
© CPU – Jan Van Hecke
Toen Twenty One Pilots vorige keer op Rock Werchter stond, was dat misschien wel de headliner waar zowel voor als na de set de meeste inkt over vloeide. Het is geen geheim dat de doorwinterde festivalganger niet meteen openstaat voor vernieuwing noch verjonging van de affiche, maar Tyler Joseph en Josh Dun maakten toch behoorlijk wat indruk. Zoveel zelfs, dat ze gisteren mochten terugkeren als absolute afsluiter van de Main Stage. De organisatie zal alleszins een extra veiligheidscontractje hebben voorzien, aangezien de frontman destijds onbeveiligd tot in de nok van het hoofdpodium klom, al was dat legendarische moment ongetwijfeld ook een van de redenen waarom de band mocht terugkeren. Dat doet ze overigens in het kader van recentste plaat Breach, waarmee ze letterlijk en figuurlijk een hoofdstuk afsluit. Dat ons land voor de laatste twee hoofdstukken werd overgeslagen, zorgde ervoor dat de Amerikanen alles uit de kast haalden.
Twenty One Pilots is namelijk niet vies van een streepje spektakel en pakte uit met een set die anderhalf uur bleef boeien.
Je kon er dan ook al de hele dag niet omheen: de weide puilde uit van de, al dan niet zelfgemaakte, Twenty One Pilots-shirts. De band heeft een enorm toegewijde fanbase, waardoor het terrein voor de Main Stage voller voelde en oogde dan de voorbije dagen. Dat er voor het eerst ook echt geen enkele andere band tijdens de headliner speelde zal daar ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld, maar goed. De ‘Is there anybody out there?’, waarmee Tyler Joseph “The Contact” begon, was dan ook een retorische vraag. De Amerikanen lieten het publiek echter nog even sudderen en hielden de hitjes nog even achter de hand, zodat ze konden tonen wat ze echt in huis hadden. In “Center Mass” stond bijvoorbeeld de opbouw centraal, “Next Semester” toonde dan weer dat Josh Dunn een enorm sterke drummer is.

© CPU – Jan Van Hecke
Twenty One Pilots raasde aan een vrij hoog tempo door de discografie, waarbij vooral opviel hoeveel verschillende richtingen de band doorheen de jaren is uitgegaan. Het coole daaraan was dan weer dat ze hun eigen boekje nooit te buiten gaan doorheen die reis, maar het verhaal in hun eigen handschrift uit blijven breiden. “Shy Away” was bijvoorbeeld meer poppy, terwijl “Heathens” de donkerte opzocht. Bij die laatste kregen we meteen ook een eerste glimp van de spektakelshow die het duo had meegebracht, met vuur(werk) en een strakke lichtshow. Het droeg er allemaal toe bij dat de wuivende handjes steeds verder naar achter op het terrein reikten, zeker omdat er met “Stolen Dance” van Milky Chance nog een extra meezinger verstopt zat in “One Way”.
Een enorm leuke festivalset dus, die alsmaar plezanter werd. “Tear In My Heart” kreeg bijvoorbeeld een leuke pianogroove, en voor “Jumpsuit” stak Tyler Joseph de boel eigenhandig in de fik. Het hek was tegen dan redelijk definitief van de dam, dus ging Twenty One Pilots nog een stapje verder. Voor “Drum Show” kroop Josh Dunn in de speciaal voor deze set opgezette stelling naast het podium – dan toch geleerd uit vorige keer! – om van daaruit zijn kunnen op de weide af te vuren. Leuke extra: op de achterkant van zijn broek lazen we bij het naar boven klimmen de naam van het festival. En zulke details zaten nog wel in de set verstopt. De fakkel van het Trench-tijdperk, de rode muts uit de Blurryface-periode. Voor de dagjestoerist waarschijnlijk louter toeval, voor de fans betekende het wel degelijk iets.

© CPU – Jan Van Hecke
Ook Joseph begon het publiek steeds meer op te zoeken, door bijvoorbeeld “Ride” te brengen vanop het platform aan een lichtmast halverwege het terrein. Gedragen door een zee van lampjes op “Drag Path” was zo stilletjes aan het einde aangebroken, en dus was het tijd voor de hitjes. Al blijft het vooral de vraag waarom “Tally” dat tot op vandaag nog niet is – zeker in de mash-up met “Believe” van Cher. En over iconen gesproken: Jack White gaf eigenhandig zijn toestemming om “Seven Nation Army” te coveren. Dichter bij een anthem en festivalgevoel kom je natuurlijk niet. De baslijn golfde over de weide, “Stressed Out” gaf de finale slag in het gezicht. De wereldhit bracht de euforie die ervoor zorgde dat in afsluiter “Trees” alles nogal overdonderend binnenkwam. De weide sprong nog een laatste keer mee, en droeg Twenty One Pilots uiteindelijk ook letterlijk op handen. Joseph en Dunn sloegen in een regen van vuur en confetti nog eens op de drums, en leken oprecht onder de indruk van hun set.
‘Bedankt om deze twee simpele Amerikanen altijd met open armen te ontvangen’, was het besluit vanop het podium, en daar zouden uiteindelijk zelfs de sceptici het over eens moeten zijn. Oké, Twenty One Pilots is er zeker niet voor de meerwaardezoeker, maar bewees gisteren wel dat het wel degelijk een headliner is die een festival als Rock Werchter kan afsluiten. De goesting is enorm aanwezig, de hitjes doen wat ze moeten doen en de productie bleek subtiel doch overweldigend waar nodig. Josh Dunn en Tyler Joseph hebben effectief een gigantische fanbase, maar die helpt hen wel om het familiegevoel verder door te geven als de band nog eens optreedt in ons land. Twenty One Pilots kwam, zag en overwon op Rock Werchter, en gaf de haters lik op stuk.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van de derde festivaldag lees je hier.
Onze recensie van Gorillaz lees je hier.
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.
Setlist:
Overcompensate
The Contact
Center Mass
Shy Away
Heathens
Next Semester
One Way / Stolen Dance (Milky Chance-nummer)
Tear in my Heart
Jumpsuit / City Walls
Nico and the Niners
Heavydirtysoul
Drum Show
RAWFEAR
Drag Path
Ride
Tally / Believe (Cher-cover)
Seven Nation Army (The White Stripes-cover)
Stressed Out
Trees





