The Black Keys staan dikwijls afgebeeld als een duo en dat tweetal zijn Dan Auerbach die de zang en de gitaar voor zijn rekening neemt en Patrick Carney die achter de drums zit. Peaches! is een plaat vol covers en in principe recenseren we geen covers bij Dansende Beren. Althans toch wanneer het gaat om een enkel toevallig singletje, maar een hele lp vol blues en bluesrock, herinterpretaties van meesterwerken, laten we niet zo maar aan ons voorbijgaan. Een bezige bij is Auerbach wel met zijn eigen platenlabel, Easy Eye Sound, waar fantastisch volk als Fai Laci, The Animeros, The Velveteers en nog veel meer terecht onderdak hebben gekregen. Daarnaast herwerkte Auerbach ook nog een aantal songs op het sublieme postume album Songwriter van Johnny Cash en nog veel en veel meer.
De band had wel dikke pech een aantal jaren geleden toen hun promotieteam, of hoe noem je zoiets eigenlijk, een hele toer op poten had gezet langs de grootste stadions van Noord-Amerika, maar de ticketverkoop totaal niet liep zoals gewenst. Eerlijk, The Black Keys is ook niet het type band volgens ons die alleen avond na avond tienduizenden zitjes op een tribune krijgen gevuld. Nu goed, het wilt niet zeggen dat The Black Keys geen fantastische groep is, integendeel. Platen zoals El Camino uit 2011 en Brothers uit 2012 zijn grandioze meesterwerken die altijd en overal vijf sterren verdienen. Op het debuutalbum The Big Come Up uit 2002 hoorden we al een tweespan dat oprecht en met kennis van zaken blues(rock) speelt en dat nadien nooit heeft afgeleerd. Soms wordt er wel een keertje gefoeterd dat een album zoals Turn Blue uit 2014 minder tot het publiek doordrong door de psychedelische sound en dat klopt enigszins wel, maar zelfs een zogezegd zwakker album blijft bij The Black Keys nog steeds een vette, coole plaat. Peaches! grijpt voor de volle honderd procent terug naar die oersound, dat geluid dat ooit opsteeg uit de moerassen rond de Mississippi, die blues die je keihard bij de ballen grijpt, knijpt en pas loslaat wanneer je vergiffenis vraagt. Nog een tip: check de film Sinners zeker eens!
We hebben echt ontzettend veel goesting om hier een knoert van een review te schrijven en onze geest en pen over elk nummer te laten varen, maar we gaan er gewoon de beste songs uit nemen. De eerste schijf op de plaat is “Where There’s Smoke, There’s Fire”, oorspronkelijk een blueslick van Willie Griffin die trouwens ook nog bij The Miracles heeft gezongen! ‘Ok, one more time’, zo begint de plaat en of we begonnen zijn. Voel dat ritme, ruik dat zweet des aanschijns van de oude katoenplukkers, hoor die onbreekbare sound van die blazers en kijk naar de plaats waar de rook ook bewijs is van vuur, het vuur dat je langzaam van teen tot top laat verkolen. En “Who’s Been Foolin’ You” is gewoon van het allerbeste dat ooit aan de delta van The Magnolia State is gemaakt. Een vette bluesbrij van Arthur Crudup, de ‘big boy’ van het genre, compleet verloren gegaan in de nevelen van de keiharde muziekindustrie die zijn songs had ingepikt om nooit meer terug te geven. Andere tijden en de verkeerde huidskleur, zo ging dat nu eenmaal.
Kijk, werkelijk elk nummer op deze lp is fantastisch herwerkt, maar écht fantastisch! Goed, het zijn geen eigen nummers, helemaal akkoord, maar je moet al van goeden en schonen huize zijn om deze songs te kennen. Dus om het even lelijk te zeggen: ‘who gives a shit?’. Dit is gewoon weergaloze blues en bluesrock gespeeld door twee doodeerlijke dudes die de geschiedenis niet willen herschrijven, maar willen laten herleven. Auerbach en Carney werken aan een tweede adem en kiezen hiervoor de beste metgezellen uit die al lang voedsel zijn voor de bomen in Mississippi en Louisiana. Maar de twee zijn geen navelstaarders en hebben geen oogkleppen op. Getuige daarvan is “She Does It Right”, een compositie van Wilko Johnson, een Brit nota bene, die furore maakte in de jaren zeventig met Dr. Feelgood. Er zit dus ook punk in de plaat, een beetje mod ook, al is het allemaal een hier en daar zijdelings. Een muzikale schatkist, dat is Peaches! geworden. En dan moet het aller-, aller-, allerbeste nog komen!
Stel nu, en dat kan dus best, dat je nog nooit hebt gehoord van R.L. Burnside, neem dan nu je hoofdtelefoon en beluister eerst deze twee lp’s, A Ass Pocket of Whiskey uit 1996 en Come on In uit 1998. Zo leer je ook het magistrale The Jon Spencer Blues Explosion kennen! Het is niet de bedoeling om deze artiesten en bands hier uitvoerig te behandelen, dat kan nu eenmaal niet, maar The Black Keys covert hier “Fireman Ring the Bell” van Burnside en eerlijk, we krijgen er hartkloppingen van. We hebben goesting om de auto te pakken, deze schijf loei- en loeihard te zetten om dan ergens compleet verloren te rijden. Een versie van bijna zes minuten, en jawel, er bestaat dus een god en die god is knettergek van blues, dat kan echt niet anders. Die gitaarriff is zo meesterlijk, wauw!
Wat The Black Keys hier schijnbaar uit de losse pols uithaalt, is van een torenhoog niveau. Het gekke is dat deze plaat ogenschijnlijk een soort van tussendoortje is, want No Rain, No Flowers is nog niet eens een jaar oud. Het komt dus allemaal een beetje uit het niets, maar wat een bluesmastodont van een plaat krijgen we hier opeens cadeau! Goed, er worden dan geen stadions gevuld, who cares, maar deze twee mannen zijn zonder twijfel de verpersoonlijking van de rechtschapen blues ontdaan van alle eventuele franjes. Dit zijn de kleine houten huisjes waar hele families samenhokten, aten, scheten, sliepen en elke dag het veld werden opgejaagd om een stuiver op te halen. Dit zijn de verhalen van een volk dat verkracht werd door zijn eigen landgenoten, maar ook verhalen over liefde en dansen tot de onvermijdelijke dood er ooit op volgt. The Black Keys creëert een topstuk, een muzieksnoer gemaakt van de grootste meesterwerken uit die reusachtige delta waar de alligator mississippiensis loert, dag en nacht.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Fireman Ring the Bell”, ons favoriete nummer van Peaches! in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







