InstagramLiveRecensies

Werchter Parklife 2026: Tussen bars en breakdowns

© CPU – Cédric Depraetere

Een week voor Rock Werchter de wei vier dagen lang zou overnemen, lag Festivalpark Werchter er al allesbehalve rustig bij. Dat begon zaterdag al met Werchter Boutique, dat pop van de bovenste plank serveerde met onder meer Pommelien Thijs, MIKA en Pitbull, maar helaas vroegtijdig moest worden stilgelegd door naderend noodweer. Gisteren kreeg het terrein met Werchter Parklife meteen een tweede lading volk over zich heen, al viel ditmaal de andere kant van het Werchter-spectrum te horen. Geen Spaanstalige partybangers of zoetsappige popnummers over Californische gurls, waar Werchter Boutique zaterdag door dat noodweer uiteindelijk zelfs niet meer aan toe kwam, maar stevige gitaren, donkere eyeliners en zelfs hier en daar een moshpitje of vier.

Greenwich, New York. Bekend van… in ieder geval niet van Phantogram, want we peinzen dat zowat niemand op de weide bij het Amerikaanse electrorockduo echt kende. Dat is op zich geen ramp, het was immers de festivalopener en die kennen mensen wel vaker niet, maar dan moet je natuurlijk wel iets neerzetten dat de nieuwsgierigheid weet te prikkelen. Dat gebeurde helaas amper. De vrij minimalistische productie bleef vaak wat vlak hangen, terwijl Sarah Barthel geregeld meer door de microfoon leek te hijgen dan echt te zingen. Ook het loopen van de beats ging Josh Carter, de andere helft van het tweetal, niet altijd even soepel af, waardoor het met momenten leek alsof Phantogram zelf niet goed wist wat het nu eigenlijk aan het doen was. Neem bijvoorbeeld de grote hit “Black Out Days”, waarbij Carter vier keer achter elkaar dezelfde melodie probeerde te leggen, maar daar telkens niet helemaal in slaagde. Het gevolg was dat het enige echte applaus soms uit de speakers kwam, wanneer Carter nog maar eens een ingeblikt juichgeluidje instartte. Een pijnlijk maar veelzeggend detail, want op de wei bleef het tijdens de set van de twee vooral opvallend stil.

© CPU – Cédric Depraetere

Wat volgde werd gelukkig met een stuk meer enthousiasme onthaald. Nog voordat de heren van LANDMVRKS het podium betraden, werden ze onder luid gejuich welkom geheten op het grote podium van Werchter. De Fransen waren in vrijwel alle opzichten precies het tegenovergestelde van de festivalopener. Geen leeg podium met een vrij minimalistische productie, maar een virtuele backdrop, vlammenwerpers en standbeelden die de set meteen een pak grootser deden aanvoelen. Geen vlakke nummers die maar wat bleven hangen, maar metalcore die vanaf “Creature” met veel energie en overtuiging over de grasvlakte werd gekeild. En vooral: geen pijnlijk stil publiek, maar handen in de lucht, geschreeuw vanuit de Golden Circle en al snel de eerste beweging vooraan in de mensenmassa.

Waar de groep eigenlijk werd binnengehaald als vervanger voor Against The Current, voelde LANDMVRKS geen seconde als een onlogische programmatie. En dat ondanks dat de ferme metalcoreband bij uitstek de luidste roeper van allemaal was. Toch leek een groot deel van de aanwezigen daadwerkelijk ook voor de groep te zijn afgezakt, want voor het podium stond een opvallend stevige kern fans die elk commando van sergeant Florent Salfati zonder morren opvolgde. Bij “Blistering” werden de eerste crowdsurfers onder een hemel van confetti al over de hekken heen gezet, terwijl er tijdens “A Line in the Dust” zelfs een moshpitje aan weerskanten van de catwalk op gang kwam.

© CPU – Cédric Depraetere

Ook daarna bleef LANDMVRKS de teugels stevig in handen houden. “Sulfur” en “La valse du temps” gaven de set net genoeg melodische ademruimte, maar al snel kwamen de Franse zweepslagen weer om de hoek kijken. “Lost in a Wave” trok de intensiteit opnieuw helemaal open en liet de weide nog maar eens meedeinen op de breakdowns, waarna “Blood Red” en “Self-Made Black Hole” de klus met brute kracht mochten afmaken. Wie moest LANDMVRKS ook alweer vervangen? Want om hier achteraf gezien nog de voorkeur boven te krijgen, had die band wel een hele straffe set op de plank moeten leggen.

Na de stevige gitaren van de Fransozen mocht ook hiphop zijn plekje opeisen. Logisch wel, want als Linkin Park ergens groot mee werd, dan was het wel door het beste van twee werelden tegen elkaar te laten schuren. De Amerikanen koppelden nu-metal en alternatieve rock aan rap, beats en streetwise energie, en dus voelde Zwangere Guy op Werchter Parklife minder vreemd aan dan het op papier misschien leek. Gorik van Oudheusden had dat zelf ook goed door. Als we zijn woorden mochten geloven, wist hij maar al te goed dat een groot deel van de veld vooral was afgezakt voor de legendes die later op de planning stonden, maar hij liet zich daardoor niet uit het lood slaan. ‘Ik hoop dat ik toch nog wat hartjes krijg gewonnen vandaag’, riep hij voluit, en dat was gezien zijn Brusselse branie, lompe bassen, gezonde dosis zelfrelativering en oprechte dankbaarheid nog eens goed mogelijk ook.

© CPU – Cédric Depraetere

Dat Zwangere Guy dat voor elkaar kreeg, kwam ook omdat er achter die grote mond intussen genoeg bagage schuilgaat. Gorik van Oudheusden heeft in al zijn rondjes rondom de zon genoeg meegemaakt voor twaalf levens en dat sijpelde ook op Werchter door. Het verhaal over de band met zijn ouders, het uiteenvallen van zijn gezin en een jeugd waarin hij veel te vroeg op eigen benen moest leren staan, gaf nummers als “Gorik Pt. 1” vanzelf een pak extra gewicht. Maar ook tracks als “Wie is Guy?” en “Beter Leven” kwamen daardoor net iets harder binnen dan de gemiddelde festivalbezoeker misschien had verwacht.

Tussendoor kwam ook nog het live-debuut van “Quatre Mains”, al vond Gorik zelf dat dat nog wel eens extra gerepeteerd mocht worden voordat het nog eens passeert. Dat kleine schoonheidsfoutje deed echter weinig af aan een optreden dat verder gewoon meer dan prima was. Niet iedereen zal aan het eind plots bekeerd zijn geweest, maar met zijn openheid en ontwapenende eerlijkheid had Guy tegen dan wel een pak meer hartjes gewonnen dan verwacht. En dat werd enkel maar bevestigd toen hij op het einde “Papucho” de wei instuurde, want dat werd toch behoorlijk luidkeels meegebruld voor een artiest ‘waar niemand voor kwam’.

De hiphopkous was daarmee nog niet af, want met Clipse kreeg Werchter Parklife direct aansluitend nog een tweede portie rap voorgeschoteld. Het duo uit Virginia Beach keerde vorig jaar na een lange hiatus terug met Let God Sort ’Em Out, hun eerste album sinds 2009 en volgens festivalpresentator Thomas Michiels een van de hiphopplaten van het jaar, maar op de wei viel daar opvallend weinig van te merken. Pusha T en No Malice hebben hun strepen aan het begin van deze eeuw ruimschoots verdiend, alleen leek hun set amper moeite te doen om dat ook aan de toevallige passant duidelijk te maken.

© CPU – Cédric Depraetere

Dat begon eigenlijk al bij de start. Clipse kwam toch wel wat later dan het spoorboekje aangaf op het podium en wist die valse start daarna nooit echt recht te trekken. Drie kwartier lang was het van hetzelfde laken een pak en daardoor werd het al rap niet interessant meer. Gooi daar nog het zonnetje bij dat gedurende de set toch behoorlijk vaak achter de wolken vandaan kwam, en de gedachten gingen uit naar languit in het gras liggen in plaats van naar wat er zich op het podium afspeelde. Zelfs toen Clipse met “Keys Open Doors” en “Grindin” enkele van zijn bekendste nummers bovenhaalde, kwam de set nauwelijks uit dezelfde plooi. Nee, hier hadden we toch liever een andere act gezien. SONS bijvoorbeeld, die net daarvoor vrijwel geheel onaangekondigd en zonder dat wij het wisten bij The Cellar een akoestische verrassingsshow uit de mouwen had geschud.

Na een flinke brok hiphop was het tijd om de weg richting Linkin Park weer met gitaren te plaveien. Dat deden we gisteravond met Papa Roach, een band die we een dag eerder op Jera On Air nog aan ons voorbij hadden laten gaan, maar in Werchter zouden we ons niet nog eens laten kennen. Met een set die bomvol zat met klassiekers, was het de perfecte, nostalgische snelweg richting headliner. Voor een inmiddels volledig volgelopen veld, het event was stamp uitverkocht, mochten Jacoby Shaddix en co de wijzers richting begin deze eeuw draaien. De groep begon dan wel met het nog vrij recente “Even If It Kills Me”, maar zodra “Blood Brothers”, dat in de jaren nul nog onderdeel was van de legendarische soundtrack van Tony Hawk’s Pro Skater 2, door de speakers knalde, zaten we tot over onze enkels in de nu-metalmodder van weleer.

Daarna bleek al snel dat Papa Roach zijn eigen handleiding na al die jaren perfect van buiten kent. “Dead Cell” hield de vettige nu-metalvlam brandend, “…To Be Loved” gooide er een flinke lap showworstelnostalgie bovenop en bij “Getting Away With Murder” gingen de kelen over het hele veld open. Jacoby Shaddix dartelde ondertussen over het podium en zette eveneens zijn keel stevig aan het werk, terwijl hij ook steun kreeg van de nieuwe generatie. Zowel Jagger als Brixton, beide zonen van de man vooraan, mochten even mee de spotlights in tijdens “See U in Hell” en “BRAINDEAD”, waardoor Papa Roach heel even ook gewoon papa-Roach werd.

© CPU – Cédric Depraetere

Papa Roach trok de wei langzaam richting Linkin Park, maar niet voordat met “Scars” eerst nog het verplichte zakdoekmoment was gepasseerd en de Nu-Metal Time Machine werd aangetrapt. Dat deed de band eerst met eigen werk, en wel met “Between Angels and Insects”, waarna ook Korn, Deftones, Limp Bizkit en System of a Down nog even uit de kast werden getrokken. Goedkoop scoren? Misschien wel, maar het publiek at de nu-metalkoek gretig uit de hand van Shaddix en de zijnen. Toch zat datzelfde publiek nog met een klein hongertje, maar daar wist Papa Roach wel raad mee. Met “Last Resort” kwam namelijk de moeder aller meebrullers voorbij. De eerste woorden waren amper de speakers uit of Werchter gooide de kelen nog een laatste keer helemaal open. Nee, de toeschouwers hadden de zon niet nodig om volledig opgewarmd te zijn voor de headliner.

Linkin Park en timers, het is inmiddels een combinatie waar je niet meer omheen kan. Ook op Werchter Parklife mocht de klok langzaam zijn seconden wegtikken op de tonen van Slipknots “Duality”, Hier en daar hoorden we mensen aftellen zoals bij oud en nieuw, al ging er dit keer geen vuurwerk de lucht in toen de teller op nul sprong. In plaats daarvan begon het precies op dat moment zachtjes te miezeren, terwijl flarden van “Burn It Down” door de intro slopen. Niet snel daarna verscheen de groep waar het om ging op het podium en knalde het met “The Emptiness Machine” in volle gang om, net als afgelopen jaar tijdens de rockvariant, te laten zien dat het toch nog altijd een van de koningen van Werchter is.

© CPU – Cédric Depraetere

Gedurende de dag zagen we de wei al vol staan met kinderen in Linkin Park-merch. Een duidelijk voorteken voor de avond die volgde. De jonge garde liet namelijk blijken dat de vernieuwde versie van de groep meer dan welkom was. Maar goed ook, want Werchter Parklife kreeg nadrukkelijk de nieuwe Linkin Park te horen. En dat zat niet alleen in de nummers. Natuurlijk werden naast “The Emptiness Machine” vrij snel ook “Up From the Bottom” en “Cut the Bridge” van From Zero over het terrein gejaagd, maar ook Emily Armstrong leek steeds meer vertrouwen uit te stralen. Ja, ze moest zo nu en dan nog altijd op haar autocue kijken om te weten wat ze precies op welk moment moest roepen, maar alles wat ze zong kwam er met de nodige kunde uit en klonk misschien wel het meest solide dat we haar tot nu toe hadden gehoord.

Ook het oudere werk ging haar redelijk makkelijk af. Dat is nog altijd het lastigste stuk van deze nieuwe Linkin Park en ook voor Armstrong, die vaker dan eens vanachter haar microfoonstandaard naar beneden keek. Op “Somewhere I Belong” kreeg ze, op aandringen van Mike Shinoda die vond dat het publiek op zijn hardst moest meezingen, gelukkig flink wat ruggensteun, wat uiteindelijk resulteerde in een zangeres die met nog meer vertrouwen de heilige festivalgrond van Werchter begon te bewandelen. “Waiting for the End” gaf haar de ruimte om wat meer gevoel en controle in haar stem te leggen, terwijl “One Step Closer”, dat gepaard ging met de nodige confetti, dan weer bewees dat ze ook de venijnigere kant van het oude werk behoorlijk aankon.

© CPU – Cédric Depraetere

Waar Armstrong zich door het oude werk moest bijten, bleef Mike Shinoda ondertussen de man die alle tijdlijnen aan elkaar mocht lijmen. Dat deed hij niet alleen door als vanouds de rapstukken met zichtbaar gemak uit zijn mouw te schudden, maar ook door met “Where’d You Go” even zijn Fort Minor-verleden boven te halen. Ook Joe Hahn kreeg even later met zijn solo de ruimte om te tonen dat Linkin Park altijd meer is geweest dan gitaren, waardoor zelfs de grootste tegenstanders van de hiphopboekingen eerder op de dag nog eens fijntjes met de neus op de feiten werden gedrukt dat rap en hiphop weldegelijk in het dna van de groep zitten.

Na dat kleine lesje Linkin Park-DNA mocht de set even wat dieper ademhalen. “Lost” werd door Shinoda en Armstrong uitermate breekbaar gebracht en bracht stilte op heel het terrein. Ook “Breaking the Habit” begon met diezelfde ingetogen spanning, al duurde het natuurlijk niet lang voor het nummer alsnog uitgroeide tot een festivalmoment van formaat. Met “Stained” schoof Linkin Park daarna nog eens een nieuw puzzelstukje naar voren, maar zodra “What I’ve Done” werd ingezet, ging de poort naar de grote festivalrefreinen weer wagenwijd open. Dit is muziek voor op een wei en gelukkig stond Linkin Park daar dan ook.

Vanaf dan begon Linkin Park stilaan richting de eindmeet te schuiven, al bleef de band ook daar nieuwe nummers tussen de zekerheden leggen. Toch waren het vooral de grote herkenningspunten die de wei nog eens helemaal openbraken. Zo kreeg “Numb” eerst nog een reggaejasje aangemeten, nadat iemand uit het publiek mocht kiezen in welk genre de band het nummer zou inzetten. Een nieuwe die zich in een noodtempo heeft opgewerkt tot vaste waarde, is “Heavy Is the Crown”. Het nummer heeft nog lang niet dezelfde rugzak als de klassiekers errond, maar werd in Werchter wel al ontvangen alsof het er al jaren tussen staat.

© CPU – Cédric Depraetere

Linkin Park maakte zich met “Bleed It Out” volledig klaar voor de bisronde, die met “Papercut” meteen stevig werd opengetrokken. Vanaf dan was het eigenlijk gewoon nog een kwestie van de laatste grote mokerslagen uitdelen. “In the End” veranderde de wei nog één keer in een gigantisch koor, terwijl “Faint”, inclusief een verse lading confetti uit alle hoeken en gaten van het podiumdak, de avond een laatste trap onder zijn gat gaf. En daarmee was ook meteen de laatste energie uit Werchter geperst. Dat Linkin Park ook in deze nieuwe vorm een van de koningen van Werchter blijft, bewees de band afgelopen jaar al tijdens Rock Werchter, maar gisteren werd daar nog eens een dikke streep onder gezet.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

706 posts

About author
Ik drink mijn cola zonder ice
Articles
Related posts
InstagramLiveRecensies

Rock am Ring (Festivaldag 1): Pedal to the nu-metal

Eén weekend per jaar wijken de snelle wagens voor het hardere gitaargeweld aan de Nürburgring. Tijdens de feesteditie van vorig jaar werd…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Zwangere Guy - "Kim Clijsters"

Zwangere Guy werd bedeesder, volwassener en leerde relativeren: daar was Dit is Guy. vorig jaar het tekenend bewijs van. Het antwoord op…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Zwangere Guy & SAN ANDREAS - "QUATRE MAINS"

Wie kan er Zwangere Guy nog stoppen? Sinds de release van Dit Is Guy. lijkt het wel alsof Gorik Van Oudheusden nog een paar…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *