
© CPU – Peter Verstraeten
We Come Alive, het nieuwe album van Jonathan Jeremiah, is nog maar anderhalve week oud, maar de Brit kon niet langer wachten om zijn nieuwste creatie aan het Europese publiek voor te stellen. Parijs kreeg op maandag de primeur en op dinsdag was Brussel aan de beurt, meer bepaald La Madeleine. Zo lang geleden was het nog niet dat Jeremiah een nieuwe plaat kwam voorstellen in België, want twee jaar geleden deed hij in Trix en op Dranouter nog hetzelfde met Horsepower For The Street, dat het jaar daarvoor verscheen. Een langere tijd tussen die passages had vermoedelijk wel voor wat meer volk gezorgd, maar deze keer kon Jeremiah slechts rekenen op nog niet eens halfvolle Madeleine, waarvan de balkons dicht bleven en er ook een doek gespannen werd om de zaal kleiner te doen lijken.
Het voorprogramma werd verzorgd door Gala Dragot en daar was het publiek niet op voorbereid. De discrepantie tussen voorprogramma en hoofdact was gigantisch en dat leverde op zijn beurt weinig enthousiastelingen op. Dat de muziek van Dragot ook nog eens vrij ontoegankelijk en over de top theatraal is, hielp daar al helemaal niet bij. De zangeres waarschuwde wel dat ze enkel melancholische en depressieve nummers zou brengen, en wat dat betreft moeten we wel stellen dat ze een vrouw van haar woord is. De nummers die ze op piano bracht, slaagden er met momenten wel in om indringend aan te doen, maar die sfeer haalde ze er al even snel weer uit met ongemakkelijke bindteksten, die op de koop toe ook niet met het publiek resoneerden. Dragot zong op technisch vlak nagenoeg perfect en heeft op het podium zeker een bepaalde présence en karakter, maar in La Madeleine leek het maar zelden te werken.

© CPU – Peter Verstraeten
Bij Jonathan Jeremiah moesten we dan weer niet rekenen op haast onvolgbare akkoordprogressies en dramatiek, maar wel op gladde soul. De band begon er zonder zijn frontman aan met een interessant baslijntje en niet veel later kwam ook Jeremiah de trap af om zijn plaats in te nemen. Hij vroeg zijn technicus om een gitaar, die hij tijdens openingsnummer “We Come Alive” voornamelijk als accessoire droeg, om die vervolgens in te wisselen voor een andere gitaar, die dan op zijn beurt geheel onhoorbaar was in de geluidsmix. Een hobbelig begin dus voor de man die liefst van alles effen houdt.
Gelukkig was het kalf nog allesbehalve verdronken en werd na “Kolkata Bear”, overigens voorzien van leuke strijkers, doorgepakt met “Mountain”. De muzikanten floten de intro op knappe wijze en de regel dat een geïsoleerde basdrum moet meegeklapt worden, was ook in La Madeleine van tel. Reken daarbij dat we toen ook eindelijk Jeremiahs gitaar konden horen en we leken gelanceerd te zijn. Toch was het net toen dat ook de sleur al zijn intrede leek te doen in een set, die eigenlijk nog niet zo heel lang bezig was. “Lost”, een nummer van de eerste plaat, werd door de gelijkenissen met voorgaande nummers al een inwisselbaar liedje en dat was helaas ook niet voor het laatst deze avond. Dat Jeremiah het publiek met wat kleine gesticulaties aanmaande om mee te doen hielp gelukkig wel, maar het hielp ook maar voor een tiental seconden.

© CPU – Peter Verstraeten
De mysterieuze piano-intro van “Foot Track Magic” wist gelukkig de aandacht weer te trekken en de daaropvolgende pianofills waren absoluut intrigerend. Jeremiah en de hele band wisten toen eindelijk wat meer intensiteit erin te brengen, al mochten ze van het publiek wel niet meer verwachten dan vrolijk meewiegen. Die dynamiek werd meteen uit het muzikale gehaald, want Jeremiah zette “The Stars Are Out” helemaal alleen in en dat was op instrumentaal vlak behoorlijk kaal, maar zijn stem kwam zo net wat meer tot zijn recht. Met vervolgens de bas en de rest van de band erbij, waren we wederom vertrokken voor meer van hetzelfde.
Toch worden we opnieuw helemaal enthousiast wanneer we de geweldige baslijn van “Counting Down The Days” horen – misschien wel het sterkste nummer van de nieuwste plaat – maar helaas moeten we vaststellen dat de versie die Jeremiah en zijn band in La Madeleine brachten, niet kan tippen aan die op het album. De backingvocals van het strijktrio kwamen er helemaal niet uit zoals had gemoeten. “How Half-heartedly We Behave”, dat enkel met het strijktrio word gebracht, vormde gelukkig wel een fijne afwisseling, waarna toch weer wat misliep. De cello moet ergens niet langer ingeplugd geweest zijn en dat zorgde ervoor dat “Gold Dust” maar heel moeizaam op gang kwam. Jeremiah gebaarde zonder zich om te draaien meerdere keren naar zijn strijktrio dat ze eraan moesten beginnen, maar dat ging natuurlijk niet.

© CPU – Peter Verstraeten
Met “Horsepower For The Street” kregen we dan weer een van zijn beste nummers te horen en deze keer was de uitvoering wel goed, maar wederom niet zo goed als op plaat. Zowel de strijkers als de zang van de Brit wisten zelfs dat kleine tikkeltje nodige urgentie niet in hun muziek te steken en daarmee ontbrak ook dat kleine beetje spanning dat zo’n nummer en in totaliteit zo’n optreden ten alle tijden nodig heeft. “Good Day” bleef, wederom door een sterk staaltje baswerk wel overeind en ook met zijn enige bisnummer kon Jeremiah niets fout doen. De vrouw die al een keer of vijf om “Happiness” had gevraagd, kreeg eindelijk haar zin en na wat meeklappen en meezingen, konden we wel op een positieve noot afsluiten. Jonathan Jeremiah slaagde er in La Madeleine niet in om naar iets op te bouwen en bracht een show die niet alleen weinig divers was, maar ook voornamelijk voortkabbelde.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!







Spijtig van je recensie – voorprogramma kende ik niet maar boeide wel !
Maar dan hoe goed was Jeremiah – ga al 45 jaar naar concerten zelden zoiets goed gezien – wat een performance en de stem – weet niet wat jij goed of super vind !