
© CPU – Nathan Dobbelaere
Met de eerste festivaldag achter de kiezen en nog niet helemaal bekomen van de kater van het voetbal of het uitbundige optreden van Zwangere Guy, staat festivaldag twee al te trappelen om eraan te beginnen. En die dag is goed gevuld met een gevarieerde ingrediëntenlijst zoals je die alleen bij Cactusfestival mag verwachten. Een snikhete dag, waarop we aangenaam kennis mogen maken met het fenomeen Joshua Idehen, waarop indiebands met wisselend succes dingen naar de aandacht van de Cactusbezoeker, en waar er twee feestjes als eindakkoord gepland staan.
Lézard

© CPU – Nathan Dobbelaere
Speelsheid, enthousiasme en gestructureerde chaos, dat klinkt als de ideale opsomming qua eigenschappen om de tweede dag in te zetten. Lézard is de laatste maanden overal en een blik op de agenda leert dat dat ook de komende maanden niet veel anders zal zijn. Met karrevrachten energie en présence mikt deze bonte bende direct op je heupen en dansbenen met een mix van rock, funk en postpunk. En ook al brandt de zon ongenadig op de bandleden, toch proberen ze vol overgave de harten in de schaduwplekken te veroveren. Het heerlijke “Manifastique” zit nog vooraan verstopt, maar eens iedereen goed is warmgedraaid mogen “Happy en “Nothing At All” laten horen waarom Lézard zo’n grote belofte van eigen bodem is.
Lézard gaat nog een drukke zomer tegemoet. Zo kan de band aan het werk zien op de Gentse Feesten (17/7), Dour (18/7), Rockwood in Lommel (1/8), de Lokerse Feesten (4/8), Zeverrock in Nazareth-De Pinte (8/8), Funky Town in Herentals (29/8) en Leffingeleuren (12/8). In het najaar trekt ze met een eigen tour door België, alle shows vind je hier terug.
Nusantara Beat

© CPU – Nathan Dobbelaere
Cactusfestival is niet compleet zonder een uniek vleugje wereldmuziek en op deze tweede festivaldag mogen de Nederlanders van Nusantara Beat het oververhitte Cactuspubliek mee op reis nemen naar Indonesië. Er wordt de hele tijd in het Indonesisch gezongen, dus af en toe neemt zangeres Megan de Klerk de tijd voor wat uitleg of sfeerschepping. Hoe mooi die zanglijnen ook klinken, het helpt natuurlijk te weten waarover gezongen wordt. Zo krijgen we verhalen over een dolle rit op een fietstaxi, enge geesten of zelfs een vulkaanuitbarsting. Met een dubbele ritmesectie van drums en percussie worden de beats in de bandnaam in alle variaties gebracht, en verliest het optreden zelden zijn vaart. Maar ook in de gitaarpartijen schuilt voldoende afwisseling van gelikte surfrockriffs tot een smooth en jazzy sound. Nusantara Beat slaagt er op het eind zelfs in het publiek mee te laten zingen en bracht op geslaagde wijze een stukje Indonesië naar Brugge.
Joshua Idehen

© CPU – Nathan Dobbelaere
De hitte hangt als een loden deken boven het Minnewaterpark, maar daar is Joshua Idehen met een workshop ‘Brugse harten veroveren in vijftig minuten’. Schoorvoetend kijkt het Cactuspubliek het in begin wat aan, maar Idenhen neemt geen genoegen met half werk. Samen met zijn twee achtergrondzangeressen en dj treedt hij op als, in zijn eigen woorden, ‘poet, performer, and even priest’, terwijl hij het publiek op sleeptouw neemt. Een jam rond “The Love” en “The Rhythm” doet de talrijk aanwezige menigte geleidelijk ontdooien. Ritme is, naast zijn niet aflatende stroom van woorden, de opwindende hartslag die door dit optreden klopt. Ritme blijkt ook zijn wapen wanneer hij het over de turbulente staat van de wereld heeft. ‘Depression cannot hit a moving a target’ verkondigt hij wanneer hij de daad bij het woord voegt in “Illegal Hit” en het publiek de ‘shimmy off’ aanleert. “Mum Does the Washing” tekent voor het tekstueel meest spitsvondige moment van de set wanneer hij politieke stromingen, ideologieën en andere -isms herleidt tot de analogie van je moeder die jouw was doet. Als één brok niet aflatend enthousiasme pakt hij met authenticiteit, humor en charme het publiek in met een grote strik errond. Verrassend goed!
Op donderdag 10 december staat Joshua Idehen in De Vaartkapoen in Brussel.
Dry Cleaning

© CPU – Nathan Dobbelaere
Met kersvers album Secret Love onder de arm, brengt Dry Cleaning een set die zich lekker languit gestrekt op een schaduwrijk stuk gras laat beluisteren. Ook voor het podium heeft zich toch wel wat volk bijeen verzameld, dat de contrasten in de band live nog wat meer scherpgesteld ziet dan op plaat. De lijzige spokenwordstem van zangeres Florence Shaw over een postpunkbedje uitgespreid is wat Dry Cleaning zo typeert. Live gaat dat contrast nog wat verder. De songs klinken vaak erg stevig en rockend. Aangevuurd door gitarist Tom Dowse haalt de muziek het daardoor vaak op de zang, zeker in de eerste helft van het optreden waar Shaws stem iets te diep verzonken zit om te genieten van de gortdroge en knotsgekke teksten. Beterschap is er echter in de tweede helft, waar alles beter in elkaar klikt. De gitaren krijgen vrij spel in “Her Hippo” en “Don’t Press Me”, maar ook de zanglijnen komen nu beter uit de verf. Een aantal keer verandert het parlando zingen zelfs richting iets melodieuzers. “Let Me Grow and You’ll see the Fruit” teert verder op dat melodieuze en voegt ook nog een serieuze scheut reverb toe. Geen foutloos optreden dus, maar single “Hit My Head All Day” mildert als afsluiter nog met een zeer genietbare uitvoering.
Dry Cleaning staat volgens haar website in november op Sonic City in Kortrijk en op 11 november in Reflektor in Luik.
Kevin Morby

© CPU – Nathan Dobbelaere
Eveneens met een nieuw album gezegend, en wat voor één, is Kevin Morby. Little Wide Open behoort tot het beste dat de man al opnam, dus zijn optreden op Cactusfestival leek al bij voorbaat geslaagd. Op een podium vol zonnebloemen en omringd door een vijfkoppige begeleidingsband trapte Morby een kennismakingsrondje met zijn nieuwste worp vol sfeervolle americana af. “Javelin” was een speer in slowmotion gegooid, “100,000” kreeg met zijn saxofoon en uitgesponnen outro een momentum waar The War On Drugs niet ver om de hoek loerde, en uit “Badlands” was de meegezongen quote ‘Heaven is a place on earth’ zeker van toepassing op het Minnewaterpark. Morby speelt alsof hij geen tijd te verliezen heeft en met een simpel ‘Now for some classics’ duikt hij verder in zijn eigen repertoire. Waardoor het optreden nummer na nummer die hemel verder dichterbij doet komen. “This Is a Photograph” klinkt euforisch en bij het lekker rammelende “Rock Bottom” wordt het publiek gevraagd zijn meest demonische lach in het nummer in te voegen. “City Music” wordt mee gescandeerd en verwordt zo in Kevin Morby’s mond tot ‘That city music, that Bruges sound’. De setting en warme avondtemperaturen leenden zich perfect voor wat Morby vanavond wist te brengen.
Aldous Harding

© CPU – Nathan Dobbelaere
Wie niet vlak voor het podium had postgevat, kreeg bij de set van Aldous Harding een gratis audiotrack met gepraat van de rest van het terrein. Wat onomkeerlijk voor een nefaste eerste helft van haar set zorgde. Alles bleef erg statisch, de klik met het publiek kwam er weinig tot niet en tussen ieder nummer liet ze lange pauzes. Zeker bij de rustige nummers voelde het bijna genant ten opzichte van Harding en haar vier muzikanten. “One Stop” klonk nog luid genoeg om alles te overstemmen, maar bij publieksfavoriet “Treasure” was het proberen het omgevingsgeluid weg te filteren. Harding hult zich in een soort theatraal slowmotionpersonage dat alles met de nodige intensiteit doet. In het tweede deel van de set komt die aansluiting met het luisterende publiek er dan toch en wordt ieder nummer op steunend applaus onthaald. Zo kreeg “Leathery Whip”, waar ze de muzikale dialoog met haar gitarist, maar ook met haar eigen vervormde kopstem, aanging toch de verdiende appreciatie. Haar Nieuw-Zeelands steekt ook even de kop op in “Coats”, wanneer ze in het refrein ‘Big thick coats on the dogs of people’ uitgesproken in haar dialect zingt. “Imagining My Man” vanop Party en opgedragen aan wie ‘in love’ is, mag in schoonheid afsluiten, waarna er nog een tekenende gebalde vuist vanaf kan.
Madness

© CPU – Nathan Dobbelaere
Als een van de headliners waren de verwachtingen al heel de dag hooggespannen voor het optreden van Madness. Kenmerkende rode fez-hoeden werden op het terrein gespot en naarmate de avond viel, verzamelden ze zich allemaal voor het podium. Met zijn tienen sprongen ze vijf minuten vroeger dan gepland het podium op om met een teleurstellend trage versie van “One Step Beyond” hun optreden in gang te trappen. Horen we hier toch een eerste teken van sleet? Al gauw bleek dat vermoeden gegrond wanneer Madness de beproefde hotdog-formule toepaste: steek de hits voor- en achterin je set en zorg dat het middenstuk daardoor minder in de herinneringen blijft nasmaken.
En zo geschiedde. “Embarrasment”, “The Prince” en “My Girl” maakten het mooie weer, waarna het wachten was tot het eind vooraleer de echt grote kanonnen werden bovengehaald. “House of Fun”, “Baggy Trousers”, “Our House” en “It Must Be Love”, allemaal reuzegrote meezingers en meedansers die het publiek opnieuw bij de les brachten. Want dat was tussenin toch wat de weg kwijtgeraakt met een aantal minder gekende nummers, lange bindteksten en pauzes. “Wings of a dove” poogde nog een meezingmoment te zijn, maar voor de rest waren de gimmicks stilaan hun houdbaarheidsdatum voorbij. Voor de bisronde werden “Madness (Is all in the Mind)” en “Night Boat to Cairo” vakkundig opgespaard om zo vijf minuten te vroeg ook weer te stoppen. De heren hadden immers nog een afspraak om Engels voetbal te kijken.
GOOSE

© CPU – Nathan Dobbelaere
De mannen van GOOSE moet je niet meer leren hoe ze een festivaldag moeten afsluiten. Nog één keer alles geven alvorens iedereen met een brede glimlach naar huis te sturen is hun credo, en dat was ook exact de wervelende storm die ze over het Minnewaterpark lieten razen: overstuurd, hard en lekker vet! Met donderende bassen die lijf en leden doen daveren en lasers en lichteffecten om de hemel in vuur en vlam te zetten. “What You Need” en “Call Me” laten al snel de vlam in de pan slaan en laten ook een GOOSE horen dat de stevige gitaren niet schuwt. Mickael Karkousse bekijkt de dansende menigte en grapt dat het wel lijkt alsof ‘cactus verdubbeld is’.
Tijd om er nog een schepje bovenop te doen denken de heren, want het duo “Can’t Stop Me Now” en “British Mode” maken het publiek zo mogelijk nog gekker. In de bissen zit echter nog een tweede explosief duo verstopt want zowel “Words” als klassieker “Synrise” zetten nog eens alle registers open zowel bij GOOSE als het publiek. En zo is ook van festivaldag twee het orgelpunt bereikt en kan iedereen zingend en dansend de nacht in tot aan de laatste dag van deze editie 2026.
GOOSE speelt op woensdag 12 augustus en donderdag 13 augustus een ‘eclipse’ concert in OLT Rivierenhof in Antwerpen. We kijken ook al heel erg uit naar het optreden van de band op 25 juli op Rock Olmen!
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!





