
© CPU – Karen Van Lierde
Defqon.1, Spoorpark LIVE, Parkzicht Outdoor, SCANDAL Outdoor. Slechts een handjevol van de festivals die bij onze noorderburen afgelopen weekend door het weer op voorhand werden afgelast. Voeg daar dan nog de festivals in ons landje aan toe die door het weer hun programma moesten schrappen, en dan weet je dat het geen normaal festivalweekend was. Overal werd gewikt, gewogen en uiteindelijk toch maar op de rode knop geduwd, maar in Ysselsteyn ging Jera On Air gewoon door. Eigenlijk praktisch onmogelijk gezien het weer, maar toch gewoon voor elkaar gebokst. Petje af voor de organisatie, maar ook voor de bands, want onder meer Sugar Spine, LA Dispute en Viagra Boys haalden ondanks de hitte alles uit de kast en speelden dijken van shows.
Even If We Lose @ Buzzard
Dachten we dat de vrijdag de heetste dag ooit was op Jera On Air, dan hadden we nog geen rekening met de zaterdag gehouden. Het eerste uurtje deden we echter niet rustig, want meteen bij aankomst doken we de Buzzard in voor Even If We Lose. De Nederlandse band met Griekse roots heeft zijn thuisbasis in Eindhoven en speelde dus een semi-thuiswedstrijd op het Ysselsteynse festival, maar het publiek moest zo nu en dan toch nog redelijk wakker worden om volledig in het geheel mee te gaan. Toch kreeg de winnaar van de ‘No Guts. No Glory’-wedstrijd, de jaarlijkse talentjacht van Jera On Air, halverwege het optreden een groot deel van de tent mee. Chris Adso, frontman van dienst, gebaarde het publiek tot een sitdown en wonder boven wonder ging de Buzzard daar, ondanks de hitte, nog gewoon in mee ook. Daarna was het hek duidelijk van de dam en werd het publiek nog een pak levendiger, al merkte je aan alles dat het een zware nacht was geweest.
Sugar Spine @ Hawk

© CPU – Karen Van Lierde
We hadden het niet verwacht, maar het is Sugar Spine toch weer gelukt. De Nederlandse band combineert al het beste wat de corescene te bieden heeft en staat er wel eens om bekend om daar een two-stepje of twee mee uit te lokken, maar we hadden er toch een hard hoofd in of het ook ditmaal ging lukken. De thermometer gaf namelijk een behoorlijk hoge waarde aan, zeg maar gerust in het rood, waardoor we toch even vreesden dat iedereen zijn energie liever zou sparen voor de rest van de dag en het vooral bij wat hoofdknikken zou houden. Niks was minder waar, want zodra de groep de eerste tonen van de voor het two-step gemaakte “Go Outside (C**t)” door de Hawk joeg, kwamen de benen al snel volledig los. Daarna werd dat er vooral niet minder op en ging het met tracks als “Burnt Beyond Recognition” en “Hisashi” gewoon stevig door. En dat maar goed ook, want Sugar Spine bracht een bak lawaai naar de Hawk waar je nou eenmaal moeilijk bij stil kon staan.
Wijf @ Sparrow

© CPU – Karen Van Lierde
Belgisch hoogtepuntje in de vroege middag? Dat kwam er met Wijf in de Sparrow. Warm, warmer, warmst was intussen zowat de enige juiste weersvoorspelling voor de schuurtent aan de rand van het festival, maar het werd enkel maar warmer toen het Gentse gezelschap zijn geluid door de tent joeg. Vooral frontvrouw Marie De Graeve sprong in het oog, want die trok zich weinig aan van de saunatemperaturen van de hut waar ze in stond en gaf zich volledig. Ze stoof over het podium, maakte zo nu en dan zelfs een klein dansje, maar deed vooral haar stem op tracks als “Liar”, “Hysterical” en “Maniac” met veel overtuiging spreken. Voor ons als Belgen was WIJF zeker geen onbekende naam, maar we zijn er heilig van overtuigd dat de groep gisteren ook op Jera de nodige fans heeft binnen geharkt.
Our Mirage @ Vulture

© CPU – Karen Van Lierde
Na een stroeve start door enkele technische mankementen betraden de mannen van Our Mirage het podium alsof er niets gebeurd was. Met een tomeloze overgave en een podiumprésence waar heel wat bands die we dit weekend al zagen nog wat van kunnen leren, trokken ze meteen alle aandacht naar zich toe. Hoewel de Vulture slechts schaars gevuld was, speelden de Duitsers alsof ze voor een afgeladen volle tent stonden. Van snoeiharde screams tot bitterzoete refreinen: elk nummer denderde met indrukwekkende kracht door de tent. De energie spatte van het podium en slaat moeiteloos over op de aanwezigen. Neem het van ons aan: van Our Mirage gaan we de komende jaren nog horen.
Catch Your Breath @ Eagle

© CPU – Karen Van Lierde
Meer toeschouwers, maar opvallend minder beweging bij Catch Your Breath dan bij hun voorgangers. Zowel op als voor het podium bleef het allemaal wat braaf. De onnodig lange pauzes tussen de nummers, waarbij een audiobestand als intro voor het volgende nummer diende, haalden bovendien de vaart uit de set en zorgden ervoor dat de tent langzaam leegliep. Ice Nine Kills kwam met een gelijkaardige aanpak de dag voordien een pak beter weg. De Amerikanen hadden enkele nummers nodig om echt op gang te komen. Pas bij publieksfavorieten als “Dial Tone” en “Shame On Me” lieten ze horen waartoe de band werkelijk in staat is. Daar kwamen de emotie, dynamiek en energie eindelijk volledig samen. Er zit duidelijk potentieel in Catch Your Breath, maar een groot deel van de set klonk te eenvormig. Pas bij “Dial Tone” en “Shame On Me” liet de band echt horen wat ze in huis hebben. Er is een reden waarom net die nummers als singles werden uitgebracht.
La Dispute @ Eagle

© CPU – Karen Van Lierde
Rond de klok van drie was het tijd om de traanklieren voor te bereiden op wat ging komen, want met La Dispute stond er in de Eagle een band die doorgaans niet bepaald voor luchtige kost zorgt. De Amerikanen bouwen hun post-hardcore rond verhalen die niet altijd even gezellig zijn. Met Jordan Dreyer als priester van dienst bracht de groep misschien wel de meeste emotionele set van het festival en met teksten als ‘Can I still get into heaven if I kill myself?’ uit “King Park” werd al snel duidelijk dat dit geen set zou worden waarbij de gedachten even op nul konden. Nee, La Dispute eiste je volle aandacht op en liet die ook niet meer los, terwijl het continu schommelde tussen uiterst fragiel en loodzwaar. Het was mooi, heel mooi zelfs, maar je zag duidelijk dat de muziek op de laatste dag bij het gros van het publiek er niet in ging. Misschien toch net iets te zwaar zo op het einde van Jera.
Trash Boat @ Hawk
Technische problemen door de hitte leken dit jaar een vaste waarde op Jera On Air, en vooral de Hawk bleek daar extra gevoelig voor. Gelukkig werden de verloren minuten in een mum van tijd goedgemaakt. Trash Boat schoot uit de startblokken met een nummer dat al tien jaar niet meer op de setlist stond, ter ere van het jubileum van dat album. Fans van die plaat krijgen later dit jaar de kans om ze integraal live te beleven in Londen. Pure punk, met stagedives die elkaar vanzelf opvolgden. De band legde de lat daarmee misschien wel iets té hoog. De recentere nummers haalden dat niveau niet, waardoor opvallend veel mensen de overvolle Hawk stilletjes verlieten. Gelukkig wisselde de set oud en nieuw voldoende af om die dip snel te boven te komen. Vocaal staat frontman Tobi Duncan als een huis. Hij stortte zich volledig in zijn nummers en liet zijn emoties de vrije loop, al klonken zijn screams nog net iets overtuigender dan zijn cleane zang. Het enthousiasme waarmee de hele band op het podium stond, werkte bovendien bijzonder aanstekelijk.
ZALM @ Raven
Toch wel gek dat we voor een act als ZALM met liefde en plezier onze planning legen. Het eenmansorkest produceert muziek waar je eigenlijk zo ver als mogelijk van weg moet blijven, maar toch trok Mike Dobber, het gezicht achter het kabaal, ons weer naar de Raven. Al is kabaal misschien nog net iets te licht uitgedrukt. Zelf omschrijft hij het als ‘lo-fi electro grindpunk à 959 beats per minuut’ en dat kregen we dan ook. Een spervuur aan overstuurde beats, kapotte elektronica, geschreeuw en samples vloog door de Raven, terwijl Dobber zelf als een menselijke sloopkogel over het podium denderde. ‘Alles nog oké met jullie?’ vroeg hij met een Noord-Brabantse tongval, maar eigenlijk wist hij zelf ook wel dat zijn muziek intussen al voor redelijk wat kortsluiting in de hersenpannen had gezorgd. Voor ons was het machtig mooi en krijgt het, net als vorig jaar op Down The Rabbit Hole, een warm plekje in ons hart. Blijven schreeuwen Mike, je doet dat goed zo.
Distant @ Vulture
We zeiden in onze Graspop-review dat we Distant volgend jaar in de Kavka Zappa een nieuwe kans zouden geven na een technisch brokkenparcours, maar daarbij waren we blijkbaar even vergeten dat de band eerst nog langs Jera On Air zou passeren. Veel beter eigenlijk, want na die geplaagde passage in de Marquee viel er nog een en ander recht te zetten. In Ysselsteyn kreeg de Nederlands-Slovaakse deathcoreformatie daar gelukkig wel de ruimte voor en bracht de band een set die wél stond als een huis. Distant ging meteen volle bak in de aanval en met Alan Grnja in de spits had de band een stevig wapen voorin staan. De zanger schreeuwde dan ook wat af, maar in combinatie met de rest van de groep was het pas echt schrap zetten geblazen. De breakdowns lieten de tentzeilen trillen en ook de ijzeren palen van de Vulture hadden er duidelijk werk mee om alles overeind te houden, want Distant deed er alles aan om nog voor het vallen van de avond het hele festival aan diggelen te spelen.
Ronker @ Sparrow
Tijd voor Belgisch geweld in de Sparrow, en dat zagen we maar al te graag. Op de eerste rij stonden trouwe fans en vrienden van de band al klaar. GoPro op de gitaar, versterkers open en gas geven. Met hun mullet cuts, snorren en intimiderende uitstraling oogden de mannen allesbehalve toegankelijk, al klonk de oproep om ‘eens wat rondjes te lopen, vrienden’ opvallend vriendelijk. Frontman Jasper De Petter hoefde het publiek geen twee keer aan te sporen. ‘Laten we er een hardcoreshow van maken’, en meteen vloog de eerste golf stagedivers door de zaal. Boxen werden op elkaar gestapeld zodat hij nog wat hoger boven het publiek kon uittorenen. Ronker was één brok gecontroleerde waanzin. Kersverse gitarist Gilles Van De Vijver kreeg meteen een stevige vuurdoop, maar hield zich moeiteloos staande.

© CPU – Karen Van Lierde
Of je de band nu kende of niet, Ronker zette een van de meest indrukwekkende shows van het weekend neer. Vier loodzware gitaren beukten zich een weg door de Sparrow en waren tot in je botten voelbaar, terwijl geen van de vijf muzikanten ook maar één steek liet vallen. Het bewees nog maar eens dat je niet in de grootste tent hoefde te staan om een van de sterkste optredens van het festival neer te zetten. Belgische trots? Absoluut! Halverwege schakelde de band onverwacht een versnelling terug met een “emo-song”, als eerbetoon aan La Dispute, die eerder op de dag speelden en die De Petter jammer genoeg had moeten missen. Het nummer werd ingezet onder een zekere verlegenheid die allesbehalve terecht was. Een kort rustpunt in de set, al bleef de intensiteit ook dan onder de oppervlakte borrelen. Daarna werd de chaos opnieuw moeiteloos op gang getrokken voor de rest van de set.
Imminence @ Eagle

© CPU – Karen Van Lierde
Een vleugje klassiek op Jera On Air? Ook dat kregen we dit jaar te horen. Naast de vertrouwde namen binnen de moderne metalcorescene schotelde Imminence ons pure violincore voor: de unieke combinatie van metalcore en de klassieke viool van zanger en violist Eddie Berg. Een signatuur waar de Zweden intussen om bekendstaan en waarmee ze ook op het grote publiek een sterke indruk nalieten. Nog voor de eerste noot echt klonk, werd al duidelijk dat dit geen doorsnee metalcoreshow zou worden. Het podium van Imminence voelde minder als een klassieke metalstage en meer als een donkere, theatrale wereld waarin je even werd ondergedompeld. Alles was strak en sober opgebouwd, met veel zwart, mist en filmisch licht dat soms eerder aan een kathedraal deed denken dan aan een festivalpodium. Achter de band zorgden subtiele visuals en diepe schaduwen voor een bijna religieuze sfeer, terwijl de zichtbare aanwezigheid van de viool de show extra gelaagd en emotioneel maakte. Het resultaat was geen brute chaos, maar een intens, bijna cinematografisch decor waarin muziek en emotie centraal stonden. Midden op het podium stond de viool van Berg, pal aan de microfoonstand, klaar om elk moment tot leven gewekt te worden.
Imminence vloog er vervolgens meteen in met “Temptation”, op de voet gevolgd door “Desolation” en “Heaven Shall Burn”. De toon was gezet: intens, donker en emotioneel geladen. Met “Erase” bewees de band waarom het label violincore hen zo goed past. De viool kreeg een prominente rol zonder ook maar iets aan kracht in te boeten en sneed dwars door de muur van gitaren heen. De teksten, voelbaar geschreven met een zwaar hart, werden live nog intenser gebracht. Niet enkel de bassen dreunden door de tent, maar vooral de emotie was voortdurend voelbaar. Doorheen de volledige set hing een zwaarte die niet alleen muzikaal was, maar ook menselijk. De band wist meermaals een gevoelige snaar te raken, waardoor hier en daar een traantje werd weggepinkt. Het bewees hoe sterk hun muziek live binnenkwam, voorbij het harde genrelabel.

© CPU – Karen Van Lierde
Performen konden ze als geen ander. Van de krachtige, haast theatrale poses van zanger Eddie Berg op precies de juiste momenten tot gitarist Harald Barrett, die door fans inmiddels “WitchKing” werd gedoopt. Met zijn lange haren en gewaden was die bijnaam allesbehalve vergezocht. Tijdens “Heaven Shall Burn” tilde Barrett dat imago nog een niveau hoger. Terwijl het nummer zich opbouwde, greep hij plots naar een strijkstok en liet hij zijn gitaar spreken alsof het een klassiek instrument was. Het was geen gimmick, maar een bijna ritueel moment waarin muziek en performance samenvielen. De lichten, het decor en de sound leken even één geheel te worden, terwijl Barrett als een figuur uit een andere wereld de show moeiteloos naar zich toetrok. Op dat moment klopte alles: sfeer, sound en uitstraling smolten samen tot een filmisch geheel dat perfect aansloot bij de mystieke grandeur van de band. Imminence bewees zo nog maar eens dat ze live veel meer zijn dan een metalcoreband. Ze brachten een totaalbeleving waarin emotie, spektakel en muzikaliteit naadloos in elkaar overvloeiden. Een optreden dat even hard raakte als indruk maakte en nog lang bleef nazinderen nadat de laatste noten waren weggestorven.
End It @ Buzzard

© CPU – Karen Van Lierde
‘Het was maar een grapje, oké?!’ Akil Godsey van End It had een hoop uit te leggen toen hij iemand in een bananenpak vooraan spotte. Na de hele Banana Man-rel van de afgelopen weken was het op voorhand een van de meest beladen optredens van het festival, maar met de zalvende woorden en een knuffel aan de man in pak leek die angel er ook vrij snel uit. Meer moest dat eigenlijk niet zijn, want daarna kon Godsey gewoon doen waarvoor hij naar Ysselsteyn was gekomen: heel veel lullen. Oh, en hier en daar een stevig potje schreeuwen op een tros aan nummers als “Hardhead” en “One Way Track”. Dat werkte meer dan prima, want zodra Godsey en co dan maar gingen met die banaan, vlogen de stagedivers om de oren en werd er zoveel gecrowdkilled dat je bijna een zorgverzekering extra wilde afsluiten. End It was berensterk en bewees dat een optreden niet van kop tot staart volgepropt hoeft te zitten om toch goed binnen te komen. Lezen jullie mee, The Offspring? End It gleed in elk geval niet uit over de bananenschil waar de headliner van dag twee nog over struikelde.
All Time Low @ Eagle
Met de laaghangende avondzon als decor stond All Time Low op precies het juiste moment op precies de juiste plaats. Hun luchtige, feelgoodsound bleek de perfecte soundtrack voor een opnieuw extreem warme festivalavond. Overal op de weide verzamelden toeschouwers, van de eerste rijen tot wie het liever wat rustiger hield achteraan in het gras. Ondertussen mogen de Amerikanen gerust iconen van het genre genoemd worden, al klinkt hun muziek vandaag duidelijk meer pop dan punk. Dat neemt niet weg dat klassiekers als “Time-Bomb”, “Monsters” en “Weightless” moeiteloos in de smaak vielen. Afsluiter “Dear Maria, Count Me In” stak er met kop en schouders bovenuit en was zonder twijfel hét nummer waarvoor een groot deel van het publiek was afgezakt.

© CPU – Karen Van Lierde
Frontman Alex Gaskarth kreeg centraal op het podium alle aandacht, terwijl de overige bandleden opvallend meer naar de zijkanten werden opgesteld. Muzikaal stond de band nog steeds als een huis en klonken de nummers even strak als twintig jaar geleden. Alleen is onderweg wel wat van het ruwe randje verdwenen, zowel in de songs als in de podiumperformance. Via de ledwall werden de fans aangespoord om bij elkaar op de schouders te kruipen, en vooral de eerste rijen gaven daar enthousiast gehoor aan. Met een warme oproep om voor elkaar te zorgen én te blijven dansen tot het niet meer gaat, leverde All Time Low een aangename adempauze tussen al het zwaardere geweld. Een ideale opwarmer voor wat Papa Roach later op de avond nog in petto had.
Turbonegro @ Vulture

© CPU – Karen Van Lierde
Wat ons gedurende de dag al opviel, was dat er opvallend weinig Turbojugend op het terrein rondliep. Geen hele stoet denimvesten, geen massale chapterbijeenkomst en ook de Vulture zelf liep niet bepaald over toen Turbonegro eraan begon. Toch vreemd voor een band met zo’n cultstatus en trouwe achterban, maar misschien ook weer niet helemaal onlogisch aangezien de Noren hun beste jaren natuurlijk al een tijdje achter zich hebben liggen. Dat voelde je ook tijdens de set zelf. Anthony Madsen-Sylvester deed zijn best om als The Duke of Nothing wat leven in de brouwerij te krijgen, maar echt populair maakte hij zichzelf niet bij ons. “All My Friends Are Dead” blijft natuurlijk een klepper en was het hoogtepunt, maar voor de rest was het vooral een show die nergens echt van de grond kwam.
Het Goede Doel @ Sparrow
Jera On Air heeft ieder jaar wel een boeking in de Sparrow staan die net wat luchtiger is dan de rest. Eerder zagen we al Corry Konings en truckerpoplegende Henk Wijngaard opduiken tussen al het gitaargeweld en dit jaar was het dus de beurt aan Het Goede Doel. Een schot in de roos, want de schuurtent stond afgeladen vol voor de Nederlandse hitmachine van Henk Westbroek. Het blijft natuurlijk een vreemd soort Jera-magie wanneer een tent vol punkers, hardcorekids en metalcoreliefhebbers plots luidkeels staat mee te zingen met “Alles kan een mens gelukkig maken”, maar de grootste glimlach bij ons kwam toch wel bij “België”. Blijft een gekke gewaarwording om op een Nederlands festival vol harde gitaren plots ons thuisland toegezongen te krijgen, maar mooi was het wel.
Viagra Boys @ Eagle
We zullen hier vast en zeker wat boomers mee wakker schudden, maar het weekend eiste op het einde echt zijn tol. We besloten om Papa Roach over te slaan, waar we vandaag op Werchter Parklife zeker bij zullen zijn, maar aan Viagra Boys wilden we ons nog één keer wagen. Voor ons waren de Zweden dus de headliner van de dag en eigenlijk voelde dat nog best wel prima. Vooral omdat de groep evengoed als headliner op de affiche had kunnen staan. De mannen van vlees brachten namelijk een show die vol zat met licht en spektakel, waardoor het helemaal niet vreemd had aangevoeld als ze gewoon bovenaan de poster hadden geprijkt.

© CPU – Karen Van Lierde
Met nummers als “Man Made of Meat”, “Punk Rock Loser” en “Troglodyte” kreeg de Eagle precies wat het nodig had: vettige baslijnen, scheve saxpartijen en Sebastian Murphy die met zijn adonisiaanse uiterlijk van een ontspoorde fitnesscoach over het podium dwaalde. De man moest eigenlijk niet eens gek veel te doen om alle aandacht naar zich toe te trekken, maar deed dat tussen het dansen, lummelen en mompelen door toch voortdurend. “Sports” blijft natuurlijk de ideale meebruller voor iedereen die nog net genoeg energie had om het vrij ingewikkelde ‘sports’ terug te roepen, terwijl de rest nog maar eens een moshpit op gang trapte. Waar iedereen dat na drie dagen hitte nog vandaan haalde mag Joost weten, maar Viagra Boys kreeg het in elk geval nog uit de tent geperst met zijn dosis vettigheid. Papa Roach mocht dan nog komen, onze headliner had zijn werk al gedaan.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Jody Beyne.





