
© Alex Solca
Lang voordat de ‘Palm Desert Scene’ wereldwijd doorbrak dankzij het commerciële succes van Queens of the Stone Age, was Chris Goss al bezig met het creëren van een geheel eigen geluid. Geïnspireerd door het derde album van Black Sabbath, richtte hij in 1981 Masters of Reality op. Goss zag echter snel dat het niet alleen om trage gitaren draaide. Door blues, gospel en psychedelica te integreren, gaf hij het rurale Amerika een stem op het baanbrekende debuutalbum. Tot op de dag van vandaag blijft dit album de standaard voor stonerrock die zijn puristische grenzen overschrijdt. In de loop der jaren werkte Goss samen met talloze muzikanten, maar hij was altijd het onbetwiste gezicht van de band. Na zestien jaar verscheen met The Archer eindelijk een nieuw studioalbum, en de hernieuwde energie was niet alleen in de studio te voelen, maar spatte ook van het podium in het Wintercircus.
Om het weekend goed in te zetten, mocht ene Pete Skipper het eerste halfuur proberen de zaal naar zijn hand te zetten. Gewapend met enkel een akoestische gitaar en een alledaagse uitstraling, slaagde hij daar nauwelijks in. De Britse singer-songwriter oogde niet ongeïnteresseerd, maar verloor zich net iets te veel in zijn eigen minimalistische act. Zijn zachte nummers werden op zich mooi en verzorgd gebracht, al speelde de eentonigheid hem parten. Het geroezemoes achter in de zaal maakte het bovendien moeilijk om met volle aandacht naar de muziek te luisteren. Toen hij de akoestische gitaar verruilde voor een basgitaar, kwam er toch iets meer beweging in de set. De stevigere baslijnen boden alvast een voorproefje van wat Masters of Reality later die avond in volle glorie zou laten horen. Vooraan bleef het respect voor Skippers kunnen overeind, waardoor hij uiteindelijk toch met een glimlach plaats maakte voor Goss en co.
Eens de nodige podiumwissel achter de rug was, mocht Masters of Reality aan zijn set beginnen. Zittend op zijn stoel gaf Chris Goss meteen de indruk een muzikant te zijn die zijn dagen wil slijten als een doorgewinterde bluesman — eeuwig onderweg, eeuwig op tour. Omringd door vier muzikanten, onder wie twee Belgen, voelde de show vanavond haast als een halve thuismatch. Met Aldo Struyf achter de toetsen, die eerder al mee het geluid van Mark Lanegan bepaalde, zat het muzikaal meteen snor. Toch bleek Goss zelf de zwakste schakel. Zijn gitaarspel klonk nog steeds even scherp en vinnig als op plaat, maar zijn stem miste de kracht en helderheid van weleer. Bij klassieker “Doraldina’s Prophecies” nam het publiek de coupletten dan ook dankbaar over. Traag en gestaag bliezen de riffs en psychedelische synths het woestijnzand moeiteloos tot in Gent.
Omringd door al die heaviness hing er voortdurend een soort rook voor onze ogen. Masters of Reality speelde verschroeiend hard, met “Third Man On The Moon” als het ultieme nummer voor de headbangers. Vooral de leadgitarist gaf zich volledig over aan het ritme van zijn vingers, terwijl hij van kop tot teen meebewoog op zijn eigen bluesriffs. Zijn spelplezier werkte aanstekelijk en kreeg ook de bovenhand bij bassist Paul Bowell, die — grap of niet — zijn verjaardag op het podium mocht vieren. Met een brede glimlach liet hij zijn snaarinstrument nét iets harder kletteren toen Goss de spot op hem richtte. Dat enthousiasme onderstreepte hoe belangrijk het nog steeds is om live te spelen en als band op elkaar te kunnen vertrouwen. Voor het publiek kon het niet op toen Goss bij “John Brown” persoonlijk verkondigde dat het vakantie is. De single uit hun debuut bracht hoorbaar warme herinneringen boven. En eerlijk: op die folky gitaarpartijen is het sowieso al lastig om níét vrolijk te worden.
Op vlak van nieuw werk bleef de stonerband relatief spaarzaam. Er was duidelijk het besef dat het merendeel van het publiek vooral voor het oudere materiaal was afgezakt. Richting de finale trok het vijftal dan ook alle registers open om met “All Comes Back to You” een massieve geluidsmuur op te trekken. Elk bandlid hield scherp contact, vastberaden om de decibels collectief de hoogte in te jagen. Toen het bonte gezelschap uiteindelijk de stekker eruit trok, had het publiek even nodig om weer met beide voeten op de grond te landen. De kop van de zandloper was gevallen, maar er bleek nog ruimte voor een extra rondje. Niet dat dat per se nodig was, want het punktempo van “She Got Me (When She Got Her Dress On)” botste nogal met de beklijvende sfeer van nog geen tien minuten eerder. Hoe dan ook bleef het Wintercircus geboeid én geamuseerd kijken naar zijn grote held. Masters of Reality bracht een degelijke set — het vet is er nog lang niet af, getuige het lange en welgemeende applaus achteraf.
Masters of Reality komt dit najaar naar Desertfest Antwerpen, dat van 17 tot 19 oktober plaatsvindt in Trix.






