InstagramLiveRecensies

Les Nuits Botanique 2025 (Festivaldag 2): Door het stof gaan

© CPU – Marvin Anthony

Ook op de tweede dag van Les Nuits Botanique bleven de gitaren domineren, al kwamen ze dit keer uit een ander hoek van het alternatieve spectrum. Geen metal, hardcore of ander oorverdovend geweld, maar eerder punk, noise en fuzz die de toon zetten. Het was rauw, gedurfd en soms heerlijk chaotisch. De invloed van headliner Osees was duidelijk voelbaar. Diens aanwezigheid bepaalde niet alleen het zwaartepunt van de affiche, maar gaf ook richting aan de rest van het programma. Verschillende andere acts kregen de ruimte om op hun eigen manier de geluidsgrens op te zoeken en het publiek uit te dagen. De overvloedige zonneschijn hielp daarbij om de sfeer luchtig te houden. Aan het begin van het weekend voelde alles net wat losser, energieker en feestelijker, precies zoals je het op een festival als dit hoopt mee te maken.

Peuk @ Fountain Stage

© CPU – Marvin Anthony

Door de internationale uitstraling van dit meerdaagse festival, zijn speelkansen voor Belgische acts allesbehalve vanzelfsprekend. De artiesten die er wél op het podium staan, hebben doorgaans al flink wat kilometers op de teller. Dat geldt zeker voor Peuk, een Limburgs grungepunktrio dat zijn strepen in het vaderlandse gitaarcircuit ruimschoots heeft verdiend. Vlak na het einde van de werkweek mocht Peuk de tweede festivaldag op gang trekken. Dat deed het op zijn kenmerkende manier. Back to basics, luid en met een gecontroleerde nonchalance. Frontvrouw en gitariste Nele Janssen hield zowel haar stem als haar gitaarspel rauw en rechtlijnig. De riffs, hoorbaar geworteld in de jaren negentig, gromden over het terrein en sloegen meteen aan. Stevig, gruizig en effectief, zoals het hoort. Het publiek reageerde enthousiast. In de ‘zandbak’ van de Fountain Stage schuifelden de eerste benen voorzichtig over de grond, terwijl de opwaaiende stofwolken een vroeg bewijs vormden van een festivaldag die al snel onder stoom kwam.

Giac Taylor @ Orangerie

© CPU – Marvin Anthony

De Orangerie openen, die eer was weggelegd voor de cultheld Romana Nervoso en zijn compatriotten van Giac Taylor. We zagen ze vorig jaar al aan het werk op Desertfest Antwerp, dus we wisten waaraan we ons mochten verwachten: een dikke vette portie stoner. Toen we binnenkwamen zagen we een rustig publiek en een halfvolle zaal. Dat liet de band niet aan het hart komen, want het viertal trakteerde ons onmiddellijk op stevige riffs, razende bassen, kletterende drums en rauw gezang. Van achter zijn drumstel schreeuwde Nervoso de longen uit zijn lijf. Toen hij halfweg set ‘I fucking hate war’ brulde, waren we echt vertrokken. Het gaspedaal werd nog wat dieper ingeduwd en alhoewel de band nog een kwartier stevige riffs aaneen bleef rijgen, bleef het publiek er wat gelaten bij. De zaal werd dus niet helemaal ingepakt, maar toch voelden wij ons al lekker opgewarmd.

Psychic Graveyard @ Museum

© CPU – Marvin Anthony

Bij een band als Psychic Graveyard spelen timing en setting een cruciale rol om de tribale noise te laten werken. Zo vroeg op de avond sloeg de vonk echter niet echt over; daarvoor waren we nog te veel in contact met tijd en ruimte, te nuchter nog voor die chaotische klanken. Hoewel de bandleden landgenoten zijn van Osees, ontbrak het volgens ons aan consistentie en aan een overtuigend stemgeluid. Wat op papier spannend klonk, kwam live eerder rommelig en richtingloos over. Zanger Eric Paul leek het zelf ook af en toe kwijt te zijn, en zocht connectie met het publiek. De gepensioneerde man op de eerste rij leek hem zelfs eerder af te schrikken dan te motiveren. Toch waren er voldoende aanwezigen die het stalen drumwerk en het bijbehorende lawaai wél konden smaken. Voor wie mee was in de wereld van de groep, viel er ongetwijfeld genoeg te beleven. Psychic Graveyard speelde dus zeker geen slechte set voor eigen publiek, maar bij ons wist het helaas geen snaar te raken.

Psychic Graveyard speelt op zondag 18 mei in Paradiso als voorprogramma van Osees.

Kap Bambino @ Fountain

© CPU – Marvin Anthony

Op het eerste gezicht leek de dag volledig in het teken van gitaren te staan, maar er was zeker ook ruimte voor bonkende, compromisloze dance. Het Franse elektronische duo Kap Bambino toverde de Fountain om tot een speelse openluchtrave. De trashy looks van producer Orion Bouvier en zangeres Caroline Martial sloten perfect aan bij het alternatieve publiek, waar lelijkheid een vorm van schoonheid wordt, zolang je je er maar vrij in voelt. Muzikaal knalde hun geluid in alle richtingen tegelijk. Flarden van techno, eurodance en synthwave botsten op elkaar in een zweterige, hyperactieve clash die even chaotisch als onweerstaanbaar was. Ondanks de felle zon, bleef Bouviers gezicht onzichtbaar, steevast verscholen achter zijn zwarte lokken. Daardoor ging alle aandacht naar Martial, die zich als een levende pop het podium toe-eigende. Haar zanglijnen waren niet altijd even loepzuiver, maar dat leek niemand te deren. De fysieke overgave, de hyperkinetische bewegingen en de nietsontziende energie maakten dat het publiek zich langzaam maar zeker liet meezuigen in hun eigen wereld. Kap Bambino leverde geen perfect optreden af, maar wel een bevrijdend moment waarop het lichaam het even won van het hoofd.

Op zondag 20 juli staat Kap Bambino op Dour.

Nap Eyes @ Museum

© CPU – Marvin Anthony

Na het krankzinnige Kap Bambino werd er aan het Museumpodium even een versnelling of vijf teruggeschakeld. De gezapige Americana van Nap Eyes nam ons even mee op reis door een laidback universum. De Canadese band liet vanaf aanvang de akoestische gitaar en zang van frontman Nigel Chapman het voortouw nemen op deze tocht. Her en der mochten de muzikanten wat meer ruimte opeisen. Zo nam het getokkel op de elektrische gitaar eens de voorgrond, hoorden we de toetsenist extra plaats nemen of werd er spanning opgebouwd door de drummer. Ongeveer halfweg bedankte Chapman ons en de organisatie op een ietwat ongemakkelijke manier. Hij geraakte precies wat moeilijk uit zijn woorden, maar had vooral lof voor de gezellige zaal en goede akoestiek. Vervolgens ging de band verder op hetzelfde elan, maar met nog wat extra gitaarsolo’s en herkenbare uit leven gegrepen teksten. Ergens was het een beetje jammer dat de band geen plekje op het hoofdpodium buiten kreeg, want dit was het soort muziek dat onder een avondzonnetje nog extra tot zijn recht komt.

Osees @ Fountain Stage

© CPU – Marvin Anthony

De gekheid van een Osees-concert valt moeilijk te verwoorden. Van begin tot einde wordt er op allerlei manieren herrie geschopt en de ster van de show te midden al deze chaos is gitarist en zanger John Dwyer. De charismatische frontman ramde meer dan een uur als een bezetene op zijn gitaar en schreeuwde als een oerman de ene kreet na de andere door de micro. Wilde, agressieve riffs zijn de specialiteit van Dwyer, en dat was ook gisterenavond meer dan duidelijk. Hij werd vergezeld door zijn twee vaste drummers, Paul Quattrone en Dan Rincon, die er als woedende zotten op los ramden. Op bas zagen we Tim Hellman en op de synths Thomas Dolas.

Al snel in de set hoorden we klassiekers “Toe Cutter – Thumb Buster” en “The Dream” op bijzonder furieuze wijze. Het publiek, dat al sinds het eerste nummer één gigantische moshpit was, begon luidkeels teksten en ritmes mee te zingen tijdens het moshen. We zagen bezweette mannen en vrouwen het beste van zichzelf geven en de longen uit hun lijf schreeuwen. We zagen golf na golf aan crowsurfers neerstorten, of het heel uitzonderlijk tot het einde schoppen. We zagen de massa aan het roeien gaan en vervolgens mensen op de roeiers beginnen crowdsurfen. Het was te gek voor woorden. Hoe meer het publiek zich smeet, hoe harder de band er ook voor leek te gaan. Er was nauwelijks tijd om te rusten, want de snoeiharde nummers bleven maar komen. Rust kregen we enkel als Dwyer heel even het publiek toesprak terwijl hij zijn gitaar stemde. Zo werden we een groot uur verwend tot er niks meer overbleef van de Fountain Stage behalve stof.

SLIFT @ Orangerie

© CPU – Marvin Anthony

Toen we de overvolle Orangerie betraden heerste er een grimmige sfeer. Niet iedereen raakte vlot binnen en dit begon op de zenuwen van de security te werken tot de veer brak en een bewakingsagent bijna op de vuist ging met een toeschouwer. Daar trok het drietal van SLIFT uit Toulouse zich alleszins niet veel van aan, want onmiddellijk werd de sloophamer bovengehaald. De hevige psychedelische spacerock kwam binnen als een oude Porsche op een botsabsorbeerder. De cimbalen kletterden als donderslagen bij heldere hemel en de riffs walsten wat er nog over was van het publiek na Osees helemaal plat. Alles moest aan diggelen.

Na twee nummers vernieling, wat bij SLIFT ongeveer vijfentwintig minuten betekent, gaven de Fransen er nog een extra lap op. Het apocalyptische “Ummon” passeerde de revue op machtige wijze. Licht versneld en met nog wat extra gefoefel op de gitaren nam het hierdoor nog energiekere nummer het publiek in een wurggreep. Na zes dolle minuten werden we eindelijk uit onze benarde positie verlost. De band voorzag hierna nog een heerlijke mix nummers van zowel Ummon als Ilion, met nog enkele nieuwe nummers ertussen als kers op de taart. Het publiek wist deze melange alleszins te appreciëren, want de zaal bleef tot het einde bijzonder druk. Dat was gelijk ook het enige minpuntje aan het concert van SLIFT, als tweede headliner had het altijd buiten op de Fountain Stage, waar er meer publiek kan kijken, moeten staan.

Dummy @ Museum

© CPU – Marvin Anthony

Na de allesvernietigende set van Osees viel de rust langzaam weer op haar plaats. Toch hadden veel van de moshpitstrijders blijkbaar nog energie over, want ook bij SLIFT werd er stevig door gebeukt. Bij Dummy daarentegen kon het een pak kalmer. Geen geduw of gestamp, waardoor de experimentele sound vrij spel kreeg om binnen te sijpelen. Een duidelijk genre plakken op wat deze band uit Los Angeles doet, bleek onbegonnen werk. De houding neigde naar shoegaze: introvert, met de blik op instrument of vloer gericht, en weinig interactie met het publiek. De technische beheersing compenseerde ruimschoots dat gebrek aan extraverte flair. Het viertal schakelde moeiteloos tussen indie, postpunk en postrock, zonder de samenhang te verliezen. Echt vernieuwend was het allemaal niet, maar Dummy wist perfect wat het deed en dat hoorde je. De set zat knap in elkaar, en zelfs bij het kleinste foutje, zoals een valse noot, werd een nummer zonder aarzeling opnieuw gestart. Het was geen spektakel, wel vakmanschap. En dat kan op een festivaldag vol explosies net zo verfrissend zijn.

Dummy speelt over een kleine maand, op 13 juni, op Best Kept Secret.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.

Deze recensies werden geschreven door Cédric Ista en Jan-Willem Declerq.

Related posts
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Chris Isaak, Osees, Joan Jett en meer naar Sjock 2026

In Gierle maken ze zich komend jaar op voor de vijftigste editie van Sjockfestival. Het gezellige festival in het hart van de…
2025Featured albumsInstagramUitgelicht

De 50 beste albums van 2025

De beste albums uit België en Nederland lieten we de afgelopen week al op je los, nu is het de beurt aan…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Vier nieuwe namen voor Cactusfestival 2026!

De trein richting een nieuw festivalseizoen is officieel vertrokken en ook in Brugge is de komende editie van Cactusfestival aan boord gekropen….

1 Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *