AlbumsFeatured albumsRecensies

Neil Young and The Chrome Hearts – Second Song (★★★½): Oom Neil blijft onze suikernonkel

In principe kunnen we de eerste alinea wel overslaan, maar we gaan dit schrijven voor de jongere lezers die misschien nog nooit van Neil Young gehoord hebben. Over de Canadees die ondertussen ook, dik tegen de zin van Donald Trump, de Amerikaanse nationaliteit heeft, zijn er verschillende biografieën geschreven en documentaires gemaakt. Maar wat doe je nu best wanneer je een artiest niet kent die al zes decennia meedraait in de muziekwereld? Eerlijk, tegenwoordig houden we het eenvoudig en schrijven we dat je best die tien populairste streams op Spotify eens beluistert en nadien je je weg door de platen ploetert, chronologisch uiteraard. Young is nochtans een van de weinige artiesten geweest die opvallend lang heeft geweigerd om zijn songs op dat platform te zetten, maar nood breekt wet en de fans wilden nu eenmaal zijn muziek graag op een en dezelfde plaats hebben. Ach, we kunnen er over zagen en zeuren zo veel we willen, het is gewoon de hedendaagse wereld, met zijn goede en minder goede kanten. Maar het draait hier om muziek en dat is wat de artiest ons al meer dan zestig jaar schenkt. Nu met zijn begeleidingsband The Chrome Hearts, veteranen die ook al heel lang meedraaien in de muziekmallemolen.

Waar de vorige plaat Talkin to the Trees nog een aanklacht was tegen de Trumps en de Musks van deze tijden, is Second Song veel meer introspectief geworden. Young is ondertussen minder jong (haha) want ondertussen zit de mens ook al op tram acht en dan wordt er al eens teruggekeken op het verleden en wordt er nog een beetje naar de toekomst gekeken. Het is de aard van de dingen des levens, de aard van Vadertje Tijd en Moedertje Natuur. Ze spelen onder een hoedje en ieder mens is een speelbal in hun eerst gulle en nadien hebberige handen. Zeven songs worden geschonken door de Canadese bard en het album klokt af op tweeënveertig minuten. Er wordt dus tijd, hier hebben we hem weer, genomen om alles uit de doeken te doen.

Young heeft al verschillende vervellingen meegemaakt, van troubadour in de jaren zestig met zijn kompanen Crosby, Stills en Nash of met de band Buffalo Springfield over folkartiest met dikwijls enkel een gitaar als metgezel tot hevige rocker die het boegbeeld was voor de grungebands in de jaren negentig. Op Second Song krijgen we de verschillende persona van de man te horen en op openingstrack “The Foggy Edge of Time” horen we een mens die moeite heeft om zijn stem niet te laten uitschuiven. Nu is hij nooit de beste zanger ooit geweest uiteraard, maar we merken dat hij hier zelfs geen moeite meer doet om die hogere noten te halen. En dat, dat is gewoon goed want het is echt en authentiek. We horen eerder een oprechte mens in het lied die het best moeilijk heeft om achteruit te kijken. Het is ook niet gemakkelijk soms wanneer de man met de zeis heel diep in de verte zijn materiaal staat te slijpen. Hopelijk duren de herstelwerken van die maaier van Pietje De Dood nog heel lang, maar zekerheid heb je na een bepaalde datum in je eigen leven niet meer.

“Day after Day” mag gerust in het rijtje gaan staan van nummers zoals “Helpless” of “Needle and the Damage Done”. Een beetje gitaar, een rustig drumritme en een mooie tweede stem; meer is er echt niet nodig voor de band om een liedje te maken dat aan de ribben blijft kleven. “Earth Girl” is enigszins de vreemde eend in deze bijt omdat de Canadese singer-songwriter veel meer klinkt als de eerste de beste kerstcrooner, muzikaal dan toch. Het is zelfs bijna een popsong te noemen, iets wat we van de man toch niet direct gewoon zijn. Er straalt een rustige vrolijkheid van uit en we luisteren naar een man die tevreden terugblikt op zijn leven. Fijn om te horen dat hij uiteindelijk toch wat demonen uit zijn jongere jaren heeft weten te verjagen.

“Casting Me Away From You” bestond eigenlijk al als “Emperor of Wyoming”, maar nu zijn er lyrics bij het liedje gezet en dit is weer de op en top folkartiest die we hier te horen krijgen met die partijtjes op de mondharmonica hier en daar. “Soon I Might Be Going” is met zijn meer dan negen minuten de tweede langste song op de lp en hier klinkt Young als de volleerde bluesrocker die hij is. Na zes minuten barst de schijf nog meer open en denken we terug aan de passages van de man in Werchter in 1993 en 1996 en Pukkelpop in 1995. Het rockgehalte droop er toen in hele beken van af en in Hasselt was de begeleidingsband zelfs Pearl Jam wat toch kan gerekend worden als het summum van het rockgevoel. Ach, zelfs wij beginnen nu te mijmeren, maar zo gaat dat steeds wanneer we muziek van nonkel Neil opleggen.

Eindigen doet de man met een ode aan zijn vrouw Daryl Hannah, de actrice die in Kill Bill Vol.1 nog één oog en een ooglapje had en in Kill Bill Vol.2 geen enkel oog meer. Check it out! Hij bezingt zijn echtgenote en dankt alle sterren aan de hemel dat hij met haar het bed, lief en leed mag delen. Young en de band spelen omzeggens een serenade op de voorportiek van het houten huis van de ranch en Hannah lacht vertederd in de voordeur. Zo beelden we het ons helemaal in en zien we dat het goed was. Neil Young heeft de luisteraar uitgenodigd bij hem thuis en vanop een afstand hebben we zijn leven als tachtigjarige mogen gadeslaan. Het verleden werd bezongen, naar de toekomst nog steeds uitgekeken. Dank je wel, nonkel Neil. Je hebt waarlijk alweer een mooie plaat gemaakt.

Facebook / Instagram / Website

Ontdek “Day after Day”, ons favoriete nummer van Second Song in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.

 

1297 posts

About author
Dat we ze nog veel mogen mogen!
Articles
Related posts
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Neil Young - "Second Song"

Voor de velen die uitkeken naar opnieuw een optreden van Neil Young, een jaar na het succesvolle concert op het Paleizenpaleis in…

2 Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *