We kloppen niet graag op eigen borst, maar durven toch wel zeggen dat Westside Cowboy een Grote Beer van Morgen met een zeer grote toekomst is. Wie hen al live aan het werk zag, zal dat volmondig bevestigen. Hun ‘Britainicana’, de mix van de Amerikaanse midwest met het Britse eilandgevoel, is om duimen, vingers en alle mogelijke ledematen bij af te likken. Rauw, emotioneel, maar ook speels op een manier die je niet zou verwachten. Dit viertal samen creëert al van seconde één magie en oversteeg met zijn debuut-ep reeds concullega’s en muziekgenres.
So Much Country ‘Till We Get There volgt slechts vijf maanden na de release van This Better Be Something Great. Die ep belandde al op menig eindejaarslijstje, maar is vergeleken met deze nieuwe kinderwerk. De emotionele slagkracht en hypnotiserende songwriting krijgen op deze nieuwe worp nog een extra lading schwung en diepgang, wat de band al meteen in de schijnwerpers zet met de bangelijke opener “Strange Taxidermy”. Tegen de gewoonte in is het een heel zwaar geladen, bijna slowcorenummer dat recht uit de Britse folkgeschiedenis lijkt getrokken. De stem van bassiste Aoife Anson O’Connell leidt de volksdans, tot de rest van de band erin hakt als een bot mes op een been. Tot tranen toe bewogen, en dat al bij de eerste noten.
En dan volgen “Can’t See” en “Don’t Throw Rocks“, beide uitgebracht als single, beide briljant tot en met. Je zou het nochtans niet per se verwachten, want qua structuur en instrumentatie zijn dit allesbehalve unieke stukken binnen het genre. Het zijn echter de details die het kaf van het koren scheiden en de echte topbands doen uitblinken. Paddy Murphy, wiens slaapkamer bovendien de officiële startbasis voor de band was, houdt als een wandelende metronoom het tempo voortdurend retestrak, maar brengt ook op subtiele wijze een dynamiek die beide songs tien niveaus hoger tilt. Dat gecombineerd met het knappe gitaarwerk van zijn twee snaarkompanen en lyrics die de realiteit van opgroeien in 2025 pijnlijk belichten, zijn een gedroomde combinatie. Tot twee keer toe.
Tot twee keer toe? Maak er maar drie van. Met “The Wahs” breit de band een sterk vervolgstuk aan die vorige twee songs, al neigt het hier nog iets meer naar een traditioneel indiehitje. Het toont alleszins aan dat Westside Cowboy van heel wat markten thuis is, en zelfs op een ep van vijf nummers variatie en diepgang tussen de songs kan stoppen. Niet volledig overtuigd? Dan met “In The Morning” zeker wel. Op het eerste gehoor een traditionele folkklassieker uit lang vervlogen tijden, maar, zo blijkt, een origineel recept van het viertal. Zag je het al eens live, dan weet je ook dat het de gedroomde afsluiter van deze ep is. Een viering van vriendschap, verbondenheid en kunst.
Dat dit een belangrijk werk zal worden voor deze héél jonge band, is een understatement. Nee, dit is een regelrecht statement. Een statement van een band die overloopt van het talent en de muziekwereld, als het allemaal wat meezit, zal bestormen zoals een tyfoon de kliffen van Dover aanvalt. Uit elke noot van deze kortspeler gutst het talent en de goesting om muziek te maken, meer dan genoeg om deze band nu al op een van de hoogste schavotjes te zetten. We beperken ons gezien de beperkte duurtijd van de ep tot vier sterren, maar maak er een volwaardig album van en er komt op z’n minst een halve bij. We sluiten dan ook graag af in hun eigen woorden: Westsiiiiide Coooowbooooy!
Westside Cowboy staat op 8 maart in het voorprogramma van Geese in de Botanique, nog zo’n indiehype die de wereld aan het veroveren is. Tickets zijn echter al lang de deur uit. Later dit jaar staan ze ook al op Down The Rabbit Hole.
Ontdek “Can’t See”, ons favoriete nummer van So Much Country ‘Till We Get There, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






