LiveRecensies

BEAT @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Lang leve King Crimson

Het had eigenlijk al eerder moeten gebeuren, maar door de coronapandemie werden de plannen om de King Crimson-albums uit de jaren tachtig nieuw leven in te blazen, on hold gezet. Robert Fripp kon er hoe dan ook geen tijd voor vrijmaken en dat zorgde ervoor dat Adrian Belew bij Steve Vai terecht kwam voor Fripps gitaarstukken. Vai is misschien wel de enige op de aardbol die die stukken kan spelen, terwijl hetzelfde gezegd kan worden over TOOL-drummer Danny Carey en de drumpartijen van Bill Bruford. De naam King Crimson durfde Belew zonder Fripp niet gebruiken, maar met twee ex-leden en twee erg waardige vervangers, kwamen we in het Koninklijk Circus wel aardig in de buurt.

Het was wel Fripp die met het idee kwam om de band BEAT te dopen, naar het gelijknamige Beat dat in 1982 verscheen. Het was dan ook passend dat de band zijn show begon met een deel nummers van de plaat waarnaar ze zich vernoemd hadden. De twee gewezen King Crimson-leden kwamen eerst het podium op en kregen voor hun staat van dienst al een applaus, waarna ze vervoegd werden door Vai en Carrey. De spits afbijten gebeurde met “Neurotica”, dat zoals op plaat begon met complete stilte en vervolgens letterlijk op gang werd gefloten door Belew. Het WK voetbal was zo zelfs in het Koninklijk Circus niet ver weg. Het eerste stuk zang, of eerder woordenrateling, werd nog op tape afgespeeld en dat had niets met de zangkwaliteit van Belew te maken, maar vermoedelijk eerder met de complexe ritmes en de haast onmogelijke combinatie met de woordenregen. Belew zong vervolgens wel voortreffelijk.

Hij trok die lijn verder met “Neal and Jack and Me”, al was het meest indrukwekkende bij dat lied wel een eerste geniale bassolo van Levin en een al even puike gitaarsolo van Vai. Belew grapte vervolgens dat ze nu de makkelijke nummers achter de rug hadden en voelde daarbij wel nog de nood om te verduidelijken dat het om een grapje ging. Toch was het daarna even tijd voor net wat makkelijkere en toegankelijkere muziek in de vorm van “Heartbeat”, waarvan het bijna verbazingwekkend is dat het geen absolute eightiesklassieker is geworden.

Nadat Vai zich gecontroleerd al eens liet gaan op “Sartori In Tangier”, kondigde Belew aan dat ze voor een unicum zouden optekenen. De band zou namelijk nummers brengen die ze ten tijde met King Crimson zelden tot nooit live had gespeeld. “Model Man” was daarvoor een gematigde start, waarna Belew en kompanen volledig overstag gingen op “Dig Me”. Levin speelde daarvoor ook even synths, terwijl Belew zich volledig kon uitleven met een aantal dissonante akkoorden, in een bizar en misschien zelfs onbepaald ritme. Het stond in schril contrast met de mooi gezongen harmonieën tijdens het refrein van “Man With An Open Heart” en zo werd ook de veelzijdigheid van King Crimson in de spotlights gezet.

We keren nog maar eens terug naar het WK voetbal en de bijhorende drankpauzes en rust, want ook BEAT kondigde na vijfenveertig minuten een pauze van een twintigtal minuten aan. Dat deden de mannen echter niet voor Tony Levin voor het eerst zijn zogeheten Chapman sticks bovenhaalde voor het imposante “Lark’s Tongues In Aspic (Part III)”, waarbij de gecontroleerde chaos op de gitaren nog maar eens de aandrijvende kracht was.

Dat de pauze een goed idee was, zou een understatement zijn. Zelden zagen we een zaal bij een pauze zo leeg en een bar zo vol, maar bij dergelijke hitte kan dat ook niet anders. De tweede helft werd vervolgens, in tegenstelling tot de eerste, niet op gang gefloten, maar wel gedrumd. Carey kwam het podium helemaal alleen op en speelde, voor zijn eigen drumstel, op een kleiner drumstel, bestaande uit vintage elektronische drumpads en het moet gezegd dat die wel erg dicht bij het origineel van “Waiting Man” kwamen. Belew, die voor hij de gitaar opnam door drums gebeten was, kwam hem een handje toesteken en nam eens de volledige band op het podium stond zijn gitaar weer ter handen. Diezelfde gitaar bevond zich enkele ogenblikken later op een tiental centimeter van de grond, terwijl Belew op zijn knieën voor zijn versterker zat en voor gierende gitaarfeedback zorgde.

Ook Vai weet hoe je voor een hoog showgehalte moet zorgen met een gitaar en deed dat met BEAT al even ‘over the top’ als bij zijn soloshows. Laat ons duidelijk maken dat we dat absoluut fantastisch vinden, want zoals Vai geluiden kan vervormen terwijl hij zijn gitaar met enkel de whammy bar vast rondslingert, zo kan simpelweg niemand dat. De show werd daarna wederom door iemand anders gestolen, meer bepaald door Levins fantastische intro met Chapman sticks en vervolgens door de twee meedrummende kinderen die zich achter hun vaders drumstel hadden genesteld.

We keken al de hele avond naar een achtergronddoek met daarop een olifant, dat uiteindelijk daar bleek te hangen om bewegende ogen te krijgen tijdens “Elephant Talk”, waarvoor Belew als vanouds zijn gitaar als een olifant deed klinken. We hadden hem eigenlijk toen al een staande ovatie moeten geven, maar het publiek wachtte daar nog mee tot we getrakteerd waren geweest op het dansbare ritme van “Three of a Perfect Pair” en het geweldig opjagende “Indiscipline”. Met veel plezier nam de band de staande ovatie in ontvangst en zoals dat vandaag de dag nagenoeg altijd het geval is volgde daarop nog een toegift. De eerste daarvan was “Red” het enige nummer van de avond dat niet uit de jaren tachtig kwam en al veel eerder het levenslicht zag. Verwacht was het dus allerminst, maar dat maakte de energiekick des te groter. Het absolute slot was weggelegd voor “Thela Hun Ginjeet”, waarbij Belew nog een laatste keer als een halve gek mocht roepen.

BEAT bracht met twee gewezen King Crimson-leden en twee levende legendes een geweldig eerbetoon aan de muziek die King Crimson in de jaren tachtig heeft uitgebracht en gooide daar met “Red” nog een mooie bonus uit een ander tijdperk bij. Vai toonde zich een meer dan waardige plaatsvervanger voor Fripp en dat is een prestatie waar niemand lichtjes over zal gaan.

 

Setlist:

Neurotica
Neal and Jack and Me
Heartbeat
Sartori in Tangier
Model Man
Dig Me
Man With An Open Heart
Industry
Lark’s Tongues in Aspic (Part III)

Waiting Man
The Sheltering Sky
Sleepless
Frame by Frame
Matte Kudasai
Elephant Talk
Three of a Perfect Pair
Indiscipline

Red
Thela Hun Ginjeet

652 posts

About author
Ik moet dagelijks 'ok boomer' aanhoren
Articles
Related posts
LiveRecensies

Steve Hackett @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Het beste van Hackett en Genesis

Twee jaar geleden had Steve Hackett al in het Koninklijk Circus moeten staan, maar door werken aan de zaal moest die show…
LiveRecensies

The Haunted Youth @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Recht uit het (gebroken) hart

Sinds zijn overwinning bij De Nieuwe Lichting begin 2021, bouwde Joachim Liebens gestaag en weldoordacht aan de uitbouw van zijn muzikaal oeuvre…
InstagramLiveRecensies

The Vaccines @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Alsof we het festivalgras al tussen onze tenen voelden kriebelen

What did you expect from The Vaccines? Dat was de vraag waarmee de Britse band vijftien jaar geleden de indiewereld bestormde. Hun…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *