
© CPU – Jan Van Hecke (archief)
Na het naar zijn maatstaven niet bepaald geweldige Distractions leverde Tindersticks dit jaar met Soft Tissue weer een pareltje van van een plaat af. Dat mocht gevierd worden met een uitgebreide tournee, die de band op 10 maart nog naar de Koningin Elisabethzaal brengt, maar na twee Nederlandse stops ook al halt hield in het Koninklijk Circus. De Britten weten natuurlijk net zoals hun publiek dat ze het best zijn in dergelijke intieme settings en dat bleek ook deze keer het geval te zijn.
We moesten wat langer dan voorzien wachten op Stuart Staples en zijn manschappen, maar om tien na acht was het dan eindelijk zo ver. Toepasselijk startte de band met “How He Entered”, nadat ze zowat het podium op geapplaudisseerd werden. Al meteen werd de intieme sfeer opgewekt door de schaarse belichting en de aanvankelijk kalme instrumentatie, die zich liet kenmerken door de akoestische gitaar van Neil Fraser.

© CPU – Lore Van Dam (archief)
We moesten wachten tot “Trees Fall” alvorens Staples ook zelf zijn gitaar ter handen nam, al werden we daarvoor wel getrakteerd op een staaltje melodica tijdens “A Night So Still”, waarbij we voor het eerst echt meegesleept werden door de altijd innemende melodieën die we van Tindersticks gewoon zijn. Tijdens “Trees Fall” waren het dan weer de als koperblazers klinkende synths die ons inpalmden.
Met “Nancy” gingen we na het hangen in het – op de best mogelijke manier – logge tempo over naar iets wat net meer schwung bracht door de swingende drums. Deze tempowissel was een meer dan welkome afwisseling. Ook het zwaar beginnende “Second Chance Man” mondde daar op heerlijke wijze in uit. Dat Staples zijn hoest wat moest op -en inhouden tijdens de nummers werd gelukkig telkens pas na de liedjes duidelijk, want tijdens mochten we voortdurend rekenen op die kenmerkende stem die zich als een warm dekentje om je gehoorgang heen wikkelde.

© CPU – Lore Van Dam (archief)
Eigenlijk gebeurt er tijdens een concert van Tindersticks bitter weinig en dat hoeft ook helemaal niet. De fraaie luistermuziek – enfin, alle muziek is gemaakt om te luisteren, maar het één nu eenmaal nog wat meer dan het ander – is nu eenmaal ingetogen en behoeft helemaal geen franjes. Toch mochten we Staples tijdens de van een leuke bassolo voorziene Dory Previn-cover “Lady With the Braid” betrappen op wat minimalistische danspasjes, die al even integer aanvoelden als de rest van de set. Grote bindteksten waren net zoals uitbundige bewegingen evenmin aan Staples besteed: de frontman beperkte zich over de hele avond tot een zin of drie. Eentje daarvan was dan nog om zich te excuseren voor de valse start van “Always a Stranger”, waarbij hij zichzelf een lichtelijk betere zanger dan gitarist noemde.
Toch droeg zijn niet al te ingewikkelde gitaarspel wel bij aan het donkere gehalte van “The Bough Bends”, vooral omdat de traag gespeelde open akkoorden van de nodige overdrive voorzien werden. Dat vormde op zich al weer een schitterend contrast met het getjirp van de vogels die aan het begin en einde van het nummer werden afgespeeld en misschien was die constante balans tussen licht en duisternis wel de grote rode draad doorheen het hele concert.

© CPU – Lore Van Dam (archief)
Wat dan ook wat lichter aanvoelde waren de groovy songs als “Don’t Walk, Run” en “New World”, dat nog wat meer body kreeg door de achtergrondzang van bassist Dan McKinna. Na het als een traag brandend bluesje openende “Soon To Be April”, mocht McKinna dat tijdens de toegift nog eens overdoen. “Pinky in the Daylight” ontpopte zich misschien wel tot het absolute hoogtepunt van de set en daar droeg de door de backings van de bassist ontstane harmonie op een zeer mooie wijze aan bij. De melancholische en door het hart snijdende piano van “For The Beauty” sloot de set vervolgens op de mooist mogelijke mistroostige wijze af.
Ook in het Koninklijk Circus gaf Tindersticks een concert waarbij de intimiteit centraal stond. Staples en zijn medebandleden balanceerden voortdurend tussen licht en duisternis, zoals dat maar weinig acts gegeven is. En ook met een verkoudheid blijft de stem van Staples zo innemend als wat.






