InstagramLiveRecensies

Rock Werchter 2026 (Festivaldag 3): Zingende zaterdag

© CPU – Jan Van Hecke

Het was gisteren al zaterdag, en dat betekent dat meer dan de helft van Rock Werchter 2026 alweer tot de geschiedenisboeken behoort. Gisteren betekende dat echter ook vooral de dag waarop het grootst aantal dagjestoeristen aanwezig waren op de weide, en die hadden het enorm getroffen met het weer. Dat zorgde in eerste plaats vooral voor een prachtige sfeer, die kracht werd bijgezet door onder meer KNEECAP, Matt Berninger, CMAT en headliners Gorillaz en Twenty One Pilots. Om over een ideale festivaldag te spreken was het misschien nog iets te vroeg, maar gisteren werd wel nog maar eens duidelijk dat we aan een enorm fijne editie bezig waren.

LANDMVRKS @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Harde bands zijn dit jaar in de minderheid op Rock Werchter, maar met LANDMVRKS stond er wel een van de meest gehypete metalcorebands van het moment op de line-up. Het afgelopen jaar triomfeerde de band uit Marseille reeds op het hoofdpodium van Graspop en ook in de Ancienne Belgique leverden ze in december een zeer strakke show af. Het hoofdpodium van Werchter was hoe dan ook geen onbekend terrein voor de mannen, want een kleine week geleden stonden ze als invaller ook al op Werchter Parklife. Rock Werchter is weliswaar van een ander kaliber en we waren dan ook zeer benieuwd of de band het publiek makkelijk zou meekrijgen. Heel veel trek- en sleurwerk was er voor LANDMVRKS niet nodig. Ze bleven vooral trouw aan hun typerende stijl en ook in de setlist kropen er weinig compromissen. De band was gekomen om Rock Werchter een echte LANDMVRKS ervaring te geven met harde breakdowns en de indrukwekkende vocalrange van Florent Salfati. Het enige wat we kunnen opmerken is dat de band vrij gecontroleerd speelde en de cruise control met momenten aanstond. De pits waren op Werchter natuurlijk niet vergelijkbaar met de taferelen op Graspop, maar toch was er bij nummers als “Sulfur” en “Blood Red” best veel sfeer. Met “Self-Made Black Hold” deelde LANDMVRKS finaal dan toch nog die beenharde tik uit die bleef nazinderen. LANDMVRKS speelde zich op die manier zeker en vast op de kaart van het Werchter-publiek.

LANDMVRKS staat op 28 november in het voorprogramma van Papa Roach in de ING Arena.

Harry Mack @ The Barn

© CPU – Nathan Dobbelaere

Harry Mack kwam slecht voorbereid naar Rock Werchter, maar dat is niet erg want de rapper is meester van de freestyle. De Amerikaan laat zich constant door het moment inspireren, waarbij hij het publiek op voorhand vroeg om woorden door te geven, die hij tijdens zijn set in zijn gerap verwerkte. Zo werd er een hele strofe gewijd aan het woord ‘Heatwave’ of ‘crescendo’, maar dat was verre van het spectaculairste dat de man in petto had. Onder begeleiding van beats van zijn dj maakte Mack een wandeling van bijna tien minuten door The Barn, waarin hij rapte over wie en wat hij tegen kwam. Het ging onder meer over Gorillaz, voetbaltruitjes en Jupiler Apple, waarbij er zelfs amper ruimte was om eens naar adem te happen. Later kreeg zijn tong toch wat rust toen Harry Mack plaatsnam achter een drumstel voor een soloperformance. Uiteindelijk werd de indrukwekkende maar relatief eenvoudige set afgesloten door drumpartijen, de aanvullende dj en freestyle rap. Niet minder dan indrukwekkend die Harry Mack.

Linka Moja @ KluB C

© CPU – Jan Van Hecke

Linka Moja zal voor velen toch een nobele onbekende zijn, al kreeg ze wel al een aardig zetje in haar rug die haar nu al naar beduidende festivals brengt. Niemand minder dan Eddie Vedder ontdekte haar per toeval tijdens een surfkamp en niet veel later werd ze onder de vleugels genomen door dezelfde manager als Pearl Jam. Op Rock Werchter, in een niet al te drukke Klub C, kwam Emma Rothier vooral met een duidelijke missie: harten veroveren. Dat deed ze op haar eentje en met een paar gitaren op het podium. In het begin leek Linka Moja nog een beetje onzeker en zoekende naar houvast, maar met de gitaar in haar hand creëerde ze vrij snel haar veilige haven. Dat ze er alleen stond was gisteren tegelijkertijd een vloek en een zegen. Door alleen op het podium te staan wint ze automatisch aan meer zelfvertrouwen, maar aan de andere kant voelde het soms onnodig leeg aan. “Blood Orange” en “Psycho” verloren zichzelf in eenvoud en haar mooie stem kon te weinig het verschil maken. Een nummer waarmee ze wel kon overtuigen was het aan haar vader opgedragen “Unravel Me”. Als een mooi bloemetje bloesemde het nummer gestaag open en kregen we de magie van Linka Moja te horen. Er is dus nog wel wat werk aan haar act om het boeiender te maken, maar ze heeft de juiste omkadering om daar werk van te kunnen maken.

The New Eves @ NEST

© CPU – Nathan Dobbelaere

Als we een album vijf sterren geven, dan is het niet meer dan logisch dat we ook uitkijken naar de live vertaling ervan. Dat het bij The New Eves echter niet de toegankelijkste set van Rock Werchter 2026 zou worden, ook dat wisten we al op voorhand. Het was dan ook niet heel druk in de constellatie die NEST is voor het viertal uit Brighton, maar al vrij snel werd duidelijk dat jet wel een unieke belevenis zou worden voor iedereen die erbij was. Otto-Jan Ham kondigde de band aan als een ‘orkest’ en die verwachtingen werden vrijwel meteen ingelost: geen klassieke opstelling, wel een viool, cello en staande (en zingende) drumster.

Dat zorgde er ook voor dat het geheel soms wat had van een sekte die ons wilde meesleuren in haar gedachtengoed. Initieel lukte dat moeilijk, maar naarmate de set vorderde sloop er een zekere hypnotisering in. Met maar vijf nummers op de setlist was er niet heel veel tijd om te overtuigen, maar tegen het einde waren we wel vergeten dat we effectief op Rock Werchter waren en niet op een of ander Scandinavisch cultevenement. Coole band, die we graag eens met meer tijd in een donkere club zien, The New Eves.

Palaye Royale @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere

We hadden het niet helemaal zien aankomen, maar Palaye Royale lijkt doorheen de jaren een speciale band op te bouwen met België. De band uit Las Vegas speelde enkele jaren geleden nog een memorabele set op toen nog The Slope, maar mocht in de tussentijd ook nog Pukkelpop, Trix en Vorst Nationaal platspelen. De logische volgende stap is dan de Main Stage van Rock Werchter, en ook daar wisten Remmington Leith en zijn band van aanpakken. Meteen met beide voeten op het gaspedaal en instant het publiek opzoeken.

Dat leverde zowat meteen een reeks mensen op schouders, alsook een pak meezwaaiende handen op. Leith verklaarde zijn stem te zijn verloren en hoopte die terug te vinden op de weide. Niet heel gemakkelijk als je niet per se uitgesproken hits hebt op ons grondgebied, maar de toegankelijkheid van pakweg “Lonely” en de enorme ballonnen bij “Showbiz” zorgden wel al voor een fijn festivalgevoel aan het begin van de dag. Bij Palaye Royale zitten daarnaast ook gewoon enkel podiumbeesten pur sang, waardoor de pit zich op “Fucking With My Head” met gemak opende. Een waterpistool moest voor afkoeling zorgen in een voor de rest verschroeiend plezante set. Leith zou met zijn rubberbootje nog een woest publiek trotseren, om dan op “Mr. Doctor Man” het oog van de circlepit op te zoeken. Of je de band nu al kende of niet, Palaye Royale was nieuwe hartjes aan het veroveren op de Main Stage. “For You” besloot daardoor op ideale manier de set, door de liefde tussen band en publiek nog eens te bezegelen. De tracktitel werd tot in het oneindige herhaald, en dan weet je wel dat het goed zit.

Dogstar @ The Barn

© CPU – Jan Van Hecke

Dogstar kon op een zeer goed gevulde The Barn rekenen, maar velen waren er wellicht niet voor de matige boomerrock. De kans is groot dat er hier ergens in Werchter wekelijks betere garagebandjes oefenen, maar waarom was iedereen hier dan? Wel, voor de bassist natuurlijk: Keanu Reeves. De Hollywoodacteur, bekend van onder meer The Matrix, Speed en John Wick zette zijn beste beentje voor en zwaaide, wanneer hij tijd had, terug naar zijn vele fans. Nummers als “Siren” en “Joy” leken nogal hard op elkaar, waardoor de spanningsboog tijdens het concert niet in de buurt kwam bij die van de John Wick-films. Meer dan eens bleef het nogal vlak, zelfs al hoorden we toch enkele goeie baslijnen. Het trio toonde dat ze goed op elkaar zijn ingespeeld, maar nam ons zelden mee naar een andere realiteit. Dogstar was zeker niet vreselijk, maar het was duidelijk wie de star van de groep is en dat dat eveneens een van de weinige dingen is die de band speciaal maakt.

Man/Woman/Chainsaw @ NEST

© CPU – Nathan Dobbelaere

Man/Woman/Chainsaw is een van die bands waarbij de beschrijving op papier al bijna te veel belooft, maar die live elke verwachting inlost. Het Londense zestal stond gisterenmiddag in NEST met de energie van mensen die weten dat ze iets te bewijzen hebben en blij waren dat ze eindelijk de kans kregen. “Only Girl” opende en klonk rauwer en heftiger dan op de studioversie, met genoeg urgentie om meteen duidelijk te maken dat dit geen band is die haar nummers live kleiner maakt. Het tweede nummer was nog niet uitgebracht, vermoedelijk van het aankomende album, met de lead vocals van Billy Ward, en het was meteen een van de sterkste momenten van de set. Daarna volgde een nummer van keyboardist Emmie-Mae Avery, “Get Up and Dance”, dat traag begon maar langzaam opbouwde tot een moment waarop het hele publiek klapte, gevolgd door een insane vioolpartij richting het einde die de NEST even deed stilstaan. “Goddamn Lizard Man” had iets van Nick Cave in zijn mannelijke vocals en diepe, donkere energie, terwijl violiste Clio tussen haar eigen partijen door danste alsof de muziek haar simpelweg geen andere keuze liet. Een lichter tussennummer begon traag en bijna breekbaar, om dan te ontploffen in een climax die shoegaze-proporties aannam. “Nosedive” sloot af zoals een goede afsluiter hoort af te sluiten: traag en prachtig opgebouwd.

Adrian Quesada’s Trio Asesino @ KluB C

© CPU – Nathan Dobbelaere

Op zoek naar groove? Adrian Quesada en zijn begeleidingsband Trio Asesino to the rescue. Quesada kan je misschien kennen als een van de twee bepalende figuren in soulband Black Pumas. Nu dat project even in de koelkast ligt, kan hij zijn tijd en energie steken in zijn andere voorliefde: Mexicaanse muziek. Hoewel de muziek zich perfect leent voor een rustige opstart van de dag was de Klub C niet volgelopen voor Quesada. Als avonturier stak hij zijn set vol met Latijn-Amerikaanse ballades geïnspireerd door de gloriejaren van de jaren zestig en zeventig. De gemoedelijkheid spatte ervan af, al was het misschien toch ook net iets te veel dat. Als een soort van liefdesbetuiging voor de muziek uit zijn land van origine was het aanvankelijk nog vrij funky en dansbaar. Echter duurde het niet lang alvorens het repetitief en monotoon begon te klinken. De voorzichtige danspasjes werden dan wel bovengehaald, maar de festivaltent echt meekrijgen lukte niet. Als soundtrack voor een rustige zondag in de zetel is de muziek perfect, maar op een rockfestival met zoveel prikkels schoot het gisteren tekort.

KNEECAP @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Het bewogen parcours van KNEECAP is er eentje dat zijn kookpunt nog niet lijkt te hebben bereikt. De Noord-Ieren schoppen graag keet, maar wel altijd met de juiste bedoelingen. Helaas werkt ons rechtssysteem niet zo en kwam het drietal vooral in het nieuws door de rechtszaak rond Mo Chara. De rapper is intussen vrijgesproken en zo kunnen we ons definitief focussen op de muziek. Te beginnen met recentste plaat FENIAN, die naar ons gevoel (nog) niet de aandacht kreeg die ze verdiende. Aan de Main Stage om ze mee te ontdekken dan maar, want met “Smugglers & Scholars” dreunden de eerste bassen meteen lekker diep. We hadden het misschien niet helemaal verwacht, maar het was al binnen de paar minuten dat de moshpits zich openden en de handen tot ver de lucht in reikten.

“Get Your Brits Out” zorgde voor een enorme stroomversnelling, en dan was het hek helemaal van de dam. “Guilty Conscience” ontketende een ‘Free Palestine’-chant, waarna de hele weide een grote moshpit werd. KNEECAP nam Werchter op sleeptouw en bleef maar pompen. “Liar’s Tail” bleek live een nog grotere banger dan op plaat, en ook “FENIAN” meebrullen leek voor Werchter geen probleem. De grote kanonnen moesten dan echter nog komen, want met “H.O.O.D.” en zeker “THE RECAP” trok de bende uit Belfast de boel nog een laatste keer op magistrale wijze open. De drones in de lucht kregen de crowdsurfers niet meer op beeld gelegd, de stalen platen voor de Main Stage” bezweken onder de druk. We hadden het op voorhand niet gedacht, dat KNEECAP op het hoofdpodium zo’n goeie zet zou zijn. Maar kijk, het tegendeel werd bewezen met een uitzinnig uurtje. En dan mag de security zoveel Palestijnse vlaggen afpakken als ze maar wilde (slechte punten, Werchter!), het drietal maakte dat vanop het podium allemaal meer dan goed. En dat met een tour gefinancierd met geld verdiend aan het OnlyFans-account van de dj. Straf!

KNEECAP staat op zaterdag 7 november in Vorst Nationaal.

The Haunted Youth @ The Barn

© CPU – Jan Van Hecke

Nader The Haunted Youth eerder al speelde op The Slope en Main Stage mocht de groep rond Joachim Liebens (sp?) dit jaar in The Barn spelen. Kort na de release van Boys Cry Too was het logisch dat The Haunted Youth daarop focuste. “In My Head” toonde als openingssong de groep meteen op hun best: een donkere, stevige mix van shoegaze en rock. Het was duidelijk dat niet iedereen de nieuwe nummers kenden, maar in een bomvolle Barn werd er wel positief gereageerd als het iets luchtigere “Emo Song” werd ingezet. “Teen Rebel” werd uiteraard nog warmer onthaald, maar intussen voelt dat lied wel wat te zomers aan in een The Haunted Youth concert. “I Feel Like Shit And I Wanna Die” bracht de sfeer dan weer naar het typische niveau, maar niets kon ons voorbereiden op het instrumentale “Falling to Pieces”. Het uiterst donkere lied en haar epische opbouw kwamen zwaar binnen en deed ons even naar adem happen. “Coming Home” was dan weer een fijne uitsmijter waarmee het sterke concert van The Haunted Youth aanstekelijk werd afgesloten.

The Haunted Youth staat deze zomer nog op Cactusfestival (12 juli) en Rock Olmen (24 juli). Op 25 maart 2027 speelt de band zijn grootste zaalshow ooit, in de Lotto Arena.

Bleech 9:3 @ NEST

Bleech 9:3 is een van die bands waarvan het verhaal achter de muziek bijna even zwaar weegt als de muziek zelf. Barry Quinlan en Sam Duffy ontmoetten elkaar in een AA-programma in Dublin, verhuisden naar Londen en bouwden van daaruit in minder dan twee jaar een van de meest gevreesde livereputaties in het circuit op. Met supports voor Keo, Shame en DEADLETTER, een uitverkochte drienachten-residentie in Londen en dit jaar al meer dan vijftig gespeelde shows, klinkt de band als een groep die zichzelf al honderden keren heeft gevonden en verloren en er elke keer beter uitkomt. Dat hoorde je vrijdag in de NEST. Waar de band normaal met “Jacky” begint, kozen de leden ditmaal voor een kalmer begin met “Mysystem”, al duurde dat niet lang. Vanaf het tweede nummer sloeg de NEST volledig om: gigantische moshpits, non-stop crowdsurfers, zelfs tijdens de korte stiltes tussen de nummers door wanneer er letterlijk niets gespeeld werd. De band zelf speelde strak: geen onnodige beweging, geen moment van twijfel. “Cannonball” en “Tourniquet” deden de NEST trillen, “(Figure 8)” en “Ceiling” toonden dat ze ook de rustigere kant van hun geluid volledig in de hand hebben. Het absolute hoogtepunt was het moment waarop Quinlan in het midden van het publiek kwam, waar hij aanbid werd alsof hij een god was in de plaats van een zanger. Niet veel bands krijgen dat voor elkaar op een vrijdagnamiddag. Bleech 9:3 wel.

Bleech 9:3 speelt deze zomer nog op Cactusfestival (12 juli) en AFF (7 augustus). Op 18 september volgt er een clubshow in de Botanique.

Don West @ KluB C

© CPU – Nathan Dobbelaere

Australiër Don West kon al op een collectieve zucht rekenen wanneer hij het podium van KluB C opwandelde. De hunk kwam met zijn mooie haren, zonnebril en open hemdje opgewandeld en niet veel later gleden de eerste prachtige noten uit zijn mond. De soulvolle en zwoele muziek over liefde deden de temperatuur alleen maar meer toenemen. Met slechts een album op zijn palmares had Don West nog geen rijke catalogus om uit te putten en duurde het niet ambtelijk lang voor de eentonigheid toesloeg. Het voelde allemaal aan als een zweverige oranje gloed en na een half uurtje was dat ook wel goed geweest. Prachtige muziek en mooie zang, maar ook te veel van hetzelfde. Nu, als Don West met latere albums een beetje een andere richting uitgaat, dan zien we hem over enkele jaren met veel plezier terug in ons Belgenland.

Reneé Rapp @ Main Stage

‘Leave me alone, bitch! I wanna have fun!’ Reneé Rapp zag haar carrière in een waanzinnig tempo naar de top schieten en mag zich intussen zelfs rekenen tot een van de grootste popsterren van het moment. Sinds het succes van BITE ME werden de zalen exponentieel groter, met eerder dit jaar nog een bevestiging in een tot de nok gevulde Lotto Arena. De Main Stage van ’s lands grootste festival is dan een logisch vervolg, al was de hype blijkbaar nog niet helemaal tot in Werchter geraakt. Een maar matig gevulde weide moest het dan ook stellen met een vrij cliché poprockshow die maar matig kon bekoren.

Met “Leave Me Alone” en “Kiss It Kiss It” zaten er in het begin al twee hitjes verstopt, waarna Rapp eigenlijk vooral vrij saai werd. Vocaal zat het allemaal wel oké en de uitstraling was er, maar de nummers waren allemaal te vlakjes om echt op te vallen. Dat ze daarnaast voor wat theatrale, Amerikaanse bindteksten ging en er een “We Will Rock You”-momentje tegenaan gooide, zorgde er overigens ook voor dat de authenticiteit ver zoek was. Reneé Rapp ging dus resoluut voor een concert dat schipperde tussen de twee en drie sterren (mochten we die geven), al zorgden sommige hitjes er wel voor dat we richting de laatste optie neigden. “I Think I Like You Better When You’re Gone” was een best oke softpoplied en eigenlijk was er op alles wat sindsdien volgde ook niet al te veel aan te merken, maar… het gebeurde gewoon niet. Reneé Rapp kon met andere woorden haar status niet echt inlossen en bleef, zeker ook door gebrek aan productie, hangen in de ‘mja’-categorie.

Beirut @ The Barn

© CPU – Nathan Dobbelaere

Beirut bracht zaterdagavond een set die op sommige momenten precies deed wat goede livemuziek moet doen, maar die net zo vaak botste op een publiek dat er niet helemaal voor klaar was. Opener “No No No” klonk zacht en voorzichtig, de weemoedige blazers van “Gallipoli” daaropvolgend, en wie er stond had duidelijk een ander soort avond in gedachten dan wat Condon aan het opbouwen was. Een pretentieloze zomerstemming die weinig te maken had met de muziek zelf. De blazersarrangementen van “Elephant Gun” en “The Rip Tide” klonken warm en verzorgd, Resnick en Lanz op trompet en trombone zoals altijd strak, maar de Barn gaf niet altijd even veel terug en begon ergens in het midden merkbaar leger te worden. Wie bleef was er om de juiste redenen. Die tweede helft voelde dan ook anders: “Santa Fe” kreeg de handen op elkaar, “A Sunday Smile” bracht armen in de lucht, en het instrumentale “Serbian Cocek” en de slotblazerssectie van “The Gulag Orkestar” gaven de set een waardige afronding. “Nantes” deed wat “Nantes” altijd doet. Het was goed. Gewoon niet bijzonder.

Florence Road @ NEST

© CPU – Jan Van Hecke

Je hebt soms van die bands die zodanig snel groeien dat ze eigenlijk al te klein zijn voor het festivalpodium waarvoor ze zijn aangekondigd. Een van die gevallen was gisteren het Ierse Florence Road. Het viertal uit een bescheiden Iers stadje is momenteel viraal aan het gaan en ziet hun fanbase met de dag om enkele duizenden groeien. Dat Florence Road een naam voor de toekomst is, wisten we begin dit jaar al toen we ze als ‘Grote Beren van Morgen‘ in de etalage hadden gezet. NEST was in ieder geval al een maat te klein voor de band, althans wat de belangstelling betreft. Qua set opbouw zat het vrij goed en ook de nog onuitgebrachte nummers konden bekoren, maar de bandleden bleven nogal bleek ten opzichte van frontvrouw Lily Aron. Bewust of onbewust; ze werd echt wel uitgespeeld als het gezicht van Florence Road en die rol was ze ook wel met verve aan het vervullen. Het virale nummer “Hangin Out To Dry” droeg zijn steentje bij aan de groeiende sfeer en eigenlijk had Florence Road iedereen zo al van zich overtuigd. Aron zong met overtuiging en schuwde ook de moeilijke noten niet. Afronden deden ze met “Break the Girl” en een enthousiast reagerende NEST. Dit rook nu al verdacht veel naar de hoofdpodia.

Halsey @ Main Stage

De Amerikaanse Halsey maakte haar weg naar boven met popmuziek, maar toonde inmiddels meer dan eens haar liefde voor rockmuziek. Spelen op een rockfestival was dus geen probleem, waarbij het krachtige en stevige “Nightmare” een (letterlijk) vlammende start werd. Het duurde bovendien niet lang vooraleer Halsey begon te grunten en voor je het wist waren er al enkele hitjes uit haar recentere en vroege dagen gepasseerd. Dat ze “Castle” stillegde omdat er niet hard genoeg gesprongen werd, deed ons even met de ogen rollen, maar toonde ook lef. Niet veel later zat ze met een metalen ketting rond haar nek en liep ze daarna over en weer met een cameratechnieker, wat allebei iets te veel als een gimmick aanvoelde. Ze wist zich echter te herpakken met een rockversie van het normaal rustige “Without Me” en zelfs “Closer” met The Chainsmokers werd in een nieuw jasje gestoken. Halsey grapte zelf dat we niet verwacht hadden dat we dat lied ooit nog goed zouden vinden en wist onder andere op dat moment ook wat charme en zelfbewustzijn te tonen. Dat sommige albums amper aan bod kwamen viel niet te voorkomen op een uurtje tijd, maar BADLANDS-nummers “Colors” en “Gasoline” herbevestigden zichzelf zelfs hier als sterke nummers in haar oevre. Wie een brave popshow van Halsey had verwacht, die had het bij het verkeerde eind. De kracht, energie en gitaren die ze met zich mee had sloten perfect aan bij wat Twenty One Pilots later nog te bieden had.

Kokoroko @ KluB C

© CPU – Jan Van Hecke

Wie even wilde ontsnappen uit de dagelijkse realiteit, moest rond etenstijd in de KluB C zijn. Daar straalde Kokoroko namelijk alle liefde die het in zich had uit op het Belgische publiek met een enorm fijne show. De groep uit Londen houdt enorm veel van België en die liefde is nog altijd zeer wederzijds, want ook recentste album Tuff Times Never Last werd met open armen ontvangen. Op Rock Werchter uitte zich dat in een misschien wel onverwachts tot de nok gevulde tent, waar vibes centraal stonden.

Met hun zevenen zorgde Kokoroko voor een enorm gelaagde sound, waarbij elk bandlid permanent een momentje in de schijnwerpers kreeg. Dat zorgde voor groovy gitaarlijntjes en soulvolle blazerssecties, maar zoals gezegd vooral voor heel veel liefde. De groep nam daarom uitgebreid de tijd om haar filosofie en band met België uit te leggen, waarna de stroom geleidelijk aan begon te versnellen. Wiegen werd door subtiele aanbrengingen in de set steeds meer dansen, en dan kon ook een spontane klap niet ontbreken. Het succes van Kokoroko zat ‘m gisteren vooral in de veelzijdigheid: in de KluB C zat de sfeer goed, buiten de tent profiteerden heel wat festivalgangers in het gras van het ondergaande zonnetje. Lekker wegluisteren op zaterdagavond; we hebben er al slechtere gehad.

Ecca Vandal @ NEST

© CPU – Jan Van Hecke

Afgelopen zomer zagen we een verdwaalde Ecca Vandal stuurloos op Pukkelpop zoekende naar wat ze juist wil zijn. De zoektocht heeft echter niet lang geduurd, want deze zomer overtuigde ze ons al meermaals met haar energie en persoonlijkheid. Haar shows zijn in stijgende lijn en als ook nog eens het publiek goesting heeft in een feestje, dan schakelt de Australische een paar versnellingen hoger. Haar tweekoppige band speelde daarin een niet te onderschatten rol, want ze zorgden continu voor strakheid en intensiteit. Vandal grabbelde vooral uit haar laatst verschenen album LOOKING FOR PEOPLE TO UNFOLLOW en die ongeremde energie die je daarop al kon vinden werd live gemaximaliseerd. Zelfs het hiphopstukje met “BLEACH” verteerde het publiek goed, maar het dak ging er pas echt af bij “CRUISING TO SELF SOOTHE”, “Vertical Words” en “SORRY! CRASH”. Zo zie je maar wat je in een jaar tijd kan bewerkstelligen als je de focus op de juiste zaken legt.

Ecca Vandal staat op dinsdag 8 september in de Ancienne Belgique. Alle tickets zijn echter al de deur uit.

Matt Berninger @ The Barn

© CPU – Nathan Dobbelaere

Dertien jaar. Zolang is het geleden sinds The National nog eens op een Rock Werchter-affiche stond. Maar gisteren kwamen we toch gevaarlijk dichtbij, aangezien frontman Matt Berninger The Barn mocht laten vollopen. We moeten er daarbij geen doekjes om winden: da’s een tent die perfect aansluit bij de muziek van de Amerikaan. Solo ligt hetgeen hij brengt namelijk perfect in lijn met zijn werk bij The National, wat zich gisterenavond uitte in een soort best-of set. Die begon weliswaar met een valse noot door een technisch probleem, maar dat zorgde meteen voor een band tussen Matt en publiek.

“No Love” maakte meteen een bruggetje naar de tekst die op de drums te lezen stond: ‘Fuck Trump’. ‘Can’t wait ‘till that orange is frozen’ was de intro van “Frozen Oranges” en daarmee wisten we eigenlijk meteen genoeg: Berninger was in (licht beschonken) vorm. Het bespelen van de mondharmonica was zijn nieuwste trucje, dat-ie blij als een kind wilde tonen, waardoor alles ook gemoedelijk bleef aanvoelen. “One More Second” werd zou nog gespeeld worden voor een FaceTimende fan, al was het vooral het daaropvolgende “Nowhere Special” dat indruk maakte. Berninger ontbond steeds nadrukkelijker zijn onvoorspelbare duivels en eindigde zelfs nogal ongemakkelijk bovenop zijn drumstel. We waren dus op toerental gekomen, zeker toen het stukje met The National-nummers aanbrak. Voor “Terrible Love” haalde de frontman Beirut terug het podium op, zodat hij zelf alle uithoeken van The Barn kon gaan verkennen: euforie alom. “Bonnet of Pins” bewees ook live een enorme schijf te zijn en afsluiter “Inland Ocean” zette de kers op een zeer lekkere taart. Matt Berninger is en blijft een fenomeen, en onderstreepte daarmee nog maar eens dat zijn persona voor magie kan zorgen in een tent als The Barn. Sterke set!

VOILÀ @ KluB C

© CPU – Jan Van Hecke

Er waren op voorhand een paar kleine verschuivingen in de timetable van Rock Werchter. Bleech 9:3 maakte zijn rentree en zo verschoof VOILÀ uiteindelijk richting de Klub C. Het duo bestaande uit de voormalige straatmuzikant Guss Ross en model/acteur Luke Eisner heeft werk gemaakt om de show met zoveel mogelijk nutteloosheden op te blazen. Missie geslaagd, want toen wij binnenkwamen kregen we pardoes lichtgevende konijnenoortjes in de hand gedrukt. Een vriendelijke attentie waar een halfvolle Klub C het nodige amusement in vond, maar het verdoezelde niet de armoede die schuilging in de nummers. Luke Eisner was meer bezig met er goed uit te zien dan met goed gitaar spelen en Guss Ross probeerde met alle clichés van dien de sfeer op te krikken. De show voelde al snel even oppervlakkig aan als de gemiddelde romcom op Netflix of Amazon Prime. Daar is natuurlijk een publiek voor, maar wij hadden toch op iets meer gehoopt. Geef ons dan maar een fles Cola die al twee weken openstaat: die zal uiteindelijk minder plat smaken dan het concert die VOILÀ ons gisteren voorschotelde.

Ondanks deze lovende recensie goesting om naar hun show in de Ancienne Belgique te gaan? Kruis dan maar maandag 30 november aan in je agenda, want dan zakt de band af naar Brussel.

Pixies @ The Barn

© CPU – Jan Van Hecke

Ze hebben het weer geflikt bij Rock Werchter, een cultband in The Barn programmeren. Pixies mag zich zo in het rijtje van onder meer Editors, The Prodigy en Franz Ferdinand nestelen, waarbij je eigenlijk al op voorhand van een legendarische set kon spreken. Nog iets dat je op voorhand kon weten, was dat je effectief ook op tijd in de tent moest staan om Francis Black en zijn band aan het werk te zien, want de rode kruisjes waren wederom van de partij. De Amerikanen hebben dan ook een reeks klassiekers bij elkaar geschreven die de standaard Werchter-ganger een warm hart toedraagt, al moet daarbij ook wel gezegd dat de band nog altijd garant staat voor dijken van liveshows. Eén en één was ook gisterenavond nog altijd twee, en zo was de elektriciteit in de lucht instant voelbaar.

Pixies hoefde daar zelfs niet eens meteen voor uit te pakken, en kreeg de tent mee op sleeptouw door gewoon strak te spelen. “Here Comes Your Man” bracht alles wel in een stroomversnelling en deed The Barn magistraal op haar grondvesten daveren – de Amerikanen hadden het publiek bij het nekvel en waren niet van plan nog los te laten. Niet per se door de intensiteit hoog te houden, wel door als een goed geoliede machine hun legendenstatus te onderstrepen. De echt grote hits zaten daarbij goed verspreid doorheen de set, waardoor je permanent het gevoel kreeg dat Pixies opbouwde naar een volgend hoogtepunt. Soit, we kunnen onze alinea volmaken door van alle details te vertellen, maar het zat ‘m bij de Amerikanen vooral in het geheel. En natuurlijk waren onder meer “Monkey Gone To Heaven” en “Where Is My Mind?” daarin nog absolute hoogtepunten. Oude liefde roest niet, en Pixies en Rock Werchter blijven een match made in heaven.

CMAT @ KluB C

© CPU – Jan Van Hecke

‘You better work’chter, bitch!’, klonk het aan het begin van CMAT’s set, waarna de Ierse tijdens opener “The Jamie Oliver Petrol Station” als een wervelwind over het podium gleed. Samen met haar ‘super sexy band’ maakte CMAT er meteen een meer dan energieke bedoening van en het publiek ging er helemaal in mee. Tijdens “I Don’t Really Care for You” haalde de zangeres de dramatische komische diva in zichzelf naar boven, maar het duurde ook niet lang vooraleer CMAT de inhoud van haar muziek belichte. “Take a Sexy Picture” werd ingeleid met een praatje over alle kritiek die ze krijgt op haar atypische voorkomen en werd vervolgens volmondig meegezongen, net als “EURO-COUNTRY” over haar thuisland. Dat het publiek uit haar hand at was al meer dan duidelijk, waarna CMAT het publiek overlade met complimenten. CMAT had dus een goeie tijd, wij hadden een goeie tijd en de band was ‘on fire’. Wederom een ultieme CMAT ervaring!

The Reytons @ NEST

The Reytons sloten de Nest af en lieten ons achter met gemengde gevoelens, waarbij het mengsel zwaar naar één kant overhelde. Vier kerels uit Rotherham die indierock spelen alsof 2006 nooit is geëindigd, met Arctic Monkeys als duidelijk referentiepunt maar zonder veel van wat die band interessant maakte. Frontman Jonny Yerrell deed tussendoor ook zijn gebruikelijke ronde: The Reytons zijn een independent band, iets wat hij op elke show zo nadrukkelijk herhaalt dat het eerder een marketingslogan dan een persoonlijke overtuiging begint te klinken. De vlammenwerpers die ze meebrachten zeiden eigenlijk genoeg: dit is een band die indruk probeert te maken met middelen van buitenaf, omdat de muziek zelf niet altijd genoeg te zeggen heeft. “Kids off the Estate” en “Low Life” kregen de moshpit gaande, en dat is hun sterkste troef, een publiek dat er al voor klaar staat voor het eerste nummer begint. Maar wie iets verwachtte dat verder ging dan pompende pubrock met weinig diepgang, keek al snel op zijn horloge. Een afsluiter van de Nest die de dag op een lager pitje eindigde dan hij verdiende.

The Reytons staat op 26 februari 2027 in Trix.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Onze recensie van Gorillaz lees je hier.
Onze recensie van Twenty One Pilots lees je hier.
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.

Deze recensies werden geschreven door Lucas PalmansSimon Meyer-HornRobbe Rooms en Tjorven Florin.

Related posts
InstagramLiveRecensies

Twenty One Pilots @ Rock Werchter 2026: Op handen gedragen

Toen Twenty One Pilots vorige keer op Rock Werchter stond, was dat misschien wel de headliner waar zowel voor als na de…
InstagramLiveRecensies

Gorillaz @ Rock Werchter 2026: Herpakte aap

Gorillaz is intussen niet meer aan hun proefstuk toe. De band rond Damon Albarn heeft intussen negen albums uit, waarvan The Mountain…
InstagramLiveRecensies

Rock Werchter 2026 (Festivaldag 2): Alice in Werchterland

Het was dag twee en de benen waren zwaar, maar de agenda was te goed om te negeren. Na een openingsdag die…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *