
© CPU – Peter Verstraeten
Filmliefhebbers hebben de afgelopen tijd waarschijnlijk met klamme handjes op hun zetel gezeten, want de ene na de andere Hollywoodster zakte de voorbije maanden af naar ons landje. Brad Pitt was dit voorjaar in en rond Brussel te spotten voor filmopnames, Keanu Reeves stond afgelopen weekend nog met zijn Dogstar op de planken van Rock Werchter en gisterenavond streek ook Jeff Goldblum neer in België. Niet voor een dinojacht of contacten met buitenaardse wezens (of ja, we sluiten niks uit), maar wel om zijn andere grote liefde boven te halen: jazz. Samen met The Mildred Snitzer Orchestra streek de wereldberoemde acteur neer in de Koningin Elisabethzaal en wij streken met hem mee, waarna we een avond voorgeschoteld kregen die behoorlijk om jazz draaide, maar eigenlijk nog net iets meer om Goldblum zelf.
Dat begon al bij het onofficiële voorprogramma, dat door de acteur zelf werd verzorgd. Een half uur lang hield Goldblum een onemanshow waarin hij van hot naar her ging. Samen met het publiek bepaalde hij de temperatuur van de airconditioning, hij werkte een waslijst aan aanwezigen af die hij vervolgens één voor één uitgebreid bevroeg en gooide er ook nog een wedstrijdje Nederland-België tegenaan. Daarbij zette het publiek zelfs de “Brabançonne” in. Ergens in de verte hoorden we zeker wel de klanken van onze tricolore, al moest je tussen de kakofonie door soms flink zoeken.
De kakofonie werd pas volledig compleet toen Goldblum de zogenaamde ‘Movie Game’ inzette. Wij moeten eerlijk bekennen dat we tot gisteren nog nooit van het spel hadden gehoord, maar door de passage in de Koningin Elisabethzaal blijft het ons voor altijd bij. Vanuit alle hoeken van de zaal kregen we filmtitels om de oren, waar vervolgens weer een acteur aan gekoppeld moest worden, om daarna opnieuw een film te noemen waarin die acteur meespeelde. Simpel op papier, complete chaos in uitvoering. De grootste stoorzender in de orde was toch wel Goldblum zelf, die bij iedere persoon ook nog een berg anekdotes had.
Met andere woorden: de jazz-Jeff-weegschaal stond na een half uur al flink scheef, maar echt erg vonden we dat niet. Jeff Goldblum is en blijft een charmante adonis die in zowat iedere ruimte vanzelf het middelpunt wordt. Toch draaide het gisterenavond niet enkel om een veredelde cabaretvoorstelling van de man in kwestie, want terwijl hij ratelde over een actrice en haar palmares, slopen de heren van The Mildred Snitzer Orchestra het podium op en werd de jazzmachine langzaam warmgedraaid. Na een kort onderonsje tussen dr. Ian Malcolm, zoals het leeuwendeel van de zaal hem toch vooral kent, en zijn bandleden werd “Grease Patrol” ingezet, waarna meteen duidelijk werd dat hij zich niet met zomaar wat muzikanten had omringd. Nee, hier stond een band die de kneepjes van het vak in de vingers had en zonder veel moeite van soepele swing naar speelse solo’s schakelde.
Het echte geheime wapen kwam echter pas na afloop van de openingstrack ten tonele, toen Khailah Johnson het podium betrad. Goldblum mocht dan wel de grote naam op de affiche zijn, de vocaliste trok met haar uithalen tijdens “Let’s Face the Music and Dance” en “Lover” (bekend van Taylor Swift) flink de spotlights naar zich toe. Dat ze recent nog op Broadway stond, viel meteen te horen, want Johnson liet haar gouden strot zo doorheen de Koningin Elisabethzaal galmen alsof het niets was. Ook in het duet met Goldblum tijdens “If I Only Had a Brain” nam ze moeiteloos de bovenhand, waarna hij snel weer veilig achter zijn piano kroop en van daaruit het nummer liet voortzetten.
Goldblum maakte er een kunst van om elk nummer van een haakje te voorzien. “The Cat” werd opgedragen aan een Naomi met haar zes katten, “Manhattan” kreeg een heel verhaal over zijn bedenker Bobby Short mee en “The Kicker” werd vakkundig uitgebeeld door een excentrieke beweging van de frontman zelf. Vaker dan eens waren die omwegen bijzonder vergezocht en soms kwamen ze zonder al te veel aanloop uit de lucht vallen, maar net dat gaf het geheel een behoorlijke dosis charme mee. Gelukkig stond daar een band tegenover die zo strak klonk als maar kon en iedere zijweg moeiteloos weer richting het juiste pad trok, waarna het publiek de muzikanten keer op keer met een stevig applaus bedankte.
Toch oogstte Johnson, die later opnieuw uit de coulissen opdook, het grootste applaus met haar uithalen tijdens “Tattoo”. Waar The Mildred Snitzer Orchestra een prima spel op de mat legde tijdens de cover van het Eurovisienummer van Loreen, was het toch opnieuw Johnson die de boel naar een hoger niveau tilde. Een gouden zet dus om haar vanuit New York mee op tour te nemen, want telkens wanneer zij het podium op kwam, kreeg de avond er meteen een ferme laag kwaliteit bij. Misschien goed om haar de volgende keer het hele optreden erbij te hebben, want hoewel Goldblum op “Over the Rainbow”, geheel in zijn eigen versie inclusief de nodige zijwegen, liet horen dat hij vocaal wel iets in huis heeft, bleef hij daarin vooral overeind op charme en karakter. Helaas voor hem bleef het daar niet bij, want ook tegenover zijn bandleden moest hij kwalitatief toch licht het onderspit delven. Ach, je kan niet alles in het leven hebben.
Voor een slechte avond zorgde dat niet, want Goldblum was veel meer dan de pianist en zanger van het geheel. Hij was een frontman zoals we die kennen van de grote namen op de grootste podia, hij was een sfeermaker die het publiek continu bij de hand nam en hij was bovenal een geboren entertainer die alle chaos wist te verpakken alsof het zo moest zijn. Een onverwacht streepje “My Girl” net voor “Misty”? Helemaal prima. Een zijweg over hoe “Every Time We Say Goodbye” in elkaar zat met een overgang van majeur naar mineur die niet alleen in de tekst, maar ook in de muziek zelf verscholen zat? Waarom ook niet, we waren er nu toch al. De aandacht naar zich toe trekken tijdens de vele solo’s van zijn band door uit enthousiasme een soort experimentele dans uit te voeren? Zelfs dat zagen we door de vingers. Waar we bij menig concert met onze ogen zouden hebben gerold, voelde het gisterenavond juist volledig op zijn plaats en was het vooral Goldblum zoals we Goldblum het liefst zagen: volledig zijn excentrieke zelf.
Hoewel het afscheid met “Every Time We Say Goodbye” al werd ingezet, kwam met “Moanin’” nog een laatste wapenfeit waarin het gezelschap nog één keer volledig los mocht gaan. Het nummer werd uitgebouwd tot een laatste ereronde waarin ieder bandlid nog eens mocht tonen waarom Goldblum hen eerder op de avond zo trots had aangekondigd, terwijl hijzelf ook het nodige van achter zijn piano liet horen. De solo’s vlogen voor een laatste keer door de Koningin Elisabethzaal en na nog een laatste slotmedley met onder meer een luid onthaald streepje muziek uit Jurassic Park en een korte bocht richting de Wicked-klassieker “Defying Gravity”, kwam er een einde aan een avond die niet anders kan worden omschreven dan als een ervaring. Was het jazz zoals de puristen die misschien graag geserveerd krijgen? Zeker niet, maar het was wel precies wat wij op voorhand voorgeschoteld wilden krijgen. Veel jazz, verre van perfectie, maar met zo veel Jeff dat we er moeilijk niet voor konden vallen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Setlist:
Grease Patrol (Plas Johnson cover)
Let’s Face the Music and Dance (Irving Berlin cover)
Lover (Taylor Swift cover)
If I Only Had a Brain (Harold Arlen cover)
The Cat (Lalo Schifrin cover)
Manhattan (Rodgers & Hart cover)
The Kicker (Joe Henderson cover)
Bewitched, Bothered and Bewildered (Rodgers & Hart cover)
Tattoo (Loreen cover)
Mean to Me (Ben Bernie & His Orchestra cover)
Over the Rainbow (Harold Arlen cover)
My Girl (The Temptations cover)
Misty (Erroll Garner cover)
Every Time We Say Goodbye (Cole Porter cover)
Moanin’ (Sarah Vaughan cover)





