1989. Een jaar waarin nog platenwinkels bestonden. Zo ook de legendarische Brabo, pal op de Antwerpse Grote Markt gevestigd. Na het loswrikken van de piepende voordeur, stond men meteen aan de linkerkant oog in oog met de nieuwste metal en gitaarrockreleases. Een vinyl op het bovenste rek met een donkerblauwe kaft viel ons meteen op. Het bleek het debuutalbum te zijn van het Amerikaanse kwartet Masters of Reality (de bandnaam werd ontleend aan een spelfout op een persing van Black Sabbath’s derde worp Master of Reality (1971)). Geproduceerd door rockgoeroe Rick Rubin werd hun bluesy mix van vroege Led Zeppelin, Cream en King Crimson een ware hype. Zanger/gitarist Chris Goss verhuisde kort daarna van Syracuse (New York) naar Joshua Tree, midden in de Mojavewoestijn. Daar produceerde hij Blues for the Red Sun (1992) van Kyuss, een klassieker die het genre stonerrock met tromgeroffel aankondigde. Binnen een mum van tijd ontspon zich een netwerk van gelijkgestemde bands met een voorkeur voor loodzware riffs en geestverruimende paddestoelen. Zelf heeft Goss zijn rol in de Palm Desert Scene echter altijd geminimaliseerd, zelfs ontkracht.
Maar het fantastische Sunrise on the Sufferbus (1992) (met notabene Ginger Baker van Cream op drums) klonk wel degelijk als een voorbode van de unieke sound die jaren later (2000) Queens of the Stone Age wereldwijd deed ontploffen. Chris Goss produceerde niet alleen Rated R, het tweede album van QOTSA, maar zat o.a. ook achter de knoppen bij platen van Soulwax (Leave the Story untold uit 1996) en Melissa Auf der Maur (Auf der Maur uit 2004). De connectie met Josh Homme en Nick Oliveri bleek de meest intense. Dat mochten we aan den lijve ondervinden in 2001 tijdens de Europese tour van Masters of Reality ter promotie van hun gezamenlijke vierde elpee Deep in the Hole. Het vermelde duo werd ook nog eens bijgestaan door wijlen Mark Lanegan (Screaming Trees) en voor het nageslacht bewaard op het livealbum Flak ‘n’ Flight. Plaatwerk van Goss en co. verscheen sindsdien slechts sporadisch en bestond voornamelijk uit eerder geschreven werk (Give Us Barabbas (2004)) of ongeïnspireerde songs (Pine/ Cross Dover (2009)). De constante, wisselende personeelsbezettingen deden daar ook niet echt goed aan.
Zestien jaar hebben we uiteindelijk gewacht op een deftige opvolger. In een interview op Instagram vertelde Goss dat hij zoveel songs in zijn studio had liggen dat het een onoverzichtelijk huzarenstukje bleek om een nieuwe plaat samen te stellen. Misschien daarom dat The Archer bij een eerste beluistering een beetje frustreert en behoorlijk fragmentarisch klinkt. Volgens de ceremoniemeester zelf was het absoluut de bedoeling om subtiel komaf te maken met zijn roemruchte verleden. Geen stonermetal meer denken we dan. Maar om nu te zeggen dat er geen gitaarriffs te horen zijn, is te kort door de bocht. Twijfelen opener en titelnummer “The Archer” en “I Had A Dream” eerst nog wat tussen progrock en Bowie, dan boort de vettige slidesolo op “Chicken Little” zich meteen een weg door je hersenpan. Een track die erg doet denken aan de beginperiode van de band. Dat kan ook gezegd worden van eerste single “Mr. Tap n’ Go“, een psychedelische pastiche met een ronduit aanstekelijke, donkere groove. Prijsbeest “Sugar”, getooid met een hemels strijkersarrangement, lijkt dan weer gedeserteerd uit “Songs for the Deaf” van QOTSA. Het is het ‘Beatlesque’ verhaal van ‘runaway’ Sugar die door haar foute vriendjes in precaire shit belandt met verregaande gevolgen. ‘ Left her hometown, got lost in a maze. Met lots of men, none of ‘em worked’. Waarschijnlijk eindigt ze daarom in de genadeloze woestijn van “Barstow” via Baker, Nevada waar speed freaks en doorgeflipte predikanten op de loer liggen. Met dank aan The Doors, eindigt het verhaal met een zwoele coda.
Tekstueel hanteert The Archer een haast ongrijpbare mystiek. Iedere track lijkt op een universeel sprookje met herkenbare protagonisten, maar Goss zet vooral in op sfeer en gevoel. Net als de meeste classic rock waar hij naar refereert, is zijn muziek een regelrechte uitvlucht van de dagelijkse ellende waar een mens zich een weg door moet banen. De laatste drie nummers op het album zijn van een iets mindere kwaliteit wat een halve ster kost in onze eindquotering. “Powder Man” lijkt teveel op saaie Neil Young en zowel “It All Comes Back To You” als “Bible Head” zijn te simpel om echt indruk te maken. Graag geven we nog even een pluim aan de prima bandleden. Meestal ruilt Chris Goss op elke plaat gaarne van personeel, maar met de trouwe ritmesectie van John Leamy (drums) en Paul Powell (bas) kan er weinig meer verkeerd gaan. En wat te denken van de capriolen van gitarist Alain Johannes. De Chileens-Amerikaanse snarentovenaar verdiende zijn sporen bij onder meer Chris Cornell (Soundgarden) en Them Crooked Vultures en strooit met verve staccato riffs en licks in het rond.
The Archer is geen absolute klassieker geworden in de discografie van Masters of Reality. Maar mijn god, wat hebben we hun unieke sound gemist. In een muzikaal landschap vol zeurderige postrock en drammerige elektronica is het fijn vertoeven in deze fantasiewereld vol hunkerende nostalgie naar de jaren zeventig. Toen maakten rockgroepen nog elpees en misbruikten ze geen sociale media om hun boodschap aan de man te brengen. Om het met de woorden van Goss zelf te zeggen: ‘Now who’s got the power and the dope to boot’…
3 april staat de band in Doornroosje te Nijmegen en op 4 april in de Gentse Democrazy.
Ontdek “Sugar”, ons favoriete nummer van The Archer, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






