LiveRecensies

49th & Main @ Botanique (Witloof Bar): Voor al uw strandfeestjes en raves

49th & Main hebben we in Brussel niet, wel Botanic & Kings. Dat klinkt ook nog niet zo slecht voor een bandnaam en was zeker meer dan goed voor de Ierse jeugdvrienden die er passeerden voor hun Happy Tears-tour. Ben O’Sullivan en Paddy King leerden elkaar op school kennen, maken sinds 2019 samen muziek en brachten in juni hun debuutalbum, jawel, Happy Tears uit. Hun band 49th & Main speelde gisteren in de Witloof Bar, het kleinste zaaltje in de Botanique. Daar lieten ze zien dat ze, eens ingewerkt, een publiek kunnen entertainen, een uitgebreid genre aan muziek kunnen brengen, en vooral, dat ze nog heel veel in hun mars hebben.

De muziek van 49th & Main valt globaal gezien binnen het dance-pop genre, maar voeg daar zeker maar een flinke duw in de richting van house aan toe met zijstraatjes van jazz en indie. Dat is ook de overkoepelende sfeer van wat het duo gisteren gebracht heeft. Ze hadden al via Instagram gevraagd om niet te laat te komen, en dat waren ze dan zelf ook niet. Zonder voorprogramma en stipt om half negen kwamen O’Sullivan en King casual binnengewandeld en vonden ze hun plaatsje op het kleine vierkante podium in het midden van de gewelven van de Witloof Bar, de kelder van de Botanique. Zonder iets te zeggen, begonnen ze meteen aan “Don’t You Like It?”. Via streaming een leuk liedje als achtergrond, maar dat was het helaas live ook. Gevolgd door een kleine ‘bonjour Bruxelles’ en meteen daarna “Up To Something”, was het allemaal nog niet zo bijzonder. Zo ging het nog even voort. Vooral house beats, fijne muziek, maar opnieuw, niet de grote aandachtstrekker die ze zouden mogen opeisen in zo’n intieme setting. Dat de nummers vaak naadloos in elkaar vloeiden is helemaal niet slecht, maar draagt toch wel bij aan die surfy sfeer die beter op een strandfeestje past dan in een concertzaal.

Maar dan volgde “Never Gonna Stop” met z’n ‘baby baby baby’ en was plots iedereen mee, en zo zijzelf ook en waren we vertrokken. Naarmate de tijd vorderde, en het publiek losser kwam, voelden ze zich duidelijk meer en meer op hun plaats op het podium en maakte Ben O’Sullivan een mopje over dat ze nog nooit op zo’n podium hebben gestaan, eentje in het midden van de zaal. Dat hij het andere artiesten al zien doen heeft, en dat het er heel erg cool uitziet, maar dat hij zich vooral akward voelt, en verontschuldigde zich voor de mensen achter hem, die al de hele show naar zijn kont hebben moeten staren. Het praten hielp en vergrootte de connectie met het publiek. Ze vroegen of er mensen waren die al eens eerder een show van hen hebben gezien. Een gekke vraag voor een kleine band, die voor het eerst in ons land is, maar toch riep er iemand van wel. Dan volgde een tof momentje tussen blijkbaar oude bekenden, waar wij als publiek getuige van mochten zijn, en dat voelde erg warm. ‘Who are you?’, ‘It’s Greg’, ‘Do you live here’, ‘Yes’.

Dit was een nodig ogenblikje van verbinding, van de artiesten met het publiek en omgekeerd. Ze zetten de tonen van “Human Condition” in, en alles was plots zo veel losser en harder ook. Stevigere beats, meer dansmoves van zowel King aan de micro als van O’Sullivan aan de draaitafel, als ook in het publiek. Met “Ardbeg” sloegen ze wat meer de indie weg in, maar de sfeer bleef er goed inzitten. Als dan vervolgens de eerste tonen van “Happy Days” werden aangezet, wist iedereen hoe laat het was, en werd er gejuicht en geklapt. De jongens benutten de vrijheid die live spelen biedt erg goed en voegden hier een tamelijke technobeat aan toe, wat perfect paste in deze kelder, onder de gewelven, met dit kleine groepje mensen en deze Ierse vrienden in het midden.

Met “Tom” en “I Want You” zetten ze de zwaardere beats verder en het werd allemaal heel erg dansbaar. Zo dacht een groepje meisjes, dat helemaal voor de tafel van O’Sullivan stond, er ook over. Dit zorgde alleen maar voor meer energie en meer zelfvertrouwen. Zo goed zelfs, dat Ben de micro nam en vroeg of we zin hadden om alvast een nieuw nummer te horen, eentje dat nog niet uitgekomen is. Hij vroeg om eerlijke feedback. ‘You can boo. I don’t care. Please don’t boo’. De titel kennen we nog niet, maar met een refreintje als ‘Insomnia feels so good’, kunnen we wel hinten naar de naam en niemand heeft ‘geboo’d’, integendeel. Wat een heerlijke schijf, vrolijk, aanstekelijk, zomers, want dat kan nog altijd midden september. Het ging alleen maar in stijgende lijn in dit optreden. Van het publiek laten meezingen en de luidste kant kiezen, naar een Oosters melodietje toevoegen en daar vervolgens met hun twee een klein dansje op te doen, naar een zaal dat al zijn ingetogenheid heeft losgelaten en heerlijk meezong op “Self Sabotage”.

Als laatste brachten ze “Hold On”, een lied dat een hoogtepunt aan het einde van de show had kunnen brengen, maar het volbracht deze mogelijkheid helaas niet. Lag het aan de apparatuur, aan het feit dat ze nog moesten wennen om in deze bepaalde setting te spelen? We weten het niet, maar het was te zacht. Het mocht veel harder want dit lied heeft de kracht in zich om een giga afsluiter te vormen en kwam jammer genoeg helemaal niet tot zijn recht. Dan fluisterden ze iets tegen elkaar, alsof ze datzelfde gevoel hadden – of was het sowieso zo gepland – en brachten ze nog “Catching Eyes”, een van hun eerste uitgebrachte songs. Eigenlijk een lo-fi hitje, maar hier zo origineel gebracht met David Guetta en Kid Cudis “Memories” in verwerkt. O’Sullivan kwam helemaal los van zijn tafel en sprong in het rond, de lichten verlieten het podium en gedroegen zich alsof ze in een discotheek waren, en zo voelde het ook. Wat een energie.

Wanneer dat erop zat, was er zo veel applaus dat Ben en Paddy moesten wachten tot ze konden spreken. Ze werden er zichtbaar verlegen van. Nog eentje, zeiden ze dan. King nam opnieuw zijn gitaar vast en bracht een ingetogen indiecover van “Pursuit of Happiness” van (opnieuw) Kid Cudi. Iedereen klapte mee, het tempo werd naar beneden gehaald, het einde van de show was daar. Maar dan verraste O’Sullivan totaal door de dreun in dat lied extra hard te laten binnenkomen. Wat eerst een kampvuurmomentje was, ontpopte tot een ware rave en man, wat was dat geweldig.

49th & Main bracht in de Botanique een show die eerst wat op gang moest komen, maar zich nadien helemaal ontluikte tot een gelukzalige avond vol kleine verrassingen. We hebben gezongen, gedanst, gelachen, losgelaten en ontdekt. Eens deze Ieren hun plaatsje op het podium gevonden hadden, brachten ze een topshow. Met een kersverse aankondiging van een wereldtournee is het voor heel veel mensen over de hele wereld de kans om deze energieke lieverds te zien springen en zo toevallige passanten in regelrechte fans om te toveren.

Facebook / Instagram

Related posts
LiveRecensies

Neroli @ Botanique (Witloof Bar): Zonnebloemen die zingen als nachtegalen

Botanique blijft een geliefde plek voor fijnproevers. Vanavond trekken we naar de intieme Witloof Bar, verscholen in de kelder. Sinds de recente…
LiveRecensies

Chalk @ Botanique (Rotonde): Duistere dans tussen postpunk en techno

Sinds eind maart staat de naam van Chalk nog nadrukkelijker op de radar. Het Noord-Ierse duo bracht toen zijn langverwachte debuutalbum Crystalpunk…
LiveRecensies

Searows @ Botanique (Rotonde): Dobberen op zee

De grootste sterren zijn soms diegene waarvan je nog nooit hoorde. Searows doet ongetwijfeld niet al te veel belletjes rinkelen bij muziekluisterend…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *