Alexia Roditis en Violet Mayugba vormden Destroy Boys op amper vijftienjarige leeftijd. Met inmiddels negen jaar op de teller schopten ze het met drie titels mijlenver; de miljoenen streams op Spotify liegen er niet om. “I Threw Glass at My Friend’s Eyes and Now I’m on Probation” van debuutplaat Sorry, Mom uit 2017 steekt daar torenhoog bovenuit en omvat ook prima hoe de band doorgaans klinkt. Die karakteristieke, rauwe, venijnige sound gepaard met teksten die niet aan maatschappelijke relevantie inboeten en magnifieke vocals ontwikkelde zich door de jaren heen tot een ijzersterk plaatje. Dat maakte van Destroy Boys een uniek pareltje binnen verschillende punkgenres. Een jaar later schoof de groep uit Sacramento Make Room naar voren, waarop die zich al wat rebelser en energieker maar vooral creatiever opstelde. Voltreffers als “American River” en “Crybaby” dragen die attitude wellicht het meest prominent uit. Die trend zette zich voort, want hoewel haar thematiek al eens de deprimerende en duistere kant opgaat, bewees het huidige viertal in 2021 met Open Mouth, Open Heart dat ze niet wegblijft van meer ingetogen songs (“Cherry Garcia”, bijvoorbeeld) maar dit ook moeiteloos kan counteren met melodische, catchy stunts als “Drink” en “Escape”.
Roditis en co. kenmerken zich door het wederkerend fenomeen van trouw aan zichzelf blijven, maar steeds te evolueren tegelijk. De meest verse toevoeging aan hun discografie Funeral Soundtrack #4 mag daarvan opnieuw getuigen. Waarom de langspeler zo’n cryptische titel draagt, komt voort uit het feit dat elk voorgaand album symbool stond voor de ‘dood’ van een bepaalde periode uit de levensloop van de bandleden. Destroy Boys nodigt ons nu met Funeral Soundtrack #4 uit voor zijn begrafenis, om traditiegetrouw een vierde levensfase af te kunnen sluiten.
Opener “Bad Guy” schetst dankzij een onheilspellende baslijn meteen de sinistere, obscure stemming van die zowaar vergane begrafenis. ‘I wanna spit on your face’, verklaart Roditis, waarmee die nogal rechtuit hun intentie duidelijk maakt. Zoals gewoonlijk uit het onmiskenbare venijn zich voorts in de snedige, begeleidende riffs. “Bad Guy” biedt zo al meteen bijzonder wat voldoening, maar laat nog genoeg aan de verbeelding over. Precies wat het moest doen om het album adequaat in te leiden. Naargelang we Destroy Boys kennen klinkt dit nummer misschien ietwat onwennig, maar daar put het net zijn kracht uit. Daardoor wordt wat we reeds leerden nogmaals bevestigd. Daar blijken de Californiërs zich ook van bewust te zijn; het ziet ernaar uit dat die het tactisch besloten te spelen. Dat is grotendeels aan het werk van producer Carlos de la Garza te danken, die een experimenteel kantje van de band naar de oppervlakte wist te brengen. Zo klinken het dynamische “Plucked” en oorwurm “Shadow (I’m Breaking Down)” elk op hun eigen manier terug iets meer als de Destroy Boys van weleer, terwijl “Shedding Skin” instrumentaal dan weer een geheel andere toer opgaat door de aanwezigheid van afgeleiden uit onder meer salsa en bossa nova.
Hoewel Roditis ons in het verleden al met hun eigenaardige stemklank en verschroeiende vocalen van onze sokken wist te blazen, trekt die nu genoegzaam met een nog grotere dosis lef en durf hun keel open. Die hanteert doorheen de verschillende nummers echter gevarieerde technieken om hun indrukwekkende stembereik tot zijn recht te laten komen. De gevoelige harmonieën in het eerder genoemde “Plucked” zijn daarvan al een mooi eerste voorbeeld, maar hetzelfde geldt voor de hoge, praktisch sensationele uithalen in “Amor divino”. Zoals die dat in het verleden al meermaals deed, haalt de half-Argentijnse Roditis nog eens hun beste Spaans boven. Helaas werkt die zuiderse charme voor ons in deze song initieel minder betoverend. Het theatrale, wanhopige gehalte kunnen we wel waarderen, waardoor we van mening zijn dat dit zo’n liedje is dat ons na een paar keer luisteren uiteindelijk wel over de streep zal trekken.
Uitschieters als “Beg For The Torture” en “You Hear Yes” hakken er weliswaar het stevigst in, ware het niet mede dankzij de sublieme instrumentale ondersteuning. Diezelfde energie wordt gekanaliseerd in “Should’ve Been Me”, dat slechts één razende minuut nodig heeft om een binnenkomer van jewelste neer te zetten. De bijhorende videoclip waarin we zangeres en mederegisseur Mayugba zien acteren, is geïnspireerd door een resem aan uiteenlopende horrorfilms en past bijgevolg excellent binnen het thema van de dood. Op “You Hear Yes” horen we trouwens een interessante feature van punkbands Mannequin Pussy en Scowl. Instrumentaal, vocaal en vooral ritmisch zit de opzet opnieuw uitstekend en verrassend in elkaar – het is het tekstuele dat ons niet volledig kan bekoren. Het trio van bands bezingt aanranding en seksuele intimidatie en steekt daarbij het feministische niet weg, maar de algehele boodschap is er eentje die we tegenwoordig zo vaak horen. Doordat de songtekst niet per se vernieuwend of aangrijpend is, wordt die dan ook afgezwakt. Zolang zich dergelijke problematiek blijft voordoen, stemmen we er maar al te graag mee in dat conversaties over deze onderwerpen lopende moeten blijven. Toch hadden we van Destroy Boys gehoopt dat die met een meer doorslaggevende, lik-op-stuk benadering de spijker op de kop zou slaan.
Hetzelfde gevoel krijgen we van het eerder introspectieve “You Don’t Know Me”. Opnieuw biedt het kwartet hiermee weinig bekijks wat betreft de songwriting. Spijtig, want met diepzinnige, doordachte lijnen als ‘You need a glass of poison like I needed his love’ (“Should’ve Been Me”) en ‘Take a bird out of the sky / And when she wants fly / You wonder why’ (“Plucked”) toonde Destroy Boys – zoals ze dat in het verleden al deed – aan wel degelijk het potentieel te hebben om zichzelf ook op dat vlak te overstijgen.
Zoals het gebruik van de genderneutrale voornaamwoorden vast al deed vermoeden, gaat Roditis tegenwoordig als non-binair door het leven. Daarmee ging een nieuwe, robuuste look gepaard; begin dit jaar ontdeed de artiest zich van hun lange haren en regelmatig prijkt er een met eyeliner getekend snorretje op hun bovenlip. “Boyfeel”, de single waarmee Destroy Boys de nieuwe plaat aankondigde, is een persoonlijk nummer waarin de singer-songwriter hun persoonlijke ontwikkeling en bedenkingen blootlegt. De portie resolute zelfverzekerdheid die Roditis verwierf, verzilverde hen met een krachtige anthem die de tracklist Funeral Soundtrack #4 mag afsluiten.
Door een weloverwogen afwisseling van tempo’s, verbluffende stilistische uitspattingen en vocale kunstjes voelt Funeral Soundtrack #4 enerzijds vertrouwd aan, maar tegelijk best grensverleggend en eclectisch. Destroy Boys gaat verder met het aftasten van de hoeken van zijn comfortzone. Het polijsten daarvan is echter zodanig afgestemd dat het niet geforceerd aanvoelt, waardoor de balans tussen progressie en hetgeen we al kenden wordt bewaard. Elke track heeft zijn eigen cadans en klinkt net weer dat tikkeltje anders, maar toch knoopt Destroy Boys alles samen tot een wonderbaarlijk geheel. Daarmee toont het aan buiten zijn familiaire referentiekader te durven stappen en er geen schrik voor te hebben dat diens intussen negen jaar oude verflaag afbladdert. Integendeel, het viertal omarmt dat net door haar muzikale landschap te verkennen en dreigt al eens uit haar eigen voegen te barsten. Er wordt een curiositeit opgewekt die ons door een mysterieuze kunstgalerie begeleidt, verlicht door miniem maar helder genoeg kaarslicht om ons doorheen die beproeving te navigeren. Het vierde kunstwerkje in de Destroy Boys collectie getuigt van een knap staaltje zelfontwikkeling en waarborgt tezelfdertijd een zekere integriteit.
Op dinsdag 20 augustus zakt Destroy Boys af naar Utrecht om TivoliVredenburg binnenste buiten te keren. De laatst beschikbare tickets vlogen helaas al de deur uit.
Facebook / Instagram / X / Website
Ontdek “Bad Guy”, ons favoriete nummer van Funeral Soundtrack #4, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






