LiveRecensies

Ólafur Arnalds @ Koninklijk Circus: Hemelse herinnering voor het leven

© CPU – Chris Stessens (archief)

Het is alweer vier jaar geleden dat we Ólafur Arnalds solo aan het werk zagen. Stilgezeten heeft de IJslander allerminst. Met Janus Rasmussen bracht hij als Kiasmos het album II uit en trok hij de wereld rond. Vorig jaar zagen we het duo nog dromerig voorzomeren in het Rivierenhof. Loreen leende dan weer haar stem aan de ep SAGES. Jawel, de Zweedse die als enige vrouw twee keer het Eurovisiesongfestival won. Samen met zijn intussen overleden vriend Talos bracht hij ook het bloedmooie A Dawning uit. Nu is de neoklassieke componist terug met zijn nieuwe tournee Falling Apart Together, aangekondigd als zijn meest gedurfde en ambitieuze voorstelling tot nu toe. Omringd door zijn vaste muzikanten brengt hij nieuw en ouder werk in wat hij zelf een hybride concert noemt. Het thema? De muurtjes die we dagelijks rond ons optrekken: de beleefde glimlach, het obligate ‘goed, en met jou?’, de smartphone als schild. Wat gebeurt er wanneer die beginnen te barsten? Twee avonden lang mag hij het Koninklijk Circus betoveren, een zaal die zich daar uitstekend toe leent. Onze verwachtingen zijn bijgevolg hooggespannen.

Het voorprogramma was in handen van RAKEL. De IJslandse zangeres is geen toevallige keuze: haar debuutalbum a place to be verscheen vorig jaar op OPIA Community, het label van Arnalds zelf. Wie Sunrise Session III kent, hoorde haar stem al eerder naast zijn piano. Op plaat bouwt ze songs op uit veldopnames, ademhaling, vogelgeluiden en zelfs een krakende vloerplank. Die klanken legde ze vast op de boerderij van haar familie en in kamers in Kopenhagen en Reykjavík. Het resultaat klinkt als een dagboek dat je even mag inkijken. Live bleef daar weinig van over: enkel een gitaar en haar stem. Wie het aandurft om zo een podium te betreden, heeft onze mateloze bewondering. Voor een halfvol Circus bracht ze timide, maar met een hemelse stem, haar ingetogen liedjes. Vooral “11:11” viel op, dat ze op het einde zelfs a capella zong. Een ideale opwarmer voor wat volgde. Het publiek beloonde haar met een warm applaus.

Ondertussen liep de zaal vol en zagen we een podium waarin de piano (hoe kan het ook anders) centraal stond. Achter zijn geliefkoosde instrument waren witte doeken opgesteld, doeken die gedurende het optreden eveneens een functie in het decor zouden hebben. De show opende met een opgenomen vrouwenstem. Ze kon er jammer genoeg zelf niet bij zijn, maar spoorde ons aan om de gsm’s weg te steken. We moesten genieten, ons overgeven aan het moment en ons met elkaar verbinden. Zelfs dansen mocht. Het eerste schild ging dus al meteen neer. Op deze boodschap kwam Ólafur op de bühne waarop hij een lampje boven zijn piano in draaide. Hij richtte zich direct tot het publiek. Er werd vanavond iets gebouwd, vertelde hij. Daarvoor had hij onze hulp nodig. Geen toeval dus dat hij na een kort wiegelied het wondermooie “saman” inzette, IJslands voor “samen”. Op plaat is het een song die zo sober is dat elke noot lijkt te zweven. Het publiek was muisstil en genoot zichtbaar van de eerste pianoklanken.

© CPU – Chris Stessens (archief)

Dat Arnalds een speciale band heeft met het Koninklijk Circus, bleek al snel. Het is een van zijn favoriete zalen, vertelde hij. Hij stond er naar eigen zeggen al voor de vijfde of zesde keer. Het was een hele reis geweest om hier opnieuw te staan. Muziek maken noemde hij een eenzaam proces. Daarom stelt hij zich tijdens het schrijven een publiek voor. Zelfs zijn bindteksten oefent hij op die denkbeeldige toeschouwers. Hij wist dus ook dat we hier zouden lachen. Het publiek lachte, uiteraard. Wat wij bij zijn muziek voelen, kan hij zich dan weer niet inbeelden. Even later klonk een opgenomen tekst, waarover hij zachtjes verder speelde: we luisteren allemaal naar hetzelfde, maar iedereen hoort iets anders. Ondertussen namen achter de witte doeken de strijkers plaats. Bij de eerste noten van “Happiness Does Not Wait” werden ze zichtbaar. In het middenstuk liet hij hen alleen spelen, terwijl hij zelf wiegend meeging op de muziek. Onverwacht opende Ólafur zelf een van de witte doeken. Daarachter kwam een violist tevoorschijn. Aan het keyboard zette hij “Woven Song” in, waarna hij terugkeerde naar zijn piano. Meteen werd ook duidelijk waarvoor die doeken dienden: in de loop van de show gingen ze een voor een naar beneden. Laag na laag slonk zo de afstand tussen ons en de muzikanten.

Met “Spiral” rolde de eerste echte geluidsgolf door de zaal. Ook het podium ontvouwde zich verder. Toen die golf was weggeëbd, vulden natuurgeluiden de ruimte, terwijl Arnalds over zijn jeugd vertelde. Als kind trok hij zich terug in de natuur. Weg van de mensen voelde hij zich paradoxaal genoeg minder alleen. Uit luidsprekers overal rondom ons klonken andere stemmen, die door elkaar heen spraken over hun eigen band met de natuur. Arnalds speelde eronder. Telkens kwam hetzelfde terug: buiten voel je je veilig. Als volwassene is een boom gewoon een boom, gaf hij toe. Toch blijven we zoeken naar een plek waar we ons niet alleen voelen. Over die natuurgeluiden heen bouwde hij “ypsilon” op, waarbij hij vooral aan de knoppen draaide. De openingsboodschap bleek geen loze belofte: Arnalds maande het publiek aan om te dansen. Bij “Blurred” brak het los. Eerst werd er geklapt, daarna kwamen de eerste mensen recht. Wat volgde was bijna extatisch: een zittende zaal die euforisch stond te dansen. Dat hadden we vooraf nooit verwacht van een neoklassiek concert. Wat een energie, wat een verbondenheid.

© Olivier De Wit

Op “flow 6” startte hij een elektronische loop, die hij aanvulde met piano. Intussen gingen de overige doeken neer, tot er nog één bleef hangen. Het nummer zwol aan tot een uitbarsting, die abrupt stilviel. Een stroompanne, zo leek het. Arnalds speelde de verraste. Hij maakt muziek net omdat het hem controle geeft, zei hij. De ironie ontging niemand: er werd hartelijk gelachen. Kort daarna lichtte het Circus op met honderden telefoonlampjes. De gsm’s die we aan het begin moesten wegsteken, waren nu geen schild meer, maar een bron van licht. Dat die panne geen toeval was, werd duidelijk toen hij in dat licht vertelde over Ierse wakes, waar afscheid wordt genomen met veel muziek en waar de levenden samenkomen rond de doden. Tijdens zo’n wake viel plots de stroom uit. Het voelde alsof zijn overleden vriend er even bij was. Een naam viel niet, maar wie aan Talos dacht, zat wellicht niet ver mis. Ze grepen naar hun instrumenten en speelden tot in de ochtend. Zijn boodschap: vind het licht in elkaar.

Daarop volgde het prachtige “A Dawning”, de plaat die hij samen met Talos maakte. Het werd een van de pakkendste passages van de avond. Bij het nummer hoorde een filmpje, geprojecteerd op het laatste doek, waarin mensen terugblikten op momenten die te snel voorbijgingen. Eén verhaal bleef hangen. Een man herinnerde zich hoe hij stopte om te tanken, op weg naar zijn zieke moeder. Toen hij aankwam, bleek ze enkele minuten eerder overleden. Het filmpje drukte ons op het hart: geniet van elk klein moment. Genieten van deze show, dat deden we! Er gebeurde zoveel die avond dat het haast niet bij te houden was. Met een loop op de achtergrond ruimde Arnalds zelf de witte doeken op. Ze maakten plaats voor een koor van zeker veertig zangers, dat vanuit het publiek het podium op kwam. Ook het laatste doek verdween. De strijkers speelden onverstoorbaar door. Niets stond nog tussen ons en de muzikanten.

© Olivier De Wit

In de muisstille zaal nam Arnalds opnieuw het woord. Hij sprak over momenten die te snel voorbijgaan: zoon zijn van je ouders, de wake van Eoin. Nu viel de naam dus wel. Eoin French was de man achter Talos. Ólafur dacht hardop na over zijn muziek, over live spelen, over deze avond. Wanneer een moment een gedeelde herinnering wordt, kan het voor altijd blijven, zei hij. Hij vroeg ons om te zingen. En zingen deed het Circus uit volle borst. Nadat onze stemmen waren uitgedoofd, zette het koor een ontroerend meerstemmig lied in, eerst a capella. Gaandeweg begeleidde hij hen op piano. Ook het verhaal achter dat koor verdient een vermelding. De IJslander had de zangers pas die namiddag ontmoet, tijdens een workshop. Ze waren toen nog onbekenden voor elkaar. Hij nodigde hen uit om ’s avonds mee op het podium te staan. Wat ze na amper een paar uur voorbereiding brachten, was wonderbaarlijk. Terwijl het koor bleef zitten, sloot Ólafur af met het intieme “nyepi” en het uitbundige “ekki hugsa”. Het publiek bedankte hem en zijn muzikanten met een staande ovatie. Arnalds genoot zichtbaar en trakteerde ons nog op een laatste stuk, solo aan de piano: “We Contain Multitudes”. Na de laatste noot trok hij zijn schoenen en vestje weer aan en draaide hij het lampje symbolisch boven zijn piano uit.

Ólafur kwam, zag, overwon en pakte het Koninklijk Circus volledig in met een totaalbeleving. We zagen een show met ruimte voor grote emoties, voor samen dansen en zingen, voor stilte en voor stilstaan bij de kleine dingen. We gooien niet graag met superlatieven, maar deze IJslander verdient ze allemaal. Het was een avond die veel te snel voorbijging, maar als gedeelde herinnering blijft die voor altijd.

Voor de tweede show vanavond zijn er nog enkele tickets. Wie twijfelt: niet doen. Geniet van elk klein moment.

Setlist

saman
Hapiness Does Not Wait
Woven Song
Spiral
ypsilon
Blurred
undir
flow 6
A Dawning
nyepi
ekki hugsa
We Contain Multitudes (encore)

Related posts
InstagramLiveRecensies

James Blake @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): De mens als metronoom

Toch wel een opvallend figuur, die James Blake. Iedereen kent hem, maar vraag diezelfde groep mensen om vijf nummers van hem op…
InstagramLiveRecensies

Death Cab For Cutie @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Geen korreltje zand in de machine

Laten we het maar meteen toegeven: we zijn soms een bende oude mannen. Bands als Death Cab for Cutie worden vandaag gewoon…
InstagramLiveRecensies

Beartooth @ Ancienne Belgique (AB Box): Extatisch vastbijten

Er is dit jaar al behoorlijk wat inkt gevloeid over Beartooth, en dat heeft voor een groot stuk met het zesde album…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *