
© CPU – Jan Van Hecke
Mocht de Pukkelpop-grond nog niet verzadigd genoeg zijn met zweetdruppels van de openingsavond, dan steeg het zoutgehalte in de Kiewitse bovenste grondlaag gisteren naar nieuwe hoogten. Het vormde de voedingsbodem voor een dag die als toegangsweg diende naar het sprookjeskasteel van Chappell Roan, van waaruit het Amerikaanse popfenomeen als een koningin te rijk een zinderende, uitbundige popshow afleverde. En wanneer alle stemmen schor waren geschreeuwd, daalden we met ons allen af richting de diepste krochten van de kelder om op de beats van Chase & Status de fundamenten van de burcht te laten daveren.
High Hi @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke
Het was vroeg op de dag, maar toch was alles ‘cool and fine’ dankzij High Hi. Het drietal uit de prachtige Druivenstreek heeft na een deugddoende sabbatical de draad weer opgepikt en kwam op Pukkelpop tonen waar ze de laatste tijd aan gewerkt hebben. De eerste twee singles toonden een avontuurlijkere nieuwe richting die voor een aantal vraagtekens zorgden. Die speelden ze gisteren, begeleid door twee extra muzikanten, bijna moeiteloos van zich af. De start gaven ze met “Running”, dat live toch iets meer drive vertoonde dan de studioversie en voor een kleine golf van enthousiasme zorgde. In looppas ging het via herkenningspunten “94A9” en “Return To Dust” naar het hoekige “?? How”. Als kersverse single bracht het nog niet de gewenste vonken teweeg, al kon het live weliswaar meer overtuigen dan de studioversie. We merkten wel dat High Hi in de set groeide en zeker halfweg behoorlijk venijnig uit de hoek kwam. Na de aankondiging van een nieuw album, voorzien voor 2026, zakte het eventjes in, maar met het einde in zicht kwamen ook de hitjes dichterbij. Achtereenvolgens palmden ze met “All Cool All Fine” en een energiek “Daggers” een aardig gevulde Marquee netjes in. High Hi blijft iets unieks brengen en deed het als dagopener meer dan behoorlijk.
High Hi staat op vrijdag 5 september op Crammerock. Op zaterdag 28 februari stellen ze hun nieuwe album voor in de Ancienne Belgique in Brussel.
So Good @ Lift

© CPU – Chris Stessens
Er staat geen leeftijd op het beginnen met schrijven en maken van punk. Sophie Bokor-Ingram laat via dit genre haar innerlijke kind helemaal los. In het Verenigd Koninkrijk wordt ze zelfs het vrouwelijke, hedendaagse equivalent van Johnny Rotten genoemd. De speelse grimas en het uitdagende had ze al meegebracht uit Kiewit. Aan het revolutionaire bleef nog wat werk te doen, maar saai was het allerminst. Met haar twee zangeressen-danseressen en funky begeleidingsband liet ze arrogant en wulps de Lift vroeg op de dag spreekwoordelijk op en neer gaan. Een beetje bratty en in het kauwgomroze was dit uitstekend verteerbaar voor het jonge geweld. Een microfoon als dildo, gebruikt om ballades en technische mankementjes te verdoezelen, hoorde daar moeiteloos bij. Haar zang was niet altijd loepzuiver, al werd het zaadje goed geplant met het zelfspottende “Industry Plant”. Als een van de dagopeners had het dus veel slechter gekund. Taboes werden aan het einde nog doorbroken met het kersverse “I Will Love You Until”. Dit was zeker niet de laatste smakkerd van So Good.
DIKKE @ Main Stage

© CPU – Chris Stessens
Het was klaarblijkelijk voor sommigen nog vroeg, want een kudde vooral jonge mensen strompelde richting Main Stage voor de absolute Main Stage-opener hier op Pukkelpop. De man uit de L (Limburg) speelde een thuismatch, en met zijn gekende jonge liveband voelde het voor Dikke ook als thuiskomen. “AH OK” trapte af met harde drums, felle synths en stevige gitaarpartijen, waardoor de halfslapende menigte al snel wakker schoot. De minder bekende nummers konden op minder steun rekenen in het begin en ook de nieuwsgierige luisteraars stonden vooral wat rond te kijken.
Bij het inleiden van “Beef met mezelf” pinkte hij zelf een traantje weg vanonder zijn zonnebril. Dikke was zichtbaar dankbaar en toen hij even niet goed uit zijn woorden raakte, kreeg hij volop steun uit het publiek. Hij bracht zelfs de zieke jongen Floris het podium op, en die mocht even tegen het publiek spreken en achter de drums van drummer en producer Dejavu kruipen. Met “Zes in de morgen” waren we terug bij een van zijn bekendste nummers en zagen we voor het eerst vlammen onder een brandende zon. Merchandise vloog het publiek in, dat samen stond te springen op “Gat in men hand”. Missie geslaagd: de Main Stage was helemaal klaargestoomd voor de rest van de dag.
DIKKE staat deze zomer nog op het Schippersweekend (14 september). Later dit jaar staan er clubshows in De Warande (6 november), Kunstencentrum VIERNULVIER (13 november) en De Roma (14 november) op de planning.
Been Stellar @ Club

© CPU – Larissa Zenner
Vanuit Londen na So Good trokken we figuurlijk snel door naar de andere metropool aan de overkant van de plas. The Strokes op Pukkelpop zou een goede match geweest zijn, maar dit keer kregen we een blik op de toekomst van wat er in New York bruist. Been Stellar weet wat ze doet en het debuut Scream from New York, NY zat er precies op. Zonder sterallures en recht voor de raap zorgden de jonkies voor een spervuur aan eerlijke emoties. Met de sprankelende jeugdigheid van Fontaines D.C. in hun beginjaren, maar de maturiteit van hen nu, zette hun postpunk een koortsig hartritme neer. Frontman Sam Slocum was niet verknocht aan zijn tamboerijn à la Liam Gallagher: zijn getik op het slaginstrument was geen gimmick, maar een aanvulling op Laila Wayans’ puike drumwerk. Been Stellar hield zelf het hoofd koel, terwijl herinneringen aan hun show in wijlen Werf/Farrm in Hasselt hun muzikale verbondenheid onderstreepten. “I Have the Answer” zorgde voor een moment van tijdloosheid, maar de punk in hun postpunk kreeg hiermee vroeg op de middag precies de beoogde klank: no-nonsense en het heft in eigen handen nemend.
Palaye Royale @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke
Als rockband heeft Palaye Royale lange tijd moeten leven met heel wat vooroordelen, maar wie ze al eens live aan het werk heeft kunnen zien, zal kunnen beamen dat de groep uit Las Vegas van aanpakken weet. Of het nu op Graspop, Rock Werchter of Pukkelpop is; Remmington Leith en co. geven altijd het beste van zichzelf. Hun gretigheid toonden ze al van meet af aan, want “Death or Glory” werd enkele minuten te vroeg ingezet en luidde de set in. De Marquee was niet per se aan het uitpuilen en toch hinderde dat Leith niet om een eerste sitdown in gang te zetten. Mede door de warmte was de interactie aanvankelijk nog niet op het niveau waar Palaye Royale het graag wou hebben, maar als ervaringsdeskundige weten ze wel hoe ze het publiek kunnen kneden.
Bij elk nummer werd toenadering door het publiek gezocht en tijdens “Addicted to the Wicked & Twisted” gingen zelfs enkele vuisten de lucht in. Die werden tijdens “Broken” vervangen door gsm-lampjes. Hier en daar was de balans tussen rommelig en ruig niet in evenwicht en dat maakte dat nummers zoals “Little Bastards” niet hetzelfde effect hadden in vergelijking met eerdere optredens in ons land. Hoe dan ook bleef Palaye Royale onverstoord alles geven. “Mr. Doctor Man” hield de hartslag in de set en zorgde niet alleen voor zweterige heren op het podium, maar minstens evenzeer brak het zweet uit in het publiek door twee redelijk aanvaardbare moshpits. Palaye Royale zagen we al net iets beter dan gisteren, maar een feestje werd het in de vroege namiddag wel nog dankzij “You’ll Be Fine” en “For You”. De aanhouder wint nu eenmaal toch op het einde van de rit.
Palaye Royale staat op zondag 5 oktober in Vorst Nationaal in het voorprogramma van YUNGBLUD.
Slow Crush @ Backyard

© CPU – Chris Stessens
Zeker in de begindagen kreeg Slow Crush meer aandacht en lovende kritieken in het buitenland dan bij ons. Desondanks was Pukkelpop een vaste basis voor deze shoegazeband met deels Leuvense roots. Grote troef in het geheel was zangeres-bassiste Isa Holiday, het cement dat hun dromerige geluidsmuur bij elkaar hield. Onder de loden zon, voor zowel de band als het publiek, duurde het even voor we volledig konden inkomen in de set. Holiday en co. speelden echter trouw aan hun hardcoreverleden. Hun statische poses, met de nodige buigingen, lieten zien dat ze ook volop genoten van hun eigen creaties. De visuals gingen jammer genoeg aan hun doel voorbij, maar de lichte rook en purperen lichten zorgden toch voor enige bijval. De momenten dat de nevelwatermachines onze rug verfristen, vielen de rillingen perfect samen met stevige en zeemzoete tracks als “Haven” en “Hush”. Over exact twee weken verschijnt hun nieuwe album, een tijdsindeling die perfect op elkaar aansluit. Volgende passage mag misschien weer in een donkere tent, maar wel met minstens evenveel volk.
Slow Crush staat op vrijdag 31 oktober in de Ancienne Belgique.
Balu Brigada @ Lift

© CPU – Larissa Zenner
De vrijdag van Pukkelpop had op papier misschien wel een van de meest veelbelovende starten van alle festivaldagen, want met Balu Brigada stond er nog zo’n cool bandje helemaal aan het begin van de dag geprogrammeerd. Onder de vleugels van onder meer TikTok en Twenty One Pilots landden de Nieuw-Zeelanders rond half twee in de Lift, waar ze alle grote verwachtingen eigenlijk meteen inlosten. “Moon Man” kreeg heel wat handjes eigenlijk instant de lucht in en die bleven in veelvouden meedeinen op de coole grooves.
Zelf ownden de mannen die sfeer ook, in hun voetbaltruitjes en stijlvolle trainingbroeken, al durfde het op muzikaal vlak daardoor soms ook wel een beetje rommeliger te worden. De mannen, alsook de Lift, amuseerden zich echter gewoon, met onder meer een onuitgebracht “But I Do” dat knipoogde naar Royel Otis. Het was bij Balu Brigada misschien net dat tikkeltje donkerder dan bij eerder genoemde, maar dat maakte het dan weer cooler. Hitje “Backseat” werd middenin de set heerlijk psychedelisch uitgesponnen net nadat het een euforiegolf had teweeggebracht. Nieuwste single “What Do We Ever Really Want?” deed er nog een schep bovenop en daarna was er qua pyschedelica eigenlijk geen houden meer aan – hoe kan het ook anders met een band uit Oceanië? Balu Brigada was met andere woorden heel cool en heeft enorm veel potentieel, maar mist misschien nog een beetje hits om een iets gevarieerdere set te kunnen neerzetten. Voor een debuut op Belgische bodem rond het middaguur was dat voor nu wel gewoon meer dan een voldoende.
Milolaathetlukken @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke
Veel verwarde gezichten bij deze eerste Belgische show van Milo. Hij en zijn dj moesten duidelijk hard werken om de halfgevulde Wave mee te krijgen. Er werd veel gerapt over piemels en ‘zijn jullie geil?’, wat voor sommigen eerder ongemakkelijk dan meeslepend was. “Modeshow”, zijn grootste hit, zorgde tenminste voor wat geswing vooraan. Milo blijft een jonkie met een flinke aanhang op sociale media dankzij zijn seksueel getinte teksten. We gingen van hartjes naar “middelvinger” en eindelijk kwam er wat energie in de tent. Live was er nog ruimte voor verbetering, maar zijn trouwe fans vooraan waren gelukkig voor hem volledig mee. Bij “Haver Cappu” kwam de kenmerkende Milo-flow naar boven en ook bij het laatste nummer, het onlinehitje “Bordeelsluipers”, ging er wat meer schwung door de zaal. We zijn benieuwd of Milo ons de volgende keer meer kan geven dan zomaar een showtje op wat beats.
Milolaathetlukken staat op vrijdag 5 september op Crammerock en op vrijdag 14 november in Trix.
STONE @ Main Stage

© CPU – Larissa Zenner
Hij is er geraakt! Finley Power, de immers energieke frontman van STONE, was maandag vanuit Londen met de fiets vertrokken richting Pukkelpop voor wat hun grootste show van de festivalzomer ging worden. Los van het sportieve plaatje was de actie vooral bedoeld om aandacht te vragen voor Nordoff and Robbins, een organisatie die zich inzet om mensen door middel van muziek te ondersteunen in een moeilijke periode. Alleen al daarvoor krijgt STONE een tien op tien voor de moeite. Voor hun optreden op het grootste podium van Pukkelpop scoren ze eveneens hoog, weliswaar toch iets minder hoog.
De groep uit Liverpool lag in dispuut met hun vorige label en probeert die ergernissen tegenwoordig af te schudden met een aankomend tweede album. Daaruit speelden ze onder een knallende middagzon verrassend veel nummers, alvorens op het einde over te schakelen naar de zelfverklaarde STONE-klassiekers. Dat zorgde ervoor dat het concert van een uur toch wel wat hoogtes en laagtes kende. De nieuwe nummers hadden best veel woede, maar bij tropische temperaturen valt dat net iets minder goed te verteren. Ook voelden we dat STONE net iets te nadrukkelijk ‘de show van hun leven’ wou spelen, maar daarvoor soms iets te geforceerde middelen gebruikten. De kortstondige Black Sabbath-cover was een subtiel eerbetoon aan een van de grootmeesters, maar in alle eerlijkheid hadden ze beter nog wat meer venijn in hun eigen nummers gestoken. Met “Money (Hope Ain’t Gone)” gingen ze nog voor een groots einde, maar het kon niet wegnemen dat STONE toch wat moeite had om zich als band te bevestigen.
ISE @ Club

© CPU – Chris Stessens
De kans is groot dat we ze vandaag opnieuw te zien krijgen tijdens The Atomic Orchestra, maar gisteren mocht De Nieuwe Lichting-winnaar ISE al een eerste thuismatch spelen. Niet de eerste overigens, want in 2023 stond ze hier al eens, maar dat ze op die twee jaar een lange weg heeft afgelegd werd al snel duidelijk. Na haar single van eergisteren stond ze ook live voor het eerst niet meer alleen met haar gitaar, maar met een band op de planken. In een tot op het randje samengepakte Club heette ze ons welkom met een intiem, breekbaar nummer. De grauwe rasp in haar stem liet zich al vanaf de eerste seconden optekenen en vormde de rode draad in haar sterke optreden: steeds op het randje van een voicecrack, maar nooit sloeg haar stem echt over. Met een gezellige dosis spontaniteit ruilde ISE haar elektrische gitaar tussen de liedjes door regelmatig in voor een akoestisch exemplaar, om na een goed kwartiertje achter de piano te kruipen. De vraag is alleen: deed dat ertoe? Want de jongedame weet in eender welke setting wel te beklijven. Zo bewees ze dat ze hier staat omdat ze het verdiende en niet omdat ze drie jaar geleden verlegen een kaartje ging afgeven aan Chokri in een Hasselts restaurant. Met “Suitcase Child” kregen we ook nog het titelnummer van haar aankomende debuutplaat te horen en “Remember?” vormde de rode lantaarn van ISE’s drie kwartier. Het antwoord op die vraag: volmondig ‘ja!’.
ISE staat op vrijdag 20 februari 2026 in de Ancienne Belgique.
The Haunted Youth @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke
Toen Michael Kiwanuka besloot om de rest van het jaar zijn rust te nemen, werd The Haunted Youth relatief laat nog opgetrommeld voor een thuismatch. De Marquee stond logischerwijs al vrij vroeg helemaal vol en dat is op zich nog altijd een coole verdienste voor een band met maar één album die al jarenlang bijna altijd dezelfde set speelt. Maar nu is er dus meer, want het ziet ernaar uit dat er in het voorjaar van 2026 een tweede langspeler in de winkelrekken ligt en daar kreeg Pukkelpop al een eerste voorsmaakje van te horen. Opener was echter zoals gewoonlijk nog altijd het heerlijke “Broken”, maar daarna werd het allemaal ietsje ruwer.
“Teen Rebel” liet de zweetdruppels in de bloedhete, donkere Marquee nog ietsje harder schitteren in de rode lichten, om ons dan helemaal mee te slepen in de prachtige melancholie die The Haunted Youth zich zo heeft weten toe-eigenen. De buik van de set omvatte vooral nummers uit de debuutplaat van de band, maar net doordat we ze al eventjes niet meer live hadden gehoord, voelden we nu pas hoe hard ze op ons zijn ingewerkt. Een “Into You” gaf een gouden randje aan “I Feel Like Shit And I Wanna Die”, terwijl het nieuwere “In My Head” een van de grote hoogtepunten van de set vormde. De darkmetalinvloeden drukten zich steeds verder door, waarmee The Haunted Youth niet alleen voor kippenvel zorgde, maar zelfs voor een traan. Een nog te verschijnen Amenra-achtige instrumentale song greep recht naar de keel, mede doordat het visueel werd bijgestaan door de boodschap ‘DON’T KILL YOURSELF I LOVE YOU’, en in het achterhoofd houdend wat frontman Joachim Liebens allemaal heeft meegemaakt was dat een statement dat nog net dat tikkeltje dieper raakte.
Met een Palestijnse vlag om de nek en een boodschap die simpelweg veranderde in ‘DON’T KILL’ kwam afsluiter “Coming Home” nog net dat tikkeltje overweldigender binnen. The Haunted Youth is gewoon zo’n groep die je moet ervaren om er nog meer in mee te raken, en dat was precies waar ze wederom in slaagde op Pukkelpop. Laat die tweede plaat maar komen!
The Haunted Youth staat op woensdag 29 en donderdag 30 april, en vrijdag 1 mei 2026 in het Koninklijk Circus.
Isabel LaRosa @ Wave

© CPU – Larissa Zenner
Met nog maar twintig lentes op de teller is Isabel LaRosa net als ISE jonger dan de gemiddelde bezoeker op de wei, maar niemand zal kunnen zeggen dat die al zoveel streams heeft verzameld als zij. Die berg blijft dankzij het wonderlijke wonder genaamd TikTok maar groeien, al blijft een echte doorbraak bij het brede publiek voorlopig uit. Langs de ene kant is dat te begrijpen, want heel diepgravend zijn, ook gisteren in de Wave, zowel haar teksten als haar donkere elektropopinstrumentals niet echt. Om de wereld te veroveren zal de Cubaans-Amerikaanse zangeres daarom nog net wat meer USP moeten sprokkelen. De vocale capaciteiten waren echter wel aanwezig. “Muse” was een hoogtepuntje en stond aan de top van de kwaliteitsgrafiek, maar een stormloop wist LaRosa daarmee verre van te ontketenen en we kunnen de mensen die voor The Haunted Youth of South Arcade kozen niets verwijten. De verdwaalde vaders stonden erbij en keken ernaar; de niet veeleisende popgirlies zullen een fijne tijd gehad hebben.
Isabel LaRosa staat op vrijdag 14 november in La Madeleine.
South Arcade @ Backyard

© CPU – Chris Stessens
De jaren nul zijn helemaal terug van weggeweest en een van die (jonge) bands die daar gretig op inspeelt is South Arcade. Je hebt ze misschien al eens op TikTok voorbij zien komen en toch zou het redelijk oneerlijk zijn om ze door hun sterke aanwezigheid op sociale media af te schrijven als industry plant. Sinds hun oprichting in 2021 is het gezelschap uit Oxford namelijk niet bij de pakken blijven zitten en hebben ze een aantal coole nummers bij elkaar geschreven. Op een andermaal zeer warme Backyard moesten ze opboksen tegen een verblindende zon, maar de Britten gingen er vrij goed mee om. Met hun catchy nummers en hun spontaniteit op het podium brachten ze exact wat een hele hoop Pukkelpoppers nodig hadden. Dat dat soms ten koste ging van de originaliteit zullen we nog even door de vingers zien, zeker omdat ze oprecht enthousiast waren omwille van het uitbundige publiek. Dat Harmony Cavelle haar favoriete schoenen ook nog eens kapot kreeg, toonde des te meer hoe hard South Arcade ervoor ging. “Supermodels” ontpopte zich tot onontgonnen hitje en ook de nieuwe single “FEAR OF HEIGHTS” deed haar werk. South Arcade zorgde voor sfeer aan de Backyard. We zien de groep komend jaar haast moeiteloos de harten van de Graspoppers veroveren (als ze er staat tenminste).
bby @ Lift
De vijfkoppige band heette ‘Brussels’ welkom — een aardrijkskundelesje was misschien niet misplaatst voor deze groep uit Londen (wat nu ook niet zó ver is). De band won aan populariteit door via Instagram fans uit te nodigen en tickets weg te geven voor exclusieve shows in hun studio in East London. Beelden van die optredens gingen viraal, waardoor hun debuutsingle al snel de grens van één miljoen streams overschreed. Naar eigen zeggen wilden ze van deze Lift-tent een ‘sweatbox’ maken, maar ze bouwden wel rustig op. Terwijl het nieuwsgierige publiek langzaam binnenstroomde, loeiden de gitaren. Wat volgde was een alternatieve mix van indie en grunge, met hier en daar wat hiphopschilfers erbovenop. Alle stijlen combineren en naar hun eigen hand zetten ging deze bby opvallend gemakkelijk af, ook bij hun grootste hit “hotline”.
Op de achtergrond draaide een video van hun Londense studio, waar de band vaak improviseerde. Soms, zo vertelde de frontman, liepen die jams uit tot nummers van vele minuten, waar het publiek geen enkel probleem mee had. We kregen een zomerse vibe, afgewisseld met rapinvloeden, een vleugje melancholie en vooral veel ruimte voor de klank van de instrumenten. Daarna volgde een primeur: een nummer waarvan enkel de tekst op de telefoon van de frontman stond. Ironisch genoeg ging het nummer over hoe onze smartphones ons steeds probeerden te vormen tot iemand die we eigenlijk niet waren. Deze jongens brachten een frisse wind van sound onder de drukkende hitte, al kreeg hun set niet altijd het enthousiasme dat ze verdienden tot de laatste paar nummers, toen er toch nog stevig werd gemosht en gesprongen.
Pommelien Thijs @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke
Quizvraagje: wat hebben “Dance Monkey” van Tones and I, The Weeknds megahit “Blinding Lights” en “Atlas” van Pommelien Thijs gemeen? Juist! De drie hitschrijvers staan zij aan zij op de hoogste stee van het podium, te blinken met een gouden medaille van de Ultratop. Op een voorwaarde: dat de zangeres haar nummer-één-positie deze week nog vasthoudt, al achten we die kans zeer reëel. Nog altijd hot and happening dus, die Pommelien.
Vorig jaar stond onze landgenote op zondag al heel vroeg voor een bomvolle weide aan de Main Stage, nu konden fans zo’n vier uurtjes langer blijven slapen in hun tent. Op tijd komen was echter wel gewenst, anders miste je al meteen het nieuwe “Wie we morgen zijn”. In een spierwitte outfit bracht Thijs in feite een optreden dat in al zijn facetten aanvoelde als een ‘greatest hits’-show die vele artiesten houden als laatste geldraapsel en fin de carrière. Dat je zoiets als op je 24 jaar al kunt doen… Er zijn er niet veel die dat kunnen zeggen. Het was er met andere woorden weer op, en zeker niet eronder voor de zangeres uit Kessel en hoewel ze naast veel lovers ook wel wat haters heeft, kunnen we niet ontkennen dat ze de stem van een generatie is. Met teksten als ‘De jeugd van tegenwoordig heeft ook nood aan perspectief’ en een subtiel Palestina-statement op de visuals is ze de spreekbuis van veel jongeren.
Tijdens “Authentiek” konden de metal horns nog nét niet boven worden gehaald en ook de flukse gitaarsolo op “Dunne Lijn” klonk best rock on voor een artieste met zo’n fluwelen stem en zo’n breed publiek. Speciale gasten had ze dit keer niet bij. Geen Bazart op “Hou Mij Vast” en geen Meau op “Het Midden” dus, maar we moeten je allang niet meer vertellen dat Pommelien heus wel een show op haar eentje kan dragen. De singalongs, maar vooral de oceaan van handen die en masse op en neer gingen en zo de talrijk aanwezige waaiers overbodig maakten, waren een mooie bonus. “Atlas” bracht ons richting het einde van Pommeliens reis en zorgde voor een mini-aardbeving die trillingen veroorzaakte waardoor er plotseling bedrukte confetti in de lucht gespuwt werd: een slimme manier om promo te maken voor je nieuwe album. En oh ja, wat betreft dat record in de Ultratop: mocht het toch niet meezitten, dan staat de opvolger met “Ben je klaar?” al in de rij te popelen. Het dancestuk achteraan voelde wat vreemd aan, maar dat het het potentieel heeft om een festivalweide in vuur en vlam te zetten, is gisteren zwart op wit bewezen.
Pommelien Thijs staat op 23 en 24 april 2026 in het Sportpaleis.
Bartees Strange @ Club

© CPU – Chris Stessens
Genres en stijlen vermengen deed Bartees Leon Cox Jr. al van jongs af aan. Inmiddels net de dertig gepasseerd laat hij onder de naam Bartees Strange zien dat speelsheid en maturiteit nog steeds moeiteloos samengaan. Door zijn set heen was het bijna onmogelijk te bedenken welke genres hij niet beheerst. Zijn band speelde als een strak geregisseerd jazzensemble, terwijl hij zelf harteloos op zijn gitaar kon gieren of juist nonchalant kon slacken. Een van de breekpunten was “Sober”, een nummer dat zich zowel tekstueel als muzikaal ontvouwde in smeuïge laagjes. Ook al leek hij in het begin ‘zero fucks’ te geven, de dankbaarheid voor het aandachtige publiek dat meeging in zijn laidback stijl was duidelijk. Zichzelf kunnen zijn kon hij hier misschien wel beter dan waar ook, net als aan de andere kant van de weide waar een totaal ander geluid klonk. Twee uitersten zo ver uit elkaar en toch zo dichtbij waren een sterk staaltje van wat Pukkelpop al veertig jaar typeert. Cox Jr. was gisteren in de late namiddag alleszins een grote baas in wording.
Montell Fish @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke
Montell Fish wist iets wat wij niet wisten toen hij met regenjas en kap op het podium kwam. Fish, die verwijst naar zijn existentiële crisis toen hij zeventien was en zich als een vis nodeloos voelde rondzwemmen in de oceaan. Bij het tweede nummer nam hij zelf ook een gitaar vast. Een echt vast genre konden we hem niet toekennen. We voelden indie-, r&b-, hiphop- en soulinvloeden over de rockende gitaren. De Marquee was behoorlijk gevuld en hier en daar stak een superfan die alle nummers kende met kop en schouders boven de anderen uit. Zijn muziek had iets bedwelmends en sensueels dat niet zo in één, twee, drie onder woorden gebracht kon worden. Fish zong bijna constant heel hoog, maar het was kraakhelder.
De superster uit Pennsylvania kreeg heel wat vrouwelijk weerwoord toen hij vroeg: “Baby, what’s up with you?”. De band scheurde lekker mee in Montells enthousiasme, ook wanneer hij zelf achter de pianotoetsen plaatsnam. Met “SCREAM MY NAME” bracht hij een persoonlijke favoriet uit het album CHARLOTTE van vorig jaar. De jas ging uit en nu konden we eindelijk zijn verschijning deftig appreciëren. Hij sloeg de nagel op de kop, ook in de hoogste noten, tot groot vertier van het publiek. We gingen op een reis door trapbeats, mooie pianostukjes en hard gedrum. Dit was duidelijk niet de eerste rodeo van de band, die perfect op elkaar ingespeeld was, als peanut butter en jelly om het op zijn Amerikaans te houden. “Destroy Myself Just For You” raakte een gevoelige snaar, een nummer dat een eigen leven leidde op TikTok bij fans van melancholie en droefheid. Het was een machtig gebalanceerde show die de Marquee volledig bespeelde.
Broederliefde @ Wave

© CPU – Chris Stessens
Het Londense r&b-trio FLO maakte eerder deze week nog bekend toch niet te kunnen afzakken naar Pukkelpop en dus moest de organisatie snel op zoek naar een plaatsvervanger. Zo kwamen ze uit bij Broederliefde, de hiphopgroep uit Rotterdam. Onder de ‘hand van God’ en met vier op een rij zorgden de rappers samen met hun dj voor de zwoele, Caraïbische dancevibes. Daar kwam veel blabla, maar ook veel boemboem en vooral chaotisch geroep door de micro’s bij kijken. Hoogstaand en echt nieuw was het allemaal niet, maar één ding moeten we de Nederlandse enthousiastelingen geven: hun enthousiasme straalde vlotjes over op de Wave op nummers als “Officieel” van hun nieuwe album en uiteraard klassieker “Jungle”. Eigenlijk kunnen we het kort houden: Broederliefde bracht plat entertainment op een dienblaadje, maar zorgde daarmee wel voor een bakje vol energie.
Guilt Trip @ Backyard
Het hardcorebloed blijft kruipen waar het niet gaan kan, en dat was gisteren op de Backyard niet anders. Guilt Trip uit Manchester kwam geen schuldigen aanwijzen, maar ging regelrecht voor genadeloze mokerslagen rond onze oren. Nog voor de eerste riff klonk, schalde Oasis’ “Morning Glory” luid uit de PA-systemen, een ludieke knipoog naar hun roots die meteen een glimlach bij het publiek bracht. Die grijns sloeg al snel om in opwinding zodra de beuk erin ging. Overstuurde gitaareffecten à la Slipknot zetten de puntjes op de i wat betreft de metal in metalcore. De Mancunians hadden bovendien het geluk dat wolken de temperatuur wat deden zakken, waardoor het publiek extra energie had om het two-steppen en de circlepits op gang te trekken. Het voelde bijna als een donderslag bij heldere hemel, maar de adrenaline bleef stromen. Frontman Jay Valentine stond met strak vizier bij “Eyes Wide Shut” terwijl securitymannen als waakzame dobermanns een rij vormden om de boel veilig te houden. Een korte onderbreking door Valentine kwam wat ingestudeerd over, maar verder verliep de capsule naar 2016 vlekkeloos. Guilt Trip liet de Backyard achter met bonzende harten en knikkende knieën.
Guilt Trip staat op zaterdag 29 november in Trix.
Chloe Slater @ Lift

© CPU – Larissa Zenner
Chloe Slater haalt haar inspiratie bij bands als Fontaines D.C. en Sam Fender, en klinkt in zekere zin een beetje als Wet Leg. Reden te meer om eens te gaan kijken hoe de jongedame uit Manchester dat naar het podium weet te vertalen. Spoiler: zonder gêne of stress en rechtdoorzee. De Britse drapeerde het podium met een Palestijnse vlag alvorens te openen met haar grootste hit “Sucker” en zo bleven beide voeten eigenlijk permanent op het gaspedaal staan. “Death Trap” was een schurend, rechttoe rechtaan punknummer en nieuwste single “Harriet” had al meteen haar plekje in de set veroverd. Chloe Slater straalde bij al die coole, ruwere indienummers ook een zekere aandoenlijke oprechtheid uit en dat is op zich niet raar, omdat het een hobbyproject is dat is uitgegroeid tot een volwaardige job.
“Fig Tree” was een tiental minuutjes vroeger dan gepland wederom een erg coole song, al zouden we achteraf gezien kunnen zeggen dat Chloe Slater misschien ietsje te veel uit dezelfde vijver bleef vissen. Op zich geen probleem, ze is nog jong en het potentieel was er zeker en vast. Goeie booking, in de gaten houden!
The Kooks @ Main Stage

© CPU – Chris Stessens
Aangezien Michael Kiwanuka door ziekte de rest van zijn festivalzomer moest afzeggen, gaapte een klein gat in de programmatie van de Main Stage. Als vervanger trommelde de organisatie CMAT op en schoven ze The Kooks naar het felbegeerde plaatsje. De Britten zijn weliswaar al een tijdje over hun hoogtepunt heen, maar hebben desondanks een resem hitjes bij elkaar gepend die een festivalweide zo nu en dan aan het kampvuur deed wanen. Het wereldschokkende is er al lang vanaf, maar The Kooks kreeg de millenials wel zoals gebruikelijk goed mee. De ondergaande zon hielp als sfeerscheppend middel en maakte dat het op de weide best fijn vertoeven was. De muziek was gewoon in orde en katapulteerde ons een aantal keer naar onbezonnen tijden. Op het einde speelden ze ‘iets harder’ binnen de perken van hun genre, maar dat was gewoon wat Pukkelpop nodig had. “Naive”, een onvervalste evergreen, was de ideale uitschieter om de weide een laatste keer mee te krijgen. Voor de rest was The Kooks gewoon degelijk, zonder ravissante escapades of bijblijvende momenten.
Karate @ Club

© CPU – Jan Van Hecke
Voor veel oudere Pukkelpoppers ligt het zwaartepunt van de alternatieve gitaarmuziek nog altijd in de jaren negentig. Dat betekent niet dat er vandaag niets goeds meer gemaakt wordt, maar een glas oude, gerijpte wijn kan soms bijzonder smaken. In dat straatje was de eerste keer Karate op Pukkelpop er eentje met body en een lange, verfijnde afdronk. Dat Geoff Farina, Gavin McCarthy en Jeff Goddard hier nu ook voor het eerst samen stonden, maakte het des te memorabeler. De zogeheten uitvinders van de slowcore mochten dan voor zichzelf lang op de pauzeknop hebben gedrukt, stilstaan was er gisteren niet aan de orde. Het voornaamste bleef dat het gewoon juist moest klinken. Frequenties werden zorgvuldig gezocht met vertrouwde middelen zoals de geel-zwarte Telecaster die Farina heerlijk jazzgewijs liet janken. “Sugar” was hier geen codetaal voor geestverruimende middelen en stem en zang zaten loepzuiver in elkaar. McCarthy deed de bandnaam alle eer aan met tics en een intense gezichtsuitdrukking die leken op een gevechtsport op zichzelf. De baslijnen van Goddard gaven het trancegevoel én het volume. Zonder backdrop en in doordeweekse kleren maakten de Amerikanen elk op hun manier een onuitwisbare indruk op deze zomerse vrijdagavond. Langs buiten werden batterijen opgeladen en vanbinnen ook.
blackwave. @ Wave

© CPU – Jan Van Hecke
“Big Dreams” en big smiles sierden het negen man sterk zijnde blackwave. op het podium gisterenavond. De liveblazers, bestaande uit trompet en saxofoon, stalen meteen de show. De microfoon van Jean Valery werkte even niet, waardoor we de inleiding naar het volgende nummer volledig misten. Aantrek tot deze show was er zeker: we zaten als het ware in een volle (Black)Wave! Ook de akoestische gitaar speelde een solo en eveneens de conga’s openden met een inleiding. Het werd een heel muzikale show waar ieder instrument wel zijn nodige spotlight kreeg. Het had iets jazzy, iets soulful, calm & collected. Het voelde zacht maar o zo mooi, en dit alles voor een roodgroene achtergrond.
De show fluctueerde tussen energiek en zacht tot Willem Ardui viool speelde bij het inleiden van “Nothing Left to Lose”, het onuitgebrachte nummer dat de wantoestanden in Gaza aankaart. Zo was een heel stuk ingezet voor Palestina, waarbij ze na één minuut stopten met zingen en na een stilte praten over het onrecht. Daar bleef de geopolitieke insteek niet bij. Met “I Miss”, dat normaal gaat over terugkijken naar een betere kindertijd waarin alles simpeler was, droegen ze het nummer tijdens deze en komende shows op aan kinderen die nu geen kind kunnen zijn of later niet zullen terugkijken op een betere tijd. Na een heel segment voor Gaza deelde Jean vlaggetjes uit terwijl hij in de menigte stond en minutenlang ‘Free free Palestine’ scandeerde met het publiek. Er bleef nog ruimte voor enkele bekendere nummers naar het einde toe en uiteraard met “Elusive” als afsluiter, waarbij een livekoor opkwam. Het werd een gebalanceerde show waarin de band een geheel vormde met het duo, maar toch een statement naliet.
Nieve Ella @ Lift

© CPU – Larissa Zenner
Nieve Ella moest normaal vorig jaar al een passage maken op Pukkelpop, maar moest toen haar komst naar Limburg afzeggen vanwege ziekte. Het verlangen om op te treden op de festivalweide was gelukkig nog niet weggeëbd en dus was het ’tweede keer, goede keer’ voor de jonge Engelse zangeres. Ietwat schattig sprak ze tussen haar liedjes haar publiek toe, om nadien telkens weer snel door te gaan met haar gitaar en haar zangstem. Ella had nog twee gitaristen bij, maar die schemerden slechts stilletjes door op de achtergrond, aangezien het het drumstel achteraan was dat in de mix de hoofdrol opeiste. Haar indie en poprock is geïnspireerd door Sam Fender en dat was best te horen. Het bleef aaibaar, al haalt Nieve Ella er heel af en toe het vaatje met het label ‘ruigheid’ bij om over haar muziek te strooien. Nadat ze merkte dat de zaal haar kon appreciëren, groeide ze door haar set van een bescheiden zangeres naar een ondeugende frontvrouw. Kleine probleempjes met haar in-ears dreigden nog even roet in het eten te gooien, maar uiteindelijk schonk Nieve Ella ons een vermakelijk uurtje.
The Linda Lindas @ Backyard

© CPU – Chris Stessens
Enkele jaren geleden was The Linda Lindas wel een dingetje. Vier jonge meisjes, waarvan de oudste net de twintig aantikt, die snoeiharde punk maken en zich afzetten tegen de maatschappij. De gimmick is er nu misschien wel een beetje van af, en dus is het nu aan de Amerikanen om te bewijzen dat ze meer zijn dan schreeuwende tieners. Op de Backyard vierde de drumster al haar vijftiende verjaardag, niet alleen met een kroon op haar hoofd, maar ook met een strakke punkshow. Hun schattigheid zullen de vier de komende jaren niet verliezen, daarvoor is hun kinderlijk enthousiasme nog net iets te nadrukkelijk aanwezig. The Linda Lindas daarom afschilderen als kinderbandje zit er weliswaar ook niet meer in, want ze ownden het wel gisterenavond. Bij een ondergaande zon zochten ze zowel elkaar als het publiek op, gingen ze rechtdoorzee en voegden ze het ruwe randje toe aan groove.
Best wel wat animo voor de Backyard, met handjes in de lucht en wat gespring, maar nooit barstte de set echt uit haar voegen. Cool en groovy bleef het altijd, want op muzikaal vlak viel er eigenlijk niet al te veel aan te merken, al bleef het over het geheel allemaal een beetje te veel binnen hetzelfde vaarwater. Ook bij de bindteksten viel op dat dit gewoon een stel kinderen zijn die de tijd van hun leven beleven en zich daar gewoon zo goed mogelijk in proberen te amuseren. Strak, plezant en dus nog altijd wel een dingetje, want hoe je het ook draait of keert, het feit dat de leden van The Linda Lindas zo jong zijn, is nog altijd de X-factor waarom de band op festivals als Pukkelpop mag staan. Tof om de avond mee in te zetten, maar achteraf gezien ook niet heel veel meer dan dat.
CMAT @ Marquee

© CPU – Larissa Zenner
Festivalgangers met een lidkaart van de ‘Pink Pony Club’ kregen bij de laatste naamaankondiging nog een extraatje. De countrysinger-songwriter CMAT is in haar thuisland Ierland een echte ster. In België raakten zalen uitverkocht dankzij lokale fans die speciaal de oversteek maakten. Haar songs en charme heeft ze al jaren, maar pas met “Take A Sexy Picture On Me” lijkt haar populariteit zich hier echt te verankeren. Enkele uren na haar vlammende set op Lowlands stond de charmante Ierse ook op Pukkelpop vol gas te geven. Haar Euro Country-tour is immers eentje van gewicht. De meer humoristische versie van zichzelf maakte hier plaats voor meer strijdbaarheid, zonder haar gevoel voor ironie te verliezen.
Body positivity bleef ook nu belangrijk en met de sexy CMAT-band achter haar zat dat meer dan goed. Ze teerde op de liefde van het publiek. Marie en Cato waren al rasechte fans, maar door haar interactie zouden ze dat nu waarschijnlijk voor het leven blijven. Door twee keer op één dag te spelen kreeg het melancholische “Running/Planning” een nieuwe lading. Ze mocht dan wel wulpse rocksterallures hebben, het leven op tour gaat hard. Zo hard zelfs dat het klassieke two-steppen bij het anthem “I Wanna Be a Cowboy, Baby!” wat geroutineerd aanvoelde. Maar toen ze in een laatste adrenalinestoot bij “Stay for Something” het publiek indook, was het hek van de dam. Ze zong, danste en speelde in 45 minuten alles van zich af. Hopelijk volgt er snel een zaalshow aan de Anspachlaan in Brussel.
Oscar and the Wolf @ Main Stage

© CPU – Larissa Zenner
Kwart na acht stond er een grote kubus van ledschermen op de Main Stage. Het was het speelterrein van Max Colombie, die na een toespraak via die schermen als een machtige roedelleider de berg opklom om de wolvenraad voor geopend te verklaren. Het imposante “Warrior” maakte meteen duidelijk dat hij en niemand anders degene was die de touwtjes in handen zou nemen. De band netjes aan de kant geschoven, dertig dansers aan zijn voeten en met een glinsterend doek op zijn hoofd toonde hij gelijk dat hij de Main Stage aan niemand zou afgeven het komende uur en een kwartier.
In de gesproken overgangen tussen de vier delen van de show deed onze landgenoot zijn drank- en drugsverslaving uit de doeken. Het gaf, naast de muzikale beleving, ook een nuttige achtergrond mee, waardoor de muziek ook een extra laag meekreeg. Zo leerden we dat een negatief zelfbeeld Colombie tot de alcohol dwong, maar dat dat na verloop van tijd niet meer genoeg was en hij in de club naar bepaalde pillen greep. Om dan na de rave, om tien uur ’s morgens, ‘I’m calling every dealer on my phone, cause I don’t wanna be sober when I’m alone’. Na de eerste pauze maakte Colombies bivakmuts plaats voor zijn roze lokken en zorgde “Breathing” voor een magisch momentje tijdens de zonsondergang, terwijl tussenpoos twee vlotjes werd opgevolgd door de doordringende kick van “You’re Mine”: gelijkaardig aan de beats die hij ook associeert met de clubs waar het zo fout met hem liep.
Met de show, die toch de TASTE-vlag droeg, bracht het gezelschap ook best wat nostalgie naar boven. Logisch ook: we zouden het bijna vergeten, maar veel van de nummers zijn al een tiental jaar oud. Over nostalgie gesproken: hoewel “Nostalgic Bitch” er op plaat niet per se bovenuit sprong, zorgde het live voor een mooi kleurenpallet on stage, terwijl de witte snippers en de melancholische melodie op ons neerdaalden. Dat de productie een goed geoliede machine was, mag best gezegd worden. De ‘simpele’ kubus deed dienst als centraal, kloppend hart van de show en prijkte nog een laatste keer in volle glorie tijdens “Oh Boy”, dat met zijn bombastische sound de Main Stage volledig inpakte, tot een spetterende vuurwerkfinale aan toe. Er is maar één man bij wie een verkouden klinkende stem wel goed in het oor ligt. Zijn naam: Max Colombie, leider van een megaroedel volggrage wolven. En of hij de Main Stage in zijn broekzak stak.
High Vis @ Club

© CPU – Jan Van Hecke
London calling again! Twee jaar geleden was High Vis op de Backyard een meer dan fijne ontdekking voor gitaarliefhebbers van allerlei slag. Ditmaal schoof de band een bank vooruit en mochten ze zich afreageren in de Club. In volle zomertourmodus waande ‘working class hero’ Graham Sayle zich hier een uur lang de eindbaas van Manchester, met meer dan een vleugje Liam Gallagher. Met zijn bucket hat diep over het gezicht en de microfoon stevig in de vuist perste hij al het zweet en de lucht uit de tent. Sayle en zijn maten zijn deze tour duidelijk hard gerodeerd, en nummers als “Walking Wires” en “Drop Me Out” deden precies wat ze moesten doen: de boel laten moshen en pinten laten vliegen. De vergelijkingen met Oasis waren onvermijdelijk, al maakt High Vis in tegenstelling tot hun stadsgenoten nog altijd stevige statements over het hulp- en ziektebeleid in hun thuisland. “Mob DLA” mag op plaat wat vlak klinken, live zat de groove strak en urgent. Dat het volume soms de overhand kreeg, deed er weinig toe. Er vielen hier diepere krassen in menig ziel te verwerken en welke als eerste moest helen, mocht ieder voor zichzelf uitmaken. De Londenaars gaven in elk geval de aanzet tot verandering van binnenuit.
Vampire Weekend @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke
Ook Vampire Weekend hebben we al lang niet meer aan het werk kunnen zien in België. Nochtans is de band de laatste jaren weer wat meer bedrijvig geworden en losten ze afgelopen jaar het album Only God Was Above Us. Reden te meer om eindelijk nog eens op een festivaltour te trekken, want heel eerlijk: hun frivole indiemuziek leent zich gewoon uitstekend voor een zorgeloos uurtje. Net voor Chappell Roan is het echter niet gemakkelijk om de mensen bij je te houden, zeker in het laatste gedeelte van je set. Koenig en co. waren zich bewust van het feit dat het ettelijke jaren geleden was dat ze nog op Pukkelpop speelden, maar dat leek net voor meer motivatie te zorgen. Zonder rekening te houden met omstandigheden speelde Vampire Weekend gewoonweg strak, doelgericht en zonder te verpinken. De gekende nummers zaten goed gespreid in de set, al moeten we er geen tekening bij maken dat net bij “A-Punk” losse taferelen zich afspeelden. Het gros van de meute zocht daarna al een plek bij Chapell Roan, maar Vampire Weekend speelde nog onverwoestbaar een handvol nummers achtereen. Gedurfd, binnen de perken, maar steeds altijd dicht bij hun gekentekende formule; Vampire Weekend kwam en toonde zich als een van de hoofdnamen van dag twee gewoon soeverein.
RUDIM3NTAL @ Wave

© CPU – Larissa Zenner
In de mierennest die de zone rondom de Wave rond het aanbreken van het avondprogramma was geworden, gingen we op zoek naar een plekje binnenin de tent. Die missie was snel opgeborgen, want er was geen doorkomen aan. Gelukkig is er een scherm en speakers voorzien aan de achterkant, zodat we samen met een hoop andere passanten buiten konden meegenieten van de dnb-hitshow van RUDIM3NTAL. Slechts twee van de drie leden tekenden present, al kon dat de pret niet bederven. De Londenaren lieten zich van hun commerciële kant zien en betrokken heel wat populair werk van anderen in hun set, maar bezorgden ons achteraf gezien toch vooral uitbundige momenten met nummers uit hun eigen zak. “All I Know,” kreeg een Belgisch randje door de remix van Basstripper, “Feel the Love” werd opgesmukt met een dikke roller in de drop en “Back To Me” met Jess Glyne was als afsluiter nu al een meezingertje, ondanks de erg recente geboortedatum. 22 augustus meer van dat, want dan komt hun album RUDIM3NTAL uit.
horsegiirL @ Boiler
De Duitse horsegiirL begon haar show met een korte explainervideo over paarden om volledig in de paardensfeer te komen. In de uitpuilende Boiler perstten mensen zich van links en rechts nog naar binnen bij de start, vastbesloten om een glimp op te vangen van de Berlijnse sensatie. Op de schermen achter haar flitsten voortdurend gifjes van paarden, afgewisseld met gesamplede platen als “WAP” en zelfs beelden uit ons West-Vlaamse Waregem Koerse. De artieste, gehuld in haar iconische paardenmasker, gold als een mysterieuze verschijning binnen de bruisende clubscene van Berlijn. Met haar mix van future-pop en stevige technoritmes wist ze meteen duidelijk te maken waarom ze wereldwijd meer dan twintig miljoen streams verzameld had. Naar het einde toe haalde horsegiirL ook nog haar bekendste track “My Barn My Rules” boven, wat het stampende publiek duidelijk ‘op hun paard kreeg’.
SONS @ Backyard

© CPU – Chris Stessens
Net voor Chappell Roan voor een van de grootste volksverhuizingen van het weekend zou zorgen, mocht SONS pal tegenover de Main Stage voor de animo komen zorgen. De garagerockers vierden op de Backyard namelijk hun grote terugkeer naar het podium, want na een afwezigheid van een jaartje en wat opwarmshows, was Pukkelpop het toneel van de grote comeback alvorens het splinternieuwe Hallo het levenslicht ziet. “Do My Thing” werd dan ook meteen relatief enthousiast ontvangen door een redelijke massa, waarvan een gedeelte al snel aan het moshen ging.
‘Een zeer goed begin’ volgens de band, om daarna ‘veel te vroeg te pieken’ met doorbraakhit “Riccochet”. De eerste circlepit was dan ook een feit, maar daar hield SONS het niet bij. Het had dat deel van het publiek gekregen waar het het wilde. “Family Dinner” liet alle hoofden op en neer gaan en kreeg zelfs enkele dappere crowdsurfers op de been. De alsmaar groter wordende horde enthousiastelingen kreeg nog onder meer “Sweet Boy” en “Succeed” voor de kiezen, al was niet elke gebalde vuistslag even raak qua enthousiasme. Moet daarnaast wel gezegd dat SONS strakker dan enkele recentelijke keren voor de dag kwam, dus we zullen het op de nasleep van de hitte steken. Maar goed, de mannen ramden met nieuwe en oude nummers door hun set, zonder daar al te veel woorden aan vuil te maken. Gewoon knallen, hard. Zonder er iets op aan te merken.
SONS staat deze zomer nog op Crammerock (6 september) en Leffingeleuren (12 september). Later dit jaar staat de band in de Ancienne Belgique.
The Dare @ Lift
Tot waarschijnlijk veel teleurstelling van een hoop bezoekers liet Charli XCX Pukkelpop aan zich voorbijgaan. In de laatste stuiptrekking van de ‘Brat Summer’ mocht haar producermaatje The Dare ons wél uit de bol laten gaan. Zijn nonchalance en eeuwige zonnebril voelden als een gifgroene shot die rechtstreeks onze zweetklieren binnendrong. Een vol uur indiesleaze in de Lift bleek misschien net iets te royaal, maar Harrison Patrick Smith dreef wel vakkundig op de hype en de knap uitgekiende stroboscopische effecten. Dat hij af en toe live in de microfoon schreeuwde, gaf de set nét genoeg rauwheid om te blijven boeien. De groovy gitaren van “You’re Invited” kwamen dan wel van een tape, toch stond hij geregeld zelf aan de knoppen te draaien of het publiek uit te dagen. Kiewit voelde even als Brussel, en de Lift veranderen in een soort mini-Fuse werkte aanstekelijk. Het zweet droop dan misschien niet van de muren, maar het omgeslagen bier op de vloer was in elk geval een tastbaar bewijs dat het feest geslaagd was.
Hamdi @ Booth
Het volk dat na RUDIM3NTAL de Wave uittrok ging ofwel naar de Boiler ofwel naar Chappell Roan, want de Engelse dj-producer Hamdi moest het doen met een slechts dik halfgevulde booth. Weinig volk wil echter niet per se zeggen slechte muziek. De man zette zich op de kaart met “Skanka” en knoopte gisterenavond de eindjes van grime, dubstep en UK bassline keurig aan elkaar. De wobbles van Simula arriveerden al een dag vroeger en ook “Victory Lap” van kameraad Fred again.. klonk vettiger dan ooit. Hoe dieper de bassen, hoe liever Hamdi het had en dat konden we letterlijk aan den lijve ondervinden. Gelukkig had ons eten al een paar uurtjes kunnen zakken, anders had het door de extreme trillingen misschien weleens door de foute uitgang ons lichaam kunnen verlaten.
Mogwai @ Club

© CPU – Larissa Zenner
De alternatieven voor Chappell Roan waren nogal dun gezaaid, maar Mogwai bood voor het iets oudere Pukkelpop-volk wel een geliefkoosd alternatief. De Schotten staan elk jaar wel op een Belgisch festival, maar maakten dit jaar voor het eerst in 23 jaar nog eens de verplaatsing naar de weide van Kiewit. ‘Long time no see’ dus en aangezien de band er de catalogus voor heeft, kregen ze zowaar een kwartier meer speeltijd dan gebruikelijk. Van die extra tijd maakten ze amper gebruik, maar het toonde weliswaar dat Pukkelpop ook de oudgedienden ruimschoots wil tevreden houden op deze speciale editie.
De Club was naar behoren gevuld en had bovendien goesting om zich te laten meeslepen door de Schotse band. Aanvankelijk stelde Mogwai zich nog redelijk terughoudend op, maar eenmaal in de set gegroeid floreerden ze met een tamelijk strakke energie. Muzikaal is er nooit tot weinig iets aan te merken bij Mogwai en ook gisteren konden we weinig zaken aankaarten die minder waren. Zeker naar het einde toe werd de geluidsmuur driftig opgetrokken en werden de gebruikelijke geluidsnormen uitgedaagd. “Ritchie Sacramento” voelde als een zegetocht, maar met de laatste adem blies Mogwai ons des te meer omver. Chappell Roan? Wie de keuze maakte voor de Club kreeg minstens evenzeer waar voor zijn geld.
Jamie xx @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke
We durven er haast niet aan te denken, maar het is inmiddels acht jaar geleden dat The xx hun voorlopig laatste Belgische show gaf. Een volledige comeback blijft vooralsnog vooral een hardnekkig gerucht. In de tussentijd heeft Jamie xx zijn succesvolle carrière als producer en dj verder uitgebouwd, al dateerde zijn laatste passage hier in die hoedanigheid alweer van tien jaar geleden. De release van In Waves leek misschien de aanzet tot een meer dansbare terugkeer. Aan het begin van zijn set was het op de koppen lopen richting de Marquee. De Engelse multi-instrumentalist had zijn volledige set-up opgesteld om er een kolkend feest van te maken.
Toen we binnenstroomden, ging het nog wat alle kanten uit, van jungle tot drum-’n-bass, terwijl de stroboscopische effecten de tent een uitgesproken clubgevoel gaven. Voorin wist lang niet iedereen nog op welke planeet hij zat, maar Jamie bleef strak gefocust in zijn opbouw. De discobal schitterde even, waarna ze plaatsmaakte voor korrelige, nachtelijke crowdbeelden die het livegevoel verder versterkten. Toen de overgangen meer trancy werden, kwam er duidelijk richting in het verhaal. Jamie leek goed te beseffen dat hij niet te wild mocht uithalen om zijn publiek genoeg energie te laten bewaren voor de rest van de nacht. Maar toen de volle lichtstralen dwars door de Marquee sneden, voelde het toch alsof we met ons allen een stukje van het donker hadden veroverd.
Amelie Lens @ Wave
Het was geen gemakkelijke week voor Amelie Lens. Waar ze gisteren nog geprogrammeerd stond als headliner van de Wave, moest ze enkele dagen eerder afscheid nemen van haar ongeboren kindje. Al onze steun daarvoor, zonder enige twijfel, al haalt een van ’s lands meest geroemde techno-dj’s naar eigen zeggen het meeste troost uit muziek – uit het staan raven achter haar draaitafel, naast haar echtgenoot. Dat plezier gunden we haar dan ook zonder enige twijfel extra hard gisterenavond, want het plaatje klopte ook gewoon. Amelie Lens nam in een volle Wave niet de grootste risico’s, maar hield het daarvoor wel voor iedereen leuk en toegankelijk. Een harde beat was vaak al genoeg om de tent uit haar voegen te laten barsten en dat gebeurde eigenlijk ook gewoon een uur lang. Wat extra visuals en een camera die permanent rond de dj draaide, zorgden voor een extra dimensie in de set. Een set die ons vol liefde en energie de nacht in stuurde.
I Prevail @ Backyard

© CPU – Larissa Zenner
Recht uit Michigan werd de Backyard afgesloten en afgesloopt door I Prevail. Vuur spatte van het podium, de gitaren stonden bijna mee in brand en de drums dreunden om de Pukkelpopganger eens te tonen hoe ze in Amerika scheuren. De frontman kondigde iets aan in de zin van ‘Als je net van Chappell komt en nog niet van ons gehoord hebt, wees voorbereid’ om zo aan: “Self-Destruction” te beginnen, waarna de strakke drums de bovenhand namen. Met een overvloed aan energie projecteerde frontman Eric Vanlerberghe dit door op het publiek, waarop talloze metalhandgebaren telkens in de lucht verschenen. Tijdens “Violent Nature” zette een waanzinnige gitaarsolo de grond onder de Backyard nóg harder te beven. Toen de microfoon uitviel, rende de frontman snel naar de gitarist en brulde daar de laatste twee regels, chaos op haar best. Voor de die-hard fans (en die waren rijkelijk aanwezig) brachten ze “Blank Space”, wat inderdaad een cover is van Taylor Swift en zo de casual bezoeker verraste. De set zat in een jasje van de gekende stijlen hardrock, post-hardcore en poppunk.
Clown Core @ Lift

© CPU – Chris Stessens
Pukkelpop blijft voor de avonturiers onder ons nog steeds een betrouwbaar adresje, want op de negen podia durven de boekers ook wel eens wat dieper de niches in te duiken. Om klokslag middernacht veranderde de Lift in een onheilspellend decor voor een duo clowns. Ronald McDonald en Pennywise mogen al beginnen vrezen, want Clown Core was nog minder voorspelbaar dan het vooropgenoemde tweetal en deed het met een ijzige koelte bijna vriezen in de Lift. Muzikaal was Clown Core voorzien van zodanig veel hoeken dat we bijna zouden beginnen vrezen een aantal vieze snijwonden op te lopen. Af en toe ging Clown Core met redelijk expliciete visuals over de rooie, maar het muzikale wonderwoud primeerde desondanks altijd. Steady drums en krioelende saxofoonstukken kleurden de set, en zo was Clown Core bovenal een ongrijpbaar stukje muziek waar we nog even van wakker bleven liggen.
Chase & Status @ Main Stage

© CPU – Chris Stessens
Live of gewoon een dj-set? Dat was de vraag van vandaag, maar dan gisteren. Ons vermoeden neigde sterk naar dat eerste, maar het bleef afwachten tot vrijdag één uur, of liever zaterdag – juist is juist -, om te ontdekken wat Chase & Status nu daadwerkelijk in petto zou hebben. Een kort moment van lichte teleurstelling later drukten de twee drum-‘n-bassveteranen de playknop van hun draaitafel in en vanaf de eerste seconden deden ze ons de vraag van eerder op de dag vergeten. Een kersvers nummer met de ruige stem van IRAH zette de wijzers van de klok op ravetijd en de medewerkers achter de schermen op scherp. Hier op Pukkelpop hebben ze geen al te beste ervaringen met veel wind en Chase & Status leek gekomen te zijn om de Main Stage omver te blazen. Gelukkig kwam het zover net niet, al was de heat wel vanaf het eerste moment voelbaar. “Selecta”, de machtige vip-versie van “Censor” en het wat breder gekende “Liquor & Cigarettes” met Ardee zaten vooraan in het ‘PKP25’-mapje en dus was er geen tijd om erin te komen. Naast oude en minder oude klassiekers als “No Problem” “Baddadan” en “Backbone” schoot er ook tijd over voor een handjevol nieuwe muziek. Wat wij daaruit konden vissen, was de stem van Travis Scott, de keel van Kendrick Lamar (met een groot vraagteken bij) en “Original Nuttah 25”, een van de eerste nummers in het genre ooit, dat een smerige make-over kreeg.
De flitsende lichtshow, metershoge vlammen en de extra hype van de mc zorgden voor een zinderende set die drum-‘n-bass, jungle en zelfs een streep oldschool dubstep de grootste vlakte van de weide opstuurde. “Program” zorgde nog voor de ultieme apotheose. Ons kon je ei zo na naar het kerkhof brengen, maar kijk: we leven nog, en vandaag, they “Can’t Hold Us”.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van Chappell Roan lees je hier.
Alle recensies van Pukkelpop 2025 lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Lucas Palmans, Simon Meyer-Horn, Cédric Ista, Stijn De Belder en Levi Vandenheede.






Foutje in de I Prevail review: de frontman heet Eric Vanlerberghe. Brian Burkheiser, die de clean vocals deed, behoort niet meer tot de groep.