
© CPU – Peter Verstraeten
Na een redelijk onrustige nacht met hevige regenval en blikseminslagen ontwaakte Graspop Metal Meeting gisteren voor de laatste metaldans van deze editie. Op deze zondag haalde het festival nog eens alles uit de kast om zijn tijdelijke bewoners een memorabele dag te bezorgen. Op het hoofdpodium kon je bij zo goed als elke band die er speelde wel een hitje luidop meezingen, terwijl de Marquee gisteren de mastodont was van alles wat black, thrash en progressive in de genre-omschrijving heeft staan. Er was een zekere duivelse sfeer op het terrein en dat lag ook voor een stuk aan het feit dat de Rode Duivels in de avond hun groepswedstrijd tegen Iran afwerkten. Van een onweer bleven we deze keer wel gespaard, maar het donderde wel nog eens flink op alle podia dankzij bands zoals Alice Cooper, Bury Tomorrow, Return to Dust en Kanonenfieber.
Return to Dust @ Metal Dome

© CPU – Peter Verstraeten
Het is deze editie een soort van traditie geworden; het meepikken van de eerste band in de Metal Dome. Gewoontes laten we niet graag los en daarom stonden we netjes op tijd klaar voor de eerste Belgische show van Return to Dust. De grungeband uit Los Angeles is zelfs voor het eerst op rondtrek door Europa en het zal wat ons betreft niet bij die ene keer blijven. Het viertal speelde een eerlijke set zonder scrupules en schipperde geluidstechnisch in het hetzelfde vaarwater als bands zoals Alice in Chains en Soundgarden. De tweestemmige zang had het aanvankelijk nog moeilijk om er bovenuit te steken, maar vond gaandeweg steeds meer z’n plaats in die gitaarbeladen sound. Na een zinderend “Sweet Escape” bracht de band ook nog een vrij geslaagde interpretatie van Outkasts “Hey Ya!”. Hoewel de opkomst nog aan de lage kant was, maakte Return to Dust op de opgedaagde vroege vogels wel een goede indruk.
Kuazar @ Jupiler Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Het meest exotische bezoek van deze editie kregen we gisteren uit Paraguay. Kuazar uit Ciuded del Este heeft al ruim een kwarteeuw ervaring op zijn conto staan en telt in zijn contreien als een van de betere bands in zijn genre. Het feit dat de groep het nu tot Europa heeft geschopt, is voor een groot stuk te danken aan haar Belgische boeker. Naast Graspop mocht de band eerder deze week ook al op Hellfest in Frankrijk staan en daarmee vervulde het drietal een langgekoesterde droom. Het kon dus eigenlijk al niet stuk voor Kuazar en die dankbaarheid goot het in een zeer degelijke show. De Zuid-Amerikanen speelden technisch verzorgd en lokten zo beetje bij beetje het volk richting de Jupiler Stage. Er kon bij “Silence” zelfs een eerste circle pit af en gestaag gingen meer en meer vuisten de lucht in. Kuazar maakte er ook zijn missie van om ons dankzij “Machete Che Pope (Acosta Ñu)” iets meer bij te brengen over de Paraguayaanse geschiedenis. De missie volbrachten ze gewoonweg op een degelijke wijze, al zal het optreden vooral bij het trio nog lang nazinderen.
King 810 @ Jupiler Stage

© CPU – Peter Verstraeten
King 810 werd als een van de laatste bands aan de affiche toegevoegd en vulde zo een van de laatste overgebleven gaten op de Jupiler Stage. Het werd voor de band, die volgend jaar zijn twintigjarig bestaan mag vieren, de eerste keer op Graspop. King 810 schuwde in die twee decennia de controverse niet en kwam meermaals in aanraking met justitie en politie. Frontman David Gunn zorgde het meest van al nog voor opspraak door in 2021 deel te nemen aan de bestorming van het Capitool in Washington D.C.. Dat even buiten beschouwing gehouden is de groep doorheen de jaren ook wel serieus wat aan urgentie en slagkracht verloren. Op de Jupiler Stage zagen we dan ook een band die de weg volledig kwijt was. David Gunn probeerde met zijn onvoorspelbare manier van doen de nummers tot leven te brengen, alleen was daar weinig geloofwaardigheid in te bespeuren. Hij brulde en kronkelde nodeloos in het rond. Afsluiten deden de Amerikanen met een verschrikkelijke versie van “Alpha & Omega”, die kant noch wal raakte. Dat ze ruim tien minuten te vroeg stopten, was dan ook meer een zegen dan een teleurstelling.
Rain City Drive @ Metal Dome

© CPU – Matthias Engels
Ook over Rain City Drive zijn de meningen verdeeld. Sinds Matt McAndrew (ex-finalist van The Voice in de VS) als frontman werd geëngageerd, is de band toegankelijker en melodieuzer beginnen klinken. Ook op Graspop klonk ze gisteren mierzoet en dat zorgde bij de hoge temperaturen voor een zeer plakkerig zooitje. Toegegeven, in het begin waren we nog niet helemaal mee en dat was vooral te wijten aan het feit dat de groep vrij glad van start ging. Het klonk zeer getelefoneerd en de spanningsverhouding zat scheef door het gebrek aan hoeken en kanten. Echt veel scherper werd het hoe dan ook niet, maar Rain City Drive wende wel snel genoeg aan de omstandigheden en koos met “Talk to a Friend” voor een iets hevigere aanpak. Vooral in het laatste deel van het nummer toonde vooral de drummer zich bemoeid om pit in de set te krijgen. Met hun lange broeken waren de bandleden, net zoals veel andere bands, overdressed en McAndrew liet een paar langere uithalen passeren omdat die door de snijdende hitte gewoon niet te halen waren. Op zich was de toegankelijkheid van Rain City Drive wel een leuke afwisseling, al gingen wij na een tijdje toch ook nog even richting de North Stage.
Europe @ North Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Want op die North Stage stond een band die weet wat het is om een evergreen te schrijven. Europe’s hoogdagen liggen dan wel in het verleden, maar voor een portie feelgood kan het wel nog steeds zorgen. Van de originele bezetting blijven enkel nog gitarist John Norum en zanger Joey Tempest over. De Zweden hebben zich echter goed kunnen conserveren, want hoewel het soms nogal gedateerd aanvoelde, waren ze op andere momenten ook verrassend tijdloos. De nieuwe tracks waren een verplicht nummertje waar we niet onderuit konden muizen, al bleef “The Cult of Ignorance” door dat aanstekelijk refrein wel nog hangen. Een zonnebadende weide genoot op gezapige wijze van de nummers en veerde tegen het einde dan toch recht. De finale countdown werd ingezet met “Cherokee” en dan klonk eindelijk dat wereldberoemde synthdeuntje door de speakers. “The Final Countdown” kreeg nog een klein gitaarsolootje en de handen gingen op elkaar voor de Zweden. Als nostalgie-act stond Europe in de namiddag dus perfect op zijn plaats op het hoofdpodium.
Extreme @ South Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Wie nog niet genoeg nostalgie had opgedaan kon gewoon blijven staan, want Extreme stond een paar minuten later op dat andere hoofdpodium. Hoewel we twijfels hebben of iemand in het gezegende jaar 2026 specifiek een ticketje voor Extreme zou kopen, stond er best wel wat volk aan de South Stage. De band stond in 2024 ook al op Graspop en week niet zozeer af van hetgeen we toen zagen. De groep rond gitarist Nuno Bettencourt begon vrij stevig en trok zo nog wat meer volk naar de weide, en tussendoor kon er bij de in Portugal geboren Bettencourt ook een mopje of twee bij. Het akoestisch stukje had voor ons in ieder geval niet gehoeven, ook al zat daar met ballade “More Than Words” hun bekendste nummer tussen. Gary Cherone zong best zuiver, maar was net als de rest van de band nog beter wanneer hij echt durfde rocken. Of dit nu het type optreden/band is waar een festival als Graspop nog nood aan heeft, laten we in het midden, maar de houdbaarheidsdatum komt wel gevaarlijk dichtbij voor Extreme.
Kanonenfieber @ Marquee

© CPU – Matthias Engels
Genoeg oldies, tijd om net voor het vallen de avond echt terug in de tijd te gaan. Studenten geschiedenis hadden gisteren ongetwijfeld een boeiende dag, want naast Sabaton houdt ook de Duitse blackened deathmetalband Kanonenfieber zich thematisch bezig met oorlogen. Gehuld in anonimiteit hebben de leden zich toegespitst op de Eerste Wereldoorlog en dat niet alleen tekstueel, maar ook de kostuums en de backdrop namen ons mee naar een van de mindere periodes in de wereldgeschiedenis. De belangstelling voor hun show was opmerkelijk groot en zo moesten we ons tevreden stellen met een plekje achteraan in de Marquee. Het geluid was waar wij stonden eerder aan de stille kant en daardoor vonden we het moeilijk om echt de volledige bandbreedte van de Duitsers te kunnen voelen. De gemaskerde band had naar goede gewoonte een best indrukwekkende productie mee, die niets aan het toeval overliet. Hoewel er een paar kleine strubbelingen waren doorheen de set, speelde Kanonenfieber ongedeerd voort met nummers als “Panzerhenker” en “Kampf und Sturm”. De Duitsers kozen voor een directe aanpak en lieten weinig ruimte om even naar adem te snakken. Mochten we iets dichter gestaan hebben en de show in zijn totaliteit nog iets beter op ons kunnen laten inwerken, had dit wel de potentieel om een van de shows van het weekend te kunnen worden.
Alice Cooper @ North Stage

© CPU – Ann Carpentier
Je hebt levende legendes en je hebt Alice Cooper. Met zijn gezegende leeftijd van 78 jaar is hij de oudste artiest ooit op Graspop en dat is toch iets waar we ons petje voor af doen. Het is bijna onvoorstelbaar dat hij na meer dan een halve eeuw op de planken nog steeds wil en kan optreden. Normaliter zou je bij dergelijke artiesten het gevoel hebben dat ze er beter de brui aan geven, maar op de een of andere manier is Cooper nog altijd in een uitstekende vorm. Het vele golfen houdt hem kennelijk fris, en ook de opeenvolging van shows is iets aangenamer gemaakt. Op de North Stage kon hij tijdens een ondergaand zomerzonnetje op zich al weinig verkeerd doen, maar dat deed hij ook niet. Met een setlist die vertrouwd aanvoelde bracht hij een show waar jong en oud het nodige plezier uit konden puren. Ondertussen weet je al goed genoeg wat er staat te gebeuren en toch blijft het even plezant om de Cooper-reus op het podium te zien, hem in een dwangbuis te zien of hem onthoofd te zien worden. Alice Cooper weet altijd de verwachtingen in te lossen. “Poison”, “Feed My Frankenstein” en “School’s Out” behoren alvast tot metalheritage en zullen nog generaties lang connectoren. Op Graspop zong hij dat diamanten voor altijd zijn, en dat is Alice Cooper en zijn muziek ook!
Bury Tomorrow @ Jupiler Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Bury Tomorrow kreeg zowat de zwaarste concurrentie die je je maar kon bedenken. Met Electric Callboy én de match van de Rode Duivels moest de band afrekenen met twee taaie klanten. Daniel Winter-Bates constateerde na het eerste nummer op vrij laconieke wijze dat er geen voetbalfans voor zijn neus stonden. De band liet alle omstandigheden echter niet aan het hart komen. De Britten zijn zowat op het toppunt van hun kunnen en lieten dat ook blijken met een hardheid die niets overliet aan het toeval. De extra vlammenwerpers werden ingezet als drukmiddel op de fans. Echt nodig was dat niet, want Bury Tomorrow begraafde alles en iedereen die niet op tijd in dekking was gegaan. Zelfs voor een verandering van de wardrobe was er een beetje tijd, en toch wou Winter-Bates niet te veel tijd verliezen. “What If I Burn” toonde hoe snel Bury Tomorrow kan ontvlammen indien nodig. De connectie met het publiek was aanwezig en ondanks dat het de laatste festivaldag was, kroop iedereen met plezier nog eens op elkaars schouders. Voetbal of niet, een brilscore vermeed Bury Tomorrow door droog zelf de weg naar het doel te vinden. Volgende keer zonder zware concurrentie en Bury Tomorrow gaat nog meer met het mes tussen de tanden spelen.
Def Leppard @ North Stage

© CPU – Peter Verstraeten
De voetbalmicrobe had ons ook te pakken en daardoor misten we toch een aanzienlijk stuk van Def Leppard. Na een fletse brilscore trokken we alsnog voor een dik halfuur naar de North Stage waar de Britse hardrockers als laatste band aan zet waren. Grappig genoeg speelde Def Leppard zijn laatste optredens op Graspop telkens als afsluiter van het festival, wat niet altijd even goed uitpakte. De gedroomde headliner is de band nooit echt geweest en doorheen de dag zie je ook best weinig Def Leppard-shirts, in vergelijking met andere headliners. Hun staat van dienst zou het hen mogelijk maken om vooral te teren op de hits van een ander tijdperk, maar de Britse band heeft nog voldoende creatieve impulsen om toch nog met nieuwe albums te komen. In ieder geval maakte Def Leppard op dat laatste derde dat we zagen een zeer vernuftige indruk. Veel spektakel moest je bij de band niet verwachten, maar een nummer als “Pour Some Sugar On Me” doet wel nog steeds zijn werk. Met een paar minuten over op de klok kon er ook nog een geïmproviseerde encore van af en daarmee eindigde Def Leppard soeverein en met de gebruikelijke klasse.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.
Onze recensie van The Offspring lees je hier.
Onze recensie van de tweede festivaldag lees je hier.
Onze recensie van Volbeat lees je hier.
Onze recensie van de derde festivaldag lees je hier.
Onze recensie van Bring Me The Horizon lees je hier.
Onze recensie van Sabaton lees je hier.





