
© CPU – Bert Savels (archief)
De release van MAD! was voor Sparks reden genoeg om nog eens op tour te trekken. Net zoals ze in 2023 The Girl Is Crying In Her Latte in het Koninklijk Circus kwamen voorstellen, was de prachtige Brusselse zaal het decor voor een vijftal nieuwe nummers en een rijke doorsnee van de rest van de discografie. Het had misschien wel de laatste keer kunnen zijn dat Sparks een Belgisch optreden gaf, want Russel Mael gaf in ons interview te kennen dat er niet meteen een nieuw album in het verschiet zit en ze eerst op de release en productie van hun film X Crucior willen inzetten.
In Parijs hebben ze het geluk dat Sam Sauvage het voorprogramma komt verzorgen, maar in het Koninklijk Circus werd ervoor gekozen om om kwart na acht zonder voorgerecht meteen aan de hoofdmaaltijd te beginnen. Nadat er wat intense, orkestrale muziek door de concertzaal had geschald, sprak Russel Mael het Brusselse publiek naar goede gewoonte in het Frans toe. ‘Est-ce que on peut avancer?’ vroeg hij, om vervolgens het erg toepasselijke “So May We Start” in te zetten. Na het startschot werd met “Do Things My Own Way”, het eerste nummer van op de nieuwe plaat, de werk- en levenswijze van de band bezongen. Ook live mocht duidelijk zijn dat de broeders Mael het op hun manier zouden aanpakken.
De band sloeg met “Reinforcements” namelijk al vroeg in de set en geheel andere richting uit en zou dat ook, net zoals ze doorheen heel hun discografie deden, nog meerdere malen doen. “Reinforcements” had een gigantisch Vaudeville-gehalte, terwijl het tempo bij “Academy Award Performance” fameus de lucht in ging. “Goofing Off” werd dan weer gedragen door die heerlijke gitaarlick, die wat klinkt alsof ze in de middeleeuwen al elektrische gitaren hadden, al waren de strijkers die in het begin gespeeld werden en gewoon op band waren opgenomen een wat vreemde keuze. Sparks keerde vervolgens terug naar No. 1 Song In Heaven en dat betekende dansbare beats en leuke synthesizers, deze keer met “Beat The Clock”.
“Please Don’t Fuck Up My World” schopte het niet tot op de setlist nadat het op The Girl Is Crying In Her Latte verscheen, maar gezien de staat van de wereld vonden Ron en Russel Mael het deze keer te toepasselijk om niet te spelen. Het was de de eerste ballad met anthemgehalte die we gisterenavond kregen, al volgden er naar het einde van de set wel nog een paar. Eerst was er nog tijd voor nummers die vooral gewoon grappig zijn. “Suburban Homeboy”, gezongen – of toch eerder gepraat – door Ron Mael was kurkdroog en “All You Ever Think About Is Sex” is een titel die enkel een hilarisch nummer kan voortbrengen.
Van op de nieuwe plaat vertaalden de nieuwe nummers zich live niet allemaal even goed. “Running Up A Tab At The Hotel For The Fab” klonk voornamelijk en in eerste instantie anders dan op het album en het duurde even om daar aan te wennen, terwijl we nog steeds gewoon zijn aan “JanSport Backpack”. Het lied klinkt nog altijd wat irritant en net zoals op het album was het live niet erg makkelijk te verteren, al ging het wel wat beter dan op plaat.
Vervolgens was het dansen geblazen met het wederom toepasselijke “Music That You Can Dance To”, waarvoor de mensen op het middenplein allemaal rechtsprongen. De set was slim opgebouwd en bouwde verder op dat dancegehalte met de aanstekelijke elektronica van “When Do I Get To Sing “My Way””. Zelfs de immer stoïcijnse Ron Mael haalde even zijn beste danspassen boven tijdens “The Number One Song In Heaven” en dat was een hilarisch zicht. Hij kreeg het er zelfs warm van moest een waaier van een fan gebruiken om af te koelen.
Het hek was volledig van de dam en met hun allergrootste hit “This Town Ain’t Big Enough for Both of Us” werd uit volle borst meegezongen. Met het einde in zicht bracht de band “Lord Have Mercy”, dat ook zo’n anthemgehalte heeft en daarbij werd ook wat met de armen gezwaaid. Zelfs bij fans van een unieke band Sparks kunnen soms eens bakvisverschijnselen plaatsvinden. Ook in de toegift kregen we nog een anthem, maar eerst “The Girl Is Crying In Her Latte”, wederom met strakke muziek van de jonge begeleidingsband en voortreffelijke vocals van Russel. “All That” was dan weer net zoals de afgelopen drie Belgische concerten de ultieme afsluiter, waarmee een laatste keer vol overtuiging werd meegezongen.
Sparks bracht in het Koninklijk Circus wat spiksplinternieuw materiaal, waarvan het ene al beter tot zijn recht kwam dan het andere. Voor de rest van de set doken ze hun rijke discografie in en kozen ze wederom voor een berg andere nummers dan bij vorige tours. Enkele grote hits zoals “This Town Ain’t Big Enough for Both of Us” kunnen natuurlijk nooit ontbreken, maar niemand zal Sparks ooit kunnen verwijten twee tours na elkaar hetzelfde te doen.






