Albums, Recensies

BLOXX – Lie Out Loud (★★★): Alle facetten van indiepop

Onze Britse vrienden van BLOXX gaan eigenlijk al een hele tijd mee in de muziekwereld, maar toch heeft het overgrote deel van onze planeet nog nooit van de band gehoord. Dat is best gek als je weet dat het viertal al jarenlang het etiket van ‘veelbelovend’ op hun voorhoofd heeft plakken. Ook wij bekroonden ze enkele jaren geleden al met het statuut van ‘Grote Beer Van Morgen’ en ook wij waren er dus van overtuigd dat BLOXX een rooskleurige toekomst tegemoet ging. Gek genoeg konden de jongens en vrouw al die hoge verwachtingen nooit helemaal inlossen. Ja, natuurlijk bleef de band goeie nummers maken en natuurlijk speelden ze al op heel wat plekken, maar een grote doorbraak bleef vooralsnog uit. Lag het misschien aan het feit dat er nog steeds geen debuutplaat op hun palmares stond? Het zou kunnen. Een antwoord lijken we binnenkort te krijgen, want Lie Out Loud heeft eindelijk het levenslicht gezien.

Na een paar rustige jaren besloot BLOXX om in 2020 op het gaspedaal te gaan staan. Met singles aan de lopende band schoot het viertal uit de startblokken, maar je bent geen echte band als het coronavirus je niet te pakken kreeg. Na een karrenvracht aan degelijke muziek werd de langverwachte debuutplaat enkele weekjes naar achteren verschoven, maar het resultaat mag er zeker en vast zijn. De Britten tasten de grenzen van de indiepop af, en dan vooral het ruigere gedeelte. Met heel wat catchy gitaarriffs, tikkeltjes elektronica en vooral refreinen die instant in je hoofd blijven hangen, weet BLOXX ons een kleine veertig minuten te boeien.

Indiepop met een ruwer kantje dus. Dat betekent gitaren, maar natuurlijk ook vooral pop; en wat is een belangrijk kenmerk van pop? Dat het tekstueel niet al te diepgaand is natuurlijk. Dat is ook bij BLOXX niet het geval, maar zoals Johan Cruijff ooit zei: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. In dit geval betekent dat dat al die catchy nummertjes bijzonder snel op je trommelvlies gebrand staan. Sterker nog, als je de tracktitel kent, geraak je al heel ver. Zo blijven singles als “Lie Out Loud” en “Coming Up Short” bijzonder snel hangen. Dat komt voor het overgrote deel dankzij de refreinen, maar ook het leuke tempo, de gitaren en de fijne mix tussen softrock en het ietwat ruigere werk spelen in het voordeel.

Het is een geslaagde combinatie, die gitaren op popmuziek, en daar wordt dan ook uitermate gebruik van gemaakt; in alle kleuren, vormen en maten. Zo worden de bassen voor het eerst echt belangrijk op “Go Out With You” en klinken liedjes als “Off My Mind” en “5000 Miles” op de één of andere manier bijzonder bekend in de oren. BLOXX beschikt dan ook over een zeer straffe madam achter de microfoon. Op elk nummer, en misschien wel in het bijzonder op het tragere “Thinking About Yourself“, zingt Ophelia zich in de kijker.

Natuurlijk wordt het een beetje eentonig als je twaalf nummers lang hetzelfde recept gebruikt, dus probeert het viertal af en toe eens iets nieuws uit. Op het tweede deel van Lie Out Loud test BLOXX de laatste drie lettertjes van het woord ‘indiepop’ uit. We snappen de bedoeling wel, maar om eerlijk te zijn pakt het niet altijd even goed uit. Zo gaat het tempo op “Give Me the Keys” vocaal de hoogte in, maar dat gaat de band uiteindelijk niet zo goed af. Op “Hey Jenny” slaan de Britten de bal eigenlijk helemaal mis. De intensiteit vanop de eerste nummers lijkt hier helemaal verdwenen. Ook het toepasselijke “Changes” is in hetzelfde bedje ziek. Zo ruw als BLOXX in het begin klonk, zo gepolijst gaan ze nu aan de slag.

Waar op het akoestische “What You Needed” dan zelfs alle gas wordt teruggenomen, grijpt BLOXX uiteindelijk toch terug naar hun vertrouwde formule. Zo maken de gitaren een terugkeer op “It Won’t Work Out”, maar uiteindelijk doet het nummer de titel toch nog een beetje eer aan. We missen gewoon wat pit. Op slotnummer “Swimming” worden we dan weer overrompeld door gitaren die zwemmen in de beats en probeert de band er tevergeefs nog een anthem uit te persen.

BLOXX heeft met Lie Out Loud dus een degelijke debuutplaat in elkaar gestoken, waarop alle grenzen van de indiepop worden opgezocht. Alleen weet het viertal ons vooral te overtuigen in de eerste helft van het album. De Britten staan op hun sterkst als ze gewoon trouw blijven aan hun vertrouwde formule en dus de gitaren en pop hand in hand laten gaan. Alle andere zijsprongen hebben ongetwijfeld veel goeie bedoelingen, maar uiteindelijk pakt het toch niet zo goed uit als gehoopt. Gelukkig kan het niveau van de eerste helft de tweede helft goed in evenwicht houden en kan de band tevreden terugkijken naar hun eerste langspeler.

Facebook / Instagram / Twitter

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

31 augustus 2020

About Author

Lucas Palmans


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief