
© CPU – Nathan Dobbelaere
Het leven zit vol met tegenstrijdigheden. Waar bij ons in Dessel dezer dagen de kleur zwart de boventoon voert, was het over de grens toch wel een heel ander zicht. In Landgraaf en omstreken is het namelijk vooral roze wat de klok slaat, want Pinkpop is weer in de stad. Daar hielden de tegenstrijdigheden niet op: zonnestralen werden afgewisseld met stormwinden, popacts met stevige gitaren en sterke optredens met sets die maar moeilijk wilden vonken. In Japan hebben ze daar een mooi woord voor: taikyoku. En dat bleek misschien wel de beste beschrijving voor de eerste dag van Pinkpop.
Linka Moja @ Stage 4

© CPU – Nathan Dobbelaere
Op het kleinste podium van het festival trapte Linka Moja de boel op gang. Met een enthousiast huppeltje kwam ze het podium op om in haar eentje met haar gitaar het publiek te vermaken. Veel van de nummers die de zangeres speelde, komen naar eigen zeggen van haar nog niet uitgebrachte debuutalbum. Het wel al uitgebrachte “Blood Orange” toonde mooi de sfeer van de indiepoprock die de zangeres bracht. Naast haar gitaar en opmerkelijk soms ook basgitaar, gebruikte de zangeres een backingtrack met de instrumenten afkomstig vanuit de studio. Moja kwam wel met een zekere uitstraling, maar het mocht samen met de muziek nog iets spannender om na een paar nummers te blijven overtuigen.
Sleep Theory @ Tent Stage
Denk je aan TikTok-sensaties, dan denk je vast aan popsterren en virale dansjes, maar waarschijnlijk niet meteen aan luide bands. Toch heeft Sleep Theory bewezen dat je ook best via het filmpjesplatform kan doorbreken als je luid kan brullen. Dat gaat zelfs zo ver, dat het gezelschap nu ook bij het grotere publiek terechtkomt. Als gevolg mocht Sleep Theory gisteren in de Tent Stage van Pinkpop aantreden, alleen kwam daar al snel het probleem om de hoek kijken waar menig TikTok-artiest last van heeft: een set lang boeiend blijven. Op een platform waar het gemiddelde filmpje niet langer duurt dan een halve minuut, is het vrij makkelijk scoren met dingen die slechts zo’n aandachtspanne nodig hebben, maar live is het totaal andere koek. En zo zagen we een band die, naast een paar losse piekmomenten en zijn grote hit “Static” op het einde, toch vooral een behoorlijk vlakke indruk achterliet. Een algoritme kan je ver brengen en zo te zien zeker de nodige fangirls opleveren, maar op de planken moet je het daarna nog altijd gewoon zelf waarmaken. En dat, dat lukte Sleep Theory eigenlijk een heel optreden lang niet.
Natasha Bedingfield @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Met pakkende uithalen op “Love Like This” startte Natasha Bedingfield haar set sterk. De zangeres, die enkele hitjes scoorde in de jaren 2000, kwam die hitjes ook zelfverzekerd uitspelen op Pinkpop. Zo volgde al snel “Pocketful of Sunshine” dat kort overging in Kate Bush’ “Running Up That Hill”. Bedingfield heeft een sterke stem, die ze bijna als wapen inzette tijdens de begeleiding van haar driekoppige band. Met de juiste uithaal hier en daar wist ze haar momentum te behouden gedurende de set, door ook het leuke “These Words” in het midden al te brengen. De zangeres toonde qua muzikale stijl dat ze meer is dan datgene per direct met haar geassocieerd zou worden. Dit ook door de sterke prestatie van de band die de nummers naar een hoger, en met edgy niveau tilde. Gooi er dan nog eens een Coldplay-The Cranberries-medley bij om die muzikale diversiteit nog even te versterken. Bedingfield zette een nette show neer, met “Unwritten” als kers op de taart.
Isabel van Gelder @ Stage 4

© CPU – Nathan Dobbelaere
Voor een opkomende Nederlandse artiest is Pinkpop zowat het hoogst haalbare op het vlak van binnenlandse festivals. Niet vreemd dan ook dat zowat iedere artiest die dat flikt, een set vol steekt met dankwoorden naar alles en iedereen die ook maar iets te maken heeft met het Limburgse festival. Zo ook Isabel van Gelder, al bleef het bij de jonge zangeres daar niet bij. De Amsterdamse gaf namelijk een show die, naast lof, bol stond van strakke uithalen. Met haar gouden strot schalde ze meerdere malen over de weide van Stage 4 en liet ze horen dat er achter de brede glimlach van dank vooral een bijzonder sterke stem schuilgaat, die ook nog eens zelfverzekerder klonk dan de gemiddelde nieuwkomer op zo’n podium. Zeker als we daarbij bedenken dat dit haar eerste grote festival was. Petje af.
The Pretty Reckless @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Drie uur in de middag. Tot op dat moment was dat nog het warmste moment van de dag, maar The Pretty Reckless maakte het op de North Stage toch een klein stukje koeler. Niet letterlijk natuurlijk, want de zon bleef stevig op de wei branden, maar de Amerikaanse band hield het tijdens zijn show eerder beheerst dan echt vurig. Hits als “Make Me Wanna Die” en “Heaven Knows” gingen de band rondom Gossip Girl-ster Taylor Momsen natuurlijk makkelijk af en zorgden voor flink wat interactie met het publiek, maar over de breedte week het optreden nergens echt af van zijn veilige en weinig opzienbarende spoor. Toch minder roekeloos dan de naam doet vermoeden, al was het daarmee zeker niet slecht. Noem het eerder net iets te braaf om de North Stage volledig af te fikken. Misschien ook maar beter met dit soort temperaturen.
Balu Brigada @ Tent Stage
Broers Henry en Pierre Beasely uit Nieuw-Zeeland brengen met Balu Brigada aangename alternatieve popmuziek. Die vertalen ze dan nog mooier in een livesetting. Met hun samenzang en luchtige, maar boeiende instrumentatie wisten ze er vanaf het eerste moment een feestje van te maken, dat het publiek rijkelijk ontving. Met funky gitaarlijntjes en goeie synths wist de band het plezante erin te houden. Op songs als “Designer” waanden de broers zich enthousiast en speels, waardoor de set nog meer entertainend binnenkwam. De wisselwerking in de zang tussen de twee frontmannen zorgde dan ook voor iets leuks en unieks. Bij “Backseat” kwam de tent dan nog meer tot leven en dat nummer was daar een terechte reden voor. Balu Brigada gaf het beste van zichzelf en kreeg die energie terug van het publiek.
The Vaccines @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
The Vaccines is die band bij uitstek die de indierock al jarenlang spannend houdt. Op de South Stage gebeurde niets minder dan dat. Justin Young en zijn kompanen vierden dit jaar de vijftiende verjaardag van hun debuutalbum, maar bij dat album bleef de set niet. Zo speelden ze zelfs nieuwe en aangename muziek. “If You Wanna” werd dan hiertegenover ook relatief vroeg uitgespeeld. The Vaccines speelde zoals vaker snel en strak, en gaf de set zo weinig kans om in te zakken. Hoewel we onder de indruk bleven, zat er misschien iets te weinig variatie in het geheel. Toch bleef het moeilijk om stil te staan en bewees The Vaccines zich wederom als sterke festivalband.
Kingfishr @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
We weten niet of ze in Ierland dezelfde temperaturen kennen als op Pinkpop gisteren, maar Kingfishr leek er opvallend weinig last van te hebben. De Ierse folkband hield zich op de South Stage flink staande en trotseerde de zon met een set die vooral warm, oprecht en opvallend makkelijk binnenkwam. Vooral wanneer Kingfishr de stadionlaag wat achterwege liet en dichter tegen zijn folkbasis aanschurkte, vielen de nummers het mooist op hun plaats. “The Sun Will Never Settle” klonk nog nooit zo toepasselijk, terwijl “Killeagh” uitgroeide tot het soort meezingmoment dat je op zo’n bloedhete middag niet per se ziet aankomen. Wel was het getrommel hier en daar misschien net iets te hard voor de rest van de sound, maar dat is slechts muggenzifterij op een voor de rest meer dan prima optreden.
Ski Aggu @ Tent Stage
Het was hijgen en puffen tijdens de middag van Pinkpop, maar daar had Ski Aggu blijkbaar bitter weinig last van. De Duitse rapper uit Berlijn stuiterde met skibril en al over het podium van de Tent Stage alsof hij niet op een bloedhete festivaldag stond en zette het publiek aan tot jumpen. Ja, dat is die inmiddels stokoude dansmove waarmee je heel je hebben en houden in de strijd gooit om vooral niet uit de maat te vallen. Wij durfden ons er door het weer niet aan te wagen, maar gedurende het optreden werd het steeds lastiger door energieke uppercuts als “Spring”, “DEUTSCHLAND” en “Friesenjung”. We hielden voet bij stuk: wij gaan hier niet dansen in deze hitte! Maar toen de rapper voor de tweede maal “Spring” inzette en er op het podium een negenjarige jumpkid verscheen, kregen we het toch behoorlijk lastig om stil te blijven staan.
Ecca Vandal @ Stage 4
Zangeres Ecca Vandal toonde dat ze het in zich heeft om een hevige, maar aanstekelijke set neer te zetten. Met de drummer als leidraad, zette Vandal haar beste beentje voor om met haar significante stem, nonchalante vocals te bieden. De stijl, die ergens de mix vindt tussen trap en punk, gaf haar de kans om haar attitude te etaleren. De energie van de zangeres bleek dan ook aanstekelijk te werken op het publiek. De set van de zangeres ging aan een razendsnel tempo voorbij en zo konden nummers als “MOLLY” en “Cruising To Self-Soothe” hun effect uitoefenen. Bij deze laatste kon ook een pit geopend worden. Ecca Vandal deed haar reputatie dan ook alleen maar deugd toe met haar passage op Pinkpop.
Roxy Dekker @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Rond de klok van kwart over zes was het oppassen en aan de kant gaan, want de Nederlandse hitmachine Roxy Dekker moest erdoor. De jonge Amsterdamse heeft in rap tempo zowat iedere streaminglijst van onze noorderburen overhoop gehaald en mocht dat succes nu ook naar de South Stage van Pinkpop vertalen. Want hits, dat had de blondine wel. “Sugardaddy”, “Satisfyer” en “Gaan We Weg?” zorgden voor de meeste bijval op de wei, al kon je wel van ieder nummer zeggen dat er werd meegezongen. Soms leek dat alleen niet uitsluitend vanuit het publiek te komen. Dekker liet een groot deel van haar teksten over aan de backingtrack, waarschijnlijk omdat er ook stevig gedanst moest worden. Het nadeel daaraan is dat je dan, net als bij het publiek, soms wel des te beter hoorde wanneer ze er vocaal naast zat.
Toch stond dat een geslaagd popfeestje niet volledig in de weg. Dekker had de interactie met het publiek goed in handen, gooide er genoeg energie tegenaan en kreeg de South Stage zonder al te veel moeite mee. Ergens halverwege had ze zelfs nog een kleine primeur klaar: volgende week vrijdag verschijnt haar nieuwe single “Superstar”. Spelen deed ze die niet, waarschijnlijk omdat de danspasjes nog niet helemaal waren ingestudeerd. Of misschien was het meezingbandje gewoon nog niet klaar.
The Beaches @ Tent Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
De zussen Miller vormen, samen met hun twee beste vriendinnen, nu al meer dan tien jaar The Beaches. Hier op Pinkpop kwamen ze om de tent op z’n kop te zetten. Na opener “Takes One To Know One”, probeerde gitariste Leandra Earl het publiek aan te spreken over hun toxische zomerrelaties. Dit met niet heel veel respons. Toch konden de upbeat indiedeuntjes van de band ons charmeren en zelfs amuseren, zoals bijvoorbeeld bij “Cigarette”. De set kabbelde dan vooral verder op deze soort deuntjes met de typische ‘I hate my ex’-attitude van de band. Hoewel de tent relatief gevuld bleef, raakte de sfeer er niet echt meer helemaal in. Dit ondanks dat aan de set niet veel op te merken viel.
Electric Callboy @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Misschien kan je ons verslag van Pinkpop 2023 nog voor de geest halen. Het was dat jaar dat Electric Callboy met zijn Tekknotrein bij onze noorderburen voor het eerst mocht ruiken aan een mainstreamfestivalpubliek. Dat geurtje heeft duidelijk gesmaakt in de neusgaten van de Duitsers, want drie jaar later stonden ze opnieuw op exact dezelfde plek. Gelukkig wel met hier en daar wat nieuw materiaal, want anders waren er toch wel iets te veel herhalingen van zetten. Electric Callboy deed op de North Stage namelijk alle trucjes die het een aantal jaar geleden ook al deed. Het publiek werd opgeschrikt met partyschlager “Hurrikan”, getrakteerd op een drumsolo, ditmaal uitgevoerd door oud-Sum 41-drummer Frank Zummo, die opnieuw alle kanten op ging, en ook werden de nodige pakjes weer bovengehaald bij nummers als “Pump It”, “Spaceman” en “We Got the Moves”.
Met andere woorden: een redelijke herhaling van 2023. Toch was het bijzonder moeilijk om daar echt zuur over te doen. Electric Callboy mag dan wel grotendeels dezelfde feestkar de wei op hebben geduwd, het publiek sprong er zonder morren opnieuw bovenop en ook wij konden ons headbangende hoofd niet altijd in toom houden. Dan kan het moeilijk een slechte set zijn, nietwaar? Natuurlijk blijft de vraag hoe lang Electric Callboy nog met dezelfde doos verkleedkleren, breakdowns en foute deuntjes kan blijven rondtrekken voor de verrassing er helemaal af is, maar op Pinkpop was dat punt in ieder geval nog niet bereikt.
Teddy Swims @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
De Amerikaanse zanger Teddy Swims viel met de deur in huis. Dat deed hij aan de hand van hitje “The Door”, waardoor er meteen een zwaargewicht door de speakers kwam. Op een gecompliceerde opstelling op het podium, mocht de band met drie achtergrondzangers zich bevinden. De soulvolle muziek van Swims, versterkt door zijn rauwe stem, kon zo gemakkelijk over de weide weerklinken. De enorm betatoeëerde zanger kon, naast dat harde exterieur dat je met hem zou linken, z’n zachte kant laten zien met ook wat rustigere nummers. Hoewel Swims een getalenteerd zanger is, kwam de show met momenten wat aan de langdradige kant over. Een cover van “Jump” van Van Halen kon de boel dan nog wat oppeppen. Swims zette desondanks een unieke show neer.
The Plot in You @ Tent Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Waar waren alle bezoekers tijdens The Plot In You? De Tent Stage stond van bij de start maar half gevuld en dus kon het vingerwijzen beginnen. Lag het aan Teddy Swims, die op hetzelfde moment de North Stage mocht inpakken? Lag het aan het mindere weer, waardoor niet iedereen zin had om voor stevige gitaren nog naar de achterkant van het terrein te trekken? Of lag het gewoon aan The Plot In You zelf, aangezien de band ook niet meteen het spannendste geluid ooit brengt? Welke oorzaak uiteindelijk de doorslag gaf weten we niet, maar die laatste leek ons zeker niet ondenkbaar. In de Tent Stage stuurde de groep namelijk vooral degelijke middelmaat door de speakers, zonder echt ergens uit te blinken. Luid was het met nummers als “You Get One”, “FEEL NOTHING” en “Left Behind” zeker wel en daardoor was de boeking als tegengewicht voor de pop op het hoofdpodium op zich best logisch, maar meer dan een stevig alternatief werd het eigenlijk niet. Gezien, afgevinkt en weer door, al willen we op de valreep nog wel een klein complimentje aan de drummer van dienst geven. Die trok het geheel met strak en opvallend fel spel toch nog een beetje uit de grijze zone.
Zara Larsson @ North Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Een decor van jewelste, een all female band en een flitsende intro gaven de aanzet voor Zara Larsson en haar horde danseressen om “Midnight Sun” eer aan te doen als openingsnummer. Ook ouder nummer “Can’t Tame Her” werd direct in een zomers jasje gestoken, zoals de sfeer van het laatste album. Met strakke choreo’s en een hevige nonchalance ging de hitjestrein snel verder. Met een 2D roze sportwagen, zoals het decor gemaakt was, kwam Larsson “Hot & Sexy” brengen, dat onderbroken werd voor een fotomoment omdat de zangeres vond dat ze er goed uit zag. Divagehalte op maximum!
Hoewel Zara Larssons populariteit na Midnight Sun pas een enorme boost kreeg, leven haar oude hitjes nog altijd in het brein van menig fan. Zo werd ook onder andere “Ain’t My Fault” liefelijk onthaald. Zonder veel rond de pot te draaien, ging Larsson bijna op automatische piloot. Zo beleefde ze haar “Eurosummer” nog eens en bracht ze klassieker “Never Forget You” met de bandvoorstelling als een echt girl’s girl. Als een van de hoogtepunten kwam dan “Lush Life” dat gedurende de zaaltour iconisch werd in Nederland. Hierdoor nam ze een gelukkige fan mee op podium. Zara Larsson is uiteindelijk een geboren entertainer, een fantastische zangeres en een topdanseres. Met zo’n performance zie je dat ze haar supersterstatus waarmaakt en wij zijn blij dat dat moment in haar carrière hier eindelijk is.
Twenty One Pilots @ South Stage

© CPU – Nathan Dobbelaere
Het leven zit vol met tegenstrijdigheden. We schreven het al in de intro, en op het einde van dag één kregen we daar nog eens een bijzonder nat bewijs van. Enkele minuten nadat Zara Larsson de North Stage nog omtoverde tot een flitsende popshow vol vrolijkheid, trok aan de overkant van het veld op de South Stage een heel ander universum open. Met Twenty One Pilots had Pinkpop een headliner binnengehaald die de emoharten van een hele generatie draagt, en dat merkte je ook in de show. Vanaf opener “Overcompensate” zag je hoe fanatiek het publiek zich in die beladen, donkere wereld liet meetrekken en dat enthousiasme werd naarmate het concert vorderde alleen maar groter. Het ging zelfs zo ver dat het slechts een handjevol minuten duurde voordat Tyler Joseph tijdens “The Contract” letterlijk op handen werd gedragen, waarna het hek van de dam was en het een volledige thuiswedstrijd leek te worden.
Een kleine veertien maanden terug zagen we in de Amsterdamse Ziggo Dome al wat voor spektakelmonster Twenty One Pilots was en op Pinkpop zette de groep dat nog eens in festivalformaat neer. Tyler Joseph dook om de haverklap op plekken op waar hij enkele seconden eerder nog niet stond, Josh Dun sloeg zich met zichtbaar plezier door zijn drumpartijen en op het podium werd niet bepaald zuinig omgesprongen met vuur, rook en andere trucs uit de theaterwereld. Met een fakkel in de hand zette Dun de boel op “Jumpsuit” in lichterlaaie, terwijl hij even later tijdens “Drum Show” op een metershoge toren boven het podium mocht plaatsnemen. Daar hield het spektakel niet op, want even later dook Joseph bij “Ride” plots op bij een van de geluidsmasten. Houdini is er niks bij.

© CPU – Nathan Dobbelaere
Weet je nog dat Japanse woord voor tegenstrijdigheden uit de intro? Dat kwam nog eens handig van pas toen de band “Seven Nation Army” bovenhaalde. Nadat de groep eerst een video van Jack White liet zien en daarmee de toestemming van de meester zelf leek te krijgen, zette de band de zowat bekendste riff van de eenentwintigste eeuw in. En net op dat moment besloot ook de hemel zijn duit in het zakje te doen. Twenty One Pilots werd al een heel optreden lang ondersteund door een flitsende lichtshow van de wolken, maar tijdens “Seven Nation Army” gingen de hemelsluizen plots echt open en stond het publiek in de stortregen massaal die riff mee te scanderen. Taikyoku, inderdaad!
Viel het slot van het optreden nu volledig in het water door de fikse regenbui? Nee natuurlijk niet, want als er één band was die van een stortbui nog een decorstuk kon maken en het naadloos kon laten aansluiten op zijn eigen universum, dan was het Twenty One Pilots wel. “Stressed Out” werd op de doorweekte weide met open armen ontvangen, terwijl “Trees” als vaste afsluiter nog een laatste keer de emoharten deed opwarmen. En je kan zeggen wat je wilt, maar die emoharten hadden wel degelijk een waardige headliner gekregen.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Robbie Allemeesch





