
© CPU – Joost Van Hoey
De laatste dag van een festival is altijd een speciale. Veel bezoekers zijn al redelijk vermoeid, maar willen toch nog een laatste keer alles geven en gaan helemaal op tussen de nog fris en fruitige dagtoeristen. Terwijl we al uitkeken naar terug normaal eten, begaven we ons voor de laatste keer dit jaar op de weide van Rock Werchter. Over het algemeen vormde de dag een mooi slot met enkele zeer memorable momenten: David Byrne die een ijzersterke show bracht, Sierra Ferrell die The Barn deed linedansen en Jessie Murph die een gigantische blauwe piemel op iemand uit het publiek schilderde. Voor elk wat wils dus! Al viel het toch op dat de programmatie zich vandaag iets meer naar een ouder publiek richte, met The Cure als ultieme hoogtepunt.
Kaat Van Stralen @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Kaat Van Stralen was de eerste van de laatste artiesten die dit jaar op de Main Stage mocht spelen. Met haar drie bandgenoten nam ze een vliegende start om iets meer dan een half uur te knallen. De energie zat meteen goed, maar de snelle teksten en harde muziek zorgden ervoor dat niet alles verstaanbaar was in het begin. Bij “Aerobics” was de frontvrouw al beter te verstaan, waarbij de ode aan Pamela Anderson een goeie zet was. Ook Annelies Verlinden en later Theo Francken en zijn zwembad werden aangehaald in de bindteksten, waarmee Kaat Van Stralen haar actuele blik op de wereld onderstreepte. Harde muziek en scherpe teksten gaven onder meer een pijnlijk accurate omschrijving van ADHD en Kaat maakte meer dan duidelijk dat ze een energiebom is. “Stop Met Wenen” liet wat mensen meezingen en was zo een goed slot van een coole set.
Kaat Van Stralen staat deze zomer nog op Rock Herk Encore (16 juli), Dour Festival (19 juli) en Maanrock (28 augustus). Op 3 december volgt er een clubshow in de Ancienne Belgique.
Darren Kiely @ The Barn

© CPU – Denis Moraux
Dit jaar kwam je als liefhebber van indiefolk vol aan je trekken op Rock Werchter. Wie nog geen overdosis akoestische gitaren heeft gehad, kon gisteren bij Darren Kiely als opener van de dag in The Barn terecht. De Ier trok via New York naar Nashville en leerde daar de kneepjes van het folkvak. Stilistisch doet hetgeen hij maakt wat denken aan die toegankelijke popfolk van Noah Kahan, maar dan gezongen met de geraspte stem van Dermot Kennedy. Er was verrassend veel volk afgezakt voor een eerste artiest op de laatste festivaldag en dat stelde Darren Kiely kennelijk op zijn gemak. Aanvankelijk zaten we nog wat opgescheept met een dertien in een dozijn-gevoel, maar met elk nummer groeide de appreciatie en waardering voor zijn nummers. Het definitieve kantelpunt was het catchy “Say I”, dat achteraf terecht op veel bijval kon rekenen. The Barn werd gecharmeerd door Darren Kiely en op het einde glunderde hij met een kamerbrede glimlach die verraadde dat alles goed wat gelopen.
Darren Kiely staat op 29 oktober in Kavka Oudaan.
Tsar B @ KluB C

© CPU – Denis Moraux
Tsar B kreeg in KluB C amper een half uurtje de tijd om de mensen te overtuigen en koos ervoor om te beginnen met “O dolce”, wat een magische start opleverde. Toen de beat inviel bij “Symphony” leek het optreden echt van start te gaan, waarbij de drie muzikanten helemaal in de muziek opgingen. Het trio zocht het experiment wat op en nam zo het publiek mee in het rijk van Tsar B. Er werd niet gekozen voor een makkelijke set met bekendere songs, maar “Underwater” werd als ouder nummer wel herkend. De focus lag dus duidelijk op The Writer, waarbij “Song by the sea” een van de hoogtepunten werd. Het absolute hoogtepunt van de set waarin klassieke en elektronische muziek met elkaar gemengd werden in een baroksaus kwam pas op het einde. “Mrs. Impatience” begon schoon, bouwde sterk op en mondde uit in een zeer stevige climax (aangevuld met “Don’t Wanna Lose Nobody”) die niet misplaatst zou zijn op een rave. Tsar B bracht zichzelf terug tot de essentie op een halfuurtje en deed dat op een sterke manier, wat een zeer luid applaus als gevolg had.
Tsar B doet dit najaar een clubtour met tussenstops in de Cactus Club (4 november), C-mine (5 november), De Roma (11 november) en Club Wintercircus (19 november).
Chezile @ NEST

© CPU – Nathan Dobbelaere
Op zich zijn we dit jaar vrijwel volledig gevrijwaard gebleven van TikTok-sensaties. Wij willen zeker niet neerbuigend doen over de artiesten die op het platform succes scoren, maar doorgaans lanceert het medium toch vooral eendagsvliegen die daarna krampachtig op zoek gaan naar dat moeilijke, nieuwe succes. Voor Chezile is die zoektocht volop aan de gang en dat merkte je ook op het podium. De rustige, melancholische muziek klonk van bij het begin slaapverwekkend en Chezile had te weinig persoonlijkheid om ook maar iets van authenticiteit te kunnen toevoegen aan zijn act. Het klonk allemaal als iets wat eerder al veel beter werd gemaakt, en zelfs het hitje “Beanie” ging troosteloos verloren in NEST. Het gevoel dat Chezile nog niet goed weet waar hij muzikaal naartoe wil, deed hem wat ons betreft de das om, al denken we dat hij met een iets meer uptempo aanpak nog wel zou kunnen scoren.
Sierra Ferrell @ The Barn
Rock Werchter programmeert altijd veel gitaarmuziek en dat country daar ook onder valt, zullen de middagbezoekers van The Barn geweten hebben. Grammy-winnares Sierra Ferrell trok vroeger als zingende nomade door de VS, maar trekt intussen de wereld rond met haar countrymuziek. De Amerikaanse brengt ook elementen uit bluegrass en gypsy jazz met zich mee, waardoor er een fijne feelgoodsfeer in de tent hing. Achteraan The Barn werd er zelfs een sessie linedancing georganiseerd en dat feestje hield Ferrell niet tegen om tussendoor te praten over Palestina, het Amerikaanse wapenbeleid en God. Bovendien werd de muziek op een sterk overtuigende manier gebracht waarbij “American Dreaming” en John Anderson cover “Years” tot de hoogtepunten behoorden. Sierra Ferrell en haar band slaagden er met gemak in om de volledige Barn mee naar Nashville te nemen en brachten een kleurrijke set die zelfs op zondagnamiddag iedereen in beweging kreeg.
Bad Nerves @ Main Stage

© CPU – Denis Moraux
Bij Rock Werchter zijn ze er niet vies van om een band op herhaling te boeken, al viel dat dit jaar best wel mee: ééntje, en dan nog niet eens een Belgische. Bad Nerves was in 2026 de uitverkorene en mocht op de slotdag de Main Stage een laatste keer op gang trappen. De groep uit Essex kreeg daarbij dus een upgrade van het kleinste naar het grootste podium, maar verteerde die best goed. Frontman Bobby Nerves was daar een hele grote reden voor, want hij blikte al snel nostalgisch terug op vorige keer.
Vastberaden om het dit keer nog legendarischer te maken, was het het doel van de band om niemand stil te laten staan. In de voorste regionen lukte dat aardig, net doordat er vanop het podium zo’n splinterbom aan energie bleef ontploffen. “Antidote” had zo’n hoog tempo dat het bijna door de geluidsmuur ging, en daardoor voelde Nerves zich als een vis in het water. In zijn T-shirt van Die Toten Hosen wandelde hij stressloos over het podium, om dan te verkondigen dat de korte songs eraan kwamen. Eén minuut – dat zijn de beste! “Can’t Be Mine” vlamde daarna nog eens lekker door en zorgde meteen voor de conclusie van de hele set: dit is gewoon een heel strakke rockband. Wie nog wat stof in zijn oren had of het prut wat moeilijker uit zijn ogen kreeg op dag vier, was bij deze klaarwakker.
Westside Cowboy @ NEST

© CPU – Nathan Dobbelaere
Westside Cowboy stond zondag in NEST en maakte in minder dan veertig minuten duidelijk waarom ze een van de interessantste namen zijn die dit jaar op Werchter stonden. Waar veel jonge gitaarbands momenteel richting meer ruis en onzekerheid bewegen, doet Westside Cowboy precies het tegenovergestelde: hun geluid is opvallend helder en gefocust, elke noot zit waar hij moet zitten, en de nummers ademen een soort zelfverzekerd gemak dat je normaal niet verwacht van een band die hun debuutalbum nog moet uitbrengen. De set putte uit hun twee EP’s en een handvol nummers van het aankomende album dat over een paar weken verschijnt, en die mix voelde nergens ongelijk aan. “I’ve Never Met Anyone I Thought I Could Really Love (Until I Met You)” was een vroeg hoogtepunt, “Drunk Surfer” en “Don’t Throw Rocks” toonden de breedheid van hun geluid. “In the Morning” sloot af met alle vier de leden die samen in een microfoon zongen, een perfect voorbeeld van hun samenwerking. De set was kort, te kort eigenlijk, en een paar unreleased nummers hadden het geheel nog een extra dimensie kunnen geven. Maar dat is dan ook de enige kritiek die we kunnen formuleren: er was simpelweg te weinig van iets dat zo goed klonk.
Westside Cowboy staat op 12 november in de Botanique en werd zopas aangekondigd voor AFF in Genk op 7 augustus.
Dressed Like Boys @ The Barn
Singer-songwriter Dressed Like Boys wist een overvolle KluB C op de been te brengen, waarbij het grasveld voor de ingang ook afgeladen vol zat. Het debuutalbum werd op een knappe, oprechte manier voorgesteld waarbij er al een mooie blik was op de toekomst met een nieuwe pianoballade. Jelle Denturck en zijn bandleden toonden aan hoe je een nummer sterk kan opbouwen met “Jaouad”, dat rustig begon, magisch evolueerde en groots eindigde. Jelle smeet zich nogal letterlijk op zijn piano, om er later de gitaar bij te nemen voor “Lies”. Ondanks dat hij vooral schitterde van achter de piano, blies het lied een nieuwe energie in de set. Op het einde bracht Dressed Like Boys met “Stonewall Riots Forever” een belangrijke geschiedenisles en maakte daar een krachtig én prachtig moment van.
Dressed Like Boys staat de komende weken nog op Rock Herk (17 juli), Boomtown (19 juli), de Lokerse Feesten (4 augustus), Zeverrock (7 augustus) en Festival Dranouter (8 augustus). De band sluit zijn zomer af met een dubbele show in het OLT Rivierenhof op 5 september.
SONS @ Main Stage

© CPU – Denis Moreaux
Alle respect voor SONS, maar de mannen stonden gisteren gevoelsmatig misschien wel een trapje te hoog op het hoofdpodium van Rock Werchter. Gevoelsmatig, want nog geen twee minuten in de set werd al duidelijk dat het viertal uit Melsele de mastodont met gemak aankon. Met Hallo hebben de mannen uiteindelijk ook nog altijd een nieuwe plaat voor te stellen, waardoor er iets meer toegankelijke groove in de snedige punk is gekropen. En dat werkte, want opener “Do My Thing” zorgde meteen voor wat animo. Van zenuwen was er bij SONS geen sprake; de mannen waren gekomen om te knallen: nieuwe single “Surfin’” bleek slechts een opwarmertje voor wat “Family Dinner” teweeg zou brengen, en vanaf dan was het hek van de dam.
Best veel volk voor het hoofdpodium namelijk, en daar speelde de band op in. Het ‘Belgisch wereldrecord crowdsurfen’ werd verbroken op “Bike” en voor “Ricochet” trok Robin Borghgraef eigenhandig de pit open. Dat ging overigens gepaard met een sitdown, al was de wall of death die “Waiting on my Own” ontketende minstens even energiek. “All Gold” werd niet alleen opgedragen aan de pasgeboren zoontjes van de frontman en bassist, maar vooral aan de gouden momenten die het leven met zich meebrengt. Een regen aan gouden snippertjes en een uitzinnige versie van “Somehow” onderstreepten dat nog eens, al was het uiteindelijk vooral de vriendschap die centraal stond bij SONS. De dankbaarheid die de vier uitstraalden voelde oprecht, de goesting om er een lap op te geven was er echt. En dat is exact wat de band heeft gedaan: alles wat ze in zich had aan de weide gegeven.
SONS staat deze zomer nog op Cactusfestival (10 juli), Sjock Festival (11 juli), Rock Olmen (25 juli) en de Lokerse Feesten (7 augustus). Op 30 januari 2027 staat de band in De Roma.
Cory Wong @ The Barn

© CPU – Nathan Dobbelaere
Als gitaargod Prince met lof gooit over je snaarwerk dan wil dat wel iets zeggen. Als een echte gitaarkunstenaar kiest Cory Wong al jaren zijn eigen klankkleuren. Live wordt hij ondersteund door een handjevol briljante muzikanten en een vijfkoppige blazersectie en daar liep Rock Werchter best warm voor. Bestaande nummers vormden de uitgangsbasis voor wilde improvisatiestukken waarmee hij The Barn een paar keer de volle laag gaf. Als bandleider bepaalde Wong de schwung en groove, maar hij was gelukkig niet te egocentrisch en maakte met veel plezier ruimte voor zijn eigen muzikanten. Wat het nog beter maakte, was het spelplezier dat op ieders gezicht af te lezen viel en die hun virtuositeit nog levendiger maakte. Ook de variatie die ze erin staken was opmerkelijk voor een festival als Rock Werchter; uitbundige composities wisselden vloeiend af met een paar ‘moeilijkere’ stukken. Cory Wong hield de teugels stevig in eigen handen en zorgde voor een meer dan fijn optreden in The Barn.
NewDad @ NEST

© CPU – Denis Moreaux
NewDad is een van die bands waarbij het geluid je meteen omhult voor je de tijd hebt om er bewust van te worden. Het Ierse viertal, met Julie Dawson op zang en drie gitaristen die samen een muur van reverb en textuur opbouwen, speelde zondag in de Nest een set die zich telkens hetzelfde patroon volgde: een traag, bijna breekbaar begin dat gestaag opbouwde naar een drukker, vol einde. Dat patroon had je na twee nummers door, maar het werkte elke keer opnieuw. Dawsons stem zweeft luchtig over het lawaai zonder ooit verloren te gaan, en de drummer hield onze aandacht vast voor een groot deel van de set: precies, energiek, en net genoeg aanwezig om de nummers hun ruggengraat te geven. “Misery” en “Sinking Kind of Feeling” waren vroege hoogtepunten, “Angel” was duidelijk waar het publiek naar uitkeek, en de Yeah Yeah Yeahs-cover “Heads Will Roll” deed de Nest even volledig wakker worden op een zondagnamiddag waarop de vermoeidheid van het weekend al merkbaar in de benen zat. “Roobosh” sloot af met de nodige lading. Een mooie set van een band die nog een lange weg voor hun hebben.
Jessie Murph @ KluB C

© CPU – Nathan Dobbelaere
Jessie Murph combineert volgens haar perstekst alles om het helemaal te maken. Invloeden van Taylor Swift, Rihanna en Amy Winehouse, maar ook een vleugje Lana Del Rey… dan kan het niet mislopen. Nu gebiedt de eerlijkheid ons te zeggen dat het enige waar wij ons de Amerikaanse nog van herinneren, het feit is dat ze op Pukkelpop enkele jaren geleden liep te verkondigen dat België haar favoriete Europese stad was. De zangeres heeft intussen toch even de tijd gehad om haar geografie bij te schaven en TikTok nog wat meer zijn werk te laten doen, dus gaven we haar gisteren in de KluB C een tweede kans. Alleen wrong ze die vrijwel meteen eigenhandig de nek om.
Een overdramatische opkomst, gefilmd van achter tot op het podium, werd opgevolgd door een cover van Nina Simones “Feeling Good”… maar niet per se een goeie. Dan maar met eigen materiaal? Dacht het niet! Want ook daar was het zoeken naar een nummer dat er nog maar iet of wat bovenuit stak. Vocaal zat het op zich wel goed bij Jessie Murph en qua dramatiek scoorde ze een elf op tien, maar er zat zó enorm weinig beleving in de zangeres. Het licht was aan, maar er was niemand thuis – ze draaide permanent rondjes, maar van energie was er geen sprake. Een huilende fan op de eerste rij werd nog geknuffeld en hunk Maarten werd op de meest ongemakkelijke manier ooit beklad met felblauwe piemel, maar als dat dan het interessantste van je set is… Tja. “Have You Ever Seen the Rain” van CCR passeerde voor de tweede keer, maar het kalf was al verdronken, begraven en opgegeten door de wormpjes. De set werd besloten met een sigaar in de hand en bevestigde nog maar eens dat Jessie Murph effectief heel veel invloeden haalde uit van alles en iedereen. Enfin, in de KluB C was ze dus heel veel, maar niet goed.
Rise Against @ Main Stage

© CPU – Denis Moreaux
In het rijtje van de meer klassieke Werchter-namen hoort Rise Against zeker en vast thuis. De Amerikaanse rockband is al ruim een kwarteeuw een begrip en hoeft eigenlijk vrijwel niets meer te bewijzen. In onze buurlanden zijn ze zelfs al enkele jaren gedoodverfde headliner van de grotere rockfestivals, maar in België is hun populariteit ergens toch wel wat gestagneerd. Hun livereputatie is de laatste jaren ook wel wat wisselvalliger geworden. Vooral Tim McIlrath heeft zo nu en dan moeite om zijn zang op niveau te krijgen. Op Rock Werchter bleek dat deze keer geen groot euvel te zijn, want de band speelde als vanouds strak en vastberaden. Rise Against is een goed geoliede machine en dat is voor die spot op de dag gewoon wat het moet zijn. Lekker moshen, crowdsurfen en meezingen tot je erbij neervalt. Het plein stond niet helemaal gevuld, maar wie er stond, was er wel duidelijk om Rise Against nog eens live te zien. Vooral met hun slotnummer “Savior” kregen ze de weide enthousiast en kregen we die old school Rock Werchter-sfeer die pakweg vijftien jaar geleden op de weide van Werchter aanwezig was. Hopelijk moeten ze deze keer niet nog eens elf jaar wachten om naar Rock Werchter te komen, want Rise Against heeft gewoon dubbel en dik zijn plaats op de affiche.
Mogwai @ The Barn

© CPU – Nathan Dobbelaere
Mogwai stond in The Barn en bracht een van de meest visueel en auditief coherente sets van het weekend. Op het podium hing een groot doek met een berglandschap, met achter de band een scherm waarop noorderlicht trage golven trok, en die combinatie paste zo goed bij het opbouwende, euforische karakter van hun muziek. De Schotse post-rockband bestaat al dertig jaar en dat hoor je in hoe moeiteloos de vijf bandleden op elkaar reageren, hoe elke dynamische verschuiving vanzelfsprekend aanvoelt. De leden wisselden doorheen de set regelmatig van instrument, de ene startte bijvoorbeeld op keyboard, zakte na het tweede nummer weg terwijl een andere bandgenoot dat instrument direct overnam en zo verschoof de bezetting gestaag zonder dat het geheel ook maar even zijn evenwicht verloor. Twee nummers ver klonk alles nog volledig instrumentaal, tot er eindelijk vocals verschenen die de muziek een extra laag gaven. Dat er ondertussen een technicus constant rond het podium liep om iets aan de mix te fixen was de enige dissonant van de avond. De trans- en Palestinavlaggen op het podium voelden gepast bij een band wiens muziek altijd al meer over gevoel dan over teksten heeft gegaan. “Mogwai Fear Satan” en “We’re No Here” sloten de set af als twee redenen waarom je eigenlijk al lang fan had moeten zijn.
Mogwai staat op donderdag 5 november in Le Forum de Liège en op vrijdag 13 november in de Bozar.
Last Train @ NEST

© CPU – Denis Moraux
We hadden al zo’n voorgevoel dat Rock Werchter zou vallen voor de hoekige en doch zeer emotionele rockmuziek van Last Train. De Fransmannen kunnen we met hun honderden shows op de teller moeilijk nog groentjes noemen en die ervaring was eraan te zien, want waar je op NEST soms nog twijfelende en zoekende artiesten ziet, stond Last Train met volle vertrouwen te spelen. De bewijsdrang was ten opzichte van hun optreden op Graspop Metal Meeting in het afgelopen jaar minder groot en zo speelde het viertal met veel branie. “On Our Knees” wakkerde de sfeer aan, de handen gingen vlot op elkaar en met een slimme temporisatie bouwde Last Train op naar een beklijvend einde. Jean-Noël Scheurrer haalde ook een kleine stunt uit door op handen van de fans zijn gitaarstuk in het daaropvolgende nummer te brengen, heel goed wetende dat dergelijke momenten blijven hangen. Het strafste bewaarden ze met een uitgesponnen “The Big Picture” voor het laatste kwartier. Met hartstocht, grote gebaren en een impressionant einde nam de band onder tranen van ontroering afscheid van hun Werchterdebuut. Last Train was niet alleen een van de meest complete bands die we dit jaar op NEST zagen, maar ook van de beste tout court!
Last Train staat op donderdag 1 oktober in de Ancienne Belgique.
Joy Crookes @ KluB C
Raar, maar waar: de ster van Joy Crookes is er nooit echt helemaal doorgekomen in ons land. De Britse zangeres had destijds nochtans alles in huis om in de voetsporen van pakweg Jorja Smith te treden, maar het had allemaal wat meer voeten in de aarde dan verwacht. ‘Dan maar helemaal opnieuw beginnen’, moet de Britse gedacht hebben, want in de nasleep van haar fantastische debuut Skin, is het Juniper dat de honneurs mag waarnemen. Een prima uitbreiding van haar discografie, zo bleek gisteren rond etenstijd in de KluB C, want een toch wel mooi gevulde tent mocht kennismaken met een volledig nieuwe persona.
Het witte podium glimde een beetje pastelgeel, de letters ‘JOY’ pasten stilistisch mooi in dat geheel, en dan moest de groove nog komen. Haar vierkoppige liveband bracht de typische London soul naar een dieper niveau, de zangeres zelf gaf er het Belgische randje aan. Ze is namelijk lange tijd samen geweest met een landgenoot en uitte zo haar liefde voor Carapils. Op zich lag hetgeen de Britse bracht best wel in lijn met wat Kokoroko de dag ervoor al deed, maar zij bracht het met wat meer schwung en jeugdigheid. Dat was ook wel hetgeen dat ervoor zorgde dat het allemaal niet te eentonig werd. Dat en hitje “Feet Don’t Fail Me Now” dat op herkenning kon rekenen. Op zich is Joy Crookes een prima artiest en een topzangeres, maar ze zal het vooral moeten hebben van haar fanbase. Op een festival klinkt het namelijk allemaal vooral heel fijn om tegelijkertijd buiten de KluB C je veel te dure ribbetjes op te eten in het avondzonnetje. Maar laat dat desalniettemin niets afdoen aan het talent van de Londense.
A Perfect Circle @ Main Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Is er iemand die deze editie zo excentriek en mysterieus een podium kon innemen als Maynard James Keenan? Het zullen er in elk geval niet veel zijn. De frontman van Tool steekt deze zomer nog eens wat tijd in zijn andere liefde A Perfect Circle, de band die hij eind jaren negentig met gitarist Billy Howerdel oprichtte. De spot die ze kregen op het hoofdpodium was wat ons betreft echter allesbehalve ideaal. Daglicht, mensen die vooral op zoek waren naar avondeten en de concurrentie met David Byrne. Gelukkig stond er ondanks alles toch nog een ietwat toegewijd publiek voor hun neus, die zich openstelde om zich volledig te laten meesleuren door die hypnotiserende rocksound van A Perfect Circle. Maynard James Keenan, uiteraard met hanenkam, hield de interactie zoals gebruikelijk beperkt tot het minimum en wou vooral de vaart in de show houden. De band speelde met veel klasse en uitstraling, zonder dat het ooit ook maar in de buurt van arrogant kwam. “Rose” greep en kneep ons onverbiddelijk bij het nekvel en ook de recente single “Starless” blendde al subliem tussen de eeuwige fanfavorieten. Echte peoplepleasers zullen de heren van A Perfect Circle wellicht nooit worden, al speelden ze wel die begeesterende versie van “Judith” met net dat sprankeltje meer vuur. Moest deze show integraal in The Barn hebben gestaan hadden we ongetwijfeld de vijf sterren bovengehaald, maar ook zo maakte A Perfect Circle indruk!
House of Protection @ NEST

© CPU – Denis Moraux
Stephen Harrison en Aric Improta zijn na hun exit bij FEVER 333 niet lang bij de pakken blijven zitten. De geboorte van House of Protection was na een korte zwangerschap een feit en het nieuwe levensdoel was simpel; de muziek maken die ze vroeger cool vonden. Het duo denkt nog niet aan gezinsuitbreiding en dat resulteerde in het feit dat gisteren best veel van een tape meeliep om hun nummers voller en bombastischer te laten overkomen. Is dat dan een groot probleem? Natuurlijk niet, want daardoor kunnen de twee hun stinkende best doen om elke ziel voor hun neus mee te krijgen met hun verhaal. Vooral Stephen Harrison deed zijn stinkende best om een show van jewelste te geven en liet in de korte tijd geen kans onbenut om een stunt uit te halen. Met zijn gitaar en statief ging hij na een paar minuten al in een kolkende circle pit staan. Dat leverde zoals gewoonlijk toffe beelden op. Muzikaal werd het soms net iets te wisselvallig, met “Being One” als grootste teleurstelling. Tijdens “Goodspeed” pakte drummer Aric Improta dan weer de micro in de hand en verliet hij zijn vertrouwde drumstel om een paar liedjes zelf mee te zingen. Een lid van de crew nam een paar nummers de fakkels achter de drums over. De grootste stunt gebeurde echter tijdens “Fire”. Stephen Harrison klom met zijn gitaar de geluidstoren in en speelde vanuit ijzingwekkende hoogte nog een paar riffs. In dat opzicht was House of Protection vooral memorabel omwille van hetgeen ze deden en niet per se omwille van wat we te horen kregen.
Moby @ Main Stage

© CPU – Denis Moraux
Het heeft lang geduurd, maar gisteren stond Moby na achttien lange jaren eindelijk nog eens op de weide van Werchter. Als een van de meest toonaangevende artiesten kleurde hij in de jaren negentig de technoscene en rond de eeuwwisseling leverde hij met zijn platen de soundtrack van een hele generatie. Zijn invloed op de elektronische muziek valt dan ook moeilijk te overschatten. Het baanbrekende Play vierde twee jaar geleden zijn vijfentwintigste verjaardag en werd naar aanleiding daarvan uitgebreid gevierd met een uitverkochte concertreeks, die hem samen met zijn liveband ook naar het Sportpaleis bracht. Op Rock Werchter kreeg Moby, bij het invallen van de avond, het ideale tijdslot om tienduizenden festivalgangers mee te voeren op een magische reis door zijn tijdloze discografie. En of hij dat deed! Met een ode aan de Belgische ravescene bracht hij alle generaties van Werchter samen in een begeesterende negentig minuten.
Heeft iedereen het naar zijn goesting? Het was een vraag die meermaals uit de mond van Richard Melville Hall vloeide. Het antwoord was meervoudig positief en dat toonde des te meer dat Moby als een van de weinige artiesten ook effectief jong en oud kan samenbrengen. Royaal werd er gegrabbeld uit Play en 18, maar ook een ode aan David Bowie werd met de nodige context gebracht. Hoewel de sfeer toen heel even inzakte, was het dansvoer nooit ver weg. “Natural Blues”, helaas zonder Jacob Lusk, liet de vingers in de lucht gaan en met de bisronde rondde Moby zijn huiswerk volledig af. Heel even werd nog ongenoegen geuit over de huidige Amerikaanse president, maar Moby wilde de mensen toch vooral met een swingend been richting The Cure sturen. “Porcelain”, “Lift Me Up” en “Feeling So Real” wakkerden het vlammetje van het publiek aan en onderstreepten waarom Moby anno 2026 een terechte headliner van Rock Werchter is.
Ethel Cain @ KluB C

© CPU – Nathan Dobbelaere
Dat Ethel Cain op amper een half gevulde KluB C kon rekenen was ronduit jammer, want de Amerikaanse singer-songwriter zette een ijzersterke prestatie neer. Na hitje “American Teenager” dook ze in de zweverige, lang aanslepende muziek die een meer dan moody sfeer deed ontstaan. Van op haar vervuilde grasheuvel en met een sterke lichtshow werd alles extra meeslepend. “Dust Bowl” nam ons zo mee naar een zweverige toestand totdat het lied plots helemaal omsloeg en hard binnenkwam. Het meest intense gedeelte was echter “Ptolemaea”, “Gibson Girl” en “House in Nebraska”, waarbij die eerste twee zeer duister overkwamen als nummers over seksueel misbruikt worden. “Ptolemaea” brak op het einde helemaal los op een uiterst intense manier om het niet veel later net zeer gevoel, emotioneel en hartverscheurend te maken met “House in Nebraska”. Er werd hier en daar gehuild om vervolgens wat mee te zingen met “Crush” en af te ronden met “Thoroughfare”, waarmee Ethels Europese tour ten einde liep. De Amerikaanse en haar band brachten de muziek op een zeer overtuigende en meeslepende manier, ondanks dat die alles behalve makkelijk is om op een festival te brengen. Er was niet ongelofelijk veel volk, maar zij die er waren maakten wel een van de laatste hoogtepunten van het festival mee.
Paul Kalkbrenner @ The Barn

© CPU – Denis Moreaux
Wie het uurtje tussen Moby en The Cure wilde overbruggen, kon in The Barn terecht bij Paul Kalkbrenner. De Duitser is een enorm graag geziene gast in ons land en kon bijgevolg rekenen op een stampvolle The Barn, die duidelijk nog héél veel zin had om de laatste energie uit de benen te stampen. Qua productie oogde het alvast enorm stijlvol; een enorme videomuur (waaronder zijn dj-tafel), een muur aan lampen en een camera die elke gelaatsuitdrukking van de man perfect in beeld bracht.
Dat hij er zelf ook goesting in had, werd al duidelijk toen “No Goodbyes” als eerste voor een golf van elektriciteit zorgde. Alles in The Barn pompte tot in de kleinste vezel, en dan moest “QUE CE SOIT CLAIR” de ‘Belgische’ toon nog zetten. Stromae was weliswaar niet van de partij, maar het publiek nam de energie met plezier over; de euforiegolven werden van dan af aan per drop alleen maar grootser. Zijn “You Want It Darker”-remix van Leonhard Cohen zorgde voor zwarte sterretjes, al was anderhalf uur vullen aan dezelfde intensiteit misschien iets te veel van het goede. Daarom leek het middenstuk vooral een opbouw richting de grote kanonnen, met “Cloud Rider” en “Sky and Sand” op het einde. De laatste euforie van het weekend hing in de lucht en kende een kookpunt; dit was opnieuw festivalgevoel zoals het hoorde.
Psychonaut @ NEST

© CPU – Nathan Dobbelaere
Elke Belgische band koestert de droom om ooit op Rock Werchter te mogen staan. Slechts een handvol kunnen en mogen per jaar het festival van hun bucketlist afvinken. Gisteren was die eer weggelegd voor Psychonaut, de postmetalband uit de stad van Manneblussers en de Sint-Romboutstoren. Als afsluiter van NEST moesten ze het doen tijdens en na het feestgedruis van Moby en Paul Kalkbrenner, wat voor heel wat andere bands een soort van doodsteek zou beteken. Niet zo voor Psychonaut. Het plein stond volledig gevuld voor Psychonaut en bleek ook nog eens in opperste doen te verkeren. “Endless Currents” walste lang en doordacht over de festivalweide en “The Fall of Conciousness” nam z’n tijd om op het publiek in te werken. Het feit dat Psychonaut er stond was ondanks de eerder brute klanken niet meer dan logisch en verdiend. We vonden het ook verfrissend dat het bij hun enkel en alleen om de muziek ging; geen speciale gasten, effecten of statements. Psychonaut speelde gewoonweg solide en met gezond verstand op Rock Werchter.
Psychonaut staat deze zomer nog op Rock Herk (18 juli).
HAEVN @ KluB C
Nadat The Barn en NEST de deuren sloten mocht HAEVN als laatste in KluB C spelen. Het Nederlandse duo pakte zeer groots uit door naast hun band nog eens twaalf strijkers en een achtkoppig gospelkoor mee te nemen. De orkestrale popmuziek voelde steevast filmisch aan en wist het kleine publiek duidelijk te bekoren. De blauwe uitstraling van de muziek was meeslepend en werd later ingeruild voor een veel warmere tint. Toen Neco Novellas zich bij de groep aansloot, verschenen er Afrikaanse invloeden in de muziek, waardoor die een pak ritmischer aanvoelde.
De Nederlanders wisten daarna het sfeerniveau hoog te houden met een goeie beat tijdens “Love Is a Game”, waardoor er aardig bewogen werd. De mooie muziek werd bovendien aangevuld met een mooie lichtshow en visuals, waardoor het op de uitbundigere stukken naar een echt dansfeest neigde. Die sfeer werd nogmaals omgegooid met een indrukwekkende vioolsolo als inleiding voor het prachtige “Where The Heart Is”. Later volgde onder meer een prachtige versie van “Bright Lights” met getokkel op een speciaal snaarinstrument en gospelzang en tot slot vormde “Kite in a Hurricane” het finale hoogtepunt. HAEVN pakte misschien iets te groot uit voor de matige opkomst, maar deed dat wel op een mooie en stijlvolle manier.
HAEVN staat op zaterdag 12 oktober in het Koninklijk Circus.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van David Byrne lees je hier.
Onze recensie van The Cure lees je hier.
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Lucas Palmans, Simon Meyer-Horn, Robbe Rooms en Tjorven Florin.






