
Wie de afgelopen weken de lijstjes met in de gaten te houden artiesten een beetje heeft gevolgd, zag Searows daarin ongetwijfeld voorbijkomen. Nu moet wel gezegd dat die lijstjes vaak bestaan uit beginnende acts die al één, misschien twee goeie nummers hebben uitgebracht, maar het daarom in de praktijk niet altijd kunnen waarmaken. Iets zegt ons echter dat in dit geval die ballon niet opgaat. De Amerikaan draait al een tijdje mee, en bracht in 2022 bijvoorbeeld al zijn debuutplaat Guard Dog uit. Dat leverde hem, naast een paar hitsingles en een pak streams, al enkele eerste stapjes in de wereld op. Onder meer Gracie Abrams en Ethel Cain raakten verliefd op hetgeen Alec Duckart maakte, afgelopen najaar vroeg Tamino de Amerikaan mee op reis door Europa. 2026 zou dus zomaar eens het jaar van de hele grote doorbraak kunnen worden voor Searows, niet in het minst omdat hij met Death in the Business of Whaling in januari al met een inzending voor de eindejaarslijstjes komt aandraven.
Een quote uit Moby Dick dus, en daaruit vloeide ook de hele plaat voort: de teloorgang van jezelf in een zoektocht naar het onvindbare. En dat onvindbare zou in dit geval ‘de beste versie van jezelf’ moeten zijn. Je merkt dus al dat Searows voor zijn tweede album een vrij diep melancholische richting uitgaat, die weinig verrassend perfect in lijn ligt met bovenstaand lijstje aan artiesten. Is de Amerikaan daarom een kopie? Zeer zeker niet. Eerder een soort prachtige liefdesbaby tussen Ethel Cain en Phoebe Bridgers, maar tegelijkertijd ook eentje met zijn eigen wil. Opener “Belly of the Whale” toont al meteen de richting aan waar de Amerikaan naartoe schippert: die van de melancholie – en meer bepaald die van het soort dat je dingen laat voelen die maar weinig andere artiesten je kunnen laten voelen. Een tokkelende banjo, voorzichtig poppeuze drums, aanvullende strijkers, een occasionele mondharmonica en een vleugje reverb op de stam: Searows betovert instant.
Death in the Business of Whaling brengt ons zo langs verschillende idyllische taferelen. Van de prachtige, met sterren overdekte bossen van Oregon tot moederziel alleen dobberend middenin de Atlantische Oceaan. Soms zelfs allebei binnen een tijdspanne van tien minuten. “Kill What You Eat” brengt bijvoorbeeld een streepje americana met zich mee door een glinsterende slide, terwijl “Photograph of a Cyclone” het doet met een steeds intenser wordende zoem. Allebei innemend op een totaal andere manier, maar tegelijkertijd ook allebei helemaal binnen de grenzen die Searows heeft uitgetekend.
En dat is tegelijkertijd ook datgene waar Searows zo goed in is. Het is niet makkelijk om binnen dit genre iets te doen dat niet klinkt als een kopie van het ander, maar de Amerikaan legt in elk nummer een interessant accent. “Hunter” bouwt zichzelf bijvoorbeeld op rond een new wavey gitaarlijn, terwijl “Dirt” dan weer veel kleinschaliger klinkt. Het is overigens ook daarin dat de echte kracht van Dunckart naar boven komt: hij heeft heel weinig nodig om echt te raken. Zijn stem is vaak al genoeg. Het wordt echter alleen maar mooier als hij ook echt uitpakt, en dat doet hij op “Dearly Missed” het meest. De leadsingle van Death in the Business of Whaling krijgt zelfs een postpunky randje door de ruwere gitaar, en daardoor krijg je ook meer dan ooit het gevoel dat Searows hier zijn eigen lijntjes te buiten gaat. Niet in het minst door de riff die er op het einde mee voor zorgt dat het nummer meer dan ooit door merg en been gaat.
Dat Death in the Business of Whaling uiteindelijk maar negen nummers telt, is enerzijds met een duur van een kleine drie kwartier, en anderzijds qua inspiratie geen enkel probleem. Een songs als “Junie” tegen het einde is op zich wel mooi en breekt glinsterend open, maar kabbelt langs de andere kant ook iets te veel voort om echt op te vallen. Ook afsluiter “Geese” schippert binnen dat idee in het rond – hoewel het een prachtige interpretatie van het gedicht Wild Geese is, wordt het verlangen niet hélemaal ingelost. Doe dan maar “In Violet”, dat daar mooi tussen gesandwicht zit: het nummer gaat over niet genoeg kunnen zijn voor de persoon waarvoor je dat wel wil zijn. Die boodschap zorgt aan de hand van een banjo die oprecht openbreekt voor kippenvel, en onderstreept zo nogmaals de kwaliteit van Searows.
En dat vat eigenlijk meteen ook dit tweede album van de Amerikaan samen: bijzonder kwalitatief. Searows bewijst met Death in the Business of Whaling alles in zich te hebben om in 2026 uit te groeien tot de melancholische indiehype van het jaar, op dezelfde manier zoals dat in het verleden al met Phoebe Bridgers en Ethel Cain gebeurde. Het is tot nu gewoon de vraag aan welk tempo dat zal gaan gebeuren. Met dit tweede album heeft de man in elk geval genoeg nummers in handen die een groot publiek in vervoering kunnen brengen, alsook helemaal kunnen inpakken en meenemen op reis. Op reis naar een wereld die Searows zelf in zijn hoofd heeft geschapen.
Searows staat op donderdag 26 maart in een uitverkochte Rotonde in de Botanique.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Dearly Missed”, ons favoriete nummer van Death in the Business of Whaling, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






