
© CPU – Nathan Dobbelaere
Robert Smith is niet jong meer. Dat laat hij zelf genoeg blijken in recente interviews, en misschien meer belangrijk, op The Cure hun meest recente album Songs of a Lost World. De man is ondertussen vijftig jaar diep in zijn muziekcarriere en een extra zeventien jaar in zijn levenscarriere. Die anciënniteit informeerde dan ook heel veel van de keuzes on stage deze zondag op de Main Stage van Rock Werchter. The Cure stond weldegelijk vijfenveertig voor het eerst op Werchter, en nu voor de eerste keer in een zevental jaren opnieuw. en dat voelde de hele avond aan als iets dat gevierd moest worden. Robert Smith maakte dat gevoel meteen zichtbaar: bij het begin van de set wandelde hij langzaam van links naar rechts over het podium, nam de massa in zich op, alsof hij even de tijd nodig had om te beseffen hoeveel mensen er voor deze band waren gekomen en wat dat betekende. Het voelde als een oprechte openbaring en dat zette meteen de toon voor de rest van de set. The Cure was meer dan blij om hier, meer dan veertig jaar na hun oprichting, te kunnen zijn.
Openen met “Plainsong” is een statement die niet elke band kan maken, het nummer van 1989’s Disintegration maakte de weide die al negentig duizend mensen kan houden, groter dan de totale bevolking van onze aarde, of zo voelde het toch. De brullende synthesizers, hevige bas en de dreunende drum zijn daar de reden voor. Na dat Smith zijn tour rond de stage maakte, voegde hij zichzelf ook toe tot het plaatje, met zachte vocals die net lijken alsof ze rechtstreeks van het album gepakt werden. Dat is niet het enigste dat rechtstreeks van het album genomen werd. Namelijk werd die prachtige herintroductie opgevolgd door “Pictures of You” die ook op Disintegration dat vorig nummer opvolgt, en direct ook als tweede klap functioneerde. Vanaf hier zong het publiek ook mee en dat stopte niet voor de rest van de avond. Van het eerste akkoord sloeg de emotie toe voor je er erg in had. Dat een band die al vijftig jaar bestaat dit soort reacties kan losmaken, zegt genoeg, maar live voelde het nog anders dan je van tevoren had kunnen bedenken. “A Night Like This” volgde en Smiths stem klonk weer alsof zijn stembanden de afgelopen dertig jaar geen enkele verandering hadden ondergaan. Hij heeft een van die stemmen die precies klinkt zoals je verwacht, en tegelijk net iets meer. Deze slag-op-slag-op-slag opening van de set was zo sterk dat we op een bepaald moment begonnen te hopen dat ze hun beste nummers niet te vroeg zouden opgebruiken.

© CPU – Nathan Dobbelaere
Ergens in het midden nam Smith even een pauze. Hij gaf toe dat hij niet goed uit zijn woorden geraakte en merkte droogjes op dat hij niet veel praat omdat je dat toch overal online kan zien, maar dat hij nu een nummer wilde spelen dat ze niet vaak brengen: “Treasure”. De wei was zo stil als het een heel weekend lang was geweest. Dit was trouwens het meest respectvol en aandachtig dat het publiek het volledige weekend was geweest: minder gepraat, minder afleiding, gewoon luisteren en genieten. Voor een band die al zo lang bestaat en een catalogus heeft van die omvang is dat geen vanzelfsprekendheid, en The Cure verdiende het volledig. Wat ook best opmerkbaar was was het assortiment van leeftijden die in het publiek te vinden waren. Dat ging van zielen zo oud of ouder dan de band, tot personen waarvan dit duidelijk de eerste keer was dat ze het plezier hadden om de band live te zien. Ook op de stage was die mix te vinden, met nieuw lid Eden Gallup, zoon van h et lid met de op één na langste diensttijd, bassist Simon Gallup. Eden nam keys over van Perry Bamonte, die jammergenoeg in 2025 stierf. We hoorden dan ook wat verwarring van die ouderen wat die jongeren hier precies deden bij hun band. Voor ons was dat eigenlijk echt niet zo verwarrend. The Cure’s catalogus is onbegrijpelijk tijdloos. Dat hoor je dan bij nummers zoals “Lovesong” een testament tot liefde die opmerkbaar simpel is, maar juist zijn sterkte door die simpelheid krijgt.
Smith begon een bepaald nummer op een fluitje, wat even voor verwarring zorgde voor duidelijk werd dat het “Burn” was, de track die hij in 1994 schreef voor de film The Crow. Een goede film, met een nog betere soundtrack, dat deels dan natuurlijk ook door het nummer van de band waar wij voor stonden. De visuals achter de band waren doorheen de hele set opvallend eenvoudig, grotendeels gewoon een livefeed van de band zelf op het podium, maar meer was er niet nodig. De muziek vulde toch al elke vierkante centimeter van de Werchter-wei. Soms veranderde dat wel later in de set heen, met spinnenwebben en animeerde album covers bij bepaalde nummers. Het was alsof hoe langer de set doorging, hoe meer we in de unieke en geïsoleerde wereld van Robert Smith en The Cure vielen. “Never Enough”, een single die enkel op het remix album Mixed Up uitkwam in 1990 bracht een kant van de band dat we bij de hitjes minder vaak zien, een luider en meer chaotische kant, en in deze lange (maar op een manier toch te korte) set konden we die soort schakeling wel echt apprecieren. “Push” trok de energie hoger met gemeenschappelijk geklap, en dan kwamen “In Between Days” en “Just Like Heaven” op rij, om kwart voor middernacht, en de wei ging volledig los.

© CPU – Nathan Dobbelaere
Smith maakte tussendoor ook grappen, lachte mee met zijn eigen slechte humor en stond even stil bij een grap die niet landde om vervolgens zelf het hardst te lachen. Hij introduceerde nummers alsof hij zich op een comedyshow bevond en liep overheen de stage alsof hij een spin vast in een web was. Die luchtigheid was verrassend en welkom: dit is een man die songs heeft geschreven over wanhoop en verdriet en donkerte, maar die zondagavond duidelijk nergens anders wilde zijn dan hier. Dat gevoel drong door op een manier die moeilijk te beschrijven viel, maar onmiddellijk voelbaar was. Een headliner die zichzelf zichtbaar pleziert op het podium werkt aanstekelijk en Smith deed dat de hele avond zonder dat het ooit geforceerd aanvoelde. “A Forest” volgde, het nummer van album Seventeen Second kan niet echt als simpel beschreven worden. Volgens Smith was zijn intentie met het nummer om zoveel mogelijk atmosfeer op te bouwen en The Cure als band samen te vatten in een nummer, en die energie opnieuw opvangen lukte perfect op de weide. De performance was zo sterk dat het publiek opnieuw helemaal losging en voor even leek het alsof de wei groter en tegelijk kleiner werd, met duizenden mensen die hetzelfde voelden op precies hetzelfde moment. De visuals van iemand die verdwaald rondloopt in een bos vanuit het perspectief van de kijker werkten ook mooi mee met die atmosfeer op te bouwen.

© CPU – Nathan Dobbelaere
De encore begon in het donker, zonder aankondiging, waardoor het geschreeuw beperkt bleef en de terugkomst zich gewoon ontvouwde alsof de band nooit weg was geweest. “Lullaby” opende rustig en bijna sluipend, maar wat daarna volgde was een slotsequentie die bijna onwerkelijk aanvoelde in zijn breedte en kwaliteit. Hierna kwam een sprint van hits waaronder “The Lovecats”, “Friday I’m in Love”, en “Boys Don’t Cry”, de ene klassieker na de andere. Bijzonder genoeg voelde dat nooit aan als een afvinkoefening. De nummers werden met zoveel passie gebracht dat het bijna onmogelijk was om geen glimlach op je gezicht te krijgen. Smith praatte ook recent op een interview bij Primavera Sound over hoe hij het nut niet in zag om die hits niet te spelen. Dat praat mooi mee over wat het doel van deze set was: een overwinningsronde en feest dat alles wat The Cure zichzelf maakt te vieren. Iedereen kende elke titel, maar live kregen ze opnieuw het gewicht van iets dat voor het eerst gebeurt. Tegen het einde stonden mensen te springen die een uur eerder roerloos hadden staan luisteren, en dat is geen gemakkelijk ding om te bereiken.
The Cure bewees zondag waarom het als headliner werd geboekt en wat dat woord eigenlijk betekent. Je kan het bijna niet anders beschrijven dan een magisch feest. Ook vonden we hier een setlist die elke fan wel met iets blij maakte en een atmosfeer die de kille emoties waarover de nummers spreken volledig doorbrak. Euforisch is een mooi woord ervoor. Dit is een band met een catalogus die haast elke andere band beschaamd maakt en een frontman die weet hoe hij een wei van tienduizenden mensen meeneemt zonder ook maar één moment zijn kalmte te verliezen. Meer heb je niet nodig voor een geslaagde show, maar toch kregen we dat. Bijna drie uur lang, tot diep in de nacht, en op geen enkel moment had je het gevoel dat het genoeg was geweest. Zoals Smith zelf mooi zei: “It’s never enough.”
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.
Setlist:
Plainsong
Pictures of You
High
A Night Like This
Lovesong
Treasure
Want
Burn
Fascination Street
Never Enough
alt.end
Push
In Between Days
Just Like Heaven
Trust
Secrets
Play for Today
A Forest
From the Edge of the Deep Green Sea
Disintegration
Lullaby
Wrong Number
The Walk
Mint Car
The Lovecats
Friday I’m in Love
Close to Me
Why Can’t I Be You?
Boys Don’t Cry





