Wat waren we blij toen deze Born To Kill in de bus viel. We gaan eerlijk zijn: we hadden er niet veel hoop meer op dat het album ooit het levenslicht zou zien. Meer dan vijftien jaar verstreek sinds Hard Times and Nursery Rhymes, en meermaals sprak Mike Ness over de songs die hij geschreven en opgenomen had. Beloftes als ‘na deze tour werk ik de plaat af’ of ‘we hebben tijd in de studio geboekt’ waren zinnetjes die in menig interview opdoken. Maar de jaren verstreken en we bleven op onze honger zitten. Toen in 2023 het nieuws kwam dat Ness keelkanker had, dachten velen dat dit wel eens het einde van Social Distortion zou kunnen betekenen. Maar hij deed wat hij al zijn hele leven doet: hij knokte om te overleven, zoals altijd met een paar extra littekens erbij. En ook nu overwon hij wat op zijn pad werd gesmeten. “Story of My Life”, zoals hij al zong in 1990.
Dat pad begon ergens eind jaren zeventig in Fullerton, Californië. Het debuutalbum Mommy’s Little Monster volgde in 1983 en was doordrenkt van rauwe SoCal-punk. De lokale politie maakte geregeld kennis met de frontman, en hij op zijn beurt met de achterbank van de politiewagen. Maar tijden veranderen: ondertussen ontving hij zelfs de sleutel van de stad, een eer die doorgaans enkel de meest vooraanstaande inwoners te beurt valt. Hij mag dan misschien niet langer dat onstuimige punkkind van weleer zijn, punk blijft het startpunt en rock-’n-roll de eindbestemming. Ness’ jeugdige obsessies, van The Rolling Stones en Tom Petty tot David Bowie en Creedence Clearwater Revival, sijpelen subtiel door in de arrangementen. Tegelijk blijft de invloed van Sex Pistols en Ramones grommen in elk nummer. Alles wordt opnieuw samengevoegd in één pot, met als resultaat een onmiskenbare Social Distortion-signatuur.
De titeltrack “Born To Kill” opent het album met een mokerslag. De song draaide al enkele jaren mee in de liveset, maar de studioversie klinkt zowaar nog snediger. De leadsingle omvat alles wat je van een Social Distortion-song mag verwachten: de scherpe gitaren van Mike Ness en Johnny “2 Bags”, een agressieve energie en bakken attitude. Wanneer de zanger in de brug zingt: ‘I’m the underdog who ends up on top’, voel je de doorleefde authenticiteit die de band al decennialang definieert. Het is de perfecte samenvatting van een carrière die tegen alle verwachtingen in standhield. Wat volgt is een reeks nummers die elk een ander facet van dat bestaan belichten. “No Way Out” graaft diep in de deterministische krachten die een leven vormgeven, terwijl “The Way Things Were” zich hult in een melancholische terugblik op een roerige jeugd in Fullerton. De productie, in handen van Ness zelf en Dave Sardy, houdt alles strak in het gareel: opgenomen in de legendarische Sunset Sound en afgewerkt in Hillside Manor Studio.
Ness greep overigens terug in het archief. Zowel “No Way Out” als “Never Goin’ Back Again” stammen uit de sessie van White Light White Heat White Trash en zijn zo meer dan dertig jaar oud. Toch klinken beide songs op geen enkel moment gedateerd, dat heb je nu eenmaal met tijdloze muziek. “Tonight” daarentegen groeit uit tot een van de meest oprechte momenten op Born To Kill. Mike Ness laat hier zijn stoere façade grotendeels vallen en kiest voor een meer ingetogen benadering. De gitaren kabbelen eerst zachtjesaan vooruit, maar krijgen gaandeweg meer gewicht met de emotie die zich langzaam opdringt. In dat opzicht vormt “Partners In Crime” een mooie tegenpool. Het grijpt veel directer terug naar de rauwere roots van Social Distortion, met een groove die meteen blijft hangen. Toch voelt het nergens nostalgisch aan. Onder die rechttoe-rechtaan aanpak zit eenzelfde besef van tijd en verleden, alleen verpakt in een steviger jasje. Het toont aan hoe de band vandaag klinkt: nog altijd recht voor de raap, maar met net dat tikkeltje meer levenservaring.
Er zijn weinig experimenten terug te vinden op Born To Kill. De drang om het vertrouwde te verlaten komt misschien nog het duidelijkst naar voren in hun versie van “Wicked Game” van Chris Isaak. Waar het origineel vooral leunt op een dromerige melancholie, kiest Social Distortion voor een meer doorleefd geluid. De gitaren klinken iets gruiziger en Ness lijkt wel elk woord langs zijn eigen verleden te laten passeren. Zo verschuift ze de essentie van de song subtiel en maakt ze zich de song eigen. Maar de meest verrassende muzikale uitspatting krijgen we te horen op “Crazy Dreamer”, waar Americana-invloeden de bovenhand nemen. De losse sfeer doet denken aan een barband langs Route 66. Het zijn die kleine verschuivingen die de plaat extra kleur geven. De aanwezigheid van gastmuzikanten Lucinda Willams en Benmont Tench van Tom Petty and the Heartbreakers kleuren trouwens ook subtiel een beetje de plaat. Williams voegt met haar karakteristieke stem een extra laag authenticiteit toe, terwijl Tench met zijn toetsenwerk bijna onopvallend accenten legt. Het zijn die kleine details dat van Born To Kill een gelaagd meesterwerk maken.
Ook naar het einde toe verzwakt de plaat niet. Er werd geselecteerd uit meer dan veertig songs die geschreven waren voor dit album. Er wordt gewag gemaakt dat de volgende plaat al klaar ligt om opgenomen te worden, net als een nieuwe soloplaat van Mike Ness. Allemaal voer voor speculatie, maar wat we nu wel in handen hebben is een collectie van elf songs die zorgvuldig uitgekozen zijn. Sommige ideeën sluimerden al dertig jaar in de marge, andere groeiden de voorbije jaren uit tot vaste waarden in de livesets. Born To Kill is alles wat je kon en mocht verwachten na vijftien jaar. Hopelijk moeten we niet nog eens vijftien jaar wachten op de volgende plaat van Social Distortion.
Ontdek “Born To Kill”, ons favoriete nummer van Born To Kill, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






