
© CPU – Peter Verstraeten
Het is weer zo ver! Rock Werchter!! Nog geen week na het afgelaste concert van Katy Perry en het coole optreden van Linkin Park opende het grootste festival in Werchter haar deuren. Het duurde uiteraard niet lang vooraleer we ons terug thuis voelden op het geliefde festival, ondanks dat we nu plots drank uit blikjes kregen en eens goed moesten zoeken naar KluB C. De blauwe tent verstopte zich in een nieuwe uithoek, waardoor de extra wandeling naar KluB C en terug een grotere inspanning vergde. De vernieuwde Slope, die nu naar de naam NEST luistert, wist wel meteen ons hart te bekoren, maar het was uiteraard vooral de muziek die voor de hoogte- (en diepte)punten zorgde. Ondanks het feit dat niet elk optreden een schot in de roos was, zullen The War on Drugs, Loyle Carner en JADE nog het hele weekend nazinderen. Mumford & Sons sloot bovendien de openingsdag op een doeltreffende manier af en had zelfs een Nederlandstalige verrassing in petto.
Yong Yello @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
‘Ik moet dringend op vakantie’, zong Yong Yello op zijn gelijknamige single, maar dat zal er deze zomer nog niet inzitten. De Antwerpse woordkunstenaar kruipt deze zomer namelijk meermaals in de huid van Bennie en mocht gisteren de Banaliteit van ons Bestaan verkondigen op het grootste podium van zijn festivaltour. Met andere woorden: jepla, Rock Werchter 2026 was een feit. En dat na weken vol hittegolven en okselvijvers zowaar onder wat licht gedruppel – de wet van Murphy? Niet de ideale omstandigheden dus voor Yello Staelens, die zeker in het begin wat met zijn zenuwen leek te worstelen. Gelukkig werd de man geruggesteund door een achtkoppige liveband en een publiek dat duidelijk zin had in een plezante vierdaagse.
‘Ik kan hier uren staan lullen over hoeveel dit voor mij betekent, maar wij willen gewoon muziek maken’, sprak de man alvorens hitje “Ik moet dringend op vakantie” vrij vroeg in zijn set in te zetten. En dat bleek meteen ook het moment waarop alle stress weg leek te glijden. Wat extra percussie (koebel!), handjes in de lucht en gaan. Het muziekdoosje van “Als ge slaapt” zette opnieuw een meezingmomentje in, en op zich is dat sowieso al opmerkelijk gezien de geladenheid van de teksten. Alles bij Yong Yello draait echter om het verspreiden van liefde, en daar hielp ook Sef hem mee bij “Zoeken naar wa liefde”. Nieuwe single “Koppigaard” werd rond het halfuur live op Spotify gegooid en betekende zo een volgende primeur voor de weide. Staelens draaide op toerental en gaf zowel zijn blazerssectie als achtergrondzangeres Loïs een moment in de spotlights op “We geve ni op”, met als gevolg de eerste sitdown van het weekend. Na een intense versie van “Luchtkasteel” ging het T-shirt uit en zo werd “Waarom ben ik zo destructief?” de kers op de taart die Yong Yello altijd al wilde serveren. Chapeau.
Yong Yello speelt de komende weken nog op Rock Herk Encore (16 juli), Campo Solar (31 juli), de Lokerse Feesten (6 augustus), Suikerrock (7 augustus), Rijvers Festival (15 augustus) en Maanrock (29 augustus). Zijn zomer sluit hij af in het OLT Rivierenhof (12 en 13 september).
Balu Brigada @ The Barn

© CPU – Peter Verstraeten
Het was een korte nacht na de heroïsche remontada van de Rode Duivels en toegegeven; we moesten nog een beetje uit onze roes ontwaken toen we ons richting The Barn begaven. Balu Brigada, de Nieuw-Zeelandendse tandem van de gebroeders Beasley, had echter de ideale kickstartmuziek in huis om de kleine oogjes te veranderen in pretoogjes. De start was van gemoedelijke aard, maar de twee broers treuzelden uiteindelijk ook niet lang en gingen voor hapklaar festivalvoer. “Sideways” zorgde voor de energieboost die we nodig hadden en de handjes gingen vlotjes de lucht in. De twee broers namen met een relaxte houding het podium in en maakten het niet moeilijker dan nodig. Hitje “Backseat” ging als een mierzoet broodje achter de kiezen, al was Henry Beasley wel even aan het sukkelen met de riem van zijn gitaar. Het hield hem echter niet tegen om alsnog verder te spelen en die spacey outro maakte een flink gevulde The Barn nog losser. Eindigen deden ze met “So Cold”, een oorworm van jewelste waar je gewoon vrolijk van wordt. Balu Brigada had in tegenstelling tot hun nationale voetbalteam weinig moeite met scoren en was voor velen de ideale start van Rock Werchter 2026.
Monza @ KluB C

© CPU – Peter Verstraeten
Monza mocht een overvolle KluB C openen en deed dat met een enthousiasme zo groot dat ze er gewoonweg te vroeg aan begonnen. Die goesting vertaalde zich ook in een energieke Stijn Meuris die matige solo’s op zijn luchtgitaar bracht en bewegingen maakte die we alleen maar als uniek konden omschrijven. Het vijftal focuste tijdens hun set op de debuutplaat van Monza met nummers als “Naïviteit” (voorzien van een goeie intro), “De ogen van Jenny” en tot slot “Van God los”. Die laatste was de debuutsingle van Monza en bleek na al die tijd nog steeds het hoogtepunt van set. Ingeleid door een ‘allez godverdomme’ gaf de band nog een laatste keer alles, al moeten we ook zeggen dat lang niet elk nummer even goed binnenkwam in de tent. Soms klonk het wat vlak en wisten de nummers zich niet altijd van elkaar te onderscheiden. Een nummer als “Alles half” bouwde dan weer goed op en toonde wat Meuris en co echt te bieden hadden. Mario Goossens zette wat extra kracht bij op de drums, en deed dat enkele uren later overigens nog eens bij Triggerfinger. Halverwege de set herhaalde Meuris enkele keren ‘witte mannen, cismannen liedjes’ waarmee hij leek te verwijzen naar het gebrek aan diversiteit in de band, maar wij hadden vooral op wat meer diversiteit of afwisseling in sound gehoopt.
Monza speelt deze zomer nog op Rock Herk Encore (16 juli) en Festival Dranouter (7 augustus)
Ben Ellis @ NEST

© CPU – Ann Carpentier
Ben Ellis opende zijn set op The Slope in de regen, en dat zette meteen de toon. De Welshe singer-songwriter, die zijn naam opbouwde met geliefde TikTok-covers en twee eigen ep’s, bracht een nette folk-pop set met een trio van gitaar, bas en drums. Het klonk verzorgd en de stem droeg, maar weinig aan de set voelde urgent of noodzakelijk aan. De nummers volgden elkaar op zonder dat er echt een moment was waarop de zaal plots aandacht schonk, het soort set dat je achteraf moeilijk kan vastpinnen op een specifiek nummer of een specifiek gevoel. Het publiek was er, maar echt levendig werd het niet. Eerlijk gezegd leek Ellis zelf ook even afgeleid: tussen de nummers door deelde hij zijn enthousiasme over de België-Senegal match met de menigte, wat misschien wel het meest memorabele moment van de hele set was. Een wapperende Wales-vlag op het podium gaf het geheel nog wat karakter. Zeker niet slecht, maar op een festival waar elk uur telt, ook weinig dat bleef hangen.
Ben Ellis speelt op zondag 4 oktober in de Botanique.
All Them Witches @ The Barn

© CPU – Peter Verstraeten
All Them Witches komt graag naar België, al is dat vaak wel op de festivals in het hardere genre. Sinds kort waait er echter een frisse wind door de band uit Nashville, want met Christian Powers zit er een nieuwe mepper achter de drums. En die maakte zo’n indruk op de andere bandleden, dat er met House of Mirrors een volledige plaat werd gewijd aan de chemie die hij met zich meebracht. In The Barn zorgde dat voor een set die eigenlijk niet te veel verrassingen bracht, maar daarom niet minder beukte. Het geluid dat de Amerikanen voortbrengen is namelijk moeilijk onder een noemer te plaatsen. Er was groove, er was hardrock en er was een beetje countryblues. Het leverde aan de hand van stroomversnellingen en de stem van Charles Michael Parks Jr. een gebalde set op, die vooral heel cool in het gehoor lag.
De intensiteit raakte namelijk maar moeilijk vanop het podium tot in The Barn, wat voornamelijk voor een paar knikkende hoofdjes zorgde. Dat de band het nogal statisch hield, hielp daar niet per se bij, maar laat vooral duidelijk zijn dat dat ook geen probleem vormde. All Them Witches was gisteren vooral zichzelf, maar raakte vooral als het iets buiten die lijntjes ging. Een harde riff nam het publiek mee op sleeptouw, maar van die extra’s leek de band niet per se te moeten weten. Ze ging een uurtje lang gewoon voort op haar eigen elan en zorgde er vooral voor dat we het van het geheel moesten hebben. Dat dat op den duur ook een beetje eentonig begon te klinken, zorgde ervoor dat we bij deze set niet verder kwamen dan ‘cool’. En daar is niets mis mee, het festival moest uiteindelijk ook nog echt beginnen.
Zwangere Guy @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Afgelopen zondag stond Zwangere Guy nog op Werchter Parklife en amper vier dagen later mocht hij gewoon weeral afzakken naar het beduidendste festivalpodium van het land. De Brusselse rapper deed dat op zijn typerende rauwe manier met ook de nodige ruimte tot zelfreflectie. Waar hij vroeger vooral alles wou slopen tot het bot is Guy nu een verzoener geworden. Het mindere weer was een kleine tegensteker die de sfeer niet ten goede kwam, maar zoals hijzelf nuchter analyseerde na het beladen tweeluik “Beter Leven” en “Gorik Pt.1”; dat begint hier te drashen door al die ellende. Opvallend genoeg opende Zwangere Guy nog maar eens zijn ziel en zag je hem twijfelen bij elk woord van “GRIJZE ZONE”. Het publiek was er echter om hem een hart onder de riem te steken. Zijn stem klonk iets heser dan gewoonlijk, maar dat weerhield hem er niet van om in het laatste derde met een pak adrenaline de keet in de fik te steken. Even monumentaal als zijn vorige passage op het hoofdpodium van Rock Werchter in 2024 werd het niet, maar desondanks kan je gerust stellen dat hij in een goede vorm verkeerd. Met “Papucho” schoten de moshpits als paddenstoelen uit de grond en werd de weide van Werchter overspoeld met die Brusselse finesse. De dankbaarheid en oprechtheid was er langs alle kanten en om het met zijn eigen wijze woorden uit te drukken: jullie steken de Guy in maguy/magie.
Zwangere Guy speelt deze zomer nog op Cactusfestival (10 juli), Dour Festival (16 juli), de Lokerse Feesten (6 augustus) en Suikerrock (7 augustus).
Bente @ KluB C

© CPU – Ann Carpentier
De Nederlandse Bente zingt en acteert en verscheen eerder al in The Voice Kids en Beste Zangers, de Nederlandse variant van Liefde Voor Muziek. Ze bracht letterlijk een huis mee naar het podium van KluB C en opende meteen met enkele energieke songs. Er werd over het podium gelopen en met veel overtuig kwam poprocknummer “Ik heb je zo gemist” al snel op ons af. Een passage van Matthieu Terryn kregen we er niet bij, maar storender was het feit dat haar stem soms niet goed te horen was. Bente was met momenten amper te verstaan, maar rustigere nummers als “Hoogtevrees” en “Hoe hou ik dit vast” zorgden ervoor dat ‘the voice van Bente’ wel beter uitkwam. Die tweede werd zelfs van een mooie uithaal voorzien en bracht heel wat gevoel met zich mee. Het duurde niet lang vooraleer de band terug lekker doorspeelde, wat ervoor zorgde dat er hier en daar wat bewogen werd. Het leidde er eveneens toe dat Bente terug moeilijker te verstaan werd en het soms wat richting rommelig ging. De Nederlandse bracht alsnog een overtuigende set, waarbij zelfs problemen met haar broek geen roet in het eten wisten te gooien. Afsluiten gebeurde met “Kan je me zien”, een cover van Cher’s “Believe” die voor een gevoelig einde zorgde, maar ons toch vooral deed hunkeren naar die leuke pophit. Een wisselvallige rit dus bij Bente, maar dat liet lang niet iedereen zich aan het hart komen en zelf genoot ze er overduidelijk van.
Bente staat deze zomer nog op Rijvers Festival (14 augustus) en Crammerock (4 september).
Basht. @ NEST

© CPU – Peter Verstraeten
Het Ierse vijftal was zichtbaar ontroerd door de opkomst op The Slope, en dat gevoel was wederzijds. De Dubliner post-punkers, die hun naam ontleenden aan ‘unabashed’ en intussen een indrukwekkende staat van dienst hebben opgebouwd met supports voor Wunderhorse, bdrmm en Miles Kane, maakten meteen duidelijk dat ze niet kwamen om zacht te doen. Het eerste nummer sloeg direct hard aan, harder dan veel mensen in de zaal misschien verwacht hadden, en de energie die daarmee vrijkwam verdween de rest van de set niet meer. Waar Ben Ellis het publiek een uur eerder nauwelijks in beweging had gekregen, stond er hier halverwege al een moshpit, wat op een donderdagnamiddag op een klein podium al iets zegt over hoe de band een zaal kan meenemen. Tussendoor was er ook ruimte voor iets stillere momenten, die de set net genoeg lucht gaven zonder de spanning te laten zakken. Het hoogtepunt was de nog niet uitgebrachte “Terror TV”, dat zowel qua energie als muzikaal het sterkste moment van de set was.
De set deed ons vermoeden dat hun debuutalbum Poor Advice, dat op 9 oktober verschijnt, de verwachtingen zeker zal waarmaken.
The Vaccines @ The Barn

© CPU – Peter Verstraeten
Het was alweer acht jaar geleden dat The Vaccines op Rock Werchter speelden en de vijftiende verjaardag van hun debuutalbum bleek de uitgelezen kans om de band uit Bristol in The Barn te zetten. De Britten konden op een overvolle tent rekenen en vuurden al snel enkele hits op het publiek af. “Post Break-Up Sex” en “Wetsuit” vielen zo verrassend vroeg in de set, waarbij de frontman op zijn beurt dan weer enthousiast reageerde om het publiek. Wanneer de sfeer eventjes een kleine duik nam vuurde The Vaccines zonder aarzelen nog een hitje de tent in, waardoor de sfeer nooit of te nimmer gevaarlijk laag kwam te liggen. Zo schopten “Headphones Baby” en “Heartbreak Kid” het terecht ook tot hoogtepuntjes, waarbij er luid op de maar geklapt werd. The Vaccines was eigenlijk een voorbeeld van een band die over hun hoogtepunt heen is en sterk terugviel op ouder materiaal, maar vroeg op de dag in een te kleine tent toch een relatief magisch moment veroorzaakte.
Triggerfinger @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Er zijn ergere dingen dan wakker te worden met de vraag of je last minute op Rock Werchter wil spelen. Elvis Costello moest wegens ziekte zijn rentree op Rock Werchter missen – veel beterschap – en zo viel de wellicht meest stijlvolle Belgische rockband ooit in. Het plein was gek genoeg niet volledig volgelopen voor Ruben Block en co, al is dat natuurlijk geen graadmeter op hun kwaliteit en speelstijl. Net als een tweetal weken terug op Graspop ging Triggerfinger resoluut voor een strakke set waar geen tijd werd verloren met palaveren over koetjes en kalven. Rock en doorrocken. Mario Goossens, met zijn zeventiende show op de weide van Werchter recordhouder – had kennelijk nog veel energie na zijn show eerder op de dag met Monza. Met precisie en kracht zorgde hij er mee voor dat het geraamte onmogelijk kon opvallen. De recente StuBru-hit “Stars” deed zijn werk, al durfde Triggerfinger ook wel van bestaande structuren af te wijken. “Perfect Match” werd grauwer en minder afgelikt gebracht en die koers bleven ze doorzetten. Het belevingsaspect viel halfweg wel wat tegen, maar met “I Follow Rivers”, “It Is” en “Let It Ride” drukte de band naar het einde toe wel nog zijn stempel op de festivaldag.
Yard Act @ KluB C

© CPU – Peter Verstraeten
Yard Act is een band die je op papier al kent voor je hen gezien hebt, en live bewijzen ze waarom. De Leedse post-punkers staan al even samen en dat merk je: de band is strak ingespeeld, de timing zit goed, en de nummers landen precies waar ze moeten landen. Frontman James Smith heeft bovendien genoeg charisma voor twee zalen. Dat had hij in de Klub C echter wel nodig, want het publiek was er aan het begin van de set nog niet helemaal bij. De energie op het podium was er echter wel meteen bij het eerste nummer, maar die vertaalde zich aanvankelijk traag naar de zaal. Smith deed zijn uiterste best om daar verandering in te brengen, meer dan de tent op dat moment eigenlijk verdiende, en dat viel op. Tijdens “New Beginnings” stond hij er volledig alleen voor. Met de intensiteit van iemand die een uitverkochte arena bespeelt, zelfs als de eerste rijen nog wat gereserveerd reageerden.
Wat ook opviel was hoe breed het geluid van de band eigenlijk is. Sommige nummers leunden bijna op rap door het tempo en de dichtheid van Smiths teksten, die hij er soms uitgooide alsof hij het publiek persoonlijk wilde overtuigen van iets heel dringends. Zijn uitspraak van “Rock Werchter” bleef doorheen de set consequent mis, wat hem evengoed extra sympathiek maakte bij een zaal die hij nog aan het veroveren was. Stilaan begon de set te kantelen. “Tall Tales” was een vroeg hoogtepunt voor wie al mee was. Vanaf “We Make Hits” draaide de sfeer in de zaal definitief om. Het voorlaatste nummer trok een stevige moshpit op gang, en de band sloot af met de titeltrack van hun aankomende album You’re Gonna Need a Little Music, dat op 17 juli verschijnt. Het was een euforisch voorproefje dat de set op exact de juiste noot afsloot, en meteen ook het bewijs dat Yard Act met hun nieuwe materiaal de volgende stap aan het zetten zijn. Een band die een grotere zaal verdient, en op dit tempo ook zal krijgen.
Yard Act staat op vrijdag 2 oktober in de Ancienne Belgique.
LA LOM @ NEST

© CPU – Ann Carpentier
Voor dat streepje Zuid-Amerikaanse gelukzaligheid kwam LA LOM in de late namiddag meer dan gelegen. De band uit Los Angeles had dat zuiderse temperament en de sensualiteit waar het publiek van Rock Werchter op zo’n openingsdag nood aan had. Het moest allemaal niet te complex en het mocht vooral dansbaar zijn. De instrumentale nummers van LA LOM leenden zich in elk geval bijzonder goed voor de aanwezige losse en minder losse heupen. De percussie had iets opzwepend, maar de echte x-factor was het fluwelen en spontane gitaarspel van de twee gitaristen. Met een zekere flair namen ze het publiek op sleeptouw en met een paar handgebaren zweepten ze het ter goeder stond op. Nog een leuk feitje is dat LA LOM nooit volgens een bepaalde setlist speelt; alles wordt organisch beslist op basis van de sfeer in het publiek. Net daarom wist de Amerikaanse band exact de juiste snaar te raken en bleef het een zeer sfeervol en amusant halfuur.
Kasabian @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Soms stellen we ons luidop de vraag wat een band als Kasabian anno 2026 nog verloren heeft op het hoofdpodium van een festival als Rock Werchter, en al zeker zo hoog op de affiche. Sinds het vertrek van Tom Meighan is het voor de bende uit Leicester toch vooral teren op hits en anthems uit een lang vervlogen tijd. Het geluk dat ze hebben is echter dat Serge Pizzorno de uitgelezen man is om een festivalweide gek te maken. Dat kon hij voor de goede orde vroeger ook al, maar nu krijgt hij hélemaal vrij spel. Daarnaast heeft de groep ook gewoon de hits om de boel op stelten te zetten. “Club Foot” was bijvoorbeeld al meteen een bommetje dat de (voorzichtige) moshpit opentrok, en daarna was het hek al vrij snel van de dam.
Voor “Underdog” verkende Pizzorno het publiek van iets dichter bij; “Shoot the Runner” ontketende in de voorste vakken een pogo. Om maar te zeggen dat Kasabian zonder al te veel aarzeling met beide voeten op het gaspedaal ging staan. De frontman bleef daarin weliswaar nooit foutloos, maar geen haan die ernaar kraaide: dit was gewoon een uurtje hitjes brullen en sfeer maken in de zon. “You’re in Love with a Psycho” kreeg mensen op schouders, een vreemd intermezzo waarin “We Are Your Friends” van Justice door de boksen knalde hield de sfeer er dan weer in. Met het nieuwere “Coming Back to Me Good” werd dan weer pijnlijk duidelijk dat het bij Kasabian vooral is beginnen kabbelen richting afkooksels de laatste jaren, en zelfs een knipoog naar “Not Like Us” van Kendrick Lamar kon dat niet redden. Dat was overigens het begin van een cringe onderonsje waarbij ook “Insomnia” van Faithless passeerde. Gelukkig liep dat uiteindelijk over in “Vlad The Impaler”, maar hoe verder de set vorderde, hoe duidelijker de spreidstand van de groep uit Leicester werd: teren op het verleden of tevergeefs te hard willen proberen om hip te zijn. Toch raar om een Calvin Harris-samenwerking te laten horen en vlak erna met cultklassieker “Fire” op de proppen te komen. Soit, Kasabian is nu meer een feestband dan eentje die komt om riffs te pompen. De weide ging er goed op, en da’s uiteindelijk toch nog altijd waar een festival om draait.
Loyle Carner @ The Barn

© CPU – Peter Verstraeten
De Britse Loyle Carner bracht iets meer dan een jaar geleden met hopefully! zijn vierde langspeler uit en keerde daarvoor met plezier terug naar Rock Werchter. Carner verwees halverwege naar een eerdere passage waarbij hij in KluB C stond, maar dit keer was het The Barn die vol liep voor de hiphop met invloeden uit jazz en soul. De teksten vloeiden al rappend uit zijn lijf en dat met een charmante oprechtheid, terwijl de band er soms met een vleugje saxofoon of een lekkere baslijn een zwoele saus over goot. Tijdens de groovy tracks zag je de zee aan hoofden deinen en waar het soms gestructureerd aanvoelde, kwam het op andere momenten in de buurt van een bevrijdende chaos. Loyle Carner leek met kleuren te spelen en genoot zienderogen wanneer er werd meegezongen met pakweg “Damselfly” of “Lying”. Bij die laatste werd er met een zekere voorzichtigheid meegezongen, want ook Carner bracht het lied op een gevoelige manier. “Still”, “About Time” en “Ottolenghi” voegden richting het slot telkens meer sfeer toe aan de set en tegen het einde van zijn concert had Loyle Carner iedereen overtuigd van zijn talent. De Brit pakte met veel gemak uit op Rock Werchter en toonde aan dat je de naam van het festival niet moet waarmaken om een sterke set neer te zetten.
Karen Dió @ NEST

© CPU – Peter Verstraeten
Karen Dió is de Braziliaans-Britse punk-provocateur die in 2023 viraal ging met “Sick Ride” en sindsdien niet meer is gestopt. Na een debuut-EP op Hopeless Records en supports voor onder andere Limp Bizkit en Sum 41 stond ze op donderdag op NEST in de volle avondzon. Het begin was even onwennig, maar eens het eerste nummer begon, verdween die twijfel snel. Haar cover van Chappell Roan’s “Casual” was misschien wel het meest verrassende moment: volledig losgerukt van het origineel; harder en energetischer, met genoeg eigenheid om het bijna als een eigen nummer te laten klinken. Tussendoor speelde ze ook “I Wanna Be”, een Portugees nummer als knipoog naar haar Braziliaanse roots. De laatste drie nummers waren de zwaarste van de set, met een nog niet uitgebracht nummer als eerste in de reeks. De afsluiter was “Sick Ride”, en de hele weide sprong mee in de felle avondzon.
Dylan Gossett @ KluB C

© CPU – Ann Carpentier
Ook Rock Werchter ontsnapt niet aan de groeiende populariteit van country. Dylan Gossett, voor het eerst in ons land, lijkt misschien wel de ideale Amerikaanse schoonzoon en dat trok hij ook door op het podium in de Klub C. Hoewel deze niet al te vol was, maakte hij wel een zeer sympathieke en geordende indruk. Gossett wist waarmee hij bezig was en kon daarvoor ook rekenen op een zeer goede begeleidingsband. De start was met “Tree Birds” een vol succes. De mondharmonica gaf extra kleur aan het nummer, maar de echte hoogtepunten volgden daarna aan een hoog tempo. De band wisselde meermaals van plaats, terwijl Gossett als kapitein standvastig en met zijn gitaar in de aanslag alles verder in goede banen kon leiden. Op het nieuwe “Honeysuckle” werd de banjo prominent uitgespeeld en “Back 40” wist op zich ook wel te charmeren. Onze vrees dat het allemaal heel ‘cheesy’ ging zijn was ongegrond, want met een zekere oprechtheid vertelde hij de verhalen uit zijn leven. Op sfeerbrenger “Hangin’ On” kwam alles mooi samen en Klub C werd logischerwijs heel enthousiast. Zijn bekendste nummer, “Coal”, werd vakkundig pas tegen het einde uit het vuur gehaald en bevestigde zijn status als rijzende countryster.
The Lumineers @ Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
Op een dag met Mumford & Sons als headliner, is het bijna een vanzelfsprekendheid dat ook The Lumineers op de affiche staat. Ondanks dat de relevantie soms een beetje zoek is, blijft het succes van die eerste platen wel zo groot dat de band uit Denver nog altijd tot de meest gestreamde artiesten ter wereld behoort. Gezien er niet per se een nieuwe plaat voor te stellen was, kreeg Rock Werchter een soort wandeling doorheen de carrière van Wesley Schultz en Jeremiah Fraites. Van variatie was er echter niet zo heel veel sprake, dus vielen de hitjes nog net dat tikkeltje meer op. “Ho Hey” zat vrij vroeg in de set en een prachtig volle weide scandeerde die twee woorden bijgevolg luidkeels mee. Badend in het ondergaande zonnetje kreeg de combinatie tussen melancholie en euforie dus al snel een extra randje.
Doordat het vooral de hitjes waren die opvielen, kabbelde de set over het algemeen vrij gemoedelijk voort. Perfecte achtergrondmuziek om bij weg te dromen, met af en toe de gelegenheid om eens recht te veren. “Ophelia” zorgde zo voor een golf van herkenning, waarna de eerste confetti van het weekend het totaalplaatje deed kloppen. Een gouden confettiregen overigens, die de set eigenlijk perfect samenvatte: mooi, maar tegelijkertijd ook weinig verrassend. The Lumineers deed op Rock Werchter hetzelfde als het altijd doet, en dat is gewoon een fijne show spelen. Gekke dingen gebeuren daar niet in, laat staan dat je sommige nummers achteraf nog van elkaar kan onderscheiden, maar de Amerikanen weten wel gewoon hoe ze het moeten verpakken én verkopen. De bandintroductie werd tegen het einde misschien belachelijk lang uitgerokken, maar gezien de omstandigheden viel er eigenlijk niet heel veel aan te merken op de set. Want zoals gezegd: fijne (cheesy) muziek, in combinatie met die zonsondergang… Dat werkt gewoon.
JADE @ The Barn

© CPU – Ann Carpentier
JADE was op de openingsdag een vreemde eend in de bijt als popster, maar maakte meer dan duidelijk dat haar passage op het festival de moeite waard was. Ze opende met “IT Girl” en toonde zo meteen wat voor een diva, uiteraard goedbedoeld, ze is. Met dansers, coole visuals, een sterke lichtshow en wind in haar weeldige haren kwam ze met een afgewerkte productie naar Rock Werchter. Van een dramatische ballade over een duet met haar jongere zelf naar een funky en groovy disconummer: het ging allemaal vanzelf bij de Britse. Genres werden op een hoop gesmeten, waarbij de snelle afwisseling voor een constante frisse wind zorgde. Tussendoor uitte JADE bovendien haar dankbaarheid en gaf ze soms wat extra uitleg bij de nummers, zoals waarom ze “Wasabi” van Little Mix nog steeds een belangrijk nummer vindt. Het lied werd akoestisch ingezet, waarna de band inviel en er choreografieën met een stoel volgden. De zangeres haalde alles uit de kast, zelfs al was de tent aanvankelijk vrij leeg.
Zo’n vrij lege tent bleek geen probleem, want degenen die er wel waren, stonden er met veel enthousiasme. Beetje bij beetje schoof het volk aan, waarop JADE toegaf dat dat deugd deed. De Britse combineerde dansen en zingen veelal alsof het haar geen moeite kostte, terwijl de backingtrack voor de nodige steun zorgde. De harmonieën uit haar muziek zijn dan ook moeilijk in je eentje te brengen en vooraleer ze een Little Mix-medley bracht om haar afkomst te eren, vroeg ze dan ook aan het publiek om haar bij te staan in de vierstemmige zang. Met onder meer “Touch”, “Salute” en “Shout Out to My Ex” kregen we een bloemlezing van de girlgroupdagen; niet onlogisch een hoogtepunt van haar set. Afsluiten gebeurde vanzelfsprekend met “Angel of My Dreams”, wat in feite niet meer was dan een dikke toef slagroom op een heerlijke taart. JADE was zonder enige twijfel een van de beste artiesten op dag één van Rock Werchter, zelfs als vreemde eendje.
PUP @ NEST

© CPU – Ann Carpentier
PUP is al meer dan tien jaar bezig en heeft nooit echt dat grote moment gehad dat een band als de hunne eigenlijk verdient. Vijf albums ver van hun zelfgetiteld debuut in 2013 tot Who Will Look After the Dogs? vorig jaar, blijven ze éénvan die bands die critici graag citeren maar die het grote publiek net blijft ontglippen. Frontman Stefan Babcock maakte bij aanvang al meteen een grapje dat er tijdens de set veel ‘ehhhh pretty good’ zou zijn, en achteraf gezien was dat een verrassend accurate zelfbeschrijving. Zijn stem heeft iets fragiels en hoog, maar met net genoeg kracht eronder om het niet kwetsbaar te laten klinken. De twee gitaren geven nummers die op papier niet zo snel of complex zijn toch meer gewicht dan je verwacht. Eén van de vroegere nummers had zelfs iets van Vampire Weekend in zich, wat in de context van de rest van de set even verrassend als welkom aanvoelde. De affiche achter de band, met redelijk slecht getekende versies van de bandleden en een puppy per persoon, plus één kat, was op zich al een reden om even naar voren te schuiven. Een moshpit die halverwege ontstond voelde dan weer minder gepast, omdat die energie beter tot zijn recht kwam als je gewoon stond te luisteren. ‘Go for the rock and leave the talk’, zoals Babcock zelf al leek te beseffen. Uiteindelijk redelijk goed, maar niet fantastisch, en ook dat is precies wat ze zelf beloofden.
Tom Smith @ KluB C

© CPU – Peter Verstraeten
Ondanks dat hij bij de release van zijn soloplaat zelf aangaf dat hij met dit project totaal niet op Rock Werchter zou passen, is het eigenlijk geen verrassing dat hij nog geen week na die uitspraak toch op de affiche is beland. De Brit heeft een enorm stuk van zijn populariteit en carrière te danken aan het festival, net omdat Editors er zowat gegarandeerd voor een epische set zorgde. Nu op eigen houtje dus, met There Is Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light als focuspunt. Of dat is toch wat we op voorhand hadden verwacht, want een volle KluB C werd meteen getrakteerd op Editors-hitje “Sugar”. Het gebeurde echter allemaal in afgeslankte vorm: Smith had enkel een extra gitarist meegebracht, waardoor alles volledig akoestisch gebeurde.
De kans dat het, zeker op een festival, allemaal wat saaier kan worden loert dan altijd om de hoek, maar Smith kwam er op zich nog goed mee weg. “Life is for Living” ontketende zelfs een subtiel meezingmomentje, al was dat slechts klein bier ten opzichte van “Munich”. De set wisselde met andere woorden mooi af met om de beurt een solo- en dan een Editors-nummer – en je kan wel raden waar iedereen op wachtte. “An End Has a Start” galmde bijgevolg door de tent, en dat was meteen ook het moment waarop de conclusie van de set al gevormd kon worden: ondanks de grootte van het gebeuren was dit een gezellig kampvuurmoment dat de Brit opvallend klein kon houden. Dat een deel van het publiek halverwege richting The War on Drugs of The Prodigy trok, was op zich een mooie zaak; de aandachtige luisteraar bleef. Die kreeg met “The Lights of New York City” nog een heerlijk melancholische single voorgeschoteld, maar ook (en beter!) een Neil Young-achtige versie van “Smokers Outside the Hospital Doors” mét mondharmonica.
Dat het uiteindelijk “Papillon” en zeker “No Sound but the Wind” waren die voor de laatste vleugjes magie mochten zorgen, stond eigenlijk al op voorhand in de sterren geschreven. Want dat was Tom Smith in de KluB C wel, ondanks dat het bijlange na niet de gemakkelijkste weg was om te volgen. De wederzijdse liefde is nog altijd groot.
The War on Drugs @ Main Stage

© CPU – Peter Verstraeten
The War on Drugs mocht onder de zakkende avondzon spelen, een setting die de Amerikaanse groep hun muziek alleen maar extra kracht bijzette. Met vijf albums onder de arm, waarvan de jongste inmiddels ook al een paar jaar oud is, kwam de groep eigenlijk een soort van ‘best of’ brengen. “Red Eyes” bracht al snel tempo in de set na een melancholische opener, waarbij er al wat gedanst werd. De weide voor het hoofdpodium liep niet al te vol, maar genoot duidelijk wel van de veelal soezerige muziek. The War on Drugs is bovendien een band die er in slaagt om dromerige muziek te maken die uptempo en uit veel elementen bestaat, ondanks dat veel dromerige muziek net ingetogener is. Dat alleen al toont waarop de Amerkanen hun derde passage op het festival verdiend hebben.
The War on Drugs pakte bovendien nog eens uit met een sterke setlist, waarbij “Harmonia’s Dream” kleur bracht na het rustigere “I Don’t Wanna Wait”. Daarna stapte de groep naar een hoger niveau, nog dichter richting het droomrijk met “Thinking of a Place”. De heerlijke donkere song voelde aan als een lange rit door een eindeloze tunnel, waarbij een verlengde “Under the Pressure” het lichtpunt aan het einde was. Met wat solo’s erbij werd het een vreugdevol uitje vooraleer er met het fenomenale “Strangest Thing” in schoonheid werd afgesloten. The War on Drugs deed exact wat we hadden verwacht, maar deed dat zeer goed, en ook dat hadden we eigenlijk verwacht.
Midnight Generation @ NEST

© CPU – Peter Verstraeten
Terwijl The Barn uitpuilde voor de intensiteit van The Prodigy konden de liefhebbers van de meer disco-achtige dansmuziek hun danspasjes bovenhalen bij het Mexicaanse Midnight Generation. Ze begonnen in NEST voor een degelijke hoeveelheid mensen. De vrolijke en funky deuntjes trokken echter geleidelijk aan meer en meer mensen aan. Het Mexicaanse gezelschap bracht iets wat in lijn ligt met Parcels, Daft Punk en Jungle, maar dan nog meer opzwepend en met een nog grotere gelukzaligheid. Een strakke lichtshow kwam bij de schemering aardig tot zijn recht en veranderde het plein voor NEST in een dansvloer waar stilstaan ten strengste verboden was. De Nile Rodgers funky-gitaren, de zwoele percussie en de stemvervormers zijn dan wel niet per se vernieuwende ingrediënten, maar door de songs in elkaar te laten overgaan bleef de fun constant in de set. Wie toevallig passeerde of gewoon uit nieuwsgierigheid even kwam piepen, zal Midnight Generation voor velen een van de ontdekkingen van deze editie zijn. Kleine voorspelling: binnen een paar jaar puilt The Barn voor deze band uit.
Blood Incantation @ KluB C

© CPU – Ann Carpentier
Blood Incantation is een band die je niet zomaar even bekijkt en passeert. De Colorado-based deathmetalband heeft met hun meest recente album Absolute Elsewhere een sound gecreëerd die zich bijna niet laat omschrijven zonder het onrecht te doen: kosmische deathmetal waarbij uitgesponnen, bijna meditatieve passages die zo uit een Pink Floyd-plaat kunnen komen, worden afgewisseld met het soort riffgeweld dat de grond onder je voeten doet trillen. Live is dat contrast nog groter en nog indrukwekkender. Het decor in Klub C droeg daar enorm aan bij: een duistere, rituele sfeer met rookmachines en lichtspelen die het gevoel gaven dat er iets opgeroepen werd in plaats van dat gewoon een concert gespeeld werd. De vier bandleden zelf, de meest cliché metal uitziende halfkale mannen die je je kan voorstellen, stonden er roerloos en volledige geconcentreerd bij, wat het geheel alleen maar zwaarder en serieuzer maakte. Het zijn de climaxen die blijven hangen, momenten waarop de muziek zich minutenlang opbouwt door rustige, zwevende texturen en dan plotseling met stevig gewicht neervalt. Wie niet wist wat hen te wachten stond werd omvergeblazen. En wie het album kende begreep meteen dat dit een van die sets was waarvoor je eigenlijk naar het festival bent gekomen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
De recensie van Mumford & Sons lees je hier.
De recensie van The Prodigy lees je hier.
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Lucas Palmans, Simon Meyer-Horn, Robbe Rooms en Tjorven Florin.





