
© CPU – Peter Verstraeten
Twee jaar geleden verscheen haar debuutalbum Honeycomb Shades. Men was het er meteen over eens: Robin Kester had een artistieke topplaat uitgebracht. Nu is er de opvolger Dark Sky Reserve. Echt druk voelde Robin niet: ‘Dit is wat het is, zo schrijf ik nu eenmaal.’ Toch zijn er zeker verschillen. Het is hoog tijd voor een diepgaand gesprek met de muzikant én de persoon ‘Robin Kester’. En die liggen nooit ver van elkaar af.
De Nederlandse artieste neemt ruim de tijd om haar nieuweling Dark Sky Reserve met ons te bespreken. Ze klinkt enthousiast en opgewekt. ‘Dark Sky Reserve is geschreven in de afgelopen twee jaar, na het verschijnen van Honeycomb Shades in 2023.’ Precies daartussenin verscheen de ep Patch. ‘Dat was meer een combinatie van wat ik nog had liggen uit de tijd van Honeycomb Shades. Vandaar ook die titel: het is een soort lappendeken van allerlei dingen.’ Hiermee zijn de drie albums teruggebracht tot een tijdsvolgorde. Over tijd gesproken: ‘Honeycomb Shades is echt zo’n debuutplaat. Daar heb ik heel veel tijd voor genomen. Bij Dark Sky Reserve lag veel meer een tijdsdruk. Dat is dus meer een tijdopname geworden. Zo van de laatste twee jaar, zeg maar.’ Robin vertelt enthousiast en uitvoerig. En ze kan heel goed op haar zelf reflecteren. ‘Ik ben eigenlijk niet zo’n chronologisch type. Mijn songs zijn meer van het boetseren, dan iets van de grond af opbouwen. Ik voel iets en ga daarmee aan de slag. Pas als ik de tekst ga uitwerken, wordt voor mij duidelijk waar de song over gaat. In die teksten zit voor mij zeker een helderheid… Maar de gevoelens in de melodie, akkoorden en zo, dat is een onbewust iets. Daar begin ik dan ook mee: zo’n gevoel alsof je wordt overstroomd door iets. Ik vind het moeilijk om te omschrijven. Het is er, maar het is een woordloos iets. Daarom zet ik het in muziek, denk ik.’

© CPU – Zourab Moussaev
We gaan even chronologisch terug in de tijd: naar het moment dat Honeycomb Shades werd uitgebracht. ‘Ik wist meteen dat ik een nieuw album wilde maken. Maar ik was een beetje leeg. Ik wilde mezelf dan ook eerst weer vullen met beelden: veel muziek luisteren, films kijken, boeken lezen en wandelingen maken. Toen ik weer genoeg afstand had van Honeycomb Shades, ging er een knop om. Ik had mijn inspiratie weer terug. Ik ging vooral weer veel muziek maken. En toen de nummers er bijna al lagen, ben ik de teksten meer gaan uitwerken.’
‘Of wij jou beter leren kennen, door naar je teksten te luisteren?’, herhaalt ze de vraag… ‘Ik denk inderdaad dat je me zo wel een beetje leert kennen, hoewel ik niet heel concrete woorden of zinnen gebruik. Waardoor het deels ook de projectie van de luisteraar wordt. En dat is ook goed. Maar ik heb zeker alles van mijzelf in de teksten gestopt, ja. Ze zijn ook heel persoonlijk. Ik zou niet op een andere manier kunnen werken. Neem de song “An Hour Per Day”. Ik zat boordevol goede voornemens, maar ik zat ook een beetje vast in mijzelf. Dus dwong ik mezelf om één uur per dag iets te doen wat me werkelijk aan het hart lag. Muziek maken, dus. De tekst is best concreet. Het gaat heel erg over dat gevecht met jezelf. Wat je ook in de muziek terug hoort, trouwens. Die outro is een soort tegenhanger voor de tekst en lijkt wel één groot gevecht. Wie neemt er de hoofdrol: de synths, de fuzzy gitaar? Er is een knal, een ongeluk. Je bent weer tegen iets aangelopen. Zo voelt dat heel erg voor mij.’ “An Hour Per Day” werd zelfs de opener van de plaat. ‘Ik vind het zelf het mooiste nummer. Ook omdat ik dat vooral niet had verwacht toen ik het schreef. Het was hard werken. Maar dat worden vaak de beste nummers, vind ik.’ Ze lacht. ‘Ja, ik weet het: ik ben heel paradoxaal in dat soort dingen. Aan de ene kant ben ik heel intuïtief met dingen aanvoelen. Maar ik word ook helemaal gek als er geen controle is, of als ik geen grip heb. In mijn muziek zit ook altijd wel een soort tweestrijd, die ik ken van mijzelf. Wat wel iets heel moois kan opleveren.’
Dark Sky Reserve is muzikaal en tekstueel helemaal het werk van Robin Kester. Ze geeft echter ook graag credits aan twee gastmuzikanten. Eerst Adrian Utley, die vooral bekend is van de triphop band Portishead. ‘Hij valt vooral op door hoe hij zijn gitaar gebruikt. Op “One Hour A Day” hoor je bijvoorbeeld van die dissonante lagen. Hij heeft ook van die gekke apparaatjes die hij op zijn snaren zet, waardoor je niet eens meer herkent dat het een gitaar is. Hij zorgt vooral voor die ambient sfeer en dat spacey-achtige op de gehele plaat. Dat zit zeker ook in “The Daylight”, dat gekke randje, en in “Happy Sad”. Dat is vanuit zijn werk met Portishead natuurlijk ook wel zijn ding.’
En dan is er Rozi Plain. Robin straalt: ‘Ik ben een groot fan van haar. Die stem herken je onmiddellijk. Daarnaast heeft zij ook wat synthlijntjes in “Happy Sad”. Dat is op een Juno, zo’n analoge synth. Echt vet om te zien hoe zij daarop improviseert.’ Het geluid en de arrangementen roepen soms een soort retro gevoel op. ‘Ja, ik wil graag teruggrijpen naar een gevoel of illusie, dat iets ooit beter was dan nu. En dat je daar misschien ooit naar terug kan. Zonder dat het een uitvlucht wordt, waarin je wegrent voor je verantwoordelijkheden. Ik heb er weleens over gedacht om een heel nummer te schrijven over de verschrikkelijke dingen die nu om ons heen gebeuren. In een soort Lennon-stijl of zo. Maar dan voel ik dat ik vastloop en dat het niet bij me past. Maar wanhoop zit er bij mij altijd wel in, gewoon als een gevoel. In “The Daylight” zit bijvoorbeeld zo’n weemoedigheid. En in “One Hour A Day” voel je een soort gelatenheid. In “Game Sounds” hoor je dan weer hoe opgefokt ik mij soms kan voelen. Alsof mijn brein aan het rennen is, of zo.’

© Danique van Kesteren
Als we toch dieper in de nummers van Dark Sky Reserve duiken… Het slotakkoord van dit heel persoonlijke album is voor “Something Is Moving”. Die staat daar heel bewust, omdat hij eindigt met een ademstoot.’ De laatste adem? Opluchting? Robin legt het uit. Dark Sky Reserve was de eerste plaat die ik buiten Nederland opnam. We zaten een drietal weken in een studio in Bristol en “Something Is Moving” was het eerste nummer dat we opnamen. Toen ik het zong, voelde ik me heel kwetsbaar en zenuwachtig. Ik hoorde in mijn stem de trillingen dat het grote avontuur nu echt was begonnen. Want zo voelde dat voor mij. Die zucht, de ademstoot op het einde, is de opluchting dat de eerste song er al uit is. Het voelt als een soort overgave, terwijl de tekst best wanhopig is. Dat vond ik een heel mooi beeld: ‘There’s no space to grow apart – secretly trying to hold it together – till I find you again and again and again – I’ve been trying to hold this pose for too long’. ‘
Ook op Dark Sky Reserve heeft Robin Kester weer veel aandacht besteed aan de lyrics. ‘Je leert jezelf ook beter kennen door songs te schrijven. Voor deze plaat heb ik bewust momenten van eenzaamheid opgezocht, voor zover ik dat durfde. Ik heb vaak ‘s nachts geschreven. Daar komt ook de titel van de plaat vandaan: Dark Sky Reserve. Het is de extra tijd die je dan hebt en waarover je je niet schuldig hoeft te voelen. In die tijd kon ik mezelf zien zoals ik ben. Dat gevoel had ik ook in dat natuurgebied. Waar ik dan wel niet alleen was, maar wel die eenzaamheid voelde. En ik het gesprek met mezelf durfde aan te gaan.’ Robin heeft het hier over Talybont-on-Usk, waarnaar ze ook een song naar heeft vernoemd. Heel ingetogen en bijna fluisterend zingt ze, haast zwevend boven een arrangement van gitaar, piano, strijkers en blazers: ‘I said: it’s done – Drive on – The bridge will take us in – Back to teal colour hills’. Het is een voorbeeld van het Britse landschap, zelfs het Britse gevoel, dat je vaker bij haar hoort. ‘Ik voel me heel erg daartoe aangetrokken. Ik ben misschien wel een Anglofiel. Ik heb een tijdje in Dublin gestudeerd en ik hou van de natuur, de geschiedenis, de taal. Ik heb het gevoel dat er daar meer ruimte is voor die overweldigende romantiek, als kunststroming. Waar alles zo bombastisch en groots is. Niet dat ik dat ben in mijn muziek, maar er zit wel zoveel gevoel overload in.’

© Danique van Kesteren
Dark Sky Reserve wordt dus de tweede plaat van Robin Kester. De opvolger van een debuut dat meteen werd bewierookt door de Nederlandse pers. De kwaliteitskrant NRC bekroonde Honeycomb Shades zelfs als ‘het beste Nederlandse album van 2023’. Robin glimlacht. ‘Ik had die reacties echt niet verwacht. Aan de ene kant was ik superblij met de institutionele bevestiging, maar voor mijzelf ging ik twijfelen of het album wel goed genoeg was. Ik maakte het in mijn hoofd kapot, terwijl ik er natuurlijk gewoon van moest genieten.’ Maar de lovende reacties legden volgens haar geen extra druk op de opvolger. ‘Maar ik hoop natuurlijk dat men Dark Sky Reserve ook heel mooi zal vinden! Ik zelf vind hem zelfs nog beter, door alles wat ik van Honeycomb Shades heb geleerd. Ik had nu een veel grotere toolkit. En ook heel belangrijk: ik had me nu allerlei restricties opgelegd. Ik had nu bijvoorbeeld minder tijd, waardoor ik nog meer een soort uitdaging ben aangegaan met mezelf. En ik ben zo blij dat dat ook is gelukt. Ik hoor echt dat menselijke, dat organische. Ik hoor de foutjes, ik hoor de adem. Dat vind ik wel heel dierbaar, want het was een van de mooiste periodes in mijn leven, die drie weken in Bristol. Dat je ergens was, een doel had en alleen maar bezig was met wat je het meest gelukkig maakt. En dat was muziek maken.’
De persoon en de muzikant Robin Kester liggen niet ver uit elkaar. Dat is duidelijk. Anders kun je niet zo’n persoonlijke muziek maken. Dat deed ze op haar debuut Honeycomb Shades. Dat doet ze op haar nieuwe plaat Dark Sky Reserve. ‘Wat ik zelf heel fijn vind aan muziek… Dat ik een album opzet en onmiddellijk het gevoel heb dat ik niet meer in deze wereld ben. Maar in een soort film of op een andere plek. Waar de kleuren zelfs bijna anders worden. Als de luisteraar dat ook zou voelen bij Dark Sky Reserve, dan zou ik heel blij zijn, en ook trots.’
Robin Kester speelt in november en december in een aantal zalen in België en Nederland. Kijk hier voor de complete agenda.





