
© CPU – Nathan Dobbelaere
Een groene grasweide, tientallen kubieke liters bier, een paar ton ‘metal gras’, zwarte shirts… Graspop trapte gisteren de jaarlijkse metalhoogmis op gang en dat deed het onder de blakende zon. Voor de metalfans was het afzien en tegen het eind van de dag zagen we dan ook een groot aantal rode lichamen passeren. Dat kon de pret weliswaar niet bederven en zo zagen we uitstekende optredens van Dying Wish, Limp Bizkit, President, Ego Kill Talent en Wind Rose die ons lieten vergeten hoe warm de eerste dag wel niet was. Dat het tegen Limp Bizkit al lichtjes begon te druppelen, kon de pret niet bederven want als zelfs Tom Cruise fan is, dan kan niemand echt de sfeer naar beneden halen.
Mantah @ North Stage

© CPU – Jonas Demeulemeester
We hadden onze croissants en sandwiches met choco gisterenochtend overgeslagen om plek over te houden voor het stevige metalontbijt van Distant, maar helaas gooiden technische problemen roet in het eten. De start van de band liep ruim een half uur uit, waardoor we vrij snel naar andere podia trokken. En dat kwam goed uit, want op de North Stage stond met Mantah talent van bij ons op de planken. Het West-Vlaamse gezelschap liet diezelfde planken al vroeg denderen met zijn moderne metal met hier en daar een alt-randje. De perfecte mix voor een energiek concert dus en dat was ook het publiek niet ontgaan. Op de tonen van “Rise Up” ontstonden al de eerste moshpits en nog voor dat het optreden zo goed en wel op gang was, vlogen de wall of deaths en crowdsurfers ons al om de oren. Was het toch een goede keuze om het terrein over te steken.
Magnolia Park @ Metal Dome

© CPU – Nathan Dobbelaere
Er zijn van die bands die jarenlang op zee dobberen voordat ze eindelijk de wind in de zeilen krijgen. Magnolia Park was dan ook enige tijd op zoek naar een x-factor en lijkt deze inmiddels gevonden te hebben met catchy metalcore. De band uit Florida is voor het eerst uitgebreid op tour door Europa en maakte gisteren voor het eerst een stop in België. Als dagopener in een snikhete Metal Dome kreeg het een hoop frisse beentjes voor de neus en toch liep het niet direct van een leien dakje. Joshua Roberts kampte met microfoonproblemen en ook de rest van de instrumenten verzoop tijdens “Animal” in een zompige mix. Ook van hun vestimentaire keuze leek dit vijftal snel spijt te hebben. Een lange broek, een longsleeve én een muts bij een gevoelstemperatuur van 35 graden? Een absurd slecht idee. Ondanks de stijgende temperaturen probeerden ze in hun set zo goed als het kon een vuist te maken. Bij “Omen” ging de gitarist het publiek in en op “Chasing Shadows” bestelden ze zonder succes een eerste lading crowdsurfers. De set kabbelde zonder echt beter te worden door en de slordigheden bleven zich opstapelen. Magnolia Park deed zichzelf te kort als opener van de eerste festivaldag.
Distant @ Marquee

© CPU – Cédric Depraetere
Het mocht even duren, maar een half uur na de originele planning was het dan toch de beurt aan Distant om ten tonele te verschijnen. De groep had nog tien minuten, mocht er bijgevolg een extra vijf minuten aan vastplakken, maar kende door de technische problemen een verre van vlekkeloze passage. Spijtig wel, want waar de Nederlands-Slovaakse deathcoreformatie normaal een stoomwals van jewelste is, was het nu helaas een logge tractor die maar met moeite doorheen de ultrakorte set ploeterde. Op het einde bracht de groep met het nog onuitgebrachte “Flesh of Nails” een kleine verrassing aan de gebleven fans, maar door alle problemen met de systemen is het beter om te wachten op de studioversie om een goede mening erover te vormen. Op 23 januari geven we de groep een extra kans, want dan mag ze samen met Spite en Emmure naar de Kavka Zappa afzakken.
Slay Squad @ Jupiler Stage

© CPU – Jonas Demeulemeester
Nadat eerder al festivals zoals Rock am Ring en Rock for People kennis mochten maken met de ghetto metal van Slay Squad, was het gisteren de beurt aan Graspop Metal Meeting. Dat dit collectief er stond, was voor een groot stuk ook te danken aan het feit dat de leden dikke vrienden zijn met Fred Durst en met regelmaat van de klok de support mogen voorzien van Limp Bizkit. Aan een zonovergoten Jupiler Stage speelden ze een onorthodoxe set die weinig pieken kende, maar gelukkig ook weinig zwakke momenten. De coolheid van de rappers werkte opvallend aanstekelijk en maskeerde dat de nummers weinig om het lijf hadden. Graspop kon hun aanpak best goed smaken en verteerde de best opdringerige ‘SQUAAAAAAD’ tussen de nummers door met veel plezier. Als sfeerband vonden ze gisterenmiddag wat ons betreft een gulden middenweg tussen dat toegankelijke van Limp Bizkit en het hevigere van Korn. Het enige wat Slay Squad nu nog ontbreekt, zijn nog een paar stevige beukers op de setlist en dan speelt het de weide zonder problemen plat.
Ego Kill Talent @ South Stage

© CPU – Cédric Depraetere
Twee dagen terug kregen we in De Bosuil in het Nederlandse Weert al een voorsmaakje van wat Ego Kill Talent anno 2026 op de planning heeft. De Braziliaanse groep kwam met een hoop vers materiaal richting het net over de grens gelegen poppodium. Ook naar Graspop had ze haar koffers volgestoken met nieuw materiaal en daardoor kregen we in grote lijnen een kopie van het optreden in Weert, zij het wel op een net iets groter podium. Dat betekende dus opnieuw aanstekelijke altrock met een flink kwak samba die de heupen met gemak deden wiegen, zelfs met het warme weer van gisteren. Nummers als “Catastrophizing” en “Psychadelic Research” lieten de Braziliaanse vibes doorheen de speakers denderen, terwijl ook “What Do You Mean” het kwik alleen maar liet stijgen. Twee uit twee voor Ego Kill Talent, en dat in slechts één week tijd!
Snot @ Marquee

© CPU – Cédric Depraetere
‘We came to Graspop to take you on an absolute joy ride’. Snot wond er geen doekjes om en viel op Graspop al na het eerste nummer zonder pardon met de deur in huis. Sinds de comeback in 2015 gaat de band sporadisch de baan op en sinds de leden in 2024 Andy Knapp aanstelden als nieuwe frontman, koestert de band zelfs weer ambities. Aan de speelstijl is er doorheen de jaren en ondanks regelmatige personeelwissels weinig veranderd. Met een strakke en luide sound willen de Amerikanen de luisteraar van bij de meet bij het nekvel grijpen en zich jong laten voelen door vooral nummers uit hun debuutalbum Get Some te spelen. Dat ze niet meer bij de jonge garde horen, is een lot dat ze hebben geaccepteerd, al was daar in hun jonge gretigheid weinig van te merken. Mike Doling, ook nog steeds gitarist van Channel Zero, verklaarde tussendoor ook nog even zijn liefde voor ‘het beste bier ter wereld’ genaamd Jupiler en daarmee scoor je natuurlijk extra punten. Veel tijd om dat blikje achterover te kappen bleef er niet over, want het vijftal wou zowat alles geperst krijgen in de drie kwartier die het kreeg. Ook Seven Antonopoulos, eveneens onderdeel van Channel Zero, drumde met veel grote bewegingen en een paar kunststukken zichzelf een paar keer op de voorgrond en bepaalde het tempo waarop de eerste gigantische circle pits in het rond bleven lopen. De plezierrit van Snot was al bij al minder hobbelig dan gevreesd en zo kwam de band vroeg op de dag met de juiste ingesteldheid herrie schoppen.
Combichrist @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Wie na Ego Kill Talent aan de hoofdpodia nog wat energie over had om de benen los te gooien en er stevig op los te dansen, moest na afloop daarvan enkel van zuid naar noord wandelen. Aan de North Stage kon je namelijk terecht bij Combichrist, al was dat toch behoorlijk andersoortig heupwerk. Waar de Braziliaanse groep nog voor warme samba-invloeden zorgde en ons daarmee richting zijn thuisland trok, gooide Combichrist vanaf de North Stage de deur naar een donkere undergroundclub open. Met “Get Your Body Beat” had de Amerikaanse band daar zelfs de ideale lijfspreuk voor klaar, terwijl ook “Throat Full of Glass” en “Fuck That Shit” de North Stage al vroeg op de dag lieten stampen. Het is dat het zonnetje scheen, anders voelden we ons zomaar even in het holst van de nacht.
Op vrijdag 7 augustus staat Combichrist op Alcatraz Open Air in Kortrijk.
BLACKGOLD @ Jupiler Stage

© CPU – Jonas Demeulemeester
Voor nog meer nu-metalgeweld zorgde in de vroege namiddag BLACKGOLD. Een tweetal jaar geleden stond de band voor het eerst op Graspop en ondertussen gaat de naam al wat vaker over de tongen, want aan de Jupiler Stage was het behoorlijk druk. De gemaskerde groep uit het Verenigd Koninkrijk speelde een vrij vroege warm-upset voor Limp Bizkit en koos daarbij vooral voor de gemakkelijkste route. Muzikaal zat het best goed in elkaar en dat maskeerde voor een groot stuk de toch wel heel flauwe songteksten. Het zal de Graspopper worst wezen, want BLACKGOLD zorgde naderhand voor veel sfeer. De nu-metalknaller “Dance Like That” had in de jaren stilletjes de band ongetwijfeld op de kaart gezet en ook “Crazy World” had in begintijden van Limp Bizkit en Papa Roach sowieso ook zijn publiek gevonden. Vocaal maakte frontman Spookz een vrij soevereine en consistente indruk, wat bij genregenoten toch vaak een afknapper is. Het old school hiphopintermezzo had wat ons betreft nog niet eens gehoeven om de sfeer op te krikken, want die was aan de Jupiler Stage al bij de eerste nummers aanwezig. Al bij al was BLACKGOLD een goede opwarmer voor wat ons de rest van de dag nog te wachten stond.
Dying Wish @ Marquee

© CPU – Cédric Depraetere
Je hebt sloopkogels en je hebt Dying Wish. Het verschil is vrij miniem, want de impact die deze band uit Portland (Oregon) kan oproepen is best wel indrukwekkend. Net als een aantal jaar geleden stond de band in de Marquee en dat ze in de tussentijd flink verbetert is, was al in de eerste nummers te merken. Emma Boster heeft haar stembanden extra kunnen smeren en brulde bij de opener “I Don’t Belong Anywhere” zonder te pinken de hele tent bij elkaar. Vooral in haar grunts heeft ze in korte tijd stappen kunnen zetten, al bleven haar cleane passages hier en daar nog een beetje onzuiver. Het kan ook – wederom – aan de warmte gelegen hebben, maar Dying Wish kon wel het vuur ontvlammen in het publiek. Gitaristen Pedro Carrillo en Sam Reynolds gingen vaker in spreidstand staan en dan wist je dat er een orkaan aan breakdowns op je af kwam razen. De twee namen ook geregeld het woord om de Marquee verder op te jutten, en daarin slaagden ze ook. “Flesh Stay Together” zorgde voor een rustiger moment voor het einde en toch sloot Dying Wish liever nog eens met een ferme tik genaamd “I’ll Know You’re Not Around” af. Van hardcore tot melodische metalcore, Dying Wish kon de spreidstand met verve maken.
Op donderdag 8 oktober speelt Dying Wish als support van Spiritbox in de Lotto Arena in Antwerpen.
thrown @ Jupiler Stage

© CPU – Cédric Depraetere
Thrown is zo’n band die we al jaren op honderden festivalposters voorbij zien komen, maar die helaas nog niet vaak in ons schema paste. Iedere keer waren we verhinderd of stond er wel een andere band tegenover die toch net iets meer onze aandacht trok. Gisteren was het dan eindelijk raak, maar na jaren van onbedoeld uitstel kregen we vooral de bevestiging dat we niet al te veel gemist hadden. De groep is live namelijk op bijna alle vlakken doorsnee te noemen. Hard was het zeker en strak speelde de Zweedse band ook, maar echt imponeren deed ze niet. Grootste struikelblok was wel het feit dat zowat alles wat passeerde dezelfde soort koek was. Nummers als “backfire”, “on the verge” en “grayout” waren amper van de rest te onderscheiden. Nee, dit was hem niet.
Sleep Theory @ Metal Dome

© CPU – Nathan Dobbelaere
Dat we ooit Miley Cyrus door de boksen zouden horen knallen op Graspop, hadden we niet verwacht, maar ze zorgde wel voor de nodige handen in de lucht en feeststemming in de Metal Dome. Sleep Theory heeft zijn voorliefde voor pop nooit verborgen en heeft van metalcore met pop- en r&b-invloeden zijn handelsmerk gemaakt. Vooral in thuisland de Verenigde Staten scoren de mannen daarmee bijzonder goed en ook in Europa is hun fanbase verder groeiende. Zieltjes winnen op Graspop was de missie, al botsten ze helaas weer op hetzelfde euvel als eerder dit jaar in de Kavka Zappa. Sleep Theory heeft présence en kan wel een showtje brengen, maar de nummers om een heel optreden lang te kunnen boeien, hebben ze nog niet. Het begin was vrij goed en beloofde nog een groots feestje. Het kakte desondanks halfweg met de iets softere nummers helaas in. Cullen Moore moest zijn jetlag precies ook nog wat wegsteken en liet sommige hoge noten gewoon weg. Gelukkig maakte het slotstuk nog heel wat goed. “Stuck in My Head” werd door duizenden handen in een volgelopen Metal Dome gedragen en bij de laatste oorworm “Stuck” zorgde Moore eigenhandig voor verkoeling door met een waterpistool het publiek nat te spuiten.
Grade 2 @ Jupiler Stage

© CPU – Jonas Demeulemeester
Graspop ging op de eerste dag alle kanten op qua genres, dus kon ook punkkanon Grade 2 een plekje op het affiche veroveren. De Britse groep uit Isle of Wight had zijn vizier op scherp staan, maar schoot vooral als een boerenknurft door de speakers. Dat begon al met “Standing In The Downpour”, dat als een botte bijl over de weide heen schalde. De rest van de show had het energielevel dat gelijk stond aan een horde driejarigen en dat zorgde ervoor dat de riffs alle kanten op stuiterden, maar toch liet de groep diezelfde riffs elke keer netjes binnen de lijntjes landen. Minder binnen de lijntjes was het publiek, dat er alles aan deed om zoveel mogelijk herrie te schoppen. Moshpits waren er alom en op de tonen van “Pubwatch” en “Wasteland” werden de nodige vuisten in de rondte gegooid. Pas echt los ging het bij afsluiter “Under the Streetlight”. De groep gooide de turbo erop en smeet zijn laatste restje energie de Jupiler Stage uit, terwijl het publiek er nog een laatste keer volop tegenaan ging. De pit trok open, vuisten schoten de lucht in en zo eindigde Grade 2 toch met een Jupiler Stage die even hard terugbeukte als de band zelf.
Wind Rose @ North Stage

© CPU – Cédric Depraetere
Geen Tom Morello op Graspop en zo schoof Wind Rose mooi door naar het slot van de Rage Against The Machine-pionier. Muzikaal kunnen de twee werelden niet verder uit elkaar liggen, maar op Graspop Metal Meeting kan er kennelijk vrij veel. De pikhouwelen waren aanwezig en klaar om met deze Italiaanse dwergenmetalband een dik feestje te bouwen. De outfits waren niet echt zomerproof, grapte Francesco Cavalieri, en toch lieten ze zich daardoor niet uit het veld slaan. Wind Rose kwam om te winnen en deed dat uiteindelijk ook met een show die voor een kamerbrede glimlach zorgde. Je voelde aan alles dat deze band peu à peu aan het groeien is naar de hogere regionen van de festivalaffiches. Meezingers en voldoende materiaal om te springen en crowdsurfen zijn het ideale middel om daar ook effectief in te slagen. Een eerste hoogtepunt vormde “Mine Mine Mine!” waar de pikhouwelen over de hele weide de lucht in gingen en we ons even in een Limburgse mijnschacht waanden. De Italiaanse dwergen hadden nog meer steenkool liggen en bouwden op hun manier een feestje. Het summum van het feestgedreun ontketende “Diggy Diggy Hole” en de meezinger galmde door duizenden kelen over de hele weide. Als je tienduizenden mensen zo uit zijn dak kan zien gaan, dan ben je geslaagd in je missie en dan mag je in de nabije toekomst gewoon nog eens terugkeren naar Dessel.
A Day To Remember @ South Stage

© CPU – Cédric Depraetere
A Day To Remember is jaren al een garantie op een feest. Toeters en bellen? Dubbelcheck bij de Amerikaanse band. Met bijna een kwarteeuw op de teller weten ze welke knoppen ze moeten induwen om op festivals iedereen te betrekken. Een van de dingen die hen onderscheidt van de rest, is het feit dat ze steevast fans op het podium toelaten. Door omringd te zijn door fans voelen ze zich dicht bij hun lokale fanbase en kunnen ze de sfeer van het podium doortrekken naar de rest van de weide. Ook het showgehalte was gisteren dik in orde, want naast vuurelementen was er ook best veel confetti voorzien om de blauwe hemel extra kleur te geven en bij “All My Friends” schoot Super Mario een paar shirts het publiek in. Show is leuk, maar de muziek moet ook goed zitten en dat was bij A Day To Remember ruim een uur dik in orde. Jeremy McKinnon was aanvankelijk verblind door de zon, maar aan hun toewijding had dat geen effect. Hoewel ze soms flirten met de clichés, bleef het op de een of andere manier altijd oprecht bij A Day To Remember en daarmee zorgden ze voor een van de shows van de dag. “All Signs Point to Lauderdale” was het vertrouwde einde en daarbij vlogen traditiegetrouw de wc-rollen door de lucht. Hoe memorabel die show zal blijken, zullen we nog zien, maar op het moment zelf was A Day To Remember gewoon een vermakelijke band.
John Coffey @ Jupiler Stage

© CPU – Jonas Demeulemeester
Rond de klok van zeven hadden we wel zin in een feestje en waar kan je dan beter naar toe gaan dan naar een band die gegarandeerd de boel op stelten zet? John Coffey had daar gisterenavond in elk geval weinig aansporing voor nodig. De Utrechtse groep wist in dat knalfeestje moeiteloos oud met nieuw te verbinden, want naast vertrouwde mokerslagen kreeg ook een flinke lading vers materiaal alle ruimte. Met de kersverse single “Hang The Choir” voorop liet John Coffey horen wat het dit jaar allemaal nog in petto had, terwijl de rest van het dit jaar uitkomende album naadloos hun plekje vonden tussen tracks als “Nails on the Blackboard”, “Oh, Oh, Calamity” en “Broken Neck”. We waren duidelijk niet de enige die dat vonden, want ieder nieuw werk werd ontvangen alsof het al jaren in de set zat. Moshpits waren hier, net als bij Grade 2, nooit ver weg en hoewel het onuitgebrachte werk nog moeilijk mee te brullen viel, werd dat ruimschoots gecompenseerd met genoeg gespring, geduw en rondvliegende armen. Wij wilden feest, John Coffey leverde het.
John Coffey trekt de komende maanden door de Lage Landen en staat onder andere op zaterdag 14 november in De Casino in Sint-Niklaas.
Megadeth @ North Stage

© CPU – Cédric Depraetere
Het was een kleine domper dat Dave Mustaine met zijn Megadeth dit jaar niet de kans kreeg om in Vorst Nationaal zijn mogelijk laatste Belgische zaalshow te spelen. Dan maar op Graspop, vanaf een van de mooiste spots van de dag, zijn Belgische fans op gepaste wijze uitwuiven. De thrashmetaliconen nemen namelijk binnen afzienbare tijd afscheid van het podium na een rijkgevulde carrière. Geen wonder dus dat de belangstelling aanzienlijk groot was op Graspop. Ondanks het onderliggende gevoel van afscheid was er van een emotioneel sentiment geen sprake bij Mustaine en co. Zoals gebruikelijk speelden ze zonder veel tussenwoordjes en waren de gitaren de belangrijkste actoren in het stuk. Voor de setlist grabbelden ze een keer breed door hun discografie en met “Ride the Lightning” sloop zelfs een Metallica-nummer (weliswaar door Dave Mustaine geschreven) in de set. Alsof het hem geen moeite kostte bleef hij op zijn snaren een hoog niveau halen en dan denken we aan “Sweating Bullets” en “Mechanix” als echte uitschieters. Zijn stembanden zijn niet meer wat ze ooit geweest zijn, al zal daar op het einde van de avond niemand nog moeilijk over doen. Megadeth zwaaide af, al lijkt een definitief einde misschien nog niet voor direct. De nabije toekomst zal de Megadeth-fan daar het passende antwoord op geven.
Pennywise @ Jupiler Stage

© CPU – Jonas Demeulemeester
Zelden hebben we het zo druk gezien aan de Jupiler Stage als gisteren bij Pennywise. Als graag geziene gasten in ons land staan de mannen quasi jaarlijks in België. Hun laatste passage op Graspop dateerde echter van ruim tien jaar geleden en de tijdelijke inwoners van Dessel waren blij deze heren uit Hermosa Beach nog eens op hun gras te zien spelen. In zekere zin was alles in paraatheid gesteld om een memorabel concert te spelen, maar dat werd het uiteindelijk toch niet. De band raadde zelfs aan om dronken te worden tijdens de show zodat je de fouten niet zou opmerken. Zelf hadden ze ook al wat achter de kiezen gekapt in de backstage en dat was er deels aan te merken. De bindteksten waren tenenkrommend en de strakheid van weleer kwam er ook niet door. Het jukeboxmoment waarbij ze andere punkhits speelden, hadden ze gerust achterwege mogen laten, de meerwaarde was miniem. Het publiek bleef echter bij de afspraak en amuseerde zich kenbaar kostelijk. De overtreffende trap werd volledig op het einde bereikt met, hoe kan het ook anders, “Bro Hymn”. Er was aan de Jupiler Stage geen keel waar dit anthem niet door meegebruld werd. Zelfs na afloop bleef het nummer over de weide rollen en dan heb je als Pennywise ondanks een matige show toch maar weer je gelijk gehaald.
Anthrax @ Marquee

© CPU – Nathan Dobbelaere
We hadden een behoorlijk zure nasmaak van onze laatste ontmoeting met Anthrax. De band speelde in het voorprogramma van Kreator, maar liet daar vooral een ietwat oubollige indruk na die in combinatie met de zelfverheerlijking rond de eigen status niet helemaal lekker viel. Een duidelijke momentopname, want gisterenavond veegde Anthrax die bedenking met zichtbaar gemak van tafel. Op papier blijft een set met onder meer “Among the Living”, “Madhouse” en “Indians” natuurlijk behoorlijk diep in het verleden graven, maar ditmaal slaagde de groep er wel in om niet als ouwemannenmuziek over te komen. Grotendeels kwam dat door de energie die de groep erin legde, met Joey Belladonna als grootste spring-in-’t-veld. Qua sound was Anthrax daarintegen misschien niet de meest veelzijdige band ooit, maar in combinatie met de energie was het zeker wel een sterke Marquee-headliner.
PRESIDENT @ Metal Dome
PRESIDENT was op voorhand misschien wel de naam waar we het meest benieuwd naar waren. Sinds de eerste stappen van de groep wilden we vooral weten hoe dat hele mysterieuze gebeuren live zou werken, zeker omdat het op plaat nog niet altijd even goed uit de verf kwam. En hoe kwam het live uit de verf? Nou… verrassend goed. Zelfs zo goed dat het een van onze hoogtepunten van de eerste dag was. De autotune was er nog steeds, maar waar die op plaat soms wat storend door de nummers snijdt, viel dat live veel beter op zijn plek. En ja, het is nog altijd flink gimmicky met de wapperende vlaggen en speechtoneelstukjes, maar tracks als “RAGE” en “Destroy Me” werkten in de volle Metal Dome toch wel behoorlijk goed. Ook de cover van “Change (In the House of Flies)” werd gebracht met de nodige kunde en daardoor groeide de groep stapje voor stapje richting ons hart. Totaal veroveren doet PRESIDENT ons nog niet en op plaat zal het waarschijnlijk nog altijd niet volledig ons ding zijn, maar live klonk de groep voorlopig een pak overtuigender dan we hadden verwacht.
PRESIDENT stelt zijn debuutalbum op maandag 16 november voor in de Ancienne Belgique in Brussel.
The Dillinger Escape Plan @ Jupiler Stage

© CPU – Cédric Depraetere
The Dillinger Escape Plan had op papier nochtans een mooie tegenzet kunnen vormen voor wie geen zin had in Limp Bizkit, maar in de praktijk viel daar bitter weinig van te merken. Waar de Metal Dome tijdens PRESIDENT nog behoorlijk vol stond, bleef van die menigte amper iets achterop het terrein hangen en zagen we zowat iedereen richting de North Stage trekken. Het gevolg was een opvallend lege wei bij de Jupiler Stage, waarin de Amerikaanse chaosmachine ook muzikaal niet bepaald overeind bleef. Chaotisch hoort Dillinger natuurlijk te zijn, maar door de belabberde mix werd het al snel een onleesbare brij waar zelfs de grootste fanaat een leesbril voor nodig had om er iets van te maken. De zang verdween bijna volledig onder de gitaren, die op hun beurt veel te hard over de wei heen denderden. De balans was compleet zoek en daarmee ook onze motivatie om langer dan een vijftiental minuten met de show mee te worstelen. Dan toch maar richting “Nookie”.
Limp Bizkit @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Dat Limp Bizkit ooit een dergelijke revival zou meemaken, had een paar jaar geleden niemand meer durven dromen. Wes Borland en Fred Durst bleven dan wel graag geziene gasten op festivals, maar op een gegeven moment leken ze definitief gedegradeerd tot de B-festivals in Europa. De liefde voor Limp Bizkit is echter weer helemaal terug en Limp Bizkit is zelfs weer zo goed als even populair als in 1999. Als absolute publiekstrekker van de North Stage zorgden ze voor een volkstoeloop die maar weinig bands kunnen realiseren. De nummers op de setlist zijn doorheen de jaren nauwelijks veranderd, maar Limp Bizkit giet ze wel graag keer op keer in een andere volgorde. De Amerikanen hadden het zichzelf gisteren bijzonder gemakkelijk kunnen maken en daarom was hun start toch ietwat verrassend. “Break Stuff” zorgde als derde nummer voor de eerste echte opflakkering en daarna was het hek helemaal van de dam.
Fred Durst is een rare snuiter en deed die status alle eer aan. Warrige taal tussen nummers en lachen met de naam van het festival waren gisteren schering en inslag. Vocaal is hij na een paar magere jaren in een betere vorm en Wes Borland raakte de snaren met een snedigheid die ervoor zorgde dat hij als ruggengraat de band recht hield. De hits volgden elkaar in sneltempo op en zijn eigenlijk niet meer op twee handen op te tellen. Voor “Full Nelson” pikte Durst twee fans uit het publiek en die toonden zich meer dan waardige Durst-vervangers. Het eerbetoon aan Sam Rivers was een beetje gehaspeld, maar het begon net op dat moment wel te regenen en te donderden, en dat leek een teken te zijn van hun overleden bassist dat hij hier wel mee akkoord ging. Mooi moment. Na nog een handvol hits sloot Limp Bizkit af met “My Way” en een reprise van “Break Stuff”. Voor die laatste kwam Slay Squad nog eens opdraven om er zeker van te zijn dat heel Graspop uit z’n dak zou gaan. De schorre stemmen en blauwe plekken neem je er gewoon bij, want Limp Bizkit is anno 2026 nog steeds plezant.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van The Offspring lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Simon Meyer-Horn.






Anthrax is totaal onterecht lid van de Big Four, zeker de laatste jaren. Testament maakt hier veel meer aanspraak op, of misschien Exodus.