Er is weinig beter dan op een zonnige dag de radio ‘vollen bak’ te zetten en wat Motown Soul te draaien. Er zijn echter dus wel nog dingen die beter zijn, namelijk in de fantastische airco in de Antwerpse Stadsschouwburg zitten, op een avond dat er niet één maar twee legendarische Motownbands op het programma staan. De eerste daarvan was The Four Tops, waarvan geen enkel stichtend lid nog in leven is. Last man standing Abdul “Duke” Fakir liet in 2024 het leven, twee dagen na het aankondigen van zijn pensioen, maar dat betekende nog niet het einde van The Four Tops. Met Theo Peoples en Ronnie McNeir stonden er in de Stadsschouwburg twee zangers op het podium die al sinds het einde van de jaren negentig met de band speelden en dus nog met de stichtende leden hebben opgetreden.
Met Lawrence Payton Junior stond er ook een zoon van een stichtend lid op de bühne en het was ook hij die zijn medezangers voorstelde nadat Pieces Of A Puzzle, het begeleidingsorkest van de band, het concert op gang trapte met “Overture”. Payton Junior toonde zich meteen een geboren publieksmenner en terwijl hij over het podium dartelde vroeg hij het publiek om hun favoriete nummers, om vervolgens de gevleugelde woorden ‘we’ll do ‘em all’ te spreken. De band pakte meteen uit met een ferme hit in de vorm van “Baby I Need Your Lovin'”, waarmee Peoples met zijn imposante stem meteen het hele publiek omver blies.
The Four Tops ging verder op dat elan met een energieke uitvoering van “Bernadette”, die vervolgens moeiteloos overvloeide in “It’s The Same Old Song” en dat was genoeg om hier en daar al mensen aan het dansen te krijgen. De energiepijl kon vanzelfsprekend niet zo hoog blijven en dus werd er voor de vier zangers een stoel het podium gezet, van waarop Payton Junior vertelde over hoe de band al sinds 1954 bestaat en hoe zijn vader en zijn metgezellen in de beginjaren backingzang deden bij heel wat grootheden zoals Count Basie en Dinah Washington. Het was evenzeer tijd voor wat rustigere muziek, met de leuke ballad “Ask the Lonely”, dat beëindigd werd door de namen te noemen van de oprichters van de band; een zoveelste teken van respect.
Er werd vanzelfsprekend niet enkel gedanst bij het publiek, maar ook op het podium en de twee ontmoetten elkaar een eerste keer tijdens “Still Water (Love)”, toen Payton Junior hand in hand stond te dansen met een vrouw die zich vlak voor het podium bevond. De band bracht ons overigens niet enkel terug naar de gouden jaren van Motown, maar ook naar de jaren vijftig. “Mack The Knife” van Bobby Darin werd op erg vrolijke wijze gebracht en iedere strofe werd door een andere zanger gebracht. Het hoogtepunt daarvan was ongetwijfeld de Louis Armstrong-imitatie van Payton Junior.
De tijd voor nog wat meer gekkigheid was aangebroken. Met “Loco in Acapulco”, waarop wederom gretig gedanst werd, zat dat al in de titel, maar het opvallendste moment van The Four Tops-set moet de gitarist geweest zijn die Payton Junior naar eigen zeggen vandaag pas had ontmoet. De man werd het podium opgehaald, nadat hij aan de deur had staan wachten en vuurde een hoop smakelijke blueslicks op het publiek af tijdens “Kansas City”. De man kreeg een oververdiend applaus.
De eerste woorden van “Get Up (I Feel Like Being A Sex Machine)” waren genoeg om het publiek recht te krijgen voor “When She Was My Girl”. Na een wederom energiek “Ain’t No Woman (Like The One I’ve Got)”, mocht er weer even uitgerust worden. Peoples vroeg om een Absolute on the rocks, maar dat wou Payton Junior hem niet geven, dus moest hij het maar met een watertje stellen. Het belette hen er niet van een fantastische uitvoering te brengen van “Reach Out I’ll Be There”, met wederom die o zo fantastische stem van Peoples als hoogtepunt. Het slot was weggelegd voor een laatste monsterhit met “I Can’t Help Myself (Sugar Pie Honey Bunch) en dat zorgde ervoor dat we met een goed gevoel aan onze eigen drankpauze konden beginnen.
Ook The Temptations begonnen met een overture; specifiek “Overture 2025”. Dat verliep vlekkeloos, maar toen Terry Weeks aan “Get Ready” wou beginnen bleek er ergens iets toch niet helemaal ready te zijn en kregen we een piepende galm voor de kiezen. Weeks bleef vrolijk verder zingen, terwijl zijn microfoon een tiental seconden niet gewerkt moet hebben. Datzelfde probleempje deed zich niet veel later ook nog eens voor tijdens het swingende “The Way You Do The Things You Do”, waarbij voor de vijf zangers een heus en vrij verfijnd gechoreografeerd dansmoment kwam. Die technische problemen deden gelukkig niets af van de geweldige falsetto van Weeks.
Ondanks dat er met Otis Williams nog een origineel lid in The Temptations zit, waren het voornamelijk Weeks en Tony Grant die de meeste stukken leadzanger voor zich namen en dat is ook niet verwonderlijk, want Williams is zijn hele leven lang al de man die zich liever op de achtergrond bevindt. Het zal hem wel helpen dat Grant het voortreffelijk doet als showman en zanger. De beste illustratie kwam er met een fantastische uithaal na het gedonderd in “I Wish It Would Rain”, nadat we ook al getrakteerd werden op zijn voortreffelijke zang tijdens “Ain’t Too Proud To Beg”, dat door de blazers werd gedragen.
The Temptations hanteerden min of meer dezelfde formule als The Four Tops in de Stadsschouwburg en dat betekende ook hier en daar een gezapig lied. Voor The Temptations kwam dat er met “Just My Imagination (Running Away With Me)” en het vluchtige “Beauty Is Only Skin Deep”. Daartussen kregen we wel nog een elegante knieval van Ron Tyson. Ook de stoelen maakten hun rentree en terwijl Williams zat te mopperen over de warmte, werd zijn hoofd afgedroogd door zijn medezanger. Er werd verteld dat hij zo zweette omdat hij net zijn verjaardag had gevierd, waarna de nadruk op zijn vierentachtigjarige leeftijd werd gelegd. Het publiek zong spontaan “Happy Birthday”, al verjaart Williams eigenlijk eind oktober. Dat gezegd zijnde kunnen we wel begrijpen dat hij aan het zweten is mocht hij effectief zijn verjaardag al sinds dan aan het vieren zijn.
De zangers brachten al zittend ook nog nieuwer materiaal. Het door Smokey Robinson geschreven “Is It Gonna Be Yes Or No” verscheen namelijk pas in 2022 en het was dan ook duidelijk dat het publiek daar niet meteen op zat te wachten. Dat werd wel meteen goedgemaakt met het altijd geweldige “Papa Was a Rollin’ Stone”. Daarna had de band maar een paar hits meer te gaan en “My Girl” was daar de eerste van. De band bracht het nummer eerst zelf, om vervolgens vier dappere mensen uit het publiek naar het podium te brengen, die één voor één samen met de band zongen.
De één deed dat trouwens ook al beter dan de ander, maar voor de vier fans in kwestie leverde het ongetwijfeld een onvergetelijk moment op. Of de rest van het publiek er wat aan had is een andere vraag, maar binnen de feestsfeer leek het wel nog te passen. Het leek er daarna even op te zitten, maar de band kwam al snel terug voor “Treat Her Like A Lady”. Die toegift is in tegenstelling tot bij heel wat andere acts geen vast ritueel, want in Utrecht werd het twee dagen geleden bijvoorbeeld niet gebracht.
Het publiek in de Stadsschouwburg van Antwerpen mocht zich gelukkig prijzen, niet alleen met de toegift, maar ook met de gehele avond. Die was rijkelijk gevuld met die fantastische Motown-hits, die gebracht werden door zangers die gezien hun geschiedenis met de oprichters van de bands, de nummers met voldoende authenticiteit wisten te brengen.






