de wei ramde. Met roze rookpotten boven Megaland trok de band meteen stevig van leer met “All My Life”, “The Pretender” en “Times Like These”, waarna Dave Grohl als een losgeslagen golden retriever, maar met de controle van een bordercollie, de wei moeiteloos meekreeg. De set leunde opvallend hard op oud werk, want Your Favorite Toy bleef volledig links liggen en van But Here We Are mocht alleen het kwetsbare “The Teacher” passeren. Toch werkte die keuze uitstekend. Foo Fighters sneed de overbodige uitweidingen weg, hield de vaart strak en stuurde Pinkpop uiteindelijk met “Everlong” richting uitgang. Foo-moeheid? Geen sprake van.
Ons volledige verslag van de Foo Fighters op Pinkpop lees je hier.
Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.
Onze recensie van de tweede festivaldag lees je hier.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Robbie Allemeesch





