FeaturesInstagramInterviewsUitgelicht

De Grote Beren van Morgen 2022: Dishwasher_

© CPU – Nathan Dobbelaere

We mogen met Dansende Beren dagelijks nieuwe nummers, albums en vooral ook nieuwe artiesten ontdekken. Sommige acts laten zo een grote indruk achter, dat we hen een extra duwtje in de rug willen geven. In januari stellen we daarom elk jaar onze ‘Grote Beren Van Morgen’ voor, waarmee we acts met veel potentieel in de schijnwerper zetten en doorheen het jaar wat nauwgezetter volgen. Dit jaar nodigden we onze selectie voor het eerst uit voor een interview en gebruikten we de sfeervolle ruimtes van Trix als decor voor enkele portretten. Vandaag stellen we met plezier de Gentse krautjazzband Dishwasher_ aan je voor. De bandleden zijn Arno Grootaers (drums), Werend Van Den Bossche (saxofoon en percussie) en Louise van den Heuvel (bas).

Hoe zouden jullie Dishwasher_ omschrijven voor de mensen die jullie niet kennen?

Arno: Bedoel je de muziek?

Ja.

Arno: We gebruiken vaak het woord ‘krautjazz’. We klinken niet per se jazzy, maar de insteek van het improviseren is er wel. We zien muziek niet als een vast iets. Ons geluid gaat meer richting elektronica, rock…

Werend: Het heeft een beetje een dubbele bodem, want krautrock is van de jaren ’70. Dat was een belachelijk woord omdat de muziek toen gewoon experimentele rock was met elektronica. Wij maken experimentele jazz met elektronica.

Wat zijn de basisingrediënten van jullie muziek?

Arno: Improvisatie is zeker de basis. We laten ons daarbij beïnvloeden door verschillende genres. We luisteren alle drie naar gemeenschappelijke bands maar elk apart ook heel veel naar andere dingen. Dat maakt het interessant waardoor iedereen z’n eigen invalshoeken heeft. We zijn allemaal zot van Kraftwerk, Aphex Twin en dat soort zaken. We zijn opgegroeid met rockmuziek en dan zijn we later uitgekomen bij experimentele muziek. In onze muziek gaan we onbewust terug naar onze eerste liefde voor rock maar dat combineren we nu met onze opgedane kennis bij het conservatorium. We willen sowieso niet klinken als iemand anders. Als sommige invloeden te letterlijk doorklinken, moeten we die anders te zien verpakken. We willen zeker niet pretenderen dat we het warm water willen heruitvinden. Ik herinner me dat toen Currents verscheen, iedereen plots wou klinken als Tame Impala. Alle drums klonken dof en de basisgitaren opgepompt. Dat willen we vermijden.

Werend: Tijdens een optreden kwam er eens iemand naar ons en zei: jullie klinken heel hard zoals die ene bassist en saxofonist. En dan kennen we die helemaal niet. Soms zijn die connecties wel grappig.

© CPU – Mathias Verschueren

Stel dat je toch artiesten of muzikanten zou moeten opsommen die jullie beïnvloed hebben. Wie zou je beschouwen als inspiratiebron?

Werend: Van eigen bodem is dat zeker en vast STUFF.. Dat is toch wel de grootste en interessantste band die het best jazz combineert met electronica. Op internationale schaal is dat Sons of Kemet uit Londen.

Arno: Ik heb het afgelopen jaar bijvoorbeeld veel geluisterd naar Frank Zappa. Dat is zeer filmisch. Ik vind dat zeer fris maar dat is voor andere mensen misschien niet meer het geval. Ik denk dat STUFF. zeker een grote invloed is. Ik denk dat we alle drie ook op zoek zijn naar dezelfde elementen als we nieuwe muziek luisteren.

Het zijn dus voornamelijk bands die niet passen in één genre.

Arno: Ja, dat bedoel ik. We houden niet van hokjesdenken of bands die zichzelf presenteren als ‘wij zijn een ‘indieband’ en zich dan conformistisch opstellen. Dankzij school maken we een soort van tegenreactie. We hebben allemaal Jazz gestudeerd. Op school werd er gedoceerd vanuit een bepaalde jazzperiode die heilig is. Alles wat daarvan afweek, was dan geen jazz of zelfs minderwaardige muziek. Dat prikkelde me nog harder om iets anders te doen.

Hoe kwam de band tot stand?

Werend: Via een gemeenschappelijke vriend van ons alle drie kwamen elkaar tegen op een jamsessie in Gent. Daarna dachten we eraan om eens samen te spelen.

Arno: Ja, het is niet zo’n cool verhaal. Louise en ik kennen elkaar sinds we achttien zijn omdat we onze bacheloropleiding volgden in Maastricht. We speelden toen al veel samen, maar erna zaten we allebei in Gent en waren we op zoek naar dezelfde vibe als in Maastricht. Werend begreep waar we naartoe wilden.

Werend: Ik was rond die periode veel aan het experimenteren met effecten. Onze gemeenschappelijke vriend wist dat en vertelde dat aan Louise. Voilà, zo geschiedde.

Is jullie geluid sindsdien fel veranderd of geëvolueerd? Of was de richting al duidelijk vanaf het begin?

Werend: Neen, we zijn gewoon begonnen met jammen. Die effecten waren, denk ik, wel het belangrijkste.

Arno: Hoewel dat dat niet zo lijkt, hoor je op onze eerste opnames dat we elkaar toen al aanvoelden. De muziek klonk zeer ruw omdat we vrij improviseerden.

Werend: We zijn wel bewuster geworden van een livegeluid. Tijdens de eerste optredens deden we maar wat. Het releasefeestje van “Home Cinema” was redelijk DIY. Daar houden we van. Op grotere podia willen we wel een geluidsmuur creëeren. Dat leerden we op de PA-repetities van Sound Track.

Arno: We hadden geen echt beeld voor ons. In het begin was dat ergens onze kracht dat we daar niet te fel mee bezig waren. Het draaide meer rond vertrouwen. Dat was leuk. We zijn achteraf pas gaan nadenken over wie dat we zijn.

Werend: Ja, we blijven altijd in het moment. We zijn niet bezig met wat er over drie jaar populair zou zijn. We maken gewoon onze eigen muziek. Als mensen daar gelukkig van worden, is dat goed.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Wat zijn jullie belangrijkste mijlpalen?

Arno: Spelen op Gent Jazz en dit interview.

Werend: Het is altijd leuk om kansen te krijgen. Spelen in de AB op Sound of Sprouts was ook wel tof.

Was dat dan via een livestream?

Arno: Ja, dat was een vooropgenomen livestream.

Werend: Dat was ook het moment dat de nationale pers en boekers ons eens zagen en we hun interesse opwekten.

Arno: Ik vond het najaar ook heel cool. In september en oktober speelden we veel shows kort op elkaar. Dat is geen mijlpaal maar we zaten toen in een goeie flow. Er was tussenin niet veel tijd om te repeteren waardoor elke show telkens een beetje anders was. Het was heel leerrijk om te zien hoe onze muziek werkte op verschillende locaties. Dat kan ons oppeppen. Die show in de AB was tof, maar dat was in een lege zaal. Dat is misschien goed voor uw ego maar daarom niet per se voor uw muzikaal hart.

Ondervonden jullie ook obstakels?

Werend: Ja, zeker en vast. Het is moeilijk om dingen uit te brengen in eigen beheer. We onderschatten altijd het administratief werk.

Arno: Ja, die omkadering is er nog niet. We hebben geen manager of boekingsagent. We doen alles met z’n drieën. Soms is dat veel werk en weten we niet goed hoe we dat moeten aanpakken.

Werend: We hebben wel de Poppuntgids gelezen. De theorie toepassen in de praktijk is toch iets helemaal anders.

Arno: Het gaat dan vaak over de kleine dingen die je gaandeweg tegenkomt. Op het moment zelf zijn die strubbelingen niet fijn maar achteraf gezien leren we daar op muzikaal of familiaal vlak veel uit. Als je niet geniet van dat leerproces wordt het gevaarlijk. Je mag niet enkel afhankelijk zijn van de grote climaxen, anders zou het succes te snel naar je hoofd kunnen stijgen. Zo’n bubbel kan weleens barsten.

Wat waren jullie tofste momenten?

Werend: Ik vond de kleine caféconcertjes altijd heel leuk.

Arno: Ja, de releaseshow van “Home Cinema” was tof.

Werend: Dat was nogal DIY en niet in de Handelsbeurs of zo. We zijn nog niet van het kaliber om dat te kunnen doen. De show ging door in café Barrazza in Gent. We hadden toen onze eigen beamer mee.

Arno: Ik vond het opnemen ook wel heel leuk. Dat was heel gezellig. We voelden toen geen druk dat de muziek er de dag zelf moest zijn. Onze producer was ambitieus maar hij liet ons ook prutsen. Dat werkte voor ons.

© CPU – Mathias Verschueren

Ben je liever in de studio of op het podium?

Werend: Ik denk het podium. Volgens mij heeft elke jazzband het er moeilijk mee om een afgewerkt product af te leveren. Dat is zeer tegenstrijdig met wat jazz als beweging is terwijl een plaat een momentopname is. Als je een show speelt, zit je met mensen in een ruimte. Live proberen we daarom onze opgenomen nummers vrijer te maken met solo’s en zo. Dat doet me denken aan een verhaaltje van Louis Armstong. Zijn opnames werden in de jaren ’20 zo bekend dat de mensen verwachtten dat hij dezelfde solo’s ging spelen.

Arno: We zijn wel een liveband. In het boek Hoe muziek werkt van David Byrne gaat het erover hoe plaatopnames de vroegere perceptie van muziek heeft omgedraaid. Het oorspronkelijke idee van opnames was om iets live vast te leggen. Nu betekent live spelen eerder de opname zo letterlijk mogelijk naspelen. Daar is op zich niks mee. Je kan ook zo een supervette show neerzetten. Ik vind het zelf nogal moeilijk om zo muziek te brengen.

Welke ambities hebben jullie voor 2022?

Arno: We denken aan een semilange plaat maar we zijn nu vooral bezig met het schrijven van nummers die we live kunnen brengen.

Werend: Ja, het totaalplaatje moet kloppen. We willen geen plaat uitbrengen vol samengeraapte nummers. De plaat moet zoals ons livegebeuren een trip zijn.

Arno: Dat is ook een beetje hoe dat we werken. We gaan iets maken en zien onderweg wel wat het wordt.

Wat willen jullie dan de volgende maanden concreet doen?

Arno: Ik denk dat we zoveel mogelijk live willen spelen. Dat is een beetje een onderzoek voor ons. Dat is een kwestie of het mag natuurlijk.

Werend: Vorig jaar was het ook corona en hebben we redelijk wat gespeeld. Het is alleen ietsje moeilijker.

Arno: Dat houdt ons wel scherp. De komende weken en maanden gaan we dus schrijven, repeteren en live oefenen.

Werend: Daarbij gaan we ook nadenken hoe we enerzijds live gaan experimenteren met effecten en klanken, anderzijds hoe we dat op plaat gaan zetten. Dat wordt ons onderzoek. Uiteindelijk willen we onszelf blijven vernieuwen.

Arno: Tegenwoordig lijkt het of zoekende zijn synoniem staat voor niet weten wat je wilt. Wij omarmen die zoektocht. In deze tijden moet alles een product zijn of moet je jezelf kunnen voorstellen in drie woorden.

Werend: We kiezen allemaal een beetje zelf hoe we willen klinken. Daar hebben we al genoeg tijd in geïnvesteerd. We gaan dat nu meenemen naar ons onderzoek.

Fan van Dishwasher_? Volg ze op Facebook, Instagram en Spotify

De Grote Beren Van Morgen 2022:

Maandag 3/1 – BLUAI
Dinsdag 4/1 – Dishwasher_
Woensdag 5/1 – Bobbi Lu
Donderdag 6/1 – Porcelain id
Vrijdag 7/1 – Wet Leg, Sad Night Dynamite, Steam Down en Tora-I
Maandag 10/1 – Stay Idle
Dinsdag 11/1 – Ão
Woensdag 12/1 – Judith Kiddo

Dit vind je misschien ook leuk:
Features

De Internationale Grote Beren Van Morgen 2022 (deel 2)

Naar jaarlijkse gewoonte verzamelen we begin januari een hoop nationale en internationale namen in onze rubriek ‘Grote Beren van Morgen’, van wie…
FeaturesInstagramInterviewsUitgelicht

De Grote Beren van Morgen 2022: Patches

We mogen met Dansende Beren dagelijks nieuwe nummers, albums en vooral ook nieuwe artiesten ontdekken. Sommige acts laten zo een grote indruk…
FeaturesInstagramInterviewsUitgelicht

De Grote Beren van Morgen: Ão

We mogen met Dansende Beren dagelijks nieuwe nummers, albums en vooral ook nieuwe artiesten ontdekken. Sommige acts laten zo een grote indruk…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.