
© CPU – Marvin Anthony (archief)
De grootste sterren zijn soms diegene waarvan je nog nooit hoorde. Searows doet ongetwijfeld niet al te veel belletjes rinkelen bij muziekluisterend Vlaanderen, maar kan toch rekenen op miljoenen streams. En dat is niet eens overdreven: geen enkel nummer in de zijn Spotify top tien scoort slechter dan twee miljoen, de beste zit zelfs bijna aan de honderd miljoen. Desondanks blijft Alec Duckart veelal een nobele onbekende, die genoegen moet nemen met een plekje in het voorprogramma. Dat leverde hem langs de andere kant dan weer die toegewijde fanbase op – zeker dankzij Ethel Cain, maar misschien ook wel meer recentelijk Tamino. Hoe dan ook, Searows maakt muziek die wel in lijn ligt met eerder genoemde artiesten: mooi, meeslepend en melancholisch. Eerder dit jaar verscheen met Death in the Business of Whaling zo ook een tweede album, waarbij vergelijkingen met onder meer Phoebe Bridgers geen exaguratie waren. Vier sterren waren zijn deel, een uitverkochte Rotonde in de Botanique gisterenavond de bekroning.
Aan Amos Heart om de avond op gang te trappen, en dat deed de man uit Portland zeker niet verkeerd. Helemaal alleen, met enkel een gitaar en wat effectjes, voelde het weliswaar allemaal wat ongemakkelijk aan. Maar je voelde aan alles dat hij er met de juiste intenties stond: om België kennis te laten maken met de muziek waar hij zijn ziel in stak. Het was daarom des te mooier om te ervaren dat hij in z’n eentje het halfrond wel binnen enkele nummers mee kreeg in zijn verhaal. De Amerikaan had weliswaar veel te danken aan zijn charme en breekbaarheid, maar ook de nummers mochten er zijn. Dankzij zijn stemeffectje had het soms wat weg van Bon Iver, al past een algemene beschrijving als ‘de combinatie van nazomer en herfst’ misschien wel het best bij het geheel dat Amos Heart bracht. In 2027 brengt hij overigens een eerste album uit, waaruit enkele voorsmaakjes dus zeker wel aangenaam proefden.
Toch voelde je aan alles dat er vooral elektriciteit in de lucht hing om Searows te zien. De Amerikaan heeft zoals gezegd vrij toegewijde fans, dus verwachtten we op voorhand om eerlijk te zijn een beetje een ongepast uitgelaten sfeer. Niets bleek echter minder waar, want het totaal tegenovergestelde werd vrij snel duidelijk: het was bij momenten héél ongemakkelijk in de Rotonde. In het begin viel dat op zich echter allemaal nog wel mee. Opener “Belly of the Whale” zette de sfeer op een mooie manier: met wat galm die deed vermoeden dat de set doorheen de avond wel eens kon ontaarden in melancholische bombast. Op Death in the Business of Whaling vertelt Duckart het verhaal van de zoektocht naar het ongrijpbare, vergelijkend met Moby Dick. En mochten we gisteren die vergelijking doortrekken, dan hadden we toch op een wildere uitvaart met de Pequod gehoopt.
Al vrij snel werd namelijk duidelijk dat Searows met plezier binnen de lijntjes bleef peddelen. “Kill What You Eat” liet wat americana-invloeden toe, waardoor je af en toe een glimp van de verhoopte betovering kon opvangen, maar de magie vanop de plaat bleef voor het overgrote deel toch een beetje uit. Zeker bij de wat bekendere nummers drukte dat gevoel wat dieper door. “Photograph of a Cyclone” is een prachtig nummer, maar voelde ondanks de driekoppige begeleidingsband toch een beetje onderbenut qua potentieel. “Dearly Missed”, ietsje verderop in de set, slaagde er dan wel in om er wat meer boven de rest uit te steken. Misschien wel omdat Duckart hier zijn akoestische gitaar omwisselde voor een elektrisch exemplaar, en zo wat meer power in het geheel kon leggen. Het ideale moment voor de set om definitief open te breken, zou je denken, maar daar leek Searows maar niet in te slagen.
‘Een derde van deze avond zal bestaan uit ik die mijn gitaar stem’, grapte hij tijdens “Martingale” nog. Een beetje een hyperbool, maar achteraf gezien was dat misschien ook wel een van de redenen die ervoor zorgde dat de vaart er maar niet in kwam. In de buik van de set besloot Searows dan om twee nummers solo te brengen, al deed “Coming Clean” de avond daar niet per se goed aan; een beetje mijmeren onder de discobol… “Dirt” riep dan toch net iets meer de beoogde magie op, met een iets schattiger kampvuurgehalte als belangrijkste factor. Het fonkelde daardoor toch allemaal een tikkeltje meer, met ook “In Violet” dat richting goudgeel randje neigde en “Roadkill” dat een ufo introduceerde. Allemaal heel mooi… maar tegelijkertijd nooit echt memorabel. En daar wrong in het algemeen het schoentje bij Searows gisteren.
Op plaat zijn zijn nummers werkelijk waar prachtig, maar op het podium miste dat finale meeslepende sprankeltje magie en melancholie. Je voelde daardoor aan alles dat de set zich een beetje naar het einde toe begon te slepen, met “Junie” als afsluiter van het reguliere gedeelte als beginpunt. Dat het afscheid daarbovenop enorm ongemakkelijk was – Searows was allesbehalve een vlotte frontman en kwam vaak niet verder dan ‘Euh, ja’ – hielp daar ook niet bij. Maar goed, “House Song” was uiteindelijk de hit waar iedereen nog op leek te wachten, getuige de vele schermpjes, en dat bleek wel terecht. Als een frisse lentebries die omsloeg in de eerste zonnestraaltjes bracht het ons uiteindelijk nog naar “Geese” – ook de afsluiter van het album. Een verdoken fanfavoriet die zelfs nog opbouwde richting de power en intensiteit die we in het grootste deel van de nummers misten… jammer.
Soit, Searows in de Botanique was gewoon een drie-sterrenconcert zoals er zoveel zijn. Slecht was het nooit, mooi was het eigenlijk altijd. Maar echt speciaal of memorabel… Kijk, Alec Duckart heeft overduidelijk het talent om prachtige nummers te schrijven, dat bewees hij al meermaals op plaat. Op het podium komen die gewoon niet helemaal tot hun recht zoals zou moeten. Ze verdrinken vaak een beetje onderling, terwijl ze op zich allemaal wel het potentieel hebben om er elk op hun eigen manier uit te springen. Er zat met andere woorden meer in de buik van de walvis, en ons wildwateravontuur werd eerder een aangenaam boottochtje dat soms iets te lang durfde duren. Searows is echter nog jong en heeft nog alle tijd om te groeien, dus we geven hem met plezier de kans en zien hem hopelijk binnen een paar jaar graag nog eens terug.
Setlist:
Belly of the Whale
Kill What You Eat
Photograph of a Cyclone
Martingale
Dearly Missed
End of the World
Coming Clean
Dirt
In Violet
Roadkill
Hunter
Junie
House Song
Geese





