
© CPU – Chris Stessens
Dat Ludovico Einaudi een graag geziene gast is in ons Belgenlandje, mag gerust een understatement genoemd worden. De pianist passeerde de afgelopen vier jaar telkens op nationale bodem en deed dat met uitzondering van 2024 telkens zelfs meerdere keren per jaar. Dit jaar doet hij daar nog een schepje bovenop, want naast twee soloconcerten in de Koningin Elisabethzaal, komt hij deze zomer met zijn ensemble ook nog naar Vorst Nationaal en twee dagen van Gent Jazz. We mogen dus gerust stellen dat Einaudi zowel het intieme als het grootse niet schuwt, maar laat ons nu toch maar eerst begin met dat intieme, namelijk het eerste van twee soloconcerten in de Koningin Elisabethzaal.
Het is natuurlijk geen verrassing dat de Italiaan kon rekenen op een volle zaal en die liet hij even langer dan voorzien wachten. Om tien na acht verscheen de man eindelijk op het podium en nog voor hij zich op zijn pianokruk bevond, mocht hij al zijn eerste applaus van de avond in ontvangst nemen. Het duurde opvallend lang vooraleer hij er nog eentje kreeg, al had dat allesbehalve met de kwaliteit te maken. De Italiaan speelde namelijk een ruime twintig minuten door zonder onderbreking. Hij bracht in die twintig minuten onder meer “Gravity – Day 1”, waarbij we de viool en cello van op de studioversie zowaar in onze hoofden konden horen.

© CPU – Chris Stessens
In alle subtiliteit eerde Einaudi ook de groten die voor hem kwamen, met een streepje “Concerto after Marcello in D Minor”, het door Bach getranscribeerde oboe concerto van Alessandro Marcello. Het duurde te lang om een toevallige improvisatie te zijn, al speelt iedere artiest die zijn leven lang met een piano doorbrengt ongetwijfeld wel eens een Bach vanuit zijn onderbewustzijn.
Einaudi was nog net geen uur bezig voor hij voor de eerste en tevens ook laatste keer zijn publiek toesprak, Hij vertelde dat het lang geleden was dat hij nog eens een solotournee ondernomen had en die nu ergens halverwege was. De Italiaan zei ook zelf dat solo optreden iets geheel anders was dan met zijn ensemble en maakte er een vergelijking van die wij ook als publiek ervaarden. Met zijn ensemble is het schilderen met de grote borstel, terwijl het nu aanvoelde als tekenen met een potlood. De intensiteit van de strijkers werd hier en daar in zekere zin wel gemist, maar werd wel opgevangen door Einaudi zelf, zij het op een muzikaal andere manier.

© CPU – Chris Stessens
Einaudi zelf moet het ook niet hebben van bombast of felheid, maar wel van prachtige melodieën en die waren in de Koningin Elisabethzaal zoals altijd aangrijpend in zowel eenvoud als technische simpliciteit. Ook tijdens het lange “Oltremare”, dat hij net na zijn toespraak bracht, demonstreerde de pianist een meester te zijn in het vertellen van verhalen door middel van zijn piano. Het leek soms zo simpel hoe hij een met zijn linkerhand een laag akkoord en met zijn rechterhand frases herhaalde die telkens net iets anders waren, maar er is niemand die ze zo bij elkaar kan doen passen als Einaudi. Ook de manier waarop hij dezelfde drie noten met zijn rechterhand enkele keren herhaalde, om vervolgens bij een zoveelste herhaling over te gaan naar de volgende frase, werkte zo wonderbaarlijk dat je je ging afvragen waarom er niet meer zijn die met de muzikale succesformule van Einaudi een groot publiek bereiken.
Met “Berlin Song” illustreerde de Italiaan nog een van zijn vele kenmerken als pianist, namelijk de mistroostigheid die altijd in zijn werk sluipt. Het lied klinkt niet uitgesproken droevig, maar tegelijkertijd ook zeker niet opgetogen en staat zo dus simpelweg bol van de melancholie. Hetzelfde gold voor “Una Mattina”, waarmee hij zijn set leek af te sluiten en daarbij zagen we meteen de prachtfilm Intouchables weer voor onze ogen; wat natuurlijk ook helpt om alles nog wat meer een emotionele lading te geven.
Na een staande ovatie had Einaudi als toegift “Episode One” voor zijn publiek in petto en daar voegde hij uiteindelijk nog zijn meest gestreamde lied aan toe. “Experience” mistte de hoge indringende violen wel, maar de solo-uitvoering leerde ons dat enkel het pianoarrangement ook al van ongekende schoonheid is. Ludovico Einaudi deed in de Koningin Elisabethzaal wat hij altijd doet, zij het deze keer solo. De Italiaan bracht emotioneel geladen muzikale verhalen op zijn geliefkoosde instrument en liet de melodie en sfeer ten alle tijde primeren. Voor de klassieke puristen zou die eenvoud en herhaling wellicht onvoldoende zijn, maar Einaudi kent zijn publiek en vice versa. Het is tevens ook dat publiek dat ervoor zorgt dat hij immense zalen kan aandoen.
Op 15 april speelt Einaudi nog een soloconcert in de Koningin Elisabethzaal. Met zijn ensemble staat hij op 8 juli in Vorst Nationaal en op 14 en 15 juli kan je hem op Gent Jazz terugvinden.






