
© CPU – Ann Carpentier
Nadat we op de tweede dag van Gent Jazz met José Gonzalez en Angus & Julia Stone een portie verfijnde singer-songwriters aan het werk zagen, werd de lijn der sterke tekstschrijvers doorgetrokken naar de derde dag. We gingen daarvoor deze keer de tour van de folk en americana op, met onder meer Luka Bloom, Suzanne Vega en John Hiatt. Die laatste is overigens aan zijn afscheidstournee bezig en we mochten ons in Gent gelukkig prijzen, want die tournee werd beperkt tot negen Europese tourdata.
TP Le Green @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Deze dag werd wederom op gang getrapt met muziek van eigen bodem, deze keer van de hand van TP Le Green. Dat verliep niet meteen van een leien dakje en er was wat afstand te merken tussen publiek en frontman Tim Beernaert. Beernaert sprak, als Vlaming op een Vlaams festival, het publiek voortdurend in het Engels toe. Dat terwijl wij tijdens de eerste nummers vooral het gevoel kregen dat de Engelse taal bij Beernaert minder vlotte dan bij andere Belgische artiesten. Het verhaal over het verlies van zijn zoon stond centraal en hoewel we vinden dat de emotie zeker geuit moet worden en de verhalen achter de nummers hartverscheurend zijn, kwamen de teksten niet binnen. Het hielp daarbij niet dat “Your Garden” aanvoelde als een lied waar maar geen einde aan leek te komen. Gitarist Joost Zweegers mocht daarbij wel beloond worden voor zijn knappe achtergrondzang. Beernaert kreeg ook nog ondersteuning van Sarah Green die enkele nummers met hem kwam meezingen, maar de eerste keer dat TP Le Green in de buurt kwam van overtuigen was pas met het rockende “Crash and Burn”, oorspronkelijk van Angus & Julia Stone. Met het met panache gebrachte “We All Need Someone” ging Beernaert wel nog even door op dat elan, maar over het algemeen was TP Le Green geen overtuigende opener.
RAMAN. @ Garden Stage

© CPU – Ann Carpentier
Tegenwoordig komt RAMAN. voornamelijk in het nieuws als de vervanger van Raymond Geerts bij Hooverphonic. Dat de jongeman bakken talent bevat weten ze in Gent, bluesstad bij uitstek, wel al langer dan vandaag. RAMAN. liet dan ook voornamelijk zijn gitaar spreken en die mocht op tijd en stond ook eens lekker scheuren. De gitarist droeg zijn show op aan de veel te vroeg overleden Tiny Legs Tim en daarvoor kwam ook Matis Cooreman het podium op, die ons op een straf staaltje mondharmonica trakteerde. Op vraag van RAMAN. werd daarna ook nog wat voor het podium gedanst en dat paste perfect bij het stralende zonnetje. De show van RAMAN. was goeie reclame voor de Gentse bluesclub Missy Sippy, die zich voor een halfuurtje even op een zonovergoten Garden Stage leek te bevinden.
Luka Bloom @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Dat Luka Bloom een graag geziene gast is in Gent, wist hij zelf ook. De Ier begon met een knap instrumentaal nummer, om vervolgens ‘my name is Luka te grappen’, zinspelend op de grote hit van Suzanne Vega. Bloom kan natuurlijk naast grapjes ook als geenander verhalen vertellen en liet dat ook in Gent niet na, wat hem ook nog wat sympathiepunten opleverede. Hij vertelde onder meer over zijn vader, die overleed toen hij nog maar achttien maanden oud was, als intro tot “The Man Is Alive”. Ook vertelde hij hoe Gent voor hem als thuiskomen voelt en hoe hij zich zijn eerste concert in de Vooruit met Cowboy Junkies herinnerde. Mocht hij al iets fout gedaan kunnen hebben, dan was dat vanaf toen al helemaal onmogelijk. Het publiek at Bloom uit de hand en zong gretig mee met “Sunny Sailor Boy”, om daarna nog ettelijke keren vol overtuiging mee te zingen op commando van Bloom. Meeklappen hoefde niet voor de Ier, want naar zijn zeggen zaten er in het publiek vier drummers, die allemaal een ander nummer drumden. Met “You Couldn’t Have Come Better Time” had hij nog een prachtige toegift voor het publiek. Of die eerst op de setlist stond zullen we nooit weten, want Bloom had er eentje gemaakt, maar besloot die te veranderen gebaseerd op de interactie met het publiek.
Cheap Cult @ Garden Stage

© CPU – Ann Carpentier
Ook Cheap Cult kon nog op het zonnetje rekenen en dat ging hand in hand met de muziek samen. De band bracht heerlijk dromerige muziek, met een gitaar waar de nodige effecten op zaten, fantastische baslijnen en drums. Daar kon dan ook nog eens op gedanst worden, wat hier en daar dan ook gedaan werd tijdens “Make Up Your Mind”, waarna we weer mochten dromen bij “Dirty Jeans”. De korte set van Cheap Cult vloog zo nog sneller voorbij dan we hadden verwacht.
Suzanne Vega @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Met “Marlene On The Wall” opende Suzanne Vega direct met een hit en dat deed meteen wonderen. Als vaste festivalgaste wist ze met enkele anekdotes meteen het publiek mee te krijgen. Ze bleef nog even uit haar oudere repertoire puren, maar waarschuwde dat er ook nog nieuw materiaal zouden krijgen. Met “Soldier” kregen we nog een lange klassieker, die volgens Vega niet alleen lang maar ook nog eens droevig en tragisch was. Ze vervolgde met iets snels in de vorm van “Heroes Go Down”, dat werd opgedragen aan Elvis Costello en halverwege overvloeide in een instrumentale versie van “Pump It Up”, gevolgd door “Lipstick Vogue”, evenzeer van de pen van Costello. De Amerikaanse bleef dicht bij haar inspiratiebronnen, want “Chambermaid” bevatte de instrumentatie van Bob Dylans “I Want You” en werd geschreven vanuit het karakter van de kamermeid uit dat lied. Vega verklaarde daarna nog dat ze Dylan ooit een kus gaf en vervolgde met iets wat wel erg veel weg had van “All Along The Watchtower”. Nadat ze ook wat van haar nieuwere nummers gebracht had, was het nog eens tijd om het vat met hits open te trekken. “Luka” kon vanzelfsprekend op de luidste reacties rekenen en werd in alle sereniteit door velen meegezongen. “Tom’s Diner” mocht dan weer wat uitbundiger en Vega zette daarvoor zelfs een hoed op, terwijl ze sipte uit haar koffiemok van Tom’s Diner. Het leek er daarna even op te zitten, maar de zangeres bracht ook nog “Walk On The Wild Side”, dat met de minimale bezetting van elektrische gitaar en cello zelfs niet half zo goed was als het origineel. Het nummer zonder de iconische baslijn brengen is nog net geen strafbaar feit en maar goed ook dat ze dat daarna wel nog goed maakte met een leuke uitvoering van “Rosemary”.
John Hiatt @ Main Stage

© CPU – Ann Carpentier
Met John Hiatt stond voor de tweede keer op de avond één man met één gitaar op het podium. Het moet meteen gezegd worden dat de beste man, die altijd al een unieke stem heeft gehad, niet al te best bij stem meer was. In de opbouw naar het refrein van van “My Old Friend” liet zijn stem het tot twee keer toe zo goed als volledig afweten. Toch zette John Hiatt een straffe set neer, want zowel zijn gitaarspel als teksten staan na al die jaren nog steeds als een huis. Het leek de fans ook niet te deren dat Hiatt moeite had met het zingen en waar mogelijk werd hij door de fanatiekelingen vocaal ondersteund, zoals al een eerde keer gebeurde tijdens “Real Fine Love”. Het siert Hiatt dat hij ondanks alles zijn Europese fans wel nog een mooi afscheid wil geven en zo was hij met momenten zelfs vertederend. De welgemeende lach toen hij ‘I’ve sang these songs a thousand times’ zong tijdens “Long Time Comin” was goud waard. Het gitaargeweld van Doug Lancio dat we kennen van de studioversie moesten we erbij denken, maar nu Lancio sinds enkele weken geen deel meer uitmaakt van Bob Dylan’s tourband, kan er misschien wel nog iets geregeld worden voor Hiatt’s Amerikaanse tournee.
Hiatt’s show had hier en daar overigens wel deugd kunnen hebben van wat slidegitaar of mandoline. Gelukkig is die geweldige instrumentale melodie van het emotionerende “Crossing Muddy Waters”, dat even een valse start kende, zelfs met enkel gitaar fantastisch. Ook met “Adios To California” zorgde Hiatt voor kippenvel, met name bij de laatste keer dat hij ‘only way you leave this town’ zong. Met onder meer het enthousiast meegezongen “Perfectly Good Guitar” en de knappe trage blues “Feels Like Rain”, had de Amerikaan nog voldoende nummers om zijn grote klasse als songwriter te illustreren. De allermooiste werd echter voor het absolute slot bewaard, net na een swingend “Memphis In The Meantime”. De eerste akkoorden van “Have A Little Faith In Me” veroorzaakten luid applaus en Hiatt zong net iets beter dan voorheen. Het was haast magisch toen het enige frisse briesje van de set doorheen de tent waaide net toen hij ‘come here darlin’, from a whisper start to have a little faith in me’ zong. John Hiatt mocht dan wel niet meer goed bij stem zijn, maar het is een aparte klasse om met een kapotte stem nog steeds een geweldig concert te geven.
Curiousity Shop @ Garden Stage

© CPU – Ann Carpentier
Curiosity Shop mocht de dag op de Garden Stage afsluiten en deed dat voor een aanzienlijke hoeveelheid toeschouwers. De Schotse band pakte zijn kans met twee handen en imponeerde met dromerige indiefolknummers, die enorm goed in elkaar zaten. Een late avond gecombineerd met zo’n sterke nummers kon maar in één ding uitmonden, namelijk een groot dansfeest dat vlak voor het podium plaats vond. De band heeft nog maar één single op de teller, maar het is duidelijk dat er snel meer moet komen, want zelfs na de set bleven mensen om meer schreeuwen. De band kwam uiteindelijk wel nog terug het podium op, maar helaas wel om te zeggen dat ze geen nummers meer hadden. Het zou ons allerminst verbazen mochten we nog erg veel van Curiosity Shop gaan horen.
Er viel weer veel moois te zien op de derde dag van Gent Jazz. Deze stond volledig in het teken van de schrijvers van het betere lied, met John Hiatt als absolute grootmeester bovenaan de affiche. Ook Suzanne Vega en Luka Bloom, beiden erg graag geziene gasten in België, scoorden wederom. Het meest enthousiaste publiek van de dag was echter voor Curiosity Shop, dat laat op de avond nog voor een gezellig dansfeest optekende.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van de eerste dag lees je hier. Onze recensie van de tweede dag lees je hier.






Vanaf nu is 5 Juli ‘Bloomsday’