
© CPU – Matthias Engels
Na drie propvolle festivaldagen zit Graspop Metal Meeting er helaas alweer op. Twee dagen voor deze slotdag mocht de organisatie nog trots het bordje ‘uitverkocht’ ophangen. Overdag was het daarentegen nauwelijks drummen geblazen. De grijze wolken en lichte regen waren een verademing, maar in de late namiddag brak de zon weer verraderlijk door. Moe van het harde labeur en wellicht met opkomende katers was het publiek niet altijd even uitbundig. Aan de afsluiters heeft het in elk geval niet gelegen: Rammstein-opperhoofd Till Lindemann deed zijn uiterste best om te choqueren, en de heavy metalgoden van Judas Priest waren opnieuw van de partij om hun legendarische status kracht bij te zetten. Overdag viel er echter ook heel wat te genieten met sterke optredens van Rise of the Northstar, Crossfaith, Krokus, Stray From the Path, Alcest, King Diamond én de heersers van Savatage. Er was weer voor elk wat wils in iedere uithoek van het metaluniversum.
Crossfaith @ North Stage

© CPU – Matthias Engels
Door de windvlagen begon de hitte op de laatste dag wat te temperen, maar dat was buiten Crossfaith gerekend. De elektronische metalcore uit het Land van de Rijzende Zon beukte genadeloos de laatste prut uit onze oren. Openlijk dankbaar dat de organisatie hen in 2014 al als nobodies op de Jupiler Stage programmeerde, betekende het openen van de North Stage nu een volgende stap in de opmars van de Japanners. Aan de linkerzijde van het terrein was flink wat volk uit zijn tent gekropen om zich over te geven aan opgefokte drum-’n-bassbeats. Zelfs na 72 uur zwaar festivalwerk lukte het moeiteloos om een wall of death en circlepit op gang te trekken. Voor minder dan pure energie kwamen de metalheads hun tent niet uit. Gitarist Kazuki Takemura greep zijn kans om als een ware rockster zijn riffs recht de massa in te slingeren. Toen de cover van “Bad Omens” het publiek nogmaals in beweging bracht, werd voorzichtig ook het pad geëffend om ooit The Prodigy naar Dessel te halen. Want één ding is zeker: de flitsende beats van wijlen Keith Flint – en uiteraard Crossfaith – zijn niet voor tere zieltjes.
Amira Elfeky @ Marquee

© CPU – Marvin Anthony
Het is best straf hoe de tweeëntwintigjarige Amira Elfeky met welgeteld één ep zichzelf kon lanceren in 2024. De Amerikaanse is een rijzende killer queen die op zondagmiddag wel voor een helse opdracht stond in de Marquee. De meeste festivalgangers hadden immers al een uitputtende drie dagen achter de rug en wisten aanvankelijk niet hoe ze moesten omgaan met de gotische flair van Elfeky. Heel veel moeite deed ze overigens zelf ook niet om het publiek mee te krijgen. Ze hield het eerder kil en verkoos ervoor om bovenal met haar sound, die zich ergens tussen de toegankelijkheid van Evanescence en de ruigheid van Deftones bevond, te onderscheiden van de rest. Een aantal nummers maakten indruk mede door de solide gitaren, alleen misten we over grote lijnen nog een beetje meer performance van Amira Elfeky. De ruimte tot progressie is er en dat biedt uiteindelijk perspectieven om nog mooie stappen te kunnen zetten.
Seven Hours After Violet @ Jupiler Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Elk jaar hopen duizenden mensen op een terugkeer van System of a Down, maar de Amerikaans-Armeense formatie verkoos dit jaar voor een select aantal data in Zuid-Amerika en houdt het voor de rest eerder rustig. Ruimte genoeg voor bassist Shavo Odadjian om zijn nieuw project Seven Hours After Violet voor te stellen, dat hij samen met een paar leden van Left To Suffer en Winds Of Plague vorig jaar oprichtte. Aan de Jupiler Stage zorgde dat weliswaar niet voor een grote toestroom, al moeten we ook meteen toevoegen dat de afwezigen bitter weinig gemist hebben. Het was in het half uur dat ze optraden heel moeilijk om een duidelijke lijn terug te vinden en de explosieve mix van Korn en Hatebreed klonk uiteindelijk ook niet meer dan een kleine nitraatontploffing. Seven Hours After Violet bracht een weinig onderscheidend en inspirerend optreden. Shavo, kom volgend jaar gewoon nog maar eens met System of a Down langs.
Ugly Kid Joe @ South Stage

© CPU – Matthias Engels
Voor een regelrecht uurtje ninetiesplezier zaten we bij Ugly Kid Joe helemaal goed. Stadiontournees met Ozzy Osbourne zitten er sinds de millenniumwisseling niet meer in, maar Whitfield Crane en co houden moedig stand in veranderende muziektijden. Het vroege namiddagslot leek voor hen ook vooral een geldig excuus om eens weg te zijn van vrouw en kind. Op festivals zijn ze immers nog altijd “V.I.P.”, al was van decadent gedrag geen sprake. De grungerockers speelden strak en geïnspireerd, vastbesloten om het iedereen naar zijn zin te maken. Ugly Kid Joe beleefde letterlijk zijn tweede jeugd. Crane liet het publiek zingen, met de armen zwaaien en net niet op de tafels springen. Het breekpunt van melancholie kwam – uiteraard – met de wereldberoemde cover van “Cat’s in the Cradle” van Harry Chapin. Geen verplicht nummertje, maar een oprecht hartstochtelijk gevoel. Het puberale karakter van het slotakkoord “Everything About You” was er dan weer wél, maar de zwijmelende nostalgie werkte perfect.
Creeper @ Metal Dome

© CPU – Marvin Anthony
Voor Creeper liep het allesbehalve van een leien dakje. In eerste instantie gooide een defecte microfoon roet in het eten van openingsnummer “Cry to Heaven”, dat eigenlijk als sfeerschepper meteen het ijs had kunnen breken in een nogal suffe Metal Dome. Bij het volgende nummer was het euvel alweer van de baan, maar het geluid bleef heel het optreden lang van slechte kwaliteit. De gitaren kwamen er niet door, de achtergrondzang van Hannah Greenwood was amper te horen en de basdrum overstelpte meermaals de rest van het geluid. Dat zorgde ervoor dat we nooit echt de kans kregen om in de juiste stemming te geraken. De gotische stijl van een ballade als “The Ballad of Spook & Mercy” ging verloren en frontman Will Gould merkte eveneens aan de lauwe reactie van het publiek dat dit geen al te denderend optreden was. “Lovers Led Astray” was nog een verdienstelijke poging om helemaal op het einde nog wat recht te trekken, maar de vampiers beten hun tanden uiteindelijk wel gewoon stuk.
Nothing More @ North Stage

© CPU – Matthias Engels
Voor wat Amerikaanse pathos konden we gisteren terecht bij Nothing More. In 2023 maakte het reeds een redelijk succesvolle beurt op Graspop en zo mocht het op de slotdag tonen in welke maten het gegroeid is als band. Het antwoord was niet zo heel veel als we eerlijk moeten te zijn. De band hanteerde een semi-verstandige opbouw met vooral in het begin iets te veel inwisselbare nummers. Ze hield het allemaal mooi binnen de perken en kon zelfs met “Let’em Burn” niet het gehoopte vuurwerk afsteken. Nothing More groeide echter in de set met dank aan een in vorm gerakende Jonny Hawkings. Zijn stem raakte warm en zijn overtuigingskracht werd groter. De finale, bestaande uit “If It Doesn’t Hurt”, “Jenny” en “This Is the Time (Ballast)”, was er eentje waar Nothing More de spierballen bovenhaalde. Wat matig begon, werd uiteindelijk toch nog vermakelijk genoeg!
Op zondag 30 november staat Nothing More in de Trix in Antwerpen.
SiM @ Jupiler Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Soms vraagt een mens zich af waar Graspop toch al die first timers vandaan blijft halen. We kunnen het niet met cijfers staven, maar in het verlengde van Crossfaith leek SiM hier wel zijn plek verdiend te hebben. De Japanse metalcoregroep draait al twintig jaar mee en speelde op de Jupiler Stage alsof het nog maar net uit zijn repetitiekot kwam. Hongerige puppy’s, vol overgave. Toch begon de formule na verloop van tijd wat doorzichtig te worden. Waar Japan doorgaans uitblinkt in muzikale innovatie, klonk dit eerder als een Chinese kopie uit lang vervlogen tijden. Flarden reggae deden denken aan Skindred, terwijl ook Alestorm plots kwam meevaren in het geluid. Qua interactie had de band het publiek volledig in de greep, daar viel niets op af te dingen. Maar originele nummers waren helaas ver te zoeken. SiM leverde zo een vermakelijk tussendoortje, ideaal om de calorieën van het middageten zachtjes mee te verbranden.
Rise of the Northstar @ Jupiler Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Na Japan was het de beurt aan Frankrijk op de Jupiler Stage. Zaterdag speelde Last Train hier een onvergetelijke set, en gisteren mochten hun landgenoten van Rise of the Northstar hun beste beentje voorzetten. De Franse hardcoregroep behoort tot een iets oudere generatie, maar straalde nog altijd een opvallende jeugdigheid uit. Haar attitude en outfits leken zo weggelopen uit de banlieus van een futuristisch Parijs. Hard en brutaal, en het kon de leden duidelijk niets schelen dat het de laatste dag van het festival was. Op een stevige basis van Hatebreed en Body Count kwam de circlepit al snel op gang, en vonden enkele crowdsurfers vlot hun weg naar de armen van de security. Het decorstuk van de Japanse bloesembomen stond er wat verloren bij, terwijl de samples van shotgungeweren elke vorm van schoonheid ter plekke aan flarden leken te schieten. Toch liet ook deze pseudogangsterbende hier en daar merken dat de jaren meetellen. Funky intermezzo’s boden net genoeg ademruimte om in het tweede deel van de set opnieuw voluit te kunnen beuken. Rise of the Northstar was met andere woorden het noorden allerminst kwijt. Het moreel kompas stond nog altijd stevig gericht, met de vuisten geheven.
Op zondag 30 november staat Rise of the Northstar in La Madeleine in Brussel met special guests Deez Nuts en Half Me.
Power Trip @ North Stage

© CPU – Matthias Engels
In 2020 zorgde het onverwachte overlijden van Power Trip-frontman Riley Gale voor een ware shockgolf. Het rouwproces van de bandleden nam een tijdje in beslag, al was voor hen wel snel duidelijk dat ze de groep ter ere van Gale zouden verder zetten. Seth Gilmore, een goede vriend van de band, was aanvankelijk gewoon een ’tijdelijke’ oplossing tijdens de repetities, maar uiteindelijk bleek hij de geknipte persoon om de grote schoenen te kunnen vullen. Op Graspop toonde Gilmore alvast veel daadkracht en dweepte hij aan een hoog tempo het publiek zo goed als het kon op. Niet alle vermoeide zielen kreeg Power Trip met zijn rasante trashmetal in actie, maar laat dat zeker geen afbreuk doen aan de algemene consistentie van de set. Power Trip heeft zijn power met andere woorden niet verloren en gaf Graspop op zondagnamiddag een rake kopstoot.
Krokus @ South Stage

© CPU – Matthias Engels
Vorig jaar vierde AC/DC een halve eeuw hardrock op de heilige weide van Graspop. Dit jaar kreeg die erfenis een iets bescheidenere, maar daarom niet minder legendarische invulling met Krokus. De Zwitserse rockers boden het publiek een unieke kans om hen nog eens live aan het werk te zien. Onder het mom van een afscheidstournee stonden ze in 2019 al op de affiche, maar wat Kiss en Scorpions mogen, mag Krokus ook: afscheid nemen hoeft niet per se definitief te zijn. Frontman Marc ‘The Voice’ Storace was een racepaard dat nog eens van stal mocht komen. Goed bij stem en volledig klaar om te rocken, trakteerde hij de weide op een ongebreideld uurtje pure vrijheid. Muzikaal lag het merendeel dicht bij de oerknal van de hardrock: AC/DC bleef nooit veraf.
De hoge Marshall-stacks en brandende visuals ademden dan ook niets minder dan rock-‘n-roll van de hardste én leukste soort. Bij “Fire” kwamen echter meer uitgesproken heavymetalriffs naar boven, en begon Krokus stilaan zijn eigen smoel te tonen. In een setting als deze lijken covers misschien overbodig, maar een halve eeuw bandgeschiedenis passeert nu eenmaal niet zonder een knipoog naar “Pinball Wizard” en een volledige versie van “Rockin’ in the Free World”. Tijdens “Eat the Rich” zegevierde het gezond boerenverstand en kon vooral de oudere garde met gebalde vuisten blijven genieten. Storace merkte al lachend op dat wie op meer olschool heavymetal zat te wachten later op de avond nog zijn gading zou vinden bij Savatage en Judas Priest. Toch stond de songkeuze van Krokus minstens even scherp en veelzijdig als een Zwitsers zakmes.
SPEED @ Jupiler Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Het aantal hardcorebands is dit jaar eerder aan de lage kant, maar met SPEED hadden de bookers wel een van de meest spraakmakende namen van het moment kunnen strikken. Als ‘band met de dwarsfluit’ werd het een begrip in de scene, al is het viertal uit Sydney veel meer dan die ene coole gimmick. Mits wat trek- en sleurwerk van Jem Siow kregen de Australiërs de hardcorekids aan de Jupiler Stage nog aardig in actie. Armen vlogen als propellers door de pit en de two-step maakte de stijve kuiten goed los. SPEED hield het tempo erin en speelde naarmate het optreden vorderde strakker en met nog meer venijn. Dat het zijn set met “THE FIRST TEST” ruim tien minuten te vroeg voor bekeken hield, was misschien een kleine teleurstelling, al had het aan 35 minuten ruimschoots genoeg tijd om te tonen dat hardcore gerust weer wat beter vertegenwoordigd mag zijn op Graspop.
Cobra the Impaler @ Metal Dome

© CPU – Matthias Engels
Het is voor geen enkel festival prettig om vlak voor de start nog met een annulatie geconfronteerd te worden. Gelukkig telt België een stevige poule aan bands die – al dan niet bewust – op de reservebank klaar zitten. Toen Hardy verstek liet gaan, verscheen prompt Cobra The Impaler op de affiche van Graspop. Het geesteskind van Thijs De Cloedt (ex-Aborted) had de voorbije twee jaar al flink wat Europese podia gezien, en een optreden in de Metal Dome voelde dan ook eerder als een thuismatch dan een debuut. De melodieuze metalband à la Mastodon stond er als een huis, stevig genoeg om alle weertypes te trotseren. Alleen de drums van Ace Zec stonden veel te luid afgesteld. Wat aanvankelijk nog werkte als een krachtig statement om de menigte de tent in te trekken, begon na een halfuur ronduit pijn te doen aan de oren. Gelukkig bleef zanger Manuel Remmerie zingen als een vliegend roofdier dat zijn prooi had geroken. De setlist was keurig verdeeld over beide platen, wat het voor nieuwkomers een overzichtelijke introductie maakte. Wie de band pas nu ontdekte, heeft nadien niet veel zoekwerk nodig om haar verhaal te reconstrueren.
Heaven Shall Burn @ North Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Voor wie nog niet helemaal mee was met het nieuws, zal ongetwijfeld verwonderd hebben gekeken naar het eerste nummer van Heaven Shall Burn. De immer geliefde Marcus Bischoff was er namelijk niet bij en werd vervangen door Britta Görtz van HIRAES. Bischoff liep twee weken geleden namelijk een ernstige blessure op aan de stembanden en moet van de dokter verplicht nog wat extra weken rusten om te kunnen herstellen. Gelukkig maakte Görtz vrijwel meteen een goede indruk en toonde ze zich niet alleen als een waardige invaller te zijn, maar ook een frontdame die met haar persoonlijkheid eens een andere dynamiek gaf aan de gekende Heaven Shall Burn-nummers zonder de kernwaarde aan te tasten. Knappe prestatie, al deed ze het natuurlijk niet alleen. Achter haar stond die veilige haven vol ervaring die haar ondersteunde aan de hand van een allround strakke metalsound. Op de Stenehei zorgde dat misschien niet voor het meest memorabele optreden van deze editie, maar het publiek genoot wel met volle teugen van hetgeen het geboden kreeg van de Duitse metalhelden.
Savatage @ South Stage
Met het woord cult wordt tegenwoordig voorzichtig omgesprongen, maar in het geval van Savatage is het label meer dan terecht. Voor het eerst in haar decennialange carrière stond de powermetalgroep eindelijk op Graspop. Dat de verwachtingen torenhoog waren, is zacht uitgedrukt. Zanger Zak Stevens kreeg de nobele taak toevertrouwd om de rijke erfenis van Jon Oliva te bewaken en hij droeg die verantwoordelijkheid met overtuiging. Als er dit weekend iemand aanspraak mocht maken op de troon van Ronnie James Dio, dan was het wel deze indrukwekkende frontman. De machtige riffs en het solide drumwerk klonken ronduit heroïsch. In een weekend waarin we al een overvloed aan queestes voorgeschoteld kregen dankzij Warkings, Gloryhammer, Powerwolf en DragonForce, bewees Savatage dat zijn combinatie van eenvoud, melodie en klasse elke vorm van spektakel wist te overstijgen.
De licht gedateerde, naar Manowar neigende visuals bleven wat hangen in het verleden, maar al vanaf “The Ocean” was duidelijk dat de muziek zelf tijdloos was. Tijdens “Taunting Cobras” sloten de kronkelende slangen perfect aan bij de grilligheid van een band die talloze gedaanten heeft gekend. Het publiek trok zich daar niets van aan. Dat was hier om de grootsheid van de jaren tachtig opnieuw te laten zegevieren en dat deed het met volle overtuiging. Het werd zelfs even verstild bij “Believe”, waarin Jon Oliva’s stem en beeltenis voor een intiem en ontroerend moment zorgden. Maar daarna ging het tempo weer omhoog. Savatage trok zijn muzikale zwaard uit de rots en bracht de zon aan het trillen met loeiers als “Power of the Night” en “Hall of the Mountain King”. Zonder officieel als headliner aangekondigd te zijn, groeide deze passage uit tot een blijvende herinnering. Savatage bewees dat een legendarische status niet alleen een kwestie van verleden is, maar ook van compromisloze livekracht in het hier en nu.
Triptykon @ Marquee

© CPU – Marvin Anthony
Gisteren leek het op Graspop Metal Meeting alsof er enkel legendes het podium betraden. Vanuit de blackmetalhoek was dat zonder twijfel Tom G. Warrior. De Zwitserse zanger en songschrijver verhief het genre tot meer dan louter blasfemie. Met literaire verwijzingen en symboliek wist hij een gelaagd universum te creëren, dat hem een toegewijde cultaanhang opleverde. De Marquee volledig vullen zat er laat op de avond misschien niet meer in, maar wie zich durfde over te geven aan de duisternis, werd rijkelijk beloond.
Triptykon wrong zich als een demonische schim door verschillende muzikale dimensies, waarbij het voelde alsof gitzwarte olie langzaam over het publiek werd gegoten. Ook zijn Celtic Frost-verleden kreeg een eervolle plaats, wat door de kenners duidelijk werd gesmaakt. Warrior zelf stond daar met zijn kenmerkende grimas, onverstoorbaar en onheilspellend, als een antiheilige die zijn publiek niet toesprak, maar behekste. Voor wie nog durfde kijken in de spiegel van zijn eigen duistere kant, was dit een onmisbare passage.
Stray from the Path @ Jupiler Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Stray from the Path houdt het dit jaar na een kwarteeuw samen muziek maken voor bekeken. Kwaad bloed is er niet mee gemoeid, de bandleden hebben gewoon nood aan iets nieuws en willen elkaar die ruimte gunnen zonder vast te hangen aan strikte verplichtingen. Op Graspop kregen we dus de laatste mogelijkheid om de band op een Belgische festival aan het werk te zien en daarvoor kon er geen betere plek zijn dan de Jupiler Stage. Het plein stond, ondanks dat het op het hele terrein al redelijk rustig was, goed gevuld voor de Amerikaanse hardcoreband uit New York en wilde samen met hun darlings voor een passend afscheid zorgen.
Een aanloop had Stray from the Path niet nodig; al bij het eerste nummer trof het raak en kreeg het een uitgelaten sfeer als retour. Voor traantjes maakte Stray from the Path geen tijd; het zou en moest een vreugdevolle bedoening worden. Bij het nieuwe “Clockworked” was er een gigantische stroom aan crowdsurfers die maar niet leek te stoppen, om daarna op de tonen van “Goodnight All-Right” de pit nog eens wagenwijd open te trekken. Bedankt voor bewezen dienst en tot in november voor het definitieve (Belgische) afscheid.
Op dinsdag 11 november speelt Stray from the Path een laatste keer in België en dat in Kavka Zappa in Antwerpen.
Alcest @ Metal Dome

© CPU – Matthias Engels
Alcest is nog zo’n band die reeds een kwarteeuw samen musiceren op de teller heeft, maar in tegenstelling tot haar collega’s op de Jupiler Stage denken de Fransen nog lang niet aan het stoppen. En dat is maar goed ook, want Alcest speelde gisteren op de valreep nog een van de beste optredens van deze editie. Elke noot die de leden aansloegen was er eentje die garant stond voor nog een extra haartje dat recht ging staan op onze armen. Het schouwspel tussen licht en donker voelden we niet alleen terugkomen in de beklijvende sound, maar werd visueel eveneens knap uitgespeeld op het grote scherm achter hen. Van de ochtendglorie tot de volle maan, Alcest nam ons mee naar de minder evidente uren van de dag. Het genereuze applaus na “Le miroir” sprak boekdelen en met het magnifieke “Oiseaux de proie” greep het viertal ons nog een laatste keer bij de keel. Indrukwekkend!
Op vrijdag 24 oktober staat Alcest in Trix in Antwerpen.
King Diamond @ Marquee

© CPU – Marvin Anthony
Op festivals betekent kiezen vaak ook verliezen. Gelukkig konden we nog net een glimp opvangen van Judas Priest voordat King Diamond zijn shockrocktheater naar de tent verhuisde. De Britse metalgoden leken niet in hun slechtste bui te verkeren en klonken allesbehalve futloos. Toch, met de herhalingsoefening van vorig jaar nog vers in het geheugen, kozen we deze keer voor de duistere theatrale overdrive van ‘Lucifer Hospital 1920’. In King Diamonds spookkasteel was het letterlijk pompen of verzuipen. Zijn kenmerkende, hoge uithalen blijven een kwestie van houden van of haten, maar wie hier belandde, had zich er duidelijk aan overgegeven.
Als voodoopoppen in een bezwerend ritueel lieten we ons meevoeren in zijn horroruniversum. Overspoeld door een stoet vrouwelijke figuranten kregen de klassieke heavymetalnummers een nieuwe glans en precies genoeg kitsch om het geheel onweerstaanbaar te maken. Een macabere trip die niet per se geloofwaardig hoefde te zijn, zolang hij maar hard binnenkwam. Kinderpoppen en maskers vormden een sublieme ode aan meester Alice Cooper. Echt grote hits heeft Diamond niet op zijn naam staan, al boden “Sleepless Nights”, “Eye of the Witch” en “Burn” meer dan genoeg pit om het publiek bij de keel te grijpen. Het voelde als een nachtmerrie waarin we met open ogen bleven staren en stiekem hoopten dat het nog wat langer zou duren.
Thrice @ Jupiler Stage

© CPU – Lennert Nuyttens
Graspop toonde best wel wat lef door het afsluitende slot van de Jupiler Stage toe te vertrouwen aan Thrice. Met Judas Priest en King Diamond kreeg het direct twee stevige concurrenten te verduren tijdens zijn Graspop-debuut, maar daar lagen de mannen niet van wakker. Uitgaan van eigen sterkte en gewoon een uur lang aan een hoog tempo rocken was ruimschoots voldoende om nog een laatste keer voor een onvervalste topsfeer te zorgen aan de Jupiler Stage.
“Hurricane” maakte indruk met een wervelend refrein, “Stare at the Sun” was een een nostalgisch meekeelmoment en “Paper Tigers” kwam opvallend bitsig over . Tussendoor bleef Thrice ongeremd met pit en grinta spelen. Een uur is nu eenmaal snel voorbij en daarom werd er niet te veel tijd gestoken in de bindteksten. “Black Honey” nam in het slotkwartier anthemische proporties aan en slotnummer “The Earth Will Shake” liet nog een allerlaatste keer dit jaar de vloerplaten vibreren. Thrice toonde waarom het ook op een Graspop gewoon perfect thuis hoort.
Till Lindemann @ North Stage

© CPU – Matthias Engels
Weinig boekingen waren in de recente geschiedenis van Graspop zo controversieel als die van Till Lindemann. De Rammstein-frontman polariseert en doet er solo nog net een schepje bovenop met nogal heel grafische content. De nieuwe show werd her en der omschreven als vulgair en wansmakelijk, al zijn er ook nog steeds een hele hoop mensen die zijn kunst net om die reden zo fantastisch vinden. Van dat laatste kamp waren er in elk geval een hele hoop, want het was nog eens drummen geblazen aan de hoofdpodia. Vooraf werd reeds aangekondigd dat de show in bepaalde stukken gecensureerd zou worden om het ‘voor iedereen toegankelijk’ te houden. Wie schrik had dat het een ‘brave’ show zou worden, kon bij de eerste nummers al opgelucht zuurstof tanken, want Till Lindemann zocht ook zonder grafische content de grenzen op. Op het scherm zagen we in het begin bijvoorbeeld hoe zijn mond letterlijk en figuurlijk gesnoerd werd. Een minder subtiele sneer naar zijn criticasters.
Aan de zijkant van het podium stonden ondanks de row zero-aantijging van een paar jaar terug een hele schare dames hun Till Lindemann aan te moedigen. Die zagen hem geregeld zijn statief en microfoon omgooien of een van zijn vele drinkbussen in het publiek vuren. Het zou, zo bleek later, niet het enige zijn wat in het publiek een nieuwe eigenaar vond. Maar goed, laten we het als muziekblog zeker ook nog even over de muziek hebben. Voor een Rammstein-nummer was er in deze show geen plaats, al klonken zijn solonummers op vlak van sound redelijk gelijkaardig. De grootste verschillen zitten vooral in de songteksten. Nummers over gouden douches, alleseters (inclusief taart gooien op het publiek) en het haten van kinderen zijn geschreven om te shockeren en voor commotie te zorgen. Dan was een zelfverheerlijkend “Platz Eins”, waarvoor hij trouwens gewoon een tochtje door de front stage deed samen met een van zijn muzikanten, inhoudelijk nog redelijk braaf te noemen.

© CPU – Matthias Engels
Het daaropvolgende “Fish On” zal dan na afloop dan toch nog wel het meest in herinnering blijven. Net als tijdens zijn show in de Lotto Arena werden tientallen forellen het publiek in gegooid en geschoten, ten grote jolijt van zijn fans op de eerste rij. Bij iemand als Till Lindemann moet je het er maar bijnemen zeker? Wij zien hem dan toch liever gewoon hard op zijn knie kloppen op nummers als “Du hast kein herz”. De bassist leverde overigens het hele optreden lang best puik werk en stal op “Skills on Pills” zelfs even de show. Met een klein tien minuten op overschot beëindigde Lindemann het optreden met “Ich hasse Kinder”. Censuur of niet, Till Lindemann voerde de commotie met een concert dat omwille van heel wat factoren de Graspop-geschiedenisboeken ingaat.
Wie graag de 18+ versie van het concert zou willen zien, kan daarvoor op zondag 2 november terecht in het Sportpaleis (vanaf september AFAS Dome) in Antwerpen.
Graspop Metal Meeting vindt volgend jaar plaats van donderdag 18 tot en met zondag 21 juni. De eerste namen worden binnenkort bekendgemaakt.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.
Onze recensie van Iron Maiden lees je hier.
Onze recensie van Slipknot lees je hier.
Onze recensie van de tweede festivaldag lees je hier.
Onze recensie van Nine Inch Nails lees je hier.
Onze recensie van de derde festivaldag lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Cédric Ista en Simon Meyer-Horn.






