InstagramLiveRecensies

Graspop Metal Meeting 2026 (Festivaldag 3): Dondersgoed

© CPU – Kristof Maes

De zaterdag van Graspop Metal Meeting was de eerste festivaldag die dit jaar uitverkocht geraakte en dat is gezien het programma niet meer dan logisch. Met jonge én frisse headliners mikte het festival met deze derde festivaldag vooral op een jongere generatie, al was er ook voor de doorwinterde Graspopper nog voldoende om zich te vermaken. De temperaturen stegen doorheen de dag naar nieuwe records en ook muzikaal ging het thermometer gestaag maar waar de hoogte in. Koploper van dienst Bad Omens vervulde z’n rol als headliner op sublieme wijze, maar het was Bring Me The Horizon dat onder een stortvloed de festivaldag in z’n plooi liet vallen.

The Pretty Wild @ North Stage

© CPU – Kristof Maes

Onze derde festivaldag startte op de tonen van “living ded”: een beetje hoe sommige festivalgangers al vroeg het terrein opnieuw verkenden, gebukt onder de loden hitte van gisteren en de dagen voordien. Gelukkig voor hen was er geen sprake van een ultrazware start op de North Stage, waar het Amerikaanse The Pretty Wild slechts met momenten echt wild werd. Met een verleden als popcoverduo en countryrockgroep is dat niet zo vreemd, en dat was er ook aan te horen. Niet dat de gitaren het zwijgen werd opgelegd, maar de de energiemeter was per slot van rekening mooi in balans, met een gemiddelde dat op schaal van nul tot honderd schommelde rond de vijftig. De zussen wisselden het vocale estaffetestokje gretig af, waarbij Jyl de hoge zangstukken en de screams voor haar rekening nam, terwijl Jules instond voor de lager gezongen teksten. Afsluiten deed het duo, bijgestaan door een drummer en één gitarist, met “sLeepwALKeR”. Niet de hardste, wel de bekendste song, die het best te omschrijven valt als progpopmetal met elektronische twist. Of zoals ze het zelf titelen: baddiecore. Een tikkeltje spanning en onvoorspelbaarheid had welkom geweest, maar verder brachten de zussen het er goed vanaf op hun Graspop-ontmaagding.

Mouth Culture @ Metal Dome

© CPU – Jitte Davidson

Een paar jaar geleden had een act als Mouth Culture niet zo snel op Graspop gestaan, maar de verjonging en de verbreding van de affiche maken dat deze Britse band tegenwoordig gewoon thuishoort op dit gitaarfestijn. In het Verenigd Koninkrijk hebben de mannen met hun energieke livereputatie al zieltjes gewonnen. Als opener van de Metal Dome hadden ze alles kunnen winnen, maar de band uit Leicester saboteerde zichzelf een beetje. Het viertal was de opdracht toch niet echt gewassen en verloor zichzelf in de grootse leegte van hun nummers. Jack Voss was vocaal niet helemaal top en maakte een door de hitte vrij uitgeputte indruk. Ook de rest van de band hield zich precies wat in en wou de set zonder grote kleerscheuren doorstaan. Een circle pit zorgde voor een kleine turbulentie in de Metal Dome en toch bleef de propeller daarna weer snel haperen. Bij het laatste nummer “Don’t Pull Up” was het fut helemaal verdwenen en miste dat slotakkoord strakheid en overtuigingskracht. De trukendoos van Mouth Culture is vooralsnog te beperkt om op een festival als Graspop zijn mannetje te kunnen staan.

Vicious Rumors @ Jupiler Stage

© CPU – Jitte Davidson

De nieuwe garde palmde op deze zaterdag de hoofdpodia in en daarom verhuisde de klassieke (heavy) metal naar de Jupiler Stage. Vicious Rumors opende het podium volgens de regels van de kunst met onversneden heavy metal van de puurste soort. De band werd eind jaren zeventig opgericht en kende sindsdien een flinke doorloop aan artiesten. In huidige vorm staat ze er al enkele jaren en de spirit van de band is nooit verloren gegaan. Eyeliners, V-gitaar, een hoog gepitchte stem… Bij Vicious Rumors kon je het allemaal afvinken en toch voelde het op geen moment te cliché aan. Aangezien het de laatste show was van de Europese tour, had Vicious Rumors precies nog wat meer goesting dan anders. Fraaie gitaarsolo’s en ferme uithalen werden niet gespaard en kwamen vaak genoeg aan bod. Zelfs de nieuwe nummers van het recente album The Devil’s Asylum vielen niet uit de toon en bekroonden een amusante start van de dag. De metal gods waren aanwezig volgens Brian Betterton en gelijk had hij!

Faetooth @ Metal Dome 

© CPU – Jitte Davidson

We hadden op voorhand Faetooth getipt als een van de onontgonnen parels die je deze editie zeker een kans moest geven en dat advies werd door heel wat mensen opgevolgd. Het was voor het uur van de dag aangenaam druk in de Metal Dome en zelfs de airco deed het eindelijk. De koude lucht zorgde voor een fijn klimaat, al zorgden extra waaiers op het podium voor extra afkoeling voor Faetooth. De doom- en postmetal was dan wel niet zozeer toegankelijk, maar net daardoor greep de groep ons net harder bij ons nekvel. Van wat potigheid waren de leden zeker niet verlegen en toch kunnen ze in de toekomst gerust meer diepgang in hun nummers steken. Het was donker en dromerig, maar miste in het midden van de set nog iets meer lagen om pakkend te blijven. Naar het einde toe toonden ze niet per se meer durf, al klonk het wel coherenter en doelbewuster. Slotsom “Echolalia” zorgde ondanks de warmte voor kippenvel en als je dat als band kan bewerkstelligen, heb je je werk goed gedaan.

P.O.D. @ North Stage

© CPU – Denis Moraux

P.O.D. is jarenlang afgeschreven geweest als een one-hit-wonder en toegegeven; ook wij waren sceptisch of deze band in deze tijden nog een plaats heeft in de wereld. De sterkste tijden ligt al zelfs een kwarteeuw terug in de tijd, en toch. Gisteren stonden de Amerikanen er weer en dat met een zeer leuke energie. De nu-metalband bracht dan wel echt pover weinig nieuws mee naar Dessel, maar soms hoeft dat ook niet. Teren op je verleden mag en kan, zeker als ze je het gewoon zonder nonsense kan brengen. De sfeer zat dankzij de mentaliteit van Sonny vrijwel meteen goed en met hun laatste nummers knalden de mannen voor een volle weide hun hits van Satalite. Aan “Youth of the Nation” hoeven we weinig woorden vuil te maken, want onze stem werd net zoals dat van duizenden anderen nog een tikkeltje meer schor. P.O.D. wegzetten als een hoogtepunt is misschien iets te veel van goede, maar als amusante band in de namiddag werkt deze groep gewoon goed.

Feuerschwanz @ Jupiler Stage

© CPU – Jitte Davidson

Ridders die het kwade de wereld uit willen helpen: het zou een goed thema zijn voor een nieuwe Efteling-attractie. De soundtrack heeft Feuerschwanz al, want met een intro vol klassikaal ornaat dachten we spontaan aan het themapark in Kaatsheuvel. Met z’n achten betrad de Duitse bijna-Eurovisiesongfestivalkandidaat van vorig jaar het podium, verdeeld in een zanger-, een muzikanten- en een danseressensectie. Het gezelschap trok onze oostelijke grens over om gisteren in Dessel te belanden, maar afgaande op hun eerste nummers zou je ze eerder met kilts en doedelzakken op het podium verwachten in plaats van met Middeleeuwse klederdracht. In de eerste minuten hadden de mannen wat moeite om hun gimmickachtige imago van zich af te schudden, maar vanaf “Knightclub” was de klik gemaakt en zetten we ons serieuze petje even af. Electric Callboy-gewijs zat het hitje vol kapstokken waaraan je je meteen kon vastknopen en meezingen. Ook in “Bastard von Asgard” was dat het geval, al bleek de opmerkelijkste rode lijn doorheen hun set het Keltische folkrandje. De violiste was een waardevolle toevoeging en nadat we in het begin enkel een doedelzak op tape hoorden, werd hij er tijdens “Testament” en “Berzerkermode” ook fysiek bijgehaald. Of het dan ook allemaal live gespeeld werd, durven we daarom niet met zekerheid te zeggen.

Op vlak van publiekinteractie moet je de vuurstaarten niets meer leren. Met sitdowns, pits en handgeklap tot de rode huid aan toe zat er meer dan genoeg in de tank. De hoogste decibelmeting aan de Jupiler Stage noteerden we dan weer rond een uur of half drie, wanneer het riddergezelschap een draai gaf aan het misschien wel bekendste Roemeense nummer ooit gemaakt. Het zomerse “Dragosta Din Tei” werd volop meegezongen en hier en daar spotten we een vreugdedansje. Vaarwel zeggen deden de heren door het elfde gebod te verkondigen, al was dat een afscheid in mineur doordat de gebrekkige stem van Hauptmann door de rustigere instrumentatie iets te hard in de schijnwerpers kwam te staan. Ach, die drie kwartier vertier hebben we toch maar weeral gehad.

Malevolence @ South Stage 

Dromen werden gisteren realiteit bij Malevolence op de South Stage. De vijf moshers uit Sheffield hadden nooit durven dromen om ooit op het hoofdpodium van een groot metalfestival te mogen staan. En toch gebeurde dat gisteren wel. Het kwintet heeft daar lang en hard voor moeten knallen, maar zag al dat noestere werk gisteren samenkomen met een uitstekend concert. De groep is geen klassieke hardcoreband zoals er al zoveel zijn en dat voelde je ook aan de sfeer die er gisteren hing. De circle pits en wall of deaths op onder meer “Karma” waren van een impressionante grootsheid en zelfs de meest notoire metalliefhebber bezweek onder de harde sound die ook voldoende sludge en thrash herbergde. Diegenen waarvoor Malevolence nog een onbekende was, geraakten nummer na nummer meer overtuigd van het kunnen van deze band en van het feit dat Malevolence gewoon ook zijn plaats heeft op het hoofdpodium. Het publiek was dan misschien wel de ruggengraat van het optreden, maar het vlees en het bloed dat de band voorzag moest daar zeker niet voor onderdoen. Het werd een dag om nooit meer te vergeten voor Alex Taylor en ook wij beschouwen Malevolence nu al als een van de hoogtepunten van Graspop 2026.

Rivers of Nihil @ Metal Dome

© CPU – Denis Moraux

Waar er bij Feuerschwanz gekruid werd met doedelzak en viool, was er bij Rivers of Nihil een ander instrument dat een opvallende plek innam. De mannen uit Pennsylvania kwamen met z’n vieren en hanteerden met hun progressieve deathmetal een langzamere en uitgestrektere benadering van het genre, waarbij vooral een saxofoon en dubbele bassdrums als een rivier door het landschap der nihilisme stroomden. Hun set onderscheidde zich als de ideale plek om de schaduw op te zoeken en in de Metal Dome even terug ter aarde te landen. Het gebeuk van elders werd even aan de kant geschoven en de onlangs tot vocalist gepromoveerde Adam Biggs kwam dieper en donkerder uit de hoek dan zijn affichegenoten. Qua muziek kon de band veelal vissen uit het materiaal van haar laatste zelfgetitelde album, waardoor die steeds terugkerende saxofoon meermaals de revue passeerde.

Sepultura @ North Stage

© CPU – Kristof Maes

Nadat we een dag eerder de gebroeders Cavalera over de vloer kregen, was het gisteren aan de ‘echte’ Sepultura. De legendarische Braziliaanse band werd door die andere twee kernleden, Andreas Visser en Paulo Xisto Pinto Jr., in leven gehouden en doet het in zijn huidige hoedanigheid al twee decennia meer dan verdienstelijk. Opvallend genoeg speelde Sepultura naar ons een tandje strakker dan de gebroeders Cavalera met hun Chaos A.D., maar we willen ook niet te veel gaan vergelijken. Dat zou zoveel Cavalera Conspiracy alsook Sepultura oneer aandoen. Sepultura koos voor meer resolutie dan we hadden verwacht en dat maakte de Zuid-Amerikanen meedogenlozer dan verwacht. Het aquarelschilderdij halfweg het optreden was een leutige gimmick, al kleurde Sepultura het liefst van al bloedrood. Op het agressieve af verzamelden ze hun verwoestende kracht in de ruim vijftig minuten die ze kregen. Sepultura had zijn huiswerk dus gemaakt en kon na sloopkogel Malevolence de weide eveneens in lichterlaaie zetten. Zo zeg je op gepaste wijze vaarwel aan de Belgische fans.

Loathe @ Metal Dome

© CPU – Kristof Maes

Loathe is zo een van die bands die net iets te hard schippert tussen geniaal en middelmatig. We hebben de groep de afgelopen jaren een aantal keer live mogen meemaken en de mening blijft nog steeds best verdeeld. De bende uit Liverpool koos op Graspop onbewust voor een grovere aanpak en zag in de geluidsmix vooral de gitaren naar voor komen. Op zich is dat bij een band met het geluid van Loathe geen groot probleem, maar het havende in zijn totaliteit wel de kwaliteit van de nummers. We vonden een paar songs zelfs haast onherkenbaar klinken en Kadeem France kreeg niet altijd alles even zuiver uit zijn longen geperst. Aan de inzet zal het echter niet gelegen hebben, want Loathe besefte vroeg in de set dat Graspop voor hen in België een gamechanger zou kunnen vormen. Naar verluidt zijn de Britten volop bezig aan een nieuw album, maar in Dessel grabbelden ze het liefst nog uit hun debuutalbum I Let It in and It Took Everything. Met vers materiaal en een betere geluidsmix mag Loathe nog wel eens terugkeren, want ondanks de nogal onevenwichtige mix won het zieltjes.

Hollywood Undead @ South Stage

© CPU – Jitte Davidson

Johnny 3 Tears, Charlie Scene en J-Dog: het zijn namen die recht uit een science fictionfilm zouden kunnen komen. Er is wel degelijk een link met de filmindustrie door hun groepsnaam, maar verder houden de drie heren zich bezig met muziek als onderdeel van de band Hollywood Undead. Een band vol zangers die gisteren in de vroege avond op de South Stage erg fluctueerde. Als bijen in een bijenkast liepen de leden door elkaar en verzorgden ze een dynamische show die niet verveelde. Zeker niet wanneer plots kleine Jace op het podium verscheen en als een volleerde metalhead het f-woord over de weide uitschreeuwde. Toch kon de band dat niveau tijdens zijn vierde GMM-passage niet aanhouden. Meerdere keren ging het up en down, waardoor we met een gemengd positief gevoel terugkijken op hun optreden. Enkele snedige nu-metalklappers zoals opener “Undead” en tweede song “1×1” raakten zowel letterlijk als figuurlijk de goede snaar, terwijl een kalmere cover van “Sweet Caroline” net als wat overige inkakkertjes doorheen de set wat overbodig voelden en niet echt een meerwaarde boden. “Bullet” vlak erna deed ook wat wenkbrauwen optrekken, maar ontwikkelde zich als een leuke rockballad met belletjes waar critici van huiveren, maar die wel niet misstond als charmante afwisseling. Vooraf waren we misschien wat sceptisch, maar Hollywood Undead bewees ons gisteren het tegendeel. Toch voor een gedeelte.

Three Days Grace @ North Stage

© CPU – Jitte Davidson

De show die Three Days Grace gisteren speelde, had het evengoed een kleine vijftien jaar kunnen brengen. Je zou dus kunnen stellen dat de band nogal gepasseerd is, of evengoed kan je stellen dat de band in al die jaren nog niets van zijn kwaliteiten heeft ingeboet. Nadat ze in de hoogdagen eerder onregelmatig in onze contreien kwam touren, is dat de laatste jaren toch flink toegenomen. De band heeft zijn liefde voor de Europese festivals herontdekt en geef ze maar eens ongelijk, want ook in België werd ze met open armen ontvangen. In tegenstelling tot de vorige passage op Graspop Metal Meeting, kozen de mannen er deze keer voor om de hitjes mooi te spreiden over de setlist. Het zwaargewicht lag dus op geen specifiek moment en dat was een slimme keuze om een vlotte overwinning binnen te reien. Gek genoeg is Three Days Grace met miljarden streams zelfs een van de meest gestreamde artiesten van deze affiche en ook bij het festivalpubliek passeerden de nummers klaarblijkelijk vaak in de playlist, want “Animal I Have Become”, “Time of Dying” en “Never Too Late” werden zonder argwaan meegezongen. Three Days Grace speelde tamelijk ontspannen en de dynamiek tussen hanenkam Adam Gotier en Matt Walst zat goed. Hoe relevant de Canadezen nog zijn is een overbodige vraag, want op Graspop dienden ze ons met een hitjesset van een gepaste repliek.

Catch Your Breath @ Metal Dome

© CPU – Jitte Davidson

Als nieuwe generatie alternatieve rock en metal met elkaar vermengen: dat is de missie van Catch Your Breath. Dat kan op zich nog redelijk divers klinken, maar de manier waarop de Texaanse band het aanpakt is een van de meest meeslepende, emotionele soort. Ze beschikte gisteren over de nodige metalcore-energie, maar ging er met een grove, filmische borstel met elektronicaharen door, zodat het vanop stage best toegankelijk klonk. Zo roerend het geluid, zo statisch stonden de heren op het podium van de Metal Dome. Iets meer beweging was welkom, maar de essentie is nog altijd hoe het klinkt, en daar was zowel bij zanger Josh Mowery als bij zijn band niets op aan te merken. Zuiver, grijpend, misschien een beetje afgelikt en de nodige TikTok-allure: we schipperden wat tussen enthousiasme en teleurstelling. “Dark” heeft zowel kracht als kwetsbaarheid in zich, maar miste net wat vocale betrokkenheid en overgave. Vooralsnog geven we het gezelschap echter het voordeel van de twijfel, er is immers nog ruimte en tijd voor ontwikkeling.

Op woensdag 3 februari keert Catch Your Breath terug naar België voor een show in De Casino in Sint-Niklaas.

Ice Nine Kills @ South Stage

© CPU – Kristof Maes

Bij Graspop geloven ze kennelijk wel in Ice Nine Kills, want de band groeide in amper vier edities en drie optredens gradueel tot een van de avondspots op het hoofdpodium. De liefhebbers van horror en theatrale vertoningen komen bij de groep meer dan aan hun trekken, en met deze nieuwe act trok ze het allemaal nog maar eens naar een volgend niveau. Nog meer show en nog meer figuranten deelden in de pret en namen ons mee naar Horrorwood. Je komt tegenwoordig bijna ogen tekort om het allemaal goed te kunnen volgen, maar centraal blijft het vermakelijke aspect staan. Het neigt soms zelfs naar het foute af. Ice Nine Kills kwam er echter mee weg en dat lag ook aan de bandbreedte die het muzikaal neerlegde. Het recentere “The Laugh Track” was gisteren al een publiekslieveling en terwijl Spencer Charnas nog wat meer horrorachtige moorden pleegde was de sfeer tot achter aan het kruis aanwezig. De NOFX-cover “Linoleum” was niet direct nodig, al opende het wel de deur naar een spektakelrijk einde. Hoewel Ice Nine Kills geen vuur of confetti meebracht, was dit een show die op Graspop haar gelijken niet kende.

Op maandag 15 maart staat Ice Nine Kills met alle toeters en bellen in Vorst Nationaal in Brussel.

BABYMETAL @ North Stage 

Met BABYMETAL stond ons om acht uur de eerste van de vier grote namen van de dag en misschien wel een van de meest besproken acts van de moderne metal te wachten. ‘Are you ready to headbang?’ is voor de trouwe Graspop-ganger geen ja-nee-, maar een retorische vraag en dus liet het Japanse drietal er geen gras over groeien. Met Metal Fourth brachten ze een klein jaar geleden hun vijfde studioalbum uit en dus hadden ze na hun laatste passage twee jaar geleden weer een geüpdatete setlist.

Als marionetten het kwamen ze het podium op gemarcheerd, om vervolgens als K3 on steroïds, en vooral onder een stuwend en bijna eindeloos gedrum een choreo uit te rollen. Pas luttele minuten later hoorden we voor het eerst een stem, wanneer “from me to u” als eerste echte nummer uit de startblokken schoot. Al snel bleek dat we naar een popshow in de kantlijn aan het kijken waren, met enkele afwijkingen. BABYMETAL bouwde haar meeste songs gisteren rond een simpele melodie- of zanglijn, die omvergeblazen werd door veelal snelle gitaren en drums. Een van de enkele uitzonderingen was “Song 3” met Slaughter to Prevail, dat na Malevolance even terug wat hardcore naar de mainstage bracht. Verder hield het trio en haar Kamiband zich stevig aan het script en was er weinig ruimte voor speling in de soort Japanse therapie waar we in verzeild waren geraakt.

BABYMETAL schotelde zo een show voor op de rand van J-pop en heavy metal, die zonder het onder stoelen of banken te steken ook door kon gaan als dansact; zeker wanneer de instrumental tijdens de intro’s of breaks even op loop ging om de choreo rond te krijgen. Dat voelde soms wat bevreemdend aan; waren we nu naar een metalshow of een dansvoorstelling aan het kijken? Muzikaal moesten Su-, Momo- en Moametal het vooral hebben van de samenwerkingen, met onder meer Electric Callboy en Poppy, maar onze sympathie verdienden ze zeker. Schattig of stoer? Eigenlijk allebei.

Uncle Acid & the Deadbeats @ Metal Dome

© CPU – Kristof Maes

Wie zich graag eens in psychedelische metal wil verdiepen, is bij Uncle Acid & the Deabeats aan het juiste adres. Al jaren is deze Britse band een begrip in het genre en toch was het niet zozeer over koppen lopen in de Metal Dome. De groep is sowieso ook een geval apart en staat er tevens niet om bekend veel praatjes te verkopen. Ook op Graspop week Kevin R. Starrs niet af van zijn ingetogen manier van spelen. De ellenlange nummers die de leden brachten, werden versterkt door een paar obscure, psychedelische beelden op het grote scherm en wie even helemaal wilde uitzonen, was dus op zijn plek in de Metal Dome. De afstand tussen band en publiek was desondanks heel hard voelbaar en dat maakte dat we niet de nodige prikkels kregen om ons na een afmattende festivaldag scherp te krijgen. De Engelsen van Uncle Acid & the Deabeats brachten dus niets wat we eerder al beter hebben gezien.

Architects @ South Stage

© CPU – Denis Moraux

The Sky, the Earth & All Between: zo doopte Architects zijn laatste album. Een ietwat ironische titel, want toen het eindelijk uitkwam bleek het behoorlijk tweeledig te zijn. Enerzijds toonde de Engelse band de intensiteit en herbevestigde het met de vooruitgestuurde singles de definitie van hoe metalcore moet klinken, maar anderzijds klonken sommige achtervolgende nummers redelijk overgeproduceerd en was de sfeer hier en daar wat (te) zoetjes. Architects gaf de criticasters gisteren lik op stuk door die minder bekende tracks achterwege te laten en – zich focussend op de sterke singles – een secure, cleane show zonder al te veel bombarie op de grasmat te leggen. Veel specials kwamen er niet aan te pas, maar in de essentie zagen we wel een van de beste sets van de dag. “Blackhole” zorgde voor een serieus gat in de planché, “Curse” was niet alleen een album- maar ook een livefavoriet en “Seeing Red” gooide olie op het vuur wanneer het al ferm aangewakkerd was.

“A Match Made In Heaven”; zo kunnen we wel spreken over de relatie tussen GMM en Architects, en de mannen brengen het dan ook als vrijwel hardste nummer van het dikke uur. Terwijl de crowdsurferrivier boven onze hoofden een steeds hoger debiet mensen naar voren stuwde, verspreidden moshpits zich als een besmettelijk virus naar achteren toe. Het spel was in gang gezet, het keerpunt bereikt, en de wei klaar om in het rood te gaan. Helaas werd dat momentum doorbroken door “Everything Ends”, dat op plaat over wat minder rauwigheid beschikt, maar live wel een zeker anthemgevoel ontwikkelde. Met een Sam Carter die naast zijn classy outfit ook nog eens in alle regionen uitstekend bij stem was en een tweede helft die om van te smullen was, brak Architects de wei al voor een stukje af, met “Animals” als gevierd sluitstuk. Gelukkig bestaat er niemand geschikter dan hen om ze ook weer terug op te bouwen.

Bad Omens @ North Stage

Bad Omens heeft het klassieke parcours overgeslagen en stond gisteren bij zijn allereerste Belgische festivaloptreden gewoon helemaal bovenaan de affiche. Een stap die op het eerste zicht voor velen niet echt logisch is en te snel gaat, maar als je gisteren hun show zag, wijzigde je toch vrij snel van mening. De Amerikanen brachten op hun Belgische festivalpremière een vrij gelijkaardige show als in Vorst Nationaal. Dat betekende een strak geregisseerde set met een setlist die knalde en het tempo er goed in hield. Het begin kon al niet beter met “Specter”, dat als statement de Graspop-weide overmeesterde. Het bijgestuurde camerawerk bracht het allemaal mooi in beeld.

Noah Sebastian had last van hooikoorts. Veel was daar vocaal niet van te merken. Als een van de meest consistente stemmen van zijn generatie ging hij vrij soepel van clean naar ruw. Het enige wat ietwat minder goed overkwam waren de interludes die als “Tapes” werden verpakt. De bedoeling kunnen we nog enigszins begrijpen in een arenashow, maar op Graspop haalde dat soms onnodig het momentum eruit. Het is echter het enige mankement waar we achteraf over kunnen mekkeren, want Bad Omens speelde zoals eerder ook al aangehaald strak en met een goede grinta. “Like a Villain” vond ook live de balans tussen toegankelijk en hard, terwijl “Just Pretend” als ideale anthem voor nog meer crowdsurfers zorgde. De confetti tijdens “Impose” was vrij verrassend, maar het viel uiteindelijk wel allemaal goed op zijn plaats. Eindigen deed Bad Omens met een beenhard bisnummer. “Dethrone” zorgde voor een slagveld voor de North Stage en was die schedelbreker die het headlinedebuut van Bad Omens de laatste pluspunten gaf.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.
Onze recensie van The Offspring lees je hier.
Onze recensie van de tweede festivaldag lees je hier.
Onze recensie van Volbeat lees je hier.
Onze recensie van Bring Me The Horizon lees je hier.

Related posts
InstagramLiveRecensies

Jera On Air 2026 (Festivaldag 3): Tegen beter zweten in

Defqon.1, Spoorpark LIVE, Parkzicht Outdoor, SCANDAL Outdoor. Slechts een handjevol van de festivals die bij onze noorderburen afgelopen weekend door het weer…
InstagramLiveRecensies

Jera On Air 2026 (Festivaldag 2): Jera del Sol

Code rood, het advies om alleen naar buiten te gaan als het echt nodig is! Toch ging Jera On Air gewoon door….
InstagramLiveRecensies

Jera on Air 2026 (Festivaldag 1): Hel op aarde

Als we de geloofspredikers die bij ieder zwaarder festival staan moeten geloven, zullen wij als liefhebbers van zware gitaren uiteindelijk in de…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *