InstagramLiveRecensies

Rock Werchter 2026 (Festivaldag 2): Alice in Werchterland

© CPU – Joost Van Hoey

Het was dag twee en de benen waren zwaar, maar de agenda was te goed om te negeren. Na een openingsdag die ons al meer dan genoeg had gegeven, trokken we opnieuw richting Werchter met de wetenschap dat vrijdag zich wel eens tot de sterkste dag van het weekend zou kunnen ontpoppen. De zon deed haar best, de Barn stond al vroeg vol en van rust was weinig sprake. Vrijdag had een line-up die op papier al veelbelovend was en die belofte werd grotendeels ingelost. Cardinals en Keo zetten de toon vroeg in de dag in NEST. The Last Dinner Party toonde op het hoofdpodium waarom ze meer zijn dan de hype, Franz Ferdinand herinnerde iedereen eraan hoe een perfecte festivalset aanvoelt en Charlotte De Witte sloot de avond af in een Barn die letterlijk geen ruimte meer had. Daartussenin waren er ook FKA twigs, Wolf Alice en The xx voor wie een ander pad verkoos, wat vrijdag misschien wel de meest gevarieerde dag van het weekend maakte.

Kingfishr @ Main Stage

© CPU – Jitte Davidson

Ze zijn dan wel geen ingenieurs geworden, maar iets zegt ons dat Kingfishr nog geen moment spijt heeft gehad van hun stap in het onbekende. Het trio kanaliseerde hun gezamenlijke liefde voor folk en Ierse traditie in ambachtelijke liederen en dat met alsmaar groeiend succes. Nadat ze twee jaar geleden nog charmeerden op The Slope mochten ze het gisteren gewoon zo even op het hoofdpodium doen. Hoewel hun songs ook een zekere kleinschaligheid in zich hebben, paste de band zonder problemen gewoon op dat hoofdpodium. De start was met “I Cried, I Wept” niet al te vlekkeloos door wat geluidsproblemen bij Eddie Keogh. Niet zo erg, want ze vonden met hun sympathieke zelve snel terug het goede spoor. De gunfactor voor de band is sowieso ook gewoon bijzonder groot, omdat ze het met oprechte plezier brengen. Bij “Shot in the Dark” ging Keogh met zijn mondharmonica het publiek in en het daaropvolgende “Man on the Moon” wakkerde met een leuke speelsheid het enthousiasme verder aan. Kingfishr won harten bij de vleet en de blijk van wederzijdse waardering volgde na “Diamond & Roses”. Het triomfantelijk onthaalde “Caroline” maakte in het slot des te duidelijker dan Kingfishr een van de winnaars van de dag was.

Kingfishr staat op dinsdag 1 en woensdag 2 december in De Roma. Snel zijn is de boodschap, want de tickets vliegen razendsnel de deur uit.

Good Neighbours @ The Barn

© CPU – Joost Van Hoey

Bij Rock Werchter zijn ze mee met de hypes, en zo mocht Good Neighbours de tweede festivaldag mee op gang trappen. Het duo uit de Engelse hoofdstad rijgt de miljoenen streams aan elkaar en ziet zijn fanbase dagelijks nog altijd exponentieel groeien. Ondanks enkele minuutjes vertraging vertaalde zich dat in The Barn in een set die een vliegende start nam. De mannen wilden samen met de driekoppige begeleidingsband de boel in beweging krijgen en slaagden daar geleidelijk aan meer en meer in. Nieuwe single “Superstar” haalde het zonnetje naar binnen, het daaropvolgende nog te verschijnen nummer hield die daar.

Met een felblauwe achtergrond straalde Good Neighbours dan ook vooral plezier uit. Een stemeffectje en een groovy gitaarlijntje waren de ingrediënten om de handjes al vrij vroeg in de lucht en de voetjes van de grond te krijgen – zelfs zonder dat daar expliciet om gevraagd moest worden. De Britten schuwden de clichés daarbij weliswaar niet, maar ze ownden het wel en ontpopten zich zo gaandeweg tot de ideale festivalband: laat deze band nog wat sudderen, zet ze om een uur of drie in het zonnetje en de hele weide is mee. Natuurlijk zat iedereen eigenlijk te wachten op hitje “Home”, maar doorheen de set bewees Good Neighbours eigenlijk vooral meer te zijn dan dat. De meeste TikTok-hypes komen vaak niet verder dan die ene hit, maar deze mannen toonden zeker wel genoeg potentieel en energie te hebben om door te stoten richting het grotere toneel.

overpass @ NEST

© CPU – Jitte Davidson

Een kleine maand geleden bracht overpass zijn debuutalbum Elsewhere, Always uit. Geen betere plek om dat album voor te stellen aan het Belgische publiek dan op het ontdekkingspodium van Werchter. Het viertal uit Birmingham trad in hun begindagen nadrukkelijk in de voetsporen van bands als Two Door Cinema Club en Inhaler en deelt dezelfde muzikale visie: herkenbare melodieën, een aanstekelijke energie en nummers die gemaakt zijn voor festivalweides. Een volledig visitekaartje afgeven in amper een halfuur is geen evidente opdracht, maar overpass gooide wel al hun troeven op tafel. “Union Station” was een leuke opener en werd met een zekere overtuigingskracht gebracht. Het enige wat de band nu nog lijkt te missen is de onderscheidende factor. Bands als overpass hebben we namelijk al veelvoudig komen en zien gaan, maar ze kregen de sfeer wel redelijk goed in NEST. Zeker net voor het podium ging het goed los en bij “Take It Or Leave It” gingen de handen collectief vlot op elkaar. Overpass bracht zo dus niet niets grensverleggends, maar was bij een aangenaam zonnetje de passende soundtrack.

overpass speelt op 17 september in Trix.

ise @ KluB C

© CPU – Jitte Davidson

Het is en blijft indrukwekkend om te zien wat voor een carrière Ise Smeets op enorm jonge leeftijd al achter de rug heeft. Zowat elk (festival)podium in ons land kent ze al als haar broekzak, internationale shows zijn niet eens zo speciaal meer… En nu er ook een debuutplaat is, is het slechts een kwestie van tijd voor er alweer een volgende stap lonkt. Een mooi gevulde KluB C op Rock Werchter was gisteren alvast wederom een enorme mijlpaal voor de zangeres, die sinds ze zich laat begeleiden door een vierkoppige liveband nog grootser is gaan klinken.

De klank stond bij openers “Powerless” en “Just a Lie” echter nog niet helemaal op punt, waardoor alles wat verloren ging in dofheid. Eenmaal dat euvel van de baan klaarde alles rond ise wel op in een oranje gloed. De extra laag melancholie die “Goodbye Letter” kreeg, ging nog beter samen met het rauwe stemgeluid van de zangeres. Die debuutsingle was meteen ook het moment om eens terug te blikken op de afgelopen jaren en terug te keren naar de roots: “Lonely Days” bracht ze helemaal in haar eentje op akoestische gitaar. En ook dat klonk best krachtig, waardoor ise tegen het slotsalvo helemaal op toerental leek te komen. “Remember?” (wat een outro!) was als slotnummer nog het middelpunt tussen emotie en ruwheid, en mocht in alle eerlijkheid wat grootser worden onthaald. ise speelde op Rock Werchter namelijk een meer dan prima set, al bleef de reactie vanuit de tent vaak wat lauwtjes. Jammer, want ze stond hier dik verdiend en lijkt stilletjes aan zelfs klaar voor een plekje (als opener) op het grootste podium van het festival.

ise staat deze zomer nog op de Lokerse Feesten (5 augustus), Festival Dranouter (7 augustus) en Ronquières Festival (8 augustus). Haar jaar sluit ze op donderdag 1 oktober af in De Roma.

Wolf Alice @ Main Stage

© CPU – Joost Van Hoey

De Britse band Wolf Alice kreeg amper vijfenveertig minuten op het hoofdpodium en maakte er dus meteen het beste van. “Bloom Baby Bloom” bleef ook zonder perfecte zang overeind staat, “White Horses” zette extra kracht bij en “Formidable Cool” deed er nog een schep bovenop. Ruwer, steviger en schreeuwiger dan op plaat kwam de energiebom heerlijk over de weide gerold. Hier en daar zochten Ellie Rowsell en collega’s de rust op, zoals bij het opzwepende “The Sofa”. Toch waren het de stevigere songs die de hoogtpunten vormden en toen na “Play the Greatest Hits” de tijd bijna op bleek te zijn, werd “Don’t Delete the Kisses” er nog tegenaan gesmeten. De indierockband gaf het beste van zichzelf en zette vaak extra kracht bij, waardoor de fans veel energie teruggaven. Op vijfenveertig minuten werd alles tegen elkaar gepropt waardoor het haast een vat vol buskruit werd, maar eerlijk, geef Wolf Alice volgende keer minstens twintig minuten meer tijd.

Social Distortion @ The Barn

© CPU – Jitte Davidson

The Barn maakte zich om iets na tweeën op voor echte punkroyalty van het zuiverste soort. De wortels van Social Distortion reiken terug tot het einde van de jaren zeventig en de wilde jaren hebben zo nu en dan hun tol geëist. Toch krabbelde de band telkens weer overeind, met herwonnen energie en nieuwe bandbezettingen. Het nieuwe album Born To Kill, dat maar liefst vijftien jaar op zich liet wachten, vormde in ieder geval een uitstekende aanleiding om deze oude rotten opnieuw naar Rock Werchter te halen. Mike Ness is ondertussen wel iets milder geworden, al was de punkspirit nog altijd onmiskenbaar aanwezig in zijn speelstijl. In een nette outfit en met strak gel in het haar had hij als aanstoker echt wel kunnen doorduwen, maar hij hield zich desondanks opvallend binnen de lijntjes van het formaat. Veel jonge garde was er niet te bespeuren in The Barn, maar voor de Rock Werchter van de oude stiel viel er vooral in het laatste derde hun gram te halen wanneer ze de geliefde rockers bovenhaalde. Hoewel Social Distortion zeker niet slecht speelde, was er toch een bepaald automatisme die de vonk niet helemaal aanwakkerde. “Story Of My Life” was weliswaar een voltreffer, maar die ene verrassende voorzet erna misten we dan toch.

Cardinals @ NEST

© CPU – Joost Van Hoey

Voor een band die specifiek naar België afzakte voor deze ene Werchter-set hadden Cardinals er weinig behoefte aan om dat te benadrukken. Het Cork-vijftal, bestaande uit broers Euan en Finn Manning, jeugdvrienden Oskar en Aaron op gitaar en bas (met nu een invaller op drums), maakte zijn debuutalbum Masquerade eerder dit jaar bekend als een van de meest veelbelovende Ierse gitaarplaten in jaren, met lof van Grian Chatten van Fontaines D.C. die hen publiekelijk uitriep tot een van zijn favoriete Ierse bands. Live is die reputatie volledig verdiend. Ze speelden met dezelfde nonchalante losheid die we eerder al van hen zagen, maar je voelde ook dat ze blij waren hier te staan, ook al lieten ze dat nauwelijks blijken. “She Makes Me Real” en “Anhedonia” openden de set en zetten meteen de toon: discordante gitaren, Finns accordeon die door de ruimte sneed, en Euans stem die ergens tussen fluisteren en schreeuwen in beweegt zonder ooit zijn evenwicht te verliezen. “Masquerade” en “Barbed Wire” brachten meer frictie, “I Like You” en “Big Empty Heart” wat meer lucht, en “If I Could Make You Care” sloot af op de manier die je na een set als deze nodig hebt: met een noot die blijft hangen nadat alles al lang voorbij is.

Cardinals staat op 29 oktober in Trix.

High Hi @ KluB C

© CPU – Joost Van Hoey

High Hi is een van die bands die er in België in slaagde om zijn populariteit te doen toenemen tijdens de COVID 19-periode. Hits als “Daggers” deden het goed en inmiddels heeft het trio een vierde album uit. Aangevuld met een extra toetsenist speelde High Hi een scherpe en strakke set waarbij toffe visuals de sfeer extra kracht bijzet. De dynamische muziek leverde leuke momenten op, al viel het ook wel op dat het het ouder materiaal was dat op het meeste enthousiasme in het publiek kon rekenen. Desondanks lieten Anne-Sophie, Dieter en Koen zich niet doen en door het zingende duo eens te laten rondlopen in plaats van achter hun microstatief of drumstel te zingen ontstond er wat afwisseling. High Hi had er met andere woorden duidelijk zin in en gaf het beste van zichzelf. De indiepoprock songs zijn perfect voor een zomerse festivaldag en dat leidde ertoe dat ook het minder gekende materiaal niet slecht scoorde. Een fijne set dus!

High Hi staat deze zomer nog op Cactusfestival (10 juli), Rock Olmen (24 juli), de Lokerse Feesten (5 augustus) en Suikerrock (8 augustus). Dit najaar volgt er een clubtour met tussenstops in de Cactus Club (15 oktober), De Casino (16 oktober), Club AFF (17 oktober), Het Depot (29 oktober) en het Wilde Westen (30 oktober).

The Last Dinner Party @ Main Stage

© CPU – Jitte Davidson

The Last Dinner Party verscheen op het Werchter-hoofdpodium gekleed alsof ze rechtstreeks uit een ander tijdperk waren gestapt, hoofdzangeres Abigail Morris in een opvallende jurk die in de felle festivalzon even goed werkte als onder de gecontroleerde verlichting van een concertzaal. Dat theatrale showmanship, dat bij veel festivalacts volledig afwezig is, was hier aanwezig van het eerste tot het laatste moment. Dit is een band die naar een podium komt om iets te tonen. Ze waren er duidelijk niet enkel om snel hun hits te spelen en weg te gaan, en dat gevoel drong meteen door tot een publiek dat er al voor de eerste noot volledig bij was. De setlist combineerde nummers van beide albums overtuigend, met als opvallend hoogtepunt een live versie van nieuwe single “Big Dog” waarbij de live performance het nummer een dimensie gaf die de studioversie soms wat mist. Een Franse zangpartij bij Rifle gleed er ook soepel doorheen. Bij “Sinner” nam de bassiste Lizzie Mayland de vocale hoofdrol over, met ondersteuning van Abigail, en het publiek reageerde er merkbaar enthousiaster op dan op de al sterke nummers die eraan voorafgingen, wat meteen duidelijk maakte hoe sterk de band als geheel functioneert, zonder dat er een duidelijk haantje de voorste is.

Het absolute hoogtepunt was “This Is the Killer Speaking”, waarbij de band het publiek actief betrok en de Werchter-weide even in iets kleiner en intiemer veranderde. Je merkte aan de menigte dat ze ernaar had uitgekeken, en de band speelde het met een intensiteit die duidelijk maakte dat ook zij het als een centraal moment beschouwen. Daarna sloot de band af met “Nothing Matters”, waarbij de hele weide meezong in de felle middagzon als laatste victory lap. Een nummer dat precies het gevoel samenvatte van wat The Last Dinner Party op een podium is: een band met genoeg zelfvertrouwen om groter te klinken dan haar omgeving, en genoeg theatraal instinct om dat ook zichtbaar te maken.

Viagra Boys @ The Barn

© CPU – Joost Van Hoey

Na het spektakel dat de Rode Duivels brachten tegen Senegal, was het aan de atleten van Viagra Boys om Wereldkampioen van Werchter te worden. Als pintelieren, moshpits openen en aura uitstralen een sport waren dan toch. De populariteit van de Zweden was nooit groter dan op dit eigenste moment, en daar zitten de uitzinnige liveshows die ze op de mat brengen zeker voor iets tussen. En dan is er natuurlijk de figuur Sebastian Murphy. Het bier droop al van zijn volgetatoeëerde pens tijdens “Man Made of Meat” waarna alle sluizen eigenlijk meteen openden. Crowdsurfers trotseerden een instant kolkende massa van enorme moshpits: de natuurlijke habitat van de band.

“Punk Rock Loser” deed er nog eens tien graden bij en dat zinde de frontman. De beste danspasjes die we dit weekend zouden zien ondersteunden “Uno II”, met “Ain’t No Thief” jaagde hij eigenhandig de vlam nog eens in de pan. Zowat alles wat er op het podium stond ging permanent overstuur, de voorste helft van The Barn volgde zonder nadenken. Nadat Murphy zijn maaginhoud over het podium tentoonspreidde was het tijd om de shrimpgoden te aanbidden met “The Pyramid of Health”. De driehoeken veranderden echter snel in middelvingers richting alle onderontwikkelde mensapen die de oorlogen in de wereld blijven financieren. De betonnen platen in The Barn moesten moeite doen om de springende massa onder controle te houden, en dan moesten de echt grote kanonnen nog komen. “Sports” en “Research Chemicals” bezegelden het lot van zowel de tent als de frontman, en lieten de security nog een laatste keer sterretjes zien. Zeker die laatste kreeg een fantastisch uitgesponnen versie, inclusief drankpauze. En zo besloot Viagra Boys alwéér een epische veroveringstocht waarin het eigenlijk exact hetzelfde deed als altijd. Maar kijk, never change a winning team. Los wereldkampioen.

Keo @ NEST

© CPU – Jitte Davidson

Keo is een van die bands waarbij de hype vooruitloopt op de discografie, en waarbij dat gerechtvaardigd aanvoelt. Het Londense viertal, opgericht door broers Finn en Conor Keogh en aangevuld met Oli Spackman op drums en Jimmy Lanwern op gitaar, bracht vorig jaar debuut-ep Siren uit op Island Records en zag hun eerste headlinetour in seconden uitverkopen. Met slechts vijf nummers op hun naam tekenden ze voor de grootste opkomst die de BBC Introducing Stage ooit heeft gezien op Reading & Leeds, en inmiddels staat hun debuutalbum Put A Smile On For Me in de steigers. Dat ze al op de NEST staan met zo weinig uitgebracht materiaal zegt genoeg over hoe snel deze band een reputatie heeft opgebouwd die puur op liveshows is gestoeld. Die reputatie bleek volledig verdiend. Opener “Hands” zette meteen de toon: rauwe gitaren, een dreunende ritmesectie en de stem van Finn Keogh die ergens tussen Jeff Buckley en vroege Radiohead in hangt zonder ooit een kopie te klinken. De verlengde intro’s van “I Lied, Amber” en “Only We Know” gaven de set een spanning die je bij een band met zo weinig uitgebracht werk zelden verwacht, alsof ze bewust de tijd namen om de luisteraar mee te trekken voor ze de volle lading lieten vallen. “Black Dress” sloot de set af en liet een Nest achter die duidelijk meer had gewild.

Paris Paloma @ KluB C

© CPU – Jitte Davidson

De Britse Paris Paloma brengt binnenkort haar twee album uit en stond eerder dit jaar al in de AFAS Dome als support act van Florence + The Machine. Ook in KluB C was het duidelijk dat Paris Paloma zich door die band liet inspireren, maar ook invloeden van de Noorse Aurora zijn overduidelijk. Met fijne poppy songs over ‘AI art’ en de manosphere weer de singer-songwriter te scoren bij het publiek. Bovendien laat ze haar diverse sound mooi horen aan de hand van nummers die wat donkerder en trager zijn en andere die dan weer een feel good uitstraling hebben. Meer dan eens is er een catchy element aanwezig waardoor er al eens gedanst of meegezongen kan worden. Met bloemen in haar haar en een soort van sluier voor haar ogen zette Paris Paloma een steeds meer overtuigende set neer in KluB C, al kwam het misschien ietwat traag op gang. De laatste twintig minuten voelden aan als een schot in de roos waarbij Paris Paloma haar beste beentje voorzette en het publiek meenam in haar wereld.

Paris Paloma staat op zondag 29 november in La Madeleine.

Royel Otis @ Main Stage

Als er de laatste jaren één band was die het woord ‘zomerhitje’ ademde, dan was dat Royel Otis. De Australiërs kregen bijgevolg een zonovergoten uurtje toebedeeld op de Main Stage, en je kon eigenlijk al op voorhand zeggen dat dat zou zorgen voor de ideale vertaling van wat ‘festivalgevoel’ betekent. Het project van Otis Pavlovic en Royel Maddell is er namelijk zo eentje dat enorm veel nummers heeft dat je kent. Onder meer “moody” en “car” lieten de weide redelijk aan het begin van de set al lekker dansen, en ook het grote euvel waarmee de band altijd al kampte, leek wat te verdwijnen.

Er zat namelijk best wel wat schwung in de anders altijd ietwat statische sets van Royel Otis. Dat er op het scherm achter hen leuke boodschappen in een fris kleurtje verschenen, werkte ook aanstekelijk. ‘Werchter, you’re so fucking gorgeous’ was er bijvoorbeeld zo eentje tijdens “Sofa King” en ook “I Wanna Dance With You” sprak voor zich. Het was met andere woorden plezant bij de Australiërs, die overigens zichtbaar onder de indruk waren van de massa. Die stak de handjes graag in de lucht, ondanks dat je na verloop van tijd wel het gevoel kreeg dat de eentonigheid er een beetje in begon te sluipen. Gelukkig was daar net op tijd een pak hitjes dat de weide het ultieme festivalgevoel kon bezorgen. “Murder on the Dancefloor”, “say something” en “Linger” deden dansen en zingen, “Oysters in my Pocket” was de kers op een zomerse taart. Dat nieuwe single “Hallelujah” een verplicht nummertje was, zullen we er dan maar bij nemen, want voor de rest was dit een degelijke festivalset.

Franz Ferdinand @ The Barn

© CPU – Joost Van Hoey

Alex Kapranos noemde Rock Werchter tussendoor ‘a magical festival’, en na wat hij en zijn band die avond in de Barn neerzetten was dat wederzijds. “The Dark of the Matinée” opende zonder omhaal en de zaal was er meteen bij, alsof het publiek al de hele dag had staan wachten op precies dit. “Walk Away” kreeg een speelse, bijna grillige behandeling, “Do You Want To” duwde de temperatuur in de Barn nog een stuk hoger, en “40′” was misschien wel het meest verrassende moment van de set: een albumtrack van meer dan twintig jaar oud die werd meegezongen alsof iedereen hem vorige week voor het eerst ontdekte. Nieuwer werk zoals “Night or Day” en “Build It Up” van het meest recente album The Human Fear hield zich meer dan staande tussen de klassiekers, zonder dat de set ooit het gevoel gaf van twee aparte werelden naast elkaar. “Michael” trok een moshpit op gang, “Love Illumination” zorgde voor het soort gitaarmoment dat mensen nog weken later proberen na te bootsen, en “Take Me Out” deed daarna wat het altijd doet. “This Fire” sloot af. Weinig te klagen.

Scene Queen @ NEST

© CPU – Jitte Davidson

Had u ooit al eens van bimbocore gehoord? Wij hoorden in ieder geval donderen in Keulen toen we voor het eerst van de term hoorden, maar wat dat juist inhoudt kwamen we bij Scene Queen te weten. Hanna Rose Collins verpakt feministische en queer-thema’s met een dik laagje metalcore. Zelf omschrijft ze het als Britney Spears die plots verliefd wordt op metal. Waar we in het begin nogal bezorgd waren over het serieuze van het optreden veranderden we toch geleidelijk aan van gedachten. De twerkpit was niet voor herhaling vatbaar en ook “Barbie & Ken” deed meer kwaad dan goed, maar het niveau ging wel in crescendo omhoog. Vooral de manier hoe ze bepaalde onderwerpen ludiek aan de kaak stelde, zoals bijvoorbeeld mannelijke muzikanten die over hun instrumenten opscheppen op “Mutual Masturbation”, vonden we best amusant en confronterend tegelijk. “MILF” was dan weer een ode aan de mooie moeders in het publiek en wat later dook ze zelf de pit in om te oordelen of deze wel naar behoren werd uitgevoerd. Scene Queen schopte muzikaal en inhoudelijk tegen heilige huizen en tegen alle verwachtingen in was dat nog best goed te pruimen.

Kae Tempest @ KluB C

Kae Tempest is niet per se de artiest die op een festival in de ideale omstandigheden speelt, maar de Brit kan wel voor magie zorgen. In de KluB C moest hij echter opboksen tegen een van de laagste opkomsten die we in lange tijd op Rock Werchter hadden gezien, al liet hij zich daar niet door ontmoedigen. Hij beloofde een reis doorheen zijn discografie en ging daarbij meteen aan een razend tempo van start. Van bij “Breathe” werd het zowaar nooit echt duidelijk waar het ene nummer stopte en het volgende begon, net door de flows die Tempest uit zijn mouw bleef schudden. Belangrijke factor in dat verhaal was overigens ook de muzikante die ervoor zorgde dat de vibe onopgemerkt bleef fluctueren.

Ondanks dat je het geheel als vrij statisch zou kunnen omschrijven, werd het bij Kae Tempest echter nooit saai. Zoals gezegd was de flow daar een belangrijke factor voor, maar ook de manier waarop de Brit dat allemaal aanpakte. De zanger durft namelijk al eens afwijken van de tekst; waardoor het geheel permanent een verhaal vormt. “Know Yourself” werd zo zelfs een soort duet met die extra muzikant die je mee de dieperik insleurde, al was dat achteraf gezien misschien ook wel hetgeen de set het meest miste. Kae Tempest was goed in wat hij deed, maar excelleerde door de omstandigheden ook nooit echt. In een andere setting kwam exact dezelfde set ongetwijfeld een pak beter over.

Teddy Swims @ Main Stage

© CPU – Joost Van Hoey

Popprediker, soultroubadour, hitjesmachine… Teddy Swims kan je heel wat bijnamen geven. De imposante verschijning is niet aan zijn proefstuk toe, al staat hij voor een wel heel spannende periode. De volgende stap in zijn carrière staat voor de deur en dat verhoogt automatisch de druk. Zijn doorbraaksingle “Lose Control” is zelfs recordhouder in de Amerikaanse hitlijsten met ruim tachtig weken in de Top 100 singles, maar ook de andere single “The Door”, “Bad Dream” en recentelijk “Mr. Know It All” kunnen doorgaan als hitjes. In principe was dus het nodige songmateriaal aanwezig om als een van de topnamen van de Rock Werchter-vrijdag een topshow te voorzien op het hoofdpodium.

Laten we vooral starten met hetgeen ons meteen opviel; de band. Zeker in popmuziek staat er vaak een garde verveelde sessiemuzikanten achter de artiest die volledig volgens het boekje spelen. Bij Teddy Swims was dat toch wat anders. De zanger liet opvallend vaak zijn band op de voorgrond treden, zodanig zelfs dat hij verrassend genoeg afgetroefd werd in de geluidsmix. Zijn soulvolle stem droeg wat ons betreft af en toe te weinig de nummers, al deerde dat de weide net iets minder dan ons. Rondom ons hoorden we opvallend veel positieve signalen over de show en als je die weide collectief meekrijgt met een zeer sterke cover van Van Halen’s “Jump” dan heb je een goede zet gedaan. De grootste meezinger van de dag werd aangekondigd met die herkenbare pianonoten. “Lose Control” galmde over het hele terrein en zorgde als laatste zet voor een zoet en gesmaakt einde.

FKA twigs @ The Barn

© CPU – Joost Van Hoey

FKA twigs was zonder twijfel een opvallende naam op Rock Werchter. De Britse haar muziek is alles behalve rock en valt ook niet onder de categorie pop zoals andere acts dat doen op het ‘rock’-festival. Zoals gewoonlijk bracht FKA twigs een totaalervaring naar het podium waarbij ze hier Eusexua, Afterglow en het nog te verschijnen Body High voorstelde, aangevuld met ouder werk voornamelijk van Caprisongs. Een hele boterham dus en daarbij kwam dan nog eens een sterke show. Beginnen deed het multitalent op een bed, waar ze rustig begon met “Meta Angel” en via “Figure 8” opbouwde naar het zeer dansbare “Drums of Death”. Samen met al haar dansers kwam er een strakke choreografie op stoelen, maar dat was slechts het topje van de ijsberg. Nummers als “Hard” en “Sushi” werden van heel wat dans voorzien, en zoals we gewoon zijn werd er ook meer dan eens gepaaldanst. Tijdens het nieuwe en uiterst coole “Techno Ballad” gleed FKA twigs rond de paal met pleasers aan. Ja, ze kon het allemaal.

De elektrische en soms experimentele muziek werd hoofdzakelijk door één muzikant voorzien, maar die werd soms bijgestaan zoals tijdens “Stereo Boy”. Het lied werd met verschillende gitaren gebracht en kende een epische opbouw. Ook de opbouw van de show was vrijwel perfect met highs en lows op de juiste momenten, en een goede combinatie van dans en zang. Dat de zang niet altijd live was, zag iedereen door de vingers en met pakweg een extra traag opbouwende versie van “Eusexua” of het ijzersterke “Striptease” liet de artiest toch enkele sterke noten horen. Doorheen de uitgebalanceerde show was er amper ademruimte, maar dat betekende niet dat FKA twigs haar dankbaarheid niet toonde. Een uitgebreide buiging op en het einde en een mooie, oprechte speech halverwege lieten iets meer de persoonlijkheid zien van het haast mystische figuur. Ook tijdens afsluiter “Cellophane” (jammer genoeg het enige lied van Mary Magdalene dat live werd gebracht) kregen we een oprechte FKA twigs te zien die onder het warme steunende applaus enkele tranen liet. Wat FKA twigs op Rock Werchter bracht, tilde het concept van een concert naar een hoger niveau en dat daarvoor The Barn niet uit haar voegen barstte, valt niet te begrijpen. Zij die er waren aten uit het hand van FKA twigs en beleefden een van de hoogtepunten van het weekend.

Radio Free Alice @ NEST

© CPU – Jitte Davidson

Radio Free Alice is een band die je eigenlijk niet hoeft te introduceren aan wie de afgelopen twee jaar ook maar iets van de post-punk scene heeft gevolgd. Het Melbournse viertal, bestaande uit frontman Noah Learmonth, gitarist Jules Paradiso, bassist en saxofonist Michael Phillips en drummer Lochie Dowd, bouwde via drie ep’s en een meedogenloze tourschema een reputatie op als een van de meest frenieke livebands van het moment. Van uitverkochte Londense headlineshows tot SXSW en Reading & Leeds, de band heeft op elke stage bewezen dat hun angular post-punk, ergens tussen Ian Curtis en Robert Smith in, live een heel andere dimensie krijgt dan op plaat. In de Nest was dat niet anders, al nam het publiek het heft op een onverwachte manier in eigen handen: crowdsurfers stopten bijna niet, van “Empty Words” tot ver in de set, terwijl Radio Free Alice zelf nummers als “Toyota Camry”, “Spain” en “Lunch Money” bracht met de bedachtzame intensiteit van een band die weet dat de kracht in de details zit, niet in het rauwe geweld. De muziek vroeg dat publiek eigenlijk niet om zo wild te gaan, en eerlijk gezegd deed die discrepantie soms wel iets af aan de sfeer die de band aan het opbouwen was. Een cover van Gang of Four’s “Damaged Goods” paste naadloos in het geheel, en “Johnny” en “Waste of Space” sloten de set af met precies de energie die de band zelf al die tijd had geprobeerd neer te zetten. Meer dan verdiend, ook zonder de moshpit.

Lewis Capaldi @ Main Stage

© CPU – Jitte Davidson

Je kan van zijn muziek vinden wat je maar wil, maar ergens zou je altijd een enorm respect moeten kunnen opbrengen voor Lewis Capaldi. De Schotse singer-songwriter werd zowat overnacht een wereldster, maar liep daardoor ook al vrij snel tegen de mentale gevolgen daarvan aan. Na een pauze van twee jaar en heel wat zelfhulp, staat hij nu sterker dan ooit terug op het podium. De man staat dezer dagen namelijk voor zijn grootste shows ooit in het Verenigd Koninkrijk, maar onderbrak die met plezier om op Rock Werchter als subheadliner te fungeren. Vrij exclusief dus, en dat was te merken aan de gevoelsmatig enorme massa die hij op de been had gebracht.

Die kreeg met “Hollywood” en zeker “Grace” meteen twee hitjes op zich afgevuurd, al voelde je tegelijkertijd aan alles dat Capaldi zich nog niet helemaal op zijn gemak voelde. Het beterde gelukkig eenmaal hij het publiek aansprak en terugblikte op die keer dat hij voor Metallica mocht spelen op hetzelfde podium. De dooi was ingezet, maar kende pas echt een eerste hoogtepunt bij doorbraakhitje “Bruises”. Het refrein galmde samen met een frisse bries over de weide, en kreeg nog wat extra euforie toen “Pointless” werd ingezet met een vleugje “Teenage Dream” van Katy Perry – hebben we die toch nog gehad. Het ding met zijn muziek is echter dat het allemaal wat in hetzelfde straatje ligt, waardoor het vooral de hitjes zijn die voor echte opflakkeringen zorgden. Of de extra’s, want ook Lewis Capaldi hintte naar Pommelien Thijs (geen grap!), ietsje later naar Foo Fighters – eat this Metallica! – en uiteindelijk zelfs een volwaardige cover van “Have You Ever Seen the Rain”. Soit, het kabbelde soms misschien wat te veel en ook qua komische bindteksten bleef het wat ons betreft iets te weinig.

Maar dan heeft hij toch nog altijd die hitjes achter de hand die voor core memories kunnen zorgen: “Survive” en zeker “Someone You Loved” galmden op kippenvelbezorgende wijze over de weide. Net doordat die laatste in afgeslankte vorm werd gebracht, kwam het des te oprechter over. Want ook dat was Lewis Capaldi wel, oprecht blij dat het beter ging en dat hij de kans kreeg om op een van de grootste podia van ons land te staan. Een liefde die voor alle duidelijkheid nog altijd enorm wederzijds is! Zo ook na gisteren.

Agnes Obel @ KluB C

© CPU – Joost Van Hoey

Wie naar KluB C afzakte voor eenvoudige pianoliedjes van Agnes Obel, die was er niet op zijn plaats. Na vroeg hitje “Fuel to Fire” (dat terecht warm werd onthaald) begon de Deense (opzoeken alsjeblieft?) te focussen op nieuw onuitgebracht materiaal. De piano bleef uiteraard aanwezig, maar stond niet altijd meer in de spotlight. Cello en percussie namen evenwaardige posities in en creëerden betoverende sferen. Het geheel voelde aan alsof de muziek uit een doosje kwam dat je gevonden hebt in een verlaten huis diep in een bos. Magisch, mysterieus en gelaagd schilderde Agnes Obel het ene na het andere schilderij. Alles vaagde mooi in elkaar over en sloot netjes bij elkaar aan, wat in de smaak viel bij het verrassend grote en stille publiek. “Riverside” kon uiteraard op veel enthousiasme rekenen, al wou het publiek duidelijk ook gewoon in stilte genieten van een extra ingetogen uitvoering. “The Curse” vormde met haar magistrale outro een kers op de taart. Agnes Obel maakte er op Rock Werchter haar moment van, waarbij de context van een festival eventjes helemaal uit het hoofd verdween.

Charlotte de Witte @ The Barn

Charlotte de Witte is de voorbije jaren uitgegroeid tot de meest toonaangevende techno-artiest van het moment, zes keer op rij verkozen tot nummer één techno-dj ter wereld door DJ Mag en de eerste artiest ooit die het hoofdpodium van Tomorrowland opende én afsloot op dezelfde dag. Vorig jaar bracht ze ook haar debuutalbum uit, een zelfgetitelde plaat die ze omschreef als een ‘selfish album’, geboren uit instinct eerder dan uit industrie-verwachtingen. Dat gevoel droeg ze vrijdagavond ook mee naar een The Barn die nauwelijks meer ademruimte overliet. Wie er stond weet hoe dat voelt: een massa mensen die zo dicht op elkaar staan dat je de muziek ook fysiek ervaart. De productie die de Witte meebracht, was daar volledig op afgestemd. Schermen die letterlijk van het plafond naar beneden zakten, een lichtshow die op de meest intense momenten de hele Barn in een andere werkelijkheid deed wanen en visuele boodschappen als ‘PROTECT CLUB CULTURE’, ‘ONE’ en ‘RESISTANCE’, waarbij menselijke silhouetten steeds opnieuw door rode lijnen werden opgedeeld en weer samengebracht. Het publiek zelf verscheen soms ook op de schermen achter haar, waardoor de grens tussen artiest en menigte wegviel en de boodschap van eenheid letterlijk zichtbaar werd in de ruimte. Het was een set die niet alleen over muziek ging, maar ook over wat clubcultuur op zijn best kan betekenen.

Charlotte de Witte speelt dit weekend nog op Les Ardentes (5 juli).

Alice Mae @ NEST

De een zijn dood is de ander zijn brood. Of in het geval van Alice Mae: de een zijn ziekte zorgt ervoor dat de ander haar droom uitkomt. The Warning moest op het laatste moment verstek geven en zo werd de De Nieuwe Lichting-winnares vanochtend uit haar bed gebeld om NEST af te sluiten op vrijdag. Gezien de beperkte discografie van de zangeres misschien een ietwat opvallende keuze, maar soms moet er gewoon snel gehandeld worden. Aan Alexia Dhertoge om het waar te maken dus, en daarvoor had ze een vierkoppige band meegebracht. Voornamelijk onuitgebrachte nummers dus, al was het met “Only the Broken” toch vooral een recente single die het eerst opviel.

Daar was overigens heel veel volk getuige van, en dat keek met een goedkeurende blik naar onder meer “Not That Deep”. Alice Mae liet de gitaren steeds nadrukkelijker en schurender ronken, al moet daarnaast ook wel gezegd dat het allemaal een beetje in hetzelfde vaarwater bleef dobberen. Op zich niets verkeerd mee, het publiek vond het prima, al zal de zangeres toch nog ietsje verder moeten doorgroeien om echt potten te kunnen breken. In NEST toonde ze alvast goed op weg te zijn, met “Better Ways” als duidelijkste stempel. Zo komt ze er wel!

Lauren Spencer Smith @ KluB C

Van een popster zijn ze bij Rock Werchter niet vies en zo liep de Klub C ondanks de concurrentie van Charlotte de Witte en The xx goed vol voor de Canadese Lauren Spencer Smith. Vooral het jonge volk zakte nog even af naar de uithoek van de festivalweide om het pophart te luchten en meelevend mee te zingen met de herkenbare popnummers. Heel spannend was de show van Lauren Spencer Smith niet te noemen, maar ondanks de voorspelbaarheid was er ook weer weinig aan te merken op hetgeen ze bracht. Haar band speelde mooi binnen de lijntjes en Lauren Spencer Smith warmde haar stembanden geleidelijk aan op. “Rolling In The Deep” van Adele was een leuk tussenstuk waar jong en oud met mee kon zingen. Zelf scoorde de Canadese met haar natuurlijke charmante uitstraling en haar sterke uithalen tijdens bijvoorbeeld “Bigger Person” en “That Part” punten. ABBA’s “The Winner Takes It All” kregen we ook nog richting het einde als makkelijk meezingbaar stukje. Zelf zagen we het jonge publiek zelfs nog meer genieten van haar eigen hits met “Fingers Crossed” en het nieuwere “Stick & Stones”. Popartiesten zoals Lauren Spencer Smith hebben dus zeker nog hun plek op Rock Werchter en zo leverde de Canadese ons op het einde van de avond nog een paar leuke momenten op.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van The xx lees je hier.
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.

Deze recensies werden geschreven door Lucas PalmansSimon Meyer-HornRobbe Rooms en Tjorven Florin.

Related posts
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

dEUS, Andromedik, MEAU en meer warmen Pukkelpop op!

Het WK voetbal loopt stilaan op z’n einde, maar gelukkig hebben we nog de muziekzomer, die zich uitstrekt over een langere periode….
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single The Last Dinner Party - "Knocking at the Sky"

Aaaaah, The Last Dinner Party. Wat is en blijft dat toch een frisse verschijning. En da’s op zich best opvallend, want in…
LiveRecensies

Cactusfestival 2026 (Festivaldag 1): Koning, Keizer en Afg(h)aan

Onder hoogzomertemperaturen warmt het Minnewaterpark in Brugge zich opnieuw op voor drie dagen Cactusfestival. Een eclectische affiche zoals we al jaren van…

1 Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *