
© CPU – Senne Houben
Drie dagen Pukkelpop vlogen weer in een mum van tijd voorbij, maar op de laatste dag viel van alle kanten weer een voltreffer te noteren. Hoewel de slotdag pas op het nippertje helemaal uitverkocht was, was de grote winnaar zonder twijfel de terugkeer van de zon. Deze keer gelukkig geen broeierige hitte, maar stralen die hart en ledematen verwarmden. Over alle podia was die opgewekte sfeer duidelijk te bespeuren, terwijl artiesten uit alle uithoeken van de muziekwereld en uit uiteenlopende genres nieuwe en bestaande fans wisten te enthousiasmeren. Het DNA en de status van hoofdafsluiter Queens of the Stone Age sijpelde daarbij langs alle kanten door het dagprogramma, waarbij revivals en hedendaagse sounds hand in hand richting de eindmeet van veertig jaar Pukkelpop gingen. Maar wie zijn verleden kent, weet dat het festival altijd een plek is geweest waar herinneringen, vernieuwing en passie samenkomen.
Lézard @ Lift
Het is geen toeval dat onze voormalige en huidige ‘Grote Beren’ moeiteloos de weg naar Kiewit vinden. In het geval van Lézard was hun Pukkelpop-debuut een duidelijk statement met een langetermijnvisie. De artpunkband broedt nog steeds op een eerste album, maar net zoals hun grote referentie Talking Heads willen de Gentenaren hun sound eerst live verfijnen. Het openen van de Lift verliep dan ook van een leien dakje. Neil Claes en Myrthe Asta namen samen de verantwoordelijkheid om de eerste nieuwsgierigen aan het dansen en lichtjes aan het zweten te krijgen. De trippy, popart-achtige visuals riepen de geest van Andy Warhol op, terwijl speelse woordspelingen zoals “Manifastique” zorgden voor een glimlach en luchtige interactie. Tussen Neil en Myrthe was er nauwelijks sprake van rivaliteit om de Franse refreinen te scanderen. Integendeel, met “Love Is in the Air” brachten ze een sensuele omwenteling teweeg. Het trashy rock-’n-rollgehalte nam vervolgens een stevige vlucht tijdens de test van een nieuwe single, die later deze maand overal te streamen zal zijn. Op vlak van snedige gitaren en frisse energie werd de kop van de laatste festivaldag zo moeiteloos afgebeten.
Kingfishr @ Marquee

© CPU – Joost Van Hoey
Er brandde geen kampvuur in de Marquee, maar ook zonder gloeiende kolen en vuurvliegen wist Kingfishr van aanpakken om een semi-vermoeide Marquee wakker te schudden. Met “I Cried I Wept” gingen de Ierse folk troubadours voor een leuke en ongecompliceerde binnenkomer met veel drive en goesting. Frontman Eddie Keogh wist dan wel dat het inmiddels dag vier was en dat de meesten al een behoorlijk intens festival achter de rug hadden, en toch was hij er niet verlegen om om een olijke show neer te zetten die met momenten ook melancholische proporties aannam. “Shot In The Dark” leende zich voor een mooi meezingmoment en trok de laatste twijfelaars zo in het eerste derde van de set over de streep. De banjo bleef geregeld het smeermiddel voor hun zoete indiefolk, maar het werd gelukkig nooit te plat of voorspelbaar. “Caroline” warmde ons hart nog eens op en gaf ons een passend einde van de Kingfishr-experience. Hun debuutalbum Halycon ligt vanaf volgende week in de rekken en daar zullen we met fijne Pukkelpop-herinneringen ongetwijfeld een aantal keer naar terug luisteren.
Kingfishr staat op dinsdag 4 november in La Madeleine.
Kids With Buns @ Main Stage

© CPU – Joost Van Hoey
De twee gitaarladies van Kids With Buns mochten de laatste dag van Pukkelpop openen op de Main Stage en dat was meteen een ander soort vibe en doelpubliek dan de hiphopopeners van de vorige twee dagen. De zon scheen minder fel, maar er stonden toch al wat vroege fans voor het podium. Niet iedereen leek er meteen helemaal bij te zijn, al zorgden de vele gitaarwissels, een extra gitarist en drummer wel voor afwisseling. Marie Van Uytvanck vertelde hoe hun verhaal ooit begon na zelf Pukkelpop te willen bezoeken en tickets te zoeken een paar jaar geleden. Een anekdote die bevestigde dat Pukkelpop is waar dromen ontstaan en ook uitkomen. Waar ze twee jaar geleden nog in de Club stonden, deden ze het nu op de Main Stage. Het publiek zat vol stille genieters en de band eindigde met “Bathroom Floor” waar toch wat meer gitaar- en drumpower bij kwam kijken. Kids With Buns zorgde niet voor wakkerspringen zoals de eerdere twee openers dat wel deden, maar deed meer aan wakkerwiegen.
Kids With Buns staat op 30 augustus in OLT Rivierenhof en op 13 september op Schippersweekend
The Joy @ Club
Het fijne aan Pukkelpop is dat je zonder verwachtingen een tent kunt binnenwandelen om een uur later met een kamerbrede glimlach diezelfde plek weer te verlaten. Het is wat Pukkelpop zo uniek maakt en The Joy was gisteren een van die momenten. Het kwintet uit Zuid-Afrika speelde zijn laatste show van de Europese festivaltour en deed dat met niets meer dan hun stemmen. De samenzang en de verschillende harmonieën waren de instrumenten die ons meenamen naar hun prachtige thuisland, waar ritme en poëzie vooral in de klanken zitten en minder in de woorden. Pas tegen het einde maakte The Joy gebruik van een subtiele beat, maar voor de rest vertrouwden ze volledig op elkaars stembanden. Voor zachte klanken waren we bij The Joy aan het juiste adres en met een uitgerust gevoel konden we onze zondagse reis verderzetten.
La Lom @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke
Wat doe je als je niet gezegend bent met een magische zangstem? Je start in het geval van La Lom uit wereldmetropool Los Angeles een instrumentale band en zet vol in op heerlijke vibes. Die vibes creëerden ze door een zoete cocktail van cumbia en zuiderse soul uit de jaren zestig naar het heden te brengen. Zac Sokolow was als gitarist de stuurman van het schip, terwijl bassist Jake Faulkner als matroos en speelvogel met veel overgave het publiek opjutte en daarvoor geregeld zijn basgitaar inruilde voor een contrabas. Het drietal kreeg met hun frivoliteit een toch zeer mooi gevulde Lift in een handomdraai aan het dansen en bleef, mede door slimme tempowissels van percussionist Nicholas Baker, steeds fris en beweeglijk. La Lom was op Pukkelpop het muzikale equivalent van een Cuba Libre bij een lekker zomerweertje.
Suki Waterhouse @ Marquee

© CPU – Senne Houben
Op de slotdag van Pukkelpop mocht er iets na de middag zowaar al een superster aantreden in de Marquee. Suki Waterhouse is topmodel en actrice in onder andere Daisy Jones & The Six, mag Robert Pattinson binnenkort haar echtgenoot noemen én maakt daarbovenop ook nog eens opzwepend enthousiaste muziek. Nog niet heel veel volk in de tent, maar daar trok een volleerd entertainer als de Britse zich niets van aan: “Supersad” kreeg het voorste gedeelte al aan het springen.
In prachtige outfit en tussen de glimmende bubbels bewoog Suki Waterhouse als frisse oase in tropische temperaturen over het podium, golvend tussen surfpop en melancholie. De manier waarop een aanstekelijk “My Fun” werd opgevolgd door “Dream Woman” was daar een mooi voorbeeld van, maar ook het feit dat “Don’t Look Back In Anger” van Oasis passeerde. Door en na die laatste ging vanzelfsprekend de decibelmeter wat roder kleuren, natuurlijk ook omdat de Britse haar grotere hits bovenhaalde. Even onderbrak een onwel geworden jongedame de flow, maar de oprechte bezorgdheid van Waterhouse leverde dan weer wat respectpunten op. “Moves” dompelde de Marquee nog eens onder in melancholische glitter, “Good Looking” veranderde alles in een dromerige discobal. Suki Waterhouse blijft als artieste misschien een beetje onder de radar, maar bewees gisteren dat dat totaal onterecht is. Met haar persona alleen al kan ze een innemende show neerzetten. Doe daar nog eens een goede band en vooral sterke nummers bij, en je zondag was perfect gestart!
Loreen @ Wave

© CPU – Joost Van Hoey
Eu-phooo-riia! Na de DIW-Voormiddagsoirée was het tijd voor het serieuzere werk in de Wave, want Loreen kondigde zich aan als eerste artieste van de dag in de nieuwe tent. De Zweedse zangeres stelde zichzelf in 2012 voor aan de wereld met een van de meest overtuigende Songfestival-overwinningen van de laatste decennia en herhaalde later dat trucje met “Tattoo”. Zo werd ze de enige vrouw die de muzikale hoogmis – als we het Songfestival zo nog kunnen noemen – twee keer heeft gewonnen. Bijgevolg tekende een behoorlijk volle tent present, maar wie die de langverwachte finale meemaakte, doorstond eerst een dancecircus met Loreen als mythische directeur. Met de elektronica nog overweldigender dan haar vocals, waanden we ons in een discotheek waar haar stem vaker een extra laag op de elektronica vormde in plaats van de beats ter ondersteuning van haar stem.
Met een lange, mysterieuze en bijna filmische intro kwam ze uit bij “Euphoria”, dat in eerste instantie een onnodig droog dancejasje aangetrokken kreeg. Het excitement van tijdens de introductie zakte merkbaar ineen wanneer de technobeats de harmonieën van het origineel uit de weg veegden. Gelukkig bracht de tweede drop meer euforie mee dan de eerste en werden vele zieltjes toch gelukkig verklaard. Ook het minder populaire hitje “Is It Love” werd door drummer en dj in een nog dansbaardere mal gegoten en mondde uiteindelijk zelfs uit in een snel dnb-tempo. Loreens lange haren, lange, futuristische robotvingers waarmee je iemand de keel kan oversnijden en lange, cinematografische intro’s brachten een gevoel van vervulling met zich mee en zo moeten we onze stelling uit onze recensie van haar AB-show in maart – ‘Kan je Loreen binnenkort op een festival aan het werk zien? Ga dan gewoon de laatste tien minuten kijken en geniet daarvan.’ – toch lichtelijk herformuleren.
HEISA @ Backyard

© CPU – Jan Van Hecke
In de kronieken van veertig jaar Pukkelpop is het blijkbaar nog niet voorgevallen dat een noemenswaardige band Hasselt per ongeluk inruilde voor Hoeselt op de GPS. Rasechte lokale gitaarheld Jacques Nomdefamille zou die weg blindelings kunnen volgen, al leek hij opnieuw speels en dromerig van de wereld weg te zweven. Toch blijft HEISA een experimentele band die telkens op het juiste moment weer tot leven komt, samen met Koen Castermans op gitaar en Jonathan Frederix op drums. Met de loden zon in de nek ging het trio er resoluut voor. “Nandor” was al op audio een nummer van formaat, maar als opener gold dat live dubbel en dik. De huidige sound was voller en krachtiger dan ooit. Vooral bij de meer ritmische drum- en baspartijen sloeg de link naar Tool volledig aan. Wanneer het ruiger werd, kregen we de vroege sound van Queens of the Stone Age op onze snuit. Met andere woorden zorgde HEISA voor een spetterend gitaarfeest waarbij het fuzzpedaal bij “Paranoid” volledig open ging, ter ere van het eeuwige leven en welzijn van Ozzy Osbourne. HEISA leverde vroeg op de middag een set af die nog een poosje in onze oren zou tuiten.
Heisa speelt dit najaar nog een reeks clubshows doorheen Vlaanderen en Nederland – alle data vind je hier.
Glints x GLINTSAL @ Main Stage

© CPU – Joost Van Hoey
Glints viel nog van de trap en sloeg zijn enkel om toen hij de Main Stage opliep, terwijl hij sowieso al met een brace rond zijn been zat. In het gekende trainingspak trapte hij af met “Bugatti”, toen nog zonder Faisal voor het Glints-gedeelte in Glints x GLINTSAL. Intussen stroomde steeds meer volk toe op het gebrom van de bassen. De trompetten tijdens “All In” brachten meteen beweging in de set. Enkele nummers later werd een opblaasbare dj-booth het podium opgerold en kwam Faisal erbij, waardoor de duo-act compleet was. De muziek bleef grotendeels dezelfde lijn volgen, maar met hun passende pakjes oogde het meteen spectaculairder. Alles draaide nog meer om dansen en feest, met zelfs wat drum-’n-bass ertussen. “Roma” gaf het publiek een nieuwe energie-injectie, versterkt door rode rookbommen, rode outfits en een achtergrond vol rode krokodillenleer. Het ging hard, soms zelfs harder dan de menigte meedeed. Heupen gingen los op “Get U What U Want”, waarna nog wat hits en hun nieuwste single “ACID” volgden: een stevig middagintermezzo.
GLINTSAL staat op zondag 31 augustus op Drift Festival.
Ão @ Club

© CPU – Jan Van Hecke
De terugkeer van Ão is er eentje die via de grote poort mag passeren. Nadat het hoofdstuk rond debuutplaat Ao Mar vorig jaar in zekere zin werd afgesloten op Pukkelpop, start de groep een volgende op dezelfde weide. Met “Talvez” verscheen vorige week een nieuwe single, die nu samen met een nieuwe set een totaal nieuw verhaal op gang mocht trappen. Al vrij vroeg op de dag was de tent al volgelopen, en dat deed frontvouw Brenda Corijn zeker wel wat. ‘Ik heb me lang afgevraagd wat het nut was van mijn stem te laten horen, tot ik jullie hier nu zie’, zei ze nadat zowel de Palestijnse, Congolese als Oekraïense vlag op het scherm achter haar bleven verschijnen.
Nieuwe single “Talvez” vormde al vrij aan het begin van de set een hoogtepunt, net doordat Ão zoveel doordringender te werk leek te gaan. De manier waarop allerhande obscure geluiden (van een bos sleutels tot een metalen Chupa Chups-emmer) zich vermengden met het instrument dat Corijn van haar stem maakte, was op z’n minst kippenvelwaardig. Meteen erna bleek een ogenschijnlijke stagehand in dansduel te gaan met de zangeres, wat ons wederom verder richting het zuiden wist te slepen. Hitje “Meninas” was bezwerend, maar nooit zonder het idee van een zachte droom helemaal los te laten. Een nog te verschijnen song zette de Club in vuur en vlam, afsluitend duo “Mulher” / “More” bewees dan weer dat Ão klaar is om door te groeien tot een vaste waarde binnen het Belgische (en misschien wel Europese) muzieklandschap. Indringend, intrigerend, innemend; het viertal had het allemaal.
Ão staat op 26 maart 2026 in de Ancienne Belgique.
Sylvie Kreusch @ Marquee

© CPU – Joost Van Hoey
Een festival zonder Sylvie Kreusch is een festival niet geleefd? Door plotse ziekte bij Royel Otis mocht de zangeres alsnog komen opdraven in Kiewit, en zo stond ze toch nog maar eens op zo goed als elk noemenswaardig festival op Belgische bodem. Op zich is dat geen probleem, want met Comic Trip is er een nieuw album uit en daarnaast heeft Kreusch de voorbije maanden ook weer wat stappen in de grotere richting weten zetten.
Haar podium had ze in de Marquee bekleed met tientallen glimmende sterballonnen, waardoor haar witte glittergewaad nog net dat tikkeltje feller schitterde. Het vulde de dromerige, bezwerende wereld waarin Sylvie Kreusch zich bevindt alleen maar meer aan. “Seedy Tricks” en het gloednieuwe “Cloud 9” vulden elkaar perfect aan, “Ride Away” bracht ons naar een zwoele westernfilm. De watermeloenparaplu ging open bij “Walk Walk”, waarna dat tot walvisgeluiden werd gerekt. Enfin, de zangeres doet eigenlijk al de hele zomer hetzelfde trucje over en over, maar het blijft wel gewoon werken. Haar inleving, alsook die van haar zeskoppige liveband – overigens allemaal tot in de puntjes uitgedost – is iets dat daar een levensbelangrijke factor in speelt. De opeenvolging van “Just A Touch Away” en “Please To Devon” is er eentje die telkens weer een hoogtepunt vormt, en na een bijna-kus met een fan werd er gemoedelijk richting het einde gegrooved met “Comic Trip”. Pow pow, bang bang: en zo viel ook Pukkelpop onder de spreuk van Sylvie Kreusch.
USED : Live @ Wave
De Wave liep stilaan vol toen Used achter zijn piano kroop en de eerste toetsen indrukte. Het herkenbare “Limelight” zette de laatkomers meteen een versnelling hoger. Zonder omweg startte hij de show met zijn loopstation en zelf ingezongen vocals. ‘Ik ben terug thuis’, zei hij aan de Pukkelpopgangers, terwijl psychedelische visuals en flitsende graphics de achtergrond vulden tijdens zijn nummers. Zijn set dreef vooral op melodische drum-‘n-bass, maar soms knalde er een hardstyle- of techno-accent tussendoor. Er werd geskankt, gesprongen en zelfs ‘geshtampt’. Used benutte zijn hele setup tot het uiterste, inclusief een elektrische viool die hij zelf bespeelde. De vroegste show die hij ooit speelde, vertelde hij, maar genoot van ieder moment. Bij “Crossover” ging het stevig en het razend bekende “Go, Acid!” kwam niet volledig tot zijn recht zonder Nathan er zelf bij, dus hij speelde het niet uit. Ook een nieuwe remix van “Higher” passeerde de revue. Het publiek genoot dubbel, want dit was de laatste keer dat Used deze liveshow bracht. Binnenkort duikt hij met hetzelfde concept de Lotto Arena in, mét nieuw werk zoals “Through It All”, dat al een voorsmaakje gaf van wat er komen zal.
Alemeda @ Lift

© CPU – Senne Houben
Toen de organisatie met gepaste trots Doechii aankondigde, werd Alemada slechts terloops vermeld. Voor haar als artieste was dat misschien wat pijnlijk, want de Ethiopisch-Soedanese betekent veel meer dan alleen een gastbijdrage op “BEAT B*TCH UP”. Tijdens haar show in de Lift bewees ze dat overtuigend. De outro van GLINTSAL zorgde voor wat soundbleed, maar dat deed geen afbreuk aan haar introductie of aan het fragiele openingsnummer. De zangeres bleef volledig professioneel, terwijl haar driekoppige begeleidingsband even zorgzaam speelde als zijzelf. Haar nieuwste project, voorlopig getiteld ‘Fuck it’, was meer symbolisch dan realiteit. Zachte, mijmerende nummers over zomerdagen lieten spontaan armen en handen de lucht in gaan. Zelf wandelde ze regelmatig over het podium om de mensen vooraan diep in de ogen te kijken. Hoogtepunt van de set was “Chameleon”, dat ze samen schreef met Rachel Chinouriri en dat menig hart deed smelten. Tussen de nummers door werd ook tijd genomen om de Belgische fans voor het eerst persoonlijk te begroeten en een rockende gitaarsolo maakte het geheel compleet. Hoewel ze zong over haar diepste zielenroerselen, verloor Alemada zich nergens in dit veelbelovende optreden, dat een sterke indruk naliet voor haar toekomst.
Ecca Vandal @ Backyard

© CPU – Senne Houben
Ook dit jaar zijn er niet al te veel vrouwen die de planken van de Backyard mogen beklimmen, maar met Ecca Vandal stond er gisteren in de namiddag wel een persoonlijkheid met een zeer groot potentieel. In april mocht de Australische van Zuid-Afrikaanse afkomst zich al eens aan het Belgische publiek voorstellen als opener voor Limp Bizkit in het Sportpaleis. De omstandigheden en omkadering voor haar festivaldebuut in ons land waren gelukkig net iets beter, al was een minder suf publiek nog net iets praktischer geweest. Haar opzwepende fusie van alternatieve punk en hiphop was in elk geval een geslaagd experiment, dat mede door een goede drummer en gitarist goed uit de verf kwam. Vooral met haar meer rockgestuurde nummers wist ze toch voor een klein beetje beweging te zorgen, terwijl de hiphopkant achteraf bekeken nog wat meer balans kon gebruiken. Vandal ging voor een vurig einde, maar leek tijdens “CRUISING TO SELF SOOTHE” ook even door haar vocale krachten heen te zitten. Nog wat schuren en bijsturen, en dan kan Ecca Vandal op het podium voor nog meer verfrissing zorgen.
The Beaches @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke
Het is altijd een goede zaak wanneer vrouwen een instrument ter hand nemen en samen een band oprichten. Bij The Beaches liep bovendien alles gesmeerd en hun plek op het hoofdpodium om vier uur bood een mooie gelegenheid, bijna een appeltje voor de dorst. Zussen Jordan Miller (zang en bas) en Kylie Miller (gitaar) werden daarbij vergezeld door hun beste vriendinnen Leandra Earl (gitaar en toetsen) en Eliza Enman-McDaniel (drums). Er was ook best wat volk aan het hoofdpodium verzameld om hen rustig te zien rocken. Jordan nam het voortouw en koppelde geconcentreerd en zorgvuldig de nummers aan scherpe boodschappen, zoals bij “Touch My Myself”. Het doorbreken van taboes mag, al is hun sound daarvoor soms net iets te gepolijst en eentonig om volledig binnen te komen. Zodra Kylie haar gitaar wat losser liet spreken, kreeg het geheel een zachtaardige, rockende strandfuif-sfeer. Voor ons ging het echter niet veel verder dan dat spreekwoordelijke amusement. Wie er wél voor te vinden was, liet zijn enthousiasme in ieder geval duidelijk merken.
Sasha Keable @ Club
Voor een van de strafste stemmen van de festivalzomer moesten we gisteren bij Sasha Keable zijn. De laatste tijd zien we de naam van de Brits-Colombiaanse zangeres steeds vaker voorbij komen, nadat ze lange tijd vooral als liedjesschrijver voor andere grootheden haar brood verdiende. Veel ervaring op het podium heeft ze nog niet en daar kwam ze al vrij vroeg in de show ook gewoon openlijk voor uit. Een perfecte show hoefden we dus (nog) niet te verwachten van deze rijzende r&b-stem, en helaas kreeg ze samen met haar driekoppige band net voor “AUCTION” ook nog eens te maken met technische problemen. Na wat improviseren en gekeuvel over Doechii en haar liefde voor Brussel kon ze gelukkig al snel weer hervatten, en met haar uithalen toch nog het tij keren. Vooral bij de laatste drie nummers, “Tai Chi”, “Hold Up” en “WHY”, kwam haar temperament naar voren en maakte ze een oerdegelijke indruk waarop ze kan verder bouwen. Mits nog wat meer shows in de benen en iets meer vastberadenheid op het podium, zien we Sasha Keable nog mooi doorgroeien.
Viagra Boys @ Marquee

© CPU – Joost Van Hoey
Wie had een paar jaar geleden verwacht dat een Zweedse band met een onvoorspelbare frontman met een voorliefde voor kratten bier, Adidas-broeken en sigaretten voor een heuse volksverhuizing ging zorgen op Pukkelpop? De gegadigden zullen op een hand te tellen zijn, want toen we ze pakweg op Dour 2019 aan het werk zagen, hadden we het gevoel dat ze op vlak van kunde en doorzettingsvermogen hun plafond reeks bereikt hadden. De streken van Viagra Boys zijn er al wat minder op geworden, maar er staat wel altijd iets te gebeuren als de liefhebbers van scampi’s op het podium kruipen. De Marquee was bovendien stampvol en er leek met de ambitie afgezakt te zijn om het firmament op haar grondvesten te doen daveren. Verrassend genoeg verliep het op opener “Man Made of Meat” na in het begin redelijk rustig. De drang om te knallen voelden we tijdens de nummers van het nieuwe album al pruttelen, maar voor de catharsis en ongeremde uitspatting moesten we nog even langs een paar rake cuts uit hun jongste telg. Een bewuste keuze en tegelijkertijd eentje die we als de juiste mogen bestempelen, want net daardoor ging het dak er net iets harder vanaf bij joekels van nummers als “Troglodyte” en “Sports”. Het uitgesponnen “Research Chemicals” was tegelijk ambitieus en grandioos tot een lange apotheose uitgetrokken. Viagra Boys hield op Pukkelpop de sfeer ook zonder groteske middelen rechter dan recht.
JADE @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke
Voor haar eerste show in België bracht JADE meteen een behoorlijke productie mee, want een beweegbare trap en scherpe, zilveren pieken sierden de achtergrond van haar popshow. De Engelse zangeres maakte tot 2021 deel uit van Little Mix, tot de girlsband een pauze van onbepaalde duur nam (en misschien wel voorgoed begraven is). Net zoals haar collega’s ging ook JADE voor een solocarrière en die werd met “Angels Of My Dreams” meteen de hemel in geprezen. Zo snel kwam het in de Wave niet op gang, want het was wachten tot “FUFN (Fuck You For Now)” totdat er een beetje schwung in de show kwam. Naast echte fans waren er ook veel ontdekkers en die kwamen niet van een kale reis terug, want met een cover van Madonna’s “Frozen” schemerde er een vlaag van herkenning door de set, terwijl ze met ‘Only love can set you free’ een hart onder de riem van de LGBGQ-gemeenschap stak.
Ook de Little Mix-liefhebbers werden bediend, want met “Touch” en “Shout Out to My Ex” bracht ze een shout-out naar haar voormalige bende, al klonk de remix van die laatste wel wat goedkoop. Desalniettemin zette ze met samen met haar achtergrondzangers, band en dansers een toffe popshow neer, waarbij haar stem soms wat deed denken aan die van Ava Max of Ariana Grande. Orgelpunt van dat kleine uurtje was haar eerste solosong, die ze schreef wanneer ze erg op zoek was naar haar eigen sound. “Angel Of My Dreams” begon dromerig, maar ontwikkelde zichzelf tot een stevige elektronische schijf die binnen verschillende hokjes paste.
Nasty @ Backyard

© CPU – Senne Houben
Een ‘vieze’ soundcheck was de voorbode dat het stevig zou worden met de Belgische metalcore- en hardcoreband Nasty. ‘Join the army of hardcore’ klonk door de speakers nog voor ze opkwamen. Hun mix van metal, punk en beatdown hardcore was duidelijk niet voor alle passanten weggelegd, maar wie bleef hangen, kreeg pure energie. Op het doek achter hen waren vlammen te zien, terwijl rood licht het podium overheerste. De frontman stortte zich zelfs het publiek in om te crowdsurfen, al bleef de respons beperkt. ‘Pukkelpop, where you at’, probeerde hij nog. De twee gitaristen zaten intussen volledig in hun element, terwijl de metalhorns en vuisten de lucht ingingen. Bij “Reality Check” vroegen we ons af waar de echte moshers zaten, want die leken elders rond te hangen. Jammer, want dit publiek verdienden ze absoluut. Toch werd het een robuuste set, bewezen door de persoon plus rolstoel die de lucht in ging. Stijve nekken gegarandeerd de dag erna.
Luvcat @ Lift

© CPU – Senne Houben
Als een van onze ‘Grote Beren van Morgen’ optreedt, dan gaan we met plezier eens kijken. Luvcat is haar titel dan ook helemaal aan het waarmaken, met later dit jaar de release van een eerste album en nu al een best wel indrukwekkende festivaltour. Moet meteen gezegd dat de sterren ook al wel een hele tijd juist staan voor de Britse, na tournees in het voorprogramma van enkele geroutineerde bands en een natuurlijke uitstraling. Die had haar weg echter nog niet echt gevonden naar ons land, want de Lift voelde een beetje leeg aan toen de Britse met haar band mocht aantreden. Maar goed, zoals gezegd: natuurlijke uitstraling. En daarmee ownde ze het wel voor een deel.
Een verwijzing naar Halloween kon niet uitblijven, zeker niet toen de intro van “Lipstick” al het donkerste deed vermoeden. De bandleden in hemd, Luvcat zelf in een vampierpaars jurkje; het droeg allemaal bij aan de coole, mysterieuze sfeer die de combinatie van riffs en meeslependheid teweegbracht. De Britse speelde haar donkere misfit-imago op zich cool uit, met hier en daar een glinstering, maar het was toch vooral de algehele sfeer die de set moest dragen. Begrijp ons niet verkeerd: niets aan Luvcat was slecht. Topstem, goede nummers en sterk gespeeld, maar alles kwam uit dezelfde vijver. De jongedame uit Liverpool flirt soms een beetje met de gimmick, maar het werkte op zich wel. Soms wat meer rock-‘n-roll, soms wat meer country, altijd oprecht en breekbaar. “Matador” was een hoogtepuntje, net als “Love & Money” en afsluiter “Dinner @ Brasserie Zédel”, allemaal voorafgegaan door het verhaal erachter. Dat trok je ofwel meer mee in de sfeer, ofwel maakte het het allemaal te vaag. En zo was er eigenlijk iets te veel verloop en desinteresse in de Lift om echt bezworen te worden door Luvcat. Cool, maar misschien eerder in een zaal.
Zwangere Guy @ Main Stage

© CPU – Senne Houben
Na iets wat bijna twee jaar stilte kan genoemd worden en een periode van werken aan zichzelf stond Zwangere Guy eindelijk weer op een festival. Zijn enige van de zomer, als aanloop richting zijn show in de ING Arena in november. Hij kwam op onder “LOIN D’ICI”, de soundtrack van zijn eigen serie PUTAIN. Zonder moeite vulde de geliefde Brusselaar de Main Stage, iets wat voor niemand als een verrassing kwam. Zijn vaste live-team stond naast hem: PJsaux op piano en gitaar, Umi op percussie en keys. In een T-shirt met ‘I ❤️ Gaza’ zette hij meteen de toon met “Grijze Zone”. In de hardere nummers viel op hoe de rauwe woede uit vroegere shows nu plaats had gemaakt voor een meer gecontroleerde kracht – minder ongepolijst, maar sterker dan ooit.
Bij “OG’z” (bedoeld voor degenen die er al lang bij zijn) rapten de fans massaal mee en de livemuziek gaf het nummer een indrukwekkender gevoel. Daarna zocht hij de verbinding met het publiek en deelde een persoonlijk verhaal: tijdens de voorbereidingen van deze show kreeg hij het nieuws dat bij zijn vader hersenkanker vastgesteld was. Een beklijvend moment. De wei viel stil, we konden er een speld horen vallen. Hij sprak over hoe hij zelf van man naar vader evolueerde en wat die nieuwe rol die hij moest vervullen hem leerde. Dat leidde naar “Beter Leven”, dat recht naar de keel ging, om daarna te knallen met de klassieker die hem groot maakte: “Gorik Pt.1”.
Het emotionele deel lag achter ons toen hij plots Faberyayo uit Nederland het podium op haalde. Er werd gelachen, geplaagd, gefeest. Op “Wie Is Guy?” ging de wei in de mosh, de kwaadheid was terug – dit keer scherp gericht: ‘Fuck alle politiekers’, terwijl hij de wantoestanden in Brussel en de geopolitieke lafheid van de regering hekelde. Guy raasde dwars door zijn discografie van vroeger en nu, meer dan zijn tijd toeliet. ‘Volgende keer anderhalf uur, Chokri’, grapte hij richting de organisatie. Hij sloot af met een feestje, en wat overeind bleef: een Zwangere Guy die zijn rauwe agressie had omgezet in gerichte woede en een soort peace of mind.
Zwangere Guy staat op donderdag 20 november in de ING Arena, na zijn set kondigde hij een nieuwe show in Vorst Nationaal aan op 4 maart 2026.
Good Neighbours @ Club

© CPU – Joost Van Hoey
Beter een goede buur dan tien verre vrienden. Pukkelpop is daarentegen een plek waar je zulke partijen gemakkelijk tegen het lijf kunt lopen. Een fijn moment van samenzijn was daarbij Good Neighbours. In hun thuisland, het Verenigd Koninkrijk, worden de Londenaars al een tijdje getipt als ‘one to watch’. Vorig jaar stonden ze bijvoorbeeld ook in het voorprogramma van Benson Boone in Vorst Nationaal. Van meerdere walletjes eten is in de muziekwereld vaak een slimme zet, en dat had deze olijke bende prima in de vingers. De gouden formule zat zeker niet alleen in de fonkelende verlichting. De hoge samenzang, fijne gitaarpartijen en cheesy Britpop-attitude waren spek naar de bek van de jonge adolescenten die hun versie van Vampire Weekend zagen. Het punky gehalte kwam extra naar voren toen Scott Verrill ook apart begon te drummen. Zijn buddy volgde gestaag op gitaar en hun samenzang was melodieus ten top. Een debuutalbum ligt in de lijn der verwachtingen en bij “Suburbs” en “Starry Eyed” volgde de fysieke respons. Armen gingen vlotjes de lucht in. Helemaal op maat van hun publiek gingen ze met de Sabrina Carpenter-cover “Espresso” Royel Otis achterna. Het zaadje van deze – knipoog – industrieplant zal zich zeker in een ander werelds festivaldorp voortplanten.
AURORA @ Marquee

© CPU – Senne Houben
We waanden ons aan de poorten van de hemel toen de eerste klanken uit AURORA’s stem door de Marquee zweefden. Op de schermen verscheen ze in een wit gewaad op een video voor de show en ook op het podium was ze gehuld in wit; de magie was compleet. Van bij de Main Stage bij Zwangere Guy stroomde nog een massa volk toe om deze Noorse verschijning te aanschouwen. ‘We will begin the show with a song for the emotional motherfuckers in the crowd’, klonk het speels, maar met een stem die enkel als ijzig helder te omschrijven valt. Wit, blauw en groen licht als een noorderlicht in de tent begeleidde haar dans, haar lach en haar volledige beheersing van het podium.
De xylofoon zorgde voor etherische klanken die perfect samenvloeiden met haar stem, bijgestaan door haar achtergrondzangeressen. Wat volgde, was een reis door hard en zacht, door zonsopkomst en zonsondergang. Sprookjesachtig is misschien nog het beste woord, want ‘indie’ of ‘indiepop’ voelt soms gewoon te beperkt. Ze zou een eigen genre moeten toegekend krijgen. Natuurlijk kon “Runaway” niet ontbreken en toen ze dat nummer naar het einde bracht, ging er een golf van jolijt door de Marquee. Betoverend mooi.
MEUTE @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke
Er gaat geen zomer voorbij waarin MEUTE niet op een Belgische festivalweide staat en zo was dit jaar Pukkelpop nog eens aan de beurt. Opvallend daarbij is dat de Duitsers, ondanks dat ze niet per se iets nieuws doen, toch telkens voor een groter publiek mogen aantreden. Later dit jaar in Vorst Nationaal, nu op een prominent slot in de Wave. Een Wave die tot de nok gevuld stond om de elektro brass-/ marchingband aan het werk te zien. Dat was dus op voorhand al een gemaakt feestje.
In de eerste tien minuten hadden we al partypoppers en een gigantische sitdown gekregen, later trok MEUTE de tent in om het vuur van nog iets dichterbij aan de lont te steken. Op zich wel jammer dat laatste, want doordat de Wave zo’n grote tent is, konden we het enkel nog maar volgen via de schermen. De vibe leed er ergens wel onder en ook al bleef niemand ooit echt stilstaan, waren er daardoor toch wel wat afhakers. Soit, voor MEUTE ging de rave gewoon door en daar amuseerden de mannen zich mee. Echt héél uitbundig werd het op Pukkelpop nooit, een heel toffe vibe was het wel altijd. Afsluiten deden de Duitsers vanzelfsprekend met hun gekende versie van Flumes “You & Me” om de euforie nog een laatste keer te laten knisperen. Ja, MEUTE heeft de formule te pakken en blijft die goed uitvoeren.
MEUTE staat op vrijdag 3 oktober in Vorst Nationaal.
August Burns Red @ Backyard

© CPU – Joost Van Hoey
Met “Chop Suey!” van System Of A Down scoor je altijd; het is zowat de heilige graal van de harde gitarenmuziek en dus was het een slimme zet van August Burns Red om hun cover aan het begin van de set te spelen en zo zoveel mogelijk volk van Zwangere Guy naar de overkant van de wei te trekken. Hun metalcore hakte er meteen ferm in, want al redelijk vroeg in hun set speelden ze hun naar eigen zeggen zwaarste song “Bloodletter”. Veel cleans kwamen er niet uit het ruige keelgat van leadzanger Jake Luhrs. Als die er wel waren, kwamen ze van de linkse gitarist en leken ze wel tot in de eeuwigheid te blijven weerklinken. Met zijn compagnons zorgde hij ook af en toe voor een melodische penseelstreek, al waren die tussen de screams en het brute geweld eerder zeldzaam.
Madness, daar zorgde August Burns Red voor. De rest van de flooring op het festival zal wel een tweede, derde en vierde leven kunnen gebruiken, maar die aan de Backyard moet toch nog eens eerst bestudeerd worden, want die kreeg flink wat te verduren. Ook tijdens het optreden van de Amerikanen waren circle- en moshpits schering en inslag. Aangezien het zondagavond was en de Backyard toch afgebroken moet worden, lieten de Amerikanen het niet na om de productiecrew al een handje te helpen. Een lawine aan crowdsurfers – de een al wat gewender aan het tafereel dan de andere – werden op “Exhumed” naar voren gebracht: sommigen als ongeleid projectiel, anderen alsof ze in hun zetel zaten. Tot een van de gitaristen aan toe… Dan weet je dat het goed was.
Keo @ Lift
Een band waar veel muzikale avonturiers op Pukkelpop waarschijnlijk naar uitkeken was Maruja. In de lijn van grof postpunkgeweld zoals black midi zette programmator Eppo Janssen hen geregeld hoog op zijn lijst. Hun afzegging leverde echter ook een onverwachte meerwaarde op, want in hun plaats trad Keo aan. De groep werd opgericht door de broers Finn en Conor Keogh, respectievelijk zang en gitaar en bas, en wordt aangevuld met drummer Oli Spackman en gitarist Jimmy Lanwern. Vanuit Londen hebben ze al flink wat ervaring opgedaan in het alternatieve indierockcircuit. Met een zwarte berenmuts op het hoofd dook de band volledig in zichzelf en omhulde ze het publiek met een waas van shoegaze en grunge. Daarbij klonken echo’s van Pearl Jam, vooral door de trage opbouw die deed denken aan zeeën van water die zich langzaam op ons netvlies aftekenden. Melancholie en heftigheid vonden elkaar moeiteloos en brachten de Lift in vervoering. De enige mogelijke zwakte was een zekere eentonigheid, maar die werd deels gecompenseerd door de kwetsbaarheid van een band die niet toegaf aan de grillen van anderen. Deze eerste Europese festivalshow was daarom niet zomaar een vervangingsoptreden, maar een overtuigend visitekaartje van een band die duidelijk klaar is om een groter nichepubliek voor zich te winnen.
Diffrent @ Booth
Diffrent was al een tijdje bezig aan zijn set wanneer we arriveerden aan de Booth, wat maakte dat de sneltrein al flink aan het stomen was toen we aankwamen. De Duitser is een van hypes van het moment in de scene en maakte die status vol overtuiging waar. “A Little Closer” ging in de mix met de “Where Have You Been”-dub van REESE en de sky was the limit. De dj wond de volle arena rond zijn vingers alsof het niks met een samenhangende, vrolijke UK garage-mix en strooide met kruiden als het typische rinkelgeluidje, diepe wobbles en wat grimedubstep zoals we dat al eerder hoorden bij Hamdi. Met “Club Bizarre” van Steven Roho en zij eigen “Pump It Up” bereikte hij het kookpunt en bevestigde hij wat al van hem verwacht: Diffrent is different.
Doechii @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke
Het jungledecor dat werd opgezet voor Doechii stond nog leeg toen ze met joint in de hand het podium opstapte, in een outfit waar velen in het publiek het warm van kregen. Haar dj kreeg eerst ruimte om te scratchen en tonen wat ze in huis had, waarna Doechii meteen duidelijk maakte dat ze niet enkel op studioversies sterk klinkt, maar live minstens even indrukwekkend is. Ze hoort in het rijtje van Nicki Minaj en Cardi B, maar tilt het niveau eigenlijk nog een trap hoger. Doechii rapt ongelofelijk krachtig terwijl ze tegelijk een show neerzet: hakken aan, hakken uit, een glaasje witte wijn tussendoor, volledig in haar element. Haar dj ondersteunde tegelijk als mc en maakte de ervaring compleet.
Met “Alter Ego” kreeg ze de menigte aan het springen en de Grammy-winnares bewees dat ze zowel op hoog tempo als op oldskool beats uitblinkt. Het publiek, waaronder ook wij, was sterk onder de indruk. Een remix op de legendarische beat van “Sweetest Girl” toonde hoe veelzijdig ze is en haar kanon van een stem verdiende net zo goed lof als haar rap. Naar het einde speelde ze nog het razendbekende en iets meer mainstream “DENIAL IS A RIVER”, iets wat praktisch iedereen kon meedoen. Een show die gemakkelijk een headlinerpositie waardig was.
The Murder Capital @ Club

© CPU – Joost Van Hoey
Doechii was een van de grootste publiekstrekkers op de slotdag, maar wie het meer voor de gitaren had, kon in de Club zeker aan zijn trekken komen. The Murder Capital stond de afgelopen maanden meer dan eens in het oog van de storm door uitspraken rond Palestina, waardoor een aantal festivals geen plekje meer vrij hadden voor de Ieren. Pukkelpop draagt Gaza echter wel een warm hart toe en zo mochten de Ieren met veel plezier aantreden. Dat deed frontman James McGovern duidelijk plezier, want hij had er enorm veel zin in.
Van achter zijn zonnebril vroeg hij om de laatste beetjes energie op zondagavond, al was dat ietsje moeilijker dan gedacht. The Murder Capital bleef gehuld in het donker en kon daarmee de afstand tussen publiek en podium gek genoeg niet overbruggen. Nu ja, het moet natuurlijk ook van twee kanten komen, en een publiek dat permanent staat te praten en weinig geeft om een band die het beste van zichzelf staat te geven wíl misschien ook niet mee zijn in het verhaal. Moeilijk dus, en we voelden naarmate de set vorderde ook wel dat de mannen het daar moeilijk mee hadden. Nul reactie, geen animo… dan maar focussen op de muziek en Palestina. Een statement met betrekking tot dat laatste op de schermen was misschien wel het hoogtepunt, maar de geschiedenisboeken zal The Murder Capital in 2025 helaas niet in gaan. Ondanks dat het wel een coole band is.
Papa Roach @ Marquee
‘Even If It Kills Them’, Papa Roach zal blijven gaan. Hoewel de band uit Noord-Californië weleens een sneer van negativiteit of afgunst krijgt in de media of elders online, zagen wij gisteren groep die leverde, ook al hing er soms een licht gedateerd etiketje aan. De mannen vieren dit jaar de 25e verjaardag van doorbraakplaat INFEST en puren hun boekings nog altijd voor een deel uit dat stuk anciënniteit, maar wat maakt het uit als het entertaint? Of het nu de vette breakdown en dubbele wall of death op “Kill The Noise” of het refrein tijdens “Getting Away With Murder”, waarbij je zelfs als het ware kon meezingen was: het rockte. Daarna zakte de show wat in met iets te gladde refreinen, waardoor korte momentums als het refrein van “In The End” van Linkin Park de aandacht moeste blijven vasthouden. “Leave A Light On” kwam daarom als een welkome switch, ook al was het niet het meest ingetogen nummer in een concert dat we ooit hoorden. De boodschap, praten om zelfmoordgedachten uit te wissen, was echter belangrijker.
Papa Roach’ piek vond plaats in de vroege nillies en dus was het logisch dat er een scheut nostalgie aan hun optreden vastplakte. Tot onze geruststelling toonde de groep met bijvoorbeeld “Braindead” dat ze ook vandaag nog meer dan degelijke songs kunnen brengen. Toch teerden de Amerikanen vooral op klassiekers, ook van anderen: met een medley van Korn, Deftones en System Of A Down zetten ze de eindsprint in richting “Last Resort”. Het personeel dat het volume moest monitoren hield zich even vast aan de takken van de bomen, maar genoot waarschijnlijk ook stiekem gewoon mee van een best sterke set van Papa Roach.
Justice @ Wave
Onze hersens zijn nog maar net terug op orde sinds hun doortocht in de ING Arena eind vorig jaar, dus aan Gaspard Augé en Xavier De Rosnay om ze opnieuw te smelten. Justice mocht met andere woorden de productionele capaciteiten van de Wave een laatste keer dit weekend op de proef stellen, want ook op Pukkelpop hadden ze hun gigantische set meegebracht. En als je op voorhand al moet waarschuwen voor epileptische aanvallen, dan weet je wel hoe laat het is.
“Phantom Pt. II” kreeg meteen een vleugje Soulwax, het enorme kruis lichtte op: Justice was gekomen om de Wave af te breken. De discussie over hoeveel er nu effectief live is, is misschien al iets te vaak gevoerd. En ach, wie deert dat nog wat op de slotdag van een festival als de productie zo overweldigend is en de muziek onze hersens gewoon opnieuw smelt. Een tiental lichtbakken daalden neer uit het dak van de tent, stroboscopen doorkliefden het publiek… en dan moest de eerste flard van “We Are Your Friends” nog komen! Justice gooide zijn hele discografie in de blender met vaak gloednieuwe remixes die zo vettig in elkaar staken dat de temperatuur in de Wave richting absolute kookpunt ging. “One Night/All Night” deed dankzij ongelofelijke lichtproductie de boel ontploffen, “D.A.N.C.E” deed datzelfde trucje nog eens tien keer harder over. Justice walste alles plat wat het tegenkwam, niemand was nog “Safe and Sound”. “Neverender” veegde halverwege de set al alles van de kaart wat nog rechtstond, maar daar namen de Fransen geen genoegen mee.
Als een allesvernietigende orkaan vlamde het duo er met alle remmen los een fikse dosis drum-‘n-bass tegenaan, om zo uit te monden in een remix van al hun grootste hits. Alles wat er nog van de Wave rechtstond, werd met andere woorden vakkundig afgebroken: afsluiten op een hoogtepunt heet dat dan.
Paleface Swiss @ Backyard

© CPU – Joost Van Hoey
Met kerst en nieuw doen we bij ons thuis nog al eens graag aan raclette. Smeuïge kaas op een hete aardappel; de Zwitserse keuken heeft onze smaakpapillen al heel wat mooie momenten opgeleverd. Doorgaans stopt daar onze voorliefde voor Zwitserse cultuur en toch maken we er maar beter ook wat meer plaats voor Paleface Swiss. De hardcoregroep heeft zichzelf inmiddels kunnen etableren als vaste waarde in hun genre en raasde eerder deze zomer nog snoeihard door Graspop. Op Pukkelpop moest Marc Zellweger wat meer trekken en sleuren, maar eenmaal vertrokken werd de pit voor het podium alleen maar harder en harder. Rondzwaaiende armen, metershoge high kicks en schorre stemmen zorgden voor straffe taferelen voor een ‘mainstream festival’. Van “Hatred” tot “River of Sorrows”; Paleface Swiss imponeerde in eerste plaats vooral de hardcore-fans en toch zijn we vrij zeker dat de casuals vanop een afstand ook wel konden genieten van Paleface Swiss.
Good Kid @ Lift

© CPU – Jan Van Hecke
Recht uit Toronto, Canada kwam Good Kid de Lift naar een hoger niveau tillen. De band kreeg de laatste maanden extra tractie nadat YouTuber MrBeast vier van hun nummers gebruikte in zijn video’s. Hun thema’s draaien onder andere rond angst, maar worden gebracht met sprankelende, vrolijke gitaren. Het motto ‘zorg voor elkaar’ werd duidelijk: zachte moshpits en een halve Lift die bijzonder enthousiast meesprong.
Wanneer de gitaar van een bandlid even uitviel, haalden ze uit hun doos voor onvoorziene omstandigheden een grote katapult boven om een t-shirt het publiek in te schieten. Toevallig volgde daarna “Slingshot”. Good Kid bracht een aangenaam en toegankelijk staaltje muziek met sterke vocals, fijne gitaarpartijen en strakke drums. Een show waar zowel fans als nieuwsgierigen zichtbaar van genoten.
Sammy Virji @ Boiler
De vaandeldrager van de UKG-revival: zo wordt Sammy Virji ook weleens genoemd. Met een valies vol muziek even happy als hij er zelf uitziet, sloot hij als laatste elektronische act de veertigste editie van Pukkelpop af. Een supervrolijke noot aan euforische knallers en luide, rollende bassen weergalmden door de Boiler. Even druk als gisteren was het niet, maar de vrijgekomen ruimte werd niet onbenut gelaten en opgevuld door dansers die het laatste moment nog even wilden vastpakken. Met in de verte vuurwerkknallen en aan de andere kant de grote smile van Virji dansten wij op “Damager” en “If U Need It” met een dankbaar en voldaan gevoel de avond in.
Altın Gün @ Club
Altın Gün stond gisterenavond opnieuw in de Club zoals twee jaar geleden en bewees nog maar eens dat hun succes geen toeval is. Vanaf de eerste noten vulden ze de tent met warme Anatolische klanken die zowel dansbaar als meeslepend klonken. Waar het publiek eerst nog voorzichtig stond te luisteren, duurde het amper een paar minuten voor de eerste dansbewegingen zichtbaar werden en de energie in de tent omhoogschoot (voor iedereen die niet bij Queens of the Stone Age was). Het plezier van de band straalde af op de menigte: de frontman lachte breeduit, de percussie stuwde alles vooruit en de gitaren en synths weefden een haast hypnotisch patroon. Bekende nummers werden luidkeels onthaald. Tegen het einde bouwde de band nog een laatste climax op en gingen we nog eens pompen en swingen. De Club was opgewarmd voor Stijn Van De Voorde & Thibault Christiaensen als afsluiter.
Pukkelpop 2026 vindt plaats van 20 tot en met 23 augustus.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van Queens of the Stone Age lees je hier.
Alle recensies van Pukkelpop 2025 lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Lucas Palmans, Simon Meyer-Horn, Cédric Ista, Stijn De Belder en Levi Vandenheede.







