AlbumsFeatured albumsRecensies

Albumreviews: Beire Kort #34

Het aantal albums dat wekelijks verschijnt, is meedogenloos hoog. Daarom is het onmogelijk om alles binnen de correcte tijdspanne van een degelijke review te voorzien. Gelukkig hebben we daarvoor een oplossing ontwikkeld in de vorm van ‘Beire Kort’. Reviews van in de voorbije maanden verschenen albums die we nog niet recenseerden, en dat in één alinea. Deze editie is alweer de 34ste en de tweede van 2022. Een bloemlezing dus van leuke plaatjes die het begin van het jaar kleurden. Met onder andere Sea Girls, Aarde Aan Daan, A Blaze of Feather, Glitterpaard, Conway The Machine, Buzzard Buzzard Buzzard, Folly Group en Mr. Oizo.

Blood Incantation – Timewave Zero (★★★)

In 2019 kregen we van Blood Incantation, voor het eerst sinds lang binnen het deathmetalgenre, iets vernieuwends te horen. Hidden History of the Human Race nam de ruige, technische en doomelementen uit het debuut van de band over, polijstte haar verpletterende geluid en voegde er een verfijnd buffet van mythologische en atmosferische elementen aan toe. Opnieuw het beste metalalbum van het decennium maken is ronduit onmogelijk, daarom sloeg het viertal uit Denver een compleet andere weg in. De Amerikanen zijn zeker geslaagd in hun opzet: op Timewave Zero valt immers geen enkele riff of schreeuw meer te horen. De twee composities vol nauwgezette space ambient zijn wellicht een natte droom voor elke progrocker uit de vroege jaren ’70. Tegenwoordig klinken progressive soundscapes evenmin gedateerd, maar toch mist Blood Incantation hier de spontaniteit waarmee ze ons de voorbije twee albums omver konden blazen. Vanaf de eerste acte blijft de muziek veertig minuten op hetzelfde spoor rollen, zonder de verwachtingen te trotseren. Perfect voor op de achtergrond van een dystopische toekomstfilm, maar meer gebeurt er gewoon niet. De permanente griezeligheid is het enige dat nog herinnert aan het metalgeweld van weleer. In de voorlaatste acte kunnen we niet anders dan aan Vangelis denken, al kon die met zijn primitieve synthesizer wel een diverser kleurenpallet schilderen.

Neniu – Moulin (★★★½)

Moulin is een totaalproject van de Franse duizendpoot Neniu. Samen met een korte strip en een aantal animatievideoclips vormt het album een geheel rond een molen en diens ‘molenaar’. Enorm poëtisch en dromerig, net zoals de muziek. Het is een DIY-project van begin tot einde, en dat horen we soms in de afwerking van de nummers. De slaapkamersfeer wordt al meteen duidelijk bij intro “Moulin Avant”. Toch straalt er een algemene schoonheid van af en sleept Neniu ons helemaal mee in zijn zonovergoten universum, waar hier en daar melancholie de overhand neemt. Twaalf nummers, stilistisch zwevend tussen indierock en electronica, hebben vooral de mystiek van de natuur als onderwerp. De meest voorkomende woorden in nummers zijn ‘het bos’ en ‘de nacht’, wat eigenlijk een enorm simpele, maar ook degelijke samenvatting is. “Si tu danses” is een van de kortere nummers, maar meteen ook het mooiste. De naïeve speelsheid, dansbare melodie en lyrische tekst brengen ons helemaal in vervoering. Sommige nummers, zoals “Jeu”, blijven niet hangen, maar zijn dan weer handig om het geheel te snappen. Afsluiter “Chanson pour rassurer” maakt alles goed en laat ons weten dat we niet alleen zijn. Alles komt goed.

Mr. Oizo x Phra – VOILÀ (★★★)

Quentin Dupieux, beter bekend als Mr. Oizo, is de electrokeizer uit Frankrijk. Phra klinkt misschien niet meteen bekend in de oren, maar hij is de helft van het Italiaanse houseduo Crookers. De twee werkten al eerder samen op een aantal losse singles. Nu serveren ze ons een plaat waarbij Mr. Oizo de beats voorziet en Phra de raps. Het eerste deel van het album bestaat uit beats met de teksten, het tweede deel bevat de instrumentals. Normaal gezien zijn de composities van Mr. Oizo heel sterk, maar hier voelen we toch dat de symbiose met Phra nodig is om ze overeind te houden. Omgekeerd idem dito: Phra’s raps hebben het genie van Dupieux nodig om interessant te blijven. Ze slagen er wel in om die mix gedurende het hele album stand te doen houden. Ook is ons Italiaans niet goed genoeg om alles honder procent te begrijpen, maar de sfeer zit wel goed. Het eerste nummer “Foie Gras” opent meteen stevig met de nodige autotune op de vocals. Daarna gaat het even de funky tour op met “Sylvie”, meteen een tweede hoogtepunt op het album. Vervolgens gaat het bergaf door een gebrek aan originaliteit van beide heren. Het album blijft wel leuk om bijvoorbeeld mee te cruisen op een warme zomerdag, maar met een slechte cover van “Hot in Her” zullen we niet snel op onze bestemming raken. Gelukkig is er op het einde nog “Serenata Barbecue”: een passief-agressieve beat geeft Phra de kans om harde bars te leggen. VOILÀ is een verrassend project van twee vrienden met een handvol goeie nummers, maar ook niet meer dan dat.

파란노을 (Parannoul) – White Ceiling / Black Dots Wandering Around (★★★★)

Een ep van 46 minuten, dan weet je dat je met shoegaze of dergelijke te maken hebt. Na de doorbraak van de Koreaanse artiest in de vorm van To See the Last Part of the Dream vorig jaar, trakteert Parannoul ons al redelijk snel op wat nieuws. Geen album weliswaar, maar met 46 minuten aan materiaal is dat een puur semantische discussie. White Ceiling / Black Dots Wandering Around gaat grotendeels weg van de posthardcoresound die de doorbraak van de man betekende, en verkent meer indietronica en noisepoproutes. De aantrekkelijke kern blijft wel intact: de ondoordringbare instrumentatie die ontembaar kolkt, maakt van deze ep weer iets mysterieus.

Folly Group – Human and Kind (★★★)

Folly Group was een van die opstartende bands die meereed op de golf van aanstormend postpunktalent, maar zich wel kon onderscheiden door buiten de lijntjes van die genreblauwdruk te kleuren. Hun vorige ep, Awake and Hungry, wist ergens een plek in te nemen tussen catchy en uniek. Dit nieuwe korte plaatje keert echter terug naar de basis: springerig drumwerk, volle baslijnen en hyperactieve gitaren. Niets mis mee natuurlijk, maar de rij met bands die dit beter kunnen gaat door tot om de hoek. En dat schijnen ze zelf toe te geven, want grote blikvanger “I Raise You (The Price of Your Head)” klinkt als een B-kant van 70’s Talking Heads. Het is meeslepend als het opstaat, maar je vergeet het de minuut dat het weer uitstaat. Geen erg, de Britse band zit uiteindelijk nog maar aan hun tweede projectje. Volgende keer beter.

The Boo Radleys – Keep on With Falling (★★★)

Een album schrijven zonder de voornaamste songschrijver, dat is wat The Boo Radleys op Keep On With Falling aarzelend probeert te bereiken. Gitarist Martin Carr doet namelijk niet mee met de reünie van de Britten. De band – die vernoemd is naar het autistische personage uit To Kill a Mockingbird – legde in de jaren negentig als viertal niettemin een productief en eclectisch parcours af. Zo dragen de hits “Wake Up Boo” en “There She Goes” de naïeve vrolijkheid van The Beach Boys in zich, terwijl “Leaves and Sand” en “Does This Hurt” rommelen als My Bloody Valentine. Het subtiele gebruik van dubeffecten, electronica en een orkest op bijvoorbeeld “Lazarus” en “Wish I Was Skinny” effende al de weg voor de postbritpop, toen Oasis nog geen enkele single uithad. Thom Yorke zou het anticommerciële album C’Mon Kids zelfs als voorbeeld hebben gebruikt toen Radiohead aan OK Computer werkte. Hoe goed ze het ook bedoelen, de Boos missen als drietal helaas muzikaal momentum. De rock-‘n-roll is er bijna volledig uit ten voordele van sentimentele, burgerlijke britpop. De obligatoire blazers en stemharmonieën maken het geheel wel herkenbaar, maar de plaat draait rustig door zonder echt in het oor te springen. De drums zijn prachtig gemicrofoond, maar de stem van Simon Rowbottom klinkt als een verwaterde imitatie van Suede of Placebo. Gelukkig kan het snuggere schrijverschap op Keep on With Falling nog redden wat er te redden valt.

Sea Girls – Homesick (★★½)

De ster van Sea Girls schoot heel snel de lucht in, maar nog voor het viertal effectief kon bevestigen, was de hype eigenlijk al voorbij. Na een reeks leuke singles klonk debuutplaat Open Up Your Head iets te voorspelbaar, en het nieuwe Homesick borduurt daar eigenlijk gewoon op voort. De Britten maakten voor dit album eigenlijk gewoon meer van hetzelfde, een dertiende in een dozijn. Het enige verschil is dat er dit keer nóg meer ongeïnspireerde indierockertjes opduiken dan vorige keer. Het is niet zo dat die nummers allemaal per se slecht zijn, het voelt gewoon wederom allemaal een tikkeltje te geforceerd en afgeborsteld. En dan is er natuurlijk nog het gebrek aan grote hits. Waar singles als “Violet” en “All I Want to Hear You Say” vorige keer nog voor een opflakkering zorgden, stelde voor Homesick zowat elke single teleur. “Lonely”, “Sleeping With You”… ze slepen allemaal wat aan. Daarom vrezen we dat Sea Girls nooit verder zal raken dan dat leuke bandje dat in de namiddag op een van de kleinere podia van je favoriete festival speelt.

A Blaze of Feather – Claire’s Lane (★★★)

In 2017 kwam multi-instrumentalist Mickey Smith voor het eerst naar buiten met een eigen soloproject: A Blaze of Feather. Dat mag dan wel zijn eigen geesteskind zijn, op het podium wordt hij versterkt door de vaste bezetting van muzikale compagnon Ben Howard. Met het album Claire’s Lane staan er ondertussen drie op Smiths teller. Gedurende twaalf tracks brengt de muzikant een eerbetoon aan al zijn geliefden die te vroeg zijn heengegaan. Dat thema is ook terug te horen in een track als “Tolcarne Sky” waarin hij terugblikt op zijn jeugd. Het is duidelijk dat Smith met A Blaze of Feather zijn eigen muzikale weg heeft gevonden. Wat begon bij instrumentale postrock is intussen uitgegroeid tot een mix van gelaagde gitaren met experimentele electronica, al blijft de rode draad nog steeds de bijna onverstaanbare vocal van Smith. Het lijkt zelfs af en toe alsof hij zijn stem meer als onafhankelijk instrument begint te zien dan als manier om een verhaal kwijt te kunnen. Al krijgen we op “Strange Is Beautiful” dan weer een warme wind over ons heen door de vocals van Tender Central. Toch blijven we met Claire’s Lane op onze honger zitten. Smith vervalt al snel weer in hetzelfde muzikale riedeltje, al is het toegankelijke van zijn debuutalbum ondertussen al afgevallen.

Kristine Leschper – The Opening, or Closing of a Door (★★★½)

De polaroidcamera die gifjes met bijpassende sfeergeluiden kan printen is nog niet uitgevonden, maar het werk van Kristine Leschper is tot die tijd een goed alternatief. Met indringende stem begeleidt ze je door haar multidisciplinaire landschap van muziek, performance art en tekst. Voor haar nieuwste album The Opening, or Closing of a Door liet ze het idee varen dat een studio-opname de laatste stap van het productieproces is en louter dient om dat proces te documenteren. En als dit hele proces zich toch thuis afspeelt, waarom dan ook geen studio aan huis? De mogelijkheid om op elk moment op de recordknop te kunnen drukken, geeft Leschpers nieuwe geluid iets huiselijks. Met “This Animation” als opener dompelt ze ons onder in een warm, maar bruisend bad van zachte indiefolk. “Blue” heeft een simpele constructie, die interessant blijft door Leschpers hypnotiserende stem. In “Writhe And Wrestle” is de simpele constructie eerder een vloek dan een zegen en ook “Carina” maakt niet los wat het zou moeten. Het dromerige “Compass” en de titeltrack – kort van duur, maar sterk van karakter – maken het intermezzo van middelmatige liedjes goed. The Opening, or Closing of a Door is een draaideur waar je rondjes in kan blijven draaien.

Conway the Machine – God Don’t Make Mistakes (★★★★)

God Don’t Make Mistakes is zonder twijfel Conways meest consistente album. Het is veruit het meest persoonlijke en introspectieve werk dat hij al uitbracht. Hij legt zijn ziel bloot op ieder nummer, maar verliest nooit dat hardcorerandje waar hij om bekend staat. Zijn flow is charismatisch en zijn lyrics ongelooflijk sterk. De harde punchlines worden afgewisseld met ingetogen momenten, waardoor het altijd interessant blijft. De productie is subliem en dat is te danken aan Griselda’s producer Daringer, die verantwoordelijk is voor de meerderheid van de beats. In tegenstelling tot de meeste Griselda-projecten is God Don’t Make Mistakes emotioneel kwetsbaar en eerlijk. Conway zegt ronduit waar het op staat en spaart je ook niet van enkele grimmige details. Dat gebeurt vooral op “Stressed”, waarin hij zijn hart uitstort over enkele traumatische gebeurtenissen zoals neergeschoten worden, het verlies van zijn zoon, zijn depressie, zijn alcoholisme en hoe hij met dit alles moet omgaan. Het zorgt voor een van de beste momenten op deze lp en in zijn carrière. Opener “Lock Load”, “Tear Gas” en “So Much More” zijn ook absolute hoogtepunten, maar dat kan eigenlijk gezegd worden van elk nummer.

Glitterpaard – Glitterpaard (★★★½)

Er zijn niet zoveel superbands in ons Belgenlandje, dus als er een nieuwe opduikt, kan die sowieso op onze aandacht rekenen. Glitterpaard bestaat bijvoorbeeld uit leden van Mintzkov, Millionaire, Portland, Wardrobe en Marble Sounds, en heeft sinds kort een zelfgetitelde debuutplaat op zijn palmares staan. Hoog tijd om die eens onder de loep te nemen dus! Om meteen met de deur in huis te vallen: grote radiohits zijn er niet te vinden op Glitterpaard. Het album blinkt daarentegen wel uit in zijn sfeerschepping en die kan je op veel manieren interpreteren. Zo heb je doorheen de plaat permanent het gevoel dat het gevaar om de hoek loert, terwijl het evengoed kan dienen als de ideale soundtrack voor een avondje sterrenkijken op een mooie zomeravond. Waar de riffs bijvoorbeeld naar voren komen op “Ask Around”, klinkt “Into the Night” dan weer heerlijk zacht. Lekker gevarieerd dus, maar wel telkens met die herkenbare Glitterpaard-vibe. Een fijne kennismaking!

Aarde aan Daan – De Situatie EP (★★★)

Wie Daan Hafkamp hoort zingen, zal een Nederlands accent horen, maar ondertussen vertoeft de muzikant al enige tijd in Antwerpen. Samen met drie vrienden bracht hij in februari een eerste ep uit als Aarde aan Daan, en daarop toont hij zijn kunnen. Met “Onderuit (Waarom Doe Ik Het)” wordt de ep met een heel aanstekelijk nummer geopend. Het hedendaagse poplied blijft keer na keer nazinderen en is meteen het hoogtepunt. Het filmische “Goed” ligt muzikaal makkelijk in het oor, maar de zang tijdens het refrein komt onder andere hier langgerekt over. Ondanks dat Aarde aan Daan leuke muziek maakt, kan de tekst hier en daar wat beter. Toch is de eerste ep zeker leuk en bevat hij enkele zomerse deuntjes die we de komende maanden regelmatig zullen opleggen.

Etran de l’Aïr – Agadez (★★★½)

Ondanks dat Etran de l’Aïr al van 1995 bezig is, kwam dit jaar slechts hun tweede album uit. De band uit Niger surft hierop mee op het succes van Mdou Moctar en Bombino, nadat in 2018 hun debuut verscheen. Het verschil met die bands is dat deze formatie met drie gitaren te werk gaat, waardoor de muziek bijna altijd rijker en vooral dansbaarder klinkt. Agadez werd genoemd naar de plaats van origine van de band, en nummers als “Toubouk Ine Chihoussay” en ”Karade Marhane” geven door hun groove aan dat stilstaan nooit een optie is, maar ook eerdere single “Adounia” weet een plezante indruk na te laten. Agadez is weliswaar nergens supervernieuwend, maar het neemt je wel mee op een reis richting exotische oorden en dat kan ook al eens plezant zijn.

Holodrum – Holodrum (★★★★)

Als leden van Hookworms, Yard Act en Virginia Wing samen beslissen om een band op te richten, dan spitsen wij onze oren net iets meer. We konden dus niet anders dan Holodrum met de volle aandacht beluisteren, en daar kregen we geen spijt van. In tegenstelling tot de originele bands, tapt Holodrum meer uit het vaatje van de krautrock. De talenten van alle muzikanten worden echter wel uitstekend gebundeld, waardoor iedere song zijn eigen sterkte herbergt. Met slechts zes nummers is het album aan de korte kant, al duurt het toch iets meer dan dertig minuten. Hoogtepunten zijn dan natuurlijk ook de songs die meer tijd nemen om zich te ontplooien, met de geweldige afsluiter “Clean” als beste voorbeeld. Ook de dansbare single “Free Advice” weet ons volledig in te nemen. Conclusie: een zijproject hoeft niet altijd verschrikkelijk te zijn. Bij Holodrum weten de bandleden alle talenten te bundelen tot een dansbaar en groovy geheel.

Buzzard Buzzard Buzzard – Backhand Deals (★★★½)

Van Buzzard Buzzard Buzzard kregen we in 2020 al een ruime ep op ons bord, maar een echt debuutalbum was er nog niet. Daar kwam dit jaar verandering in met Backhand Deals. Het recept van de band is nog steeds hetzelfde: catchy 70’s liedjes in een hedendaags jasje gieten. Al bij opener “New Age Millennial Magic” voel je meteen de energie en het plezier dat de band hier voor de dag zal brengen, en dat blijft ook wel behouden. Vernieuwend klinkt Buzzard Buzzard Buzzard nergens, maar sommige songs zijn gewoon zo aanstekelijk (denk maar aan de riff in “You”) dat ze gemaakt zijn om door iedereen leuk gevonden te worden. Enkele andere songs op de plaat voelen wat als een sleur en daardoor is het debuut van de Britten gewoon een plezant plaatje zonder meer geworden.

Oso Oso – sore thumb (★★★★)

Midwest-emo is een genre waarin je eigenlijk weinig vernieuwends kan doen, en dus kan je alleen maar zorgen dat de songs uitstekend zijn. Bij Oso Oso is dat alleszins het geval op de vierde plaat. We horen nergens nummers die het warm water opnieuw uitvinden, maar ze klinken allemaal zo uitstekend dat we hier toch van een sterke plaat kunnen spreken. Het album is het eerste dat zonder gitarist Tavish Maloney werd opgenomen, nadat die in 2021 op 21-jarige leeftijd overleed. Het gemis van die gitarist zorgt ervoor dat frontman Jade Lilitri alles alleen moest doen bij de afwerking van de demo’s. En hoewel dat niet zo sterk is als op vorige plaat Basking in the Glow, kruipt er in de intimiteit ook veel sterkte. Zo is “father tracy” een zeer aangenaam vrolijk indierockliedje en klinkt afsluiter “carousel” als een breekbare ode aan het leven. Op die manier is sore thumb een unieke plaat geworden, die er zonder het overlijden nooit op deze manier uit had gezien.

VENTILATEUR – Hoofdplaat (★★★½)

De muziekliefhebbers die de wedstrijd Sound Track in de gaten houden, zullen de naam VENTILATEUR wellicht nog herkennen. Het trio uit Brugge deed het daar zeer goed en kwam enkele weken geleden met een langspeler naar buiten. De zwoele jazzmuziek voelt aan als een feestje en is ideaal om op los te gaan in de vroege uurtjes, of gewoon om van te genieten in je luie zetel. De sfeervolle composities bevatten keer op keer een sterke opbouw en de muziek blijft evolueren, waardoor het nooit gaat vervelen. De opzwepende muziek doet de temperatuur stijgen, dus zet je ventilateur maar aan en laat je helemaal gaan!

STACE – Green Onyx (★★★★)

Eén van de ontdekkingen in de Brusselse muziekscene van de afgelopen maanden moet zeker STACE zijn. De jonge zangeres laat zichzelf met haar debuut-ep Green Onyx meteen van haar beste kant zien. Ondanks dat het project slechts vier nummers telt, krijgen we toch al een mooie indicatie van al haar talenten en de muzikaliteit die in haar zit; aangezien ze de nummers niet alleen zelf schreef, maar ook de productie voor haar rekening nam. Haar betoverende single “Void” krijgt ons telkens weer opnieuw stil en op “Moon” weet ze samen met Kriticos Green Onyx in absolute schoonheid af te sluiten. STACE is een echte aanrader voor fans van acts zoals Lianna La Havas en maakt komende zomer haar opwachting op DOUR. Allen daarheen, zodat je al eens kan kennismaken met deze getalenteerde nieuwkomer.

Camel’s Drop – The Ascension (★★★½)

Camel’s Drop wordt door velen gezien als de toekomst van de Belgische reggae. De groep, bestaande uit zeven leden, kwam boven water met We Nah Gonna Wait en die werd goed onthaald in de reggaewereld. The Ascension is het tweede album van de groep en zit vol variatie. Het opent met “Superspreader“, een nummer dat vorig jaar al uitkwam en zet zo meteen de noot voor het gehele album. Het project zit vol met pareltjes die ontzettend veel vibes met zich meebrengen, maar ook sterke boodschappen en belangrijke thema’s worden aangehaald. Zo valt er op “Power 2 The People” een zeer catchy en krachtig refrein te horen. Niet elk nummer is natuurlijk vol happy vibes. “Humble Leo” is een zeer laidback en kalm nummer met weinig vocals, wat voor een aparte, maar aangename sfeer zorgt. Het is duidelijk dat Camel’s Drop klaar is voor het grote publiek!

Deze beire kortjes werden geschreven door Renaat Senechal, Michiel Willems, Sam Nassiri, Lucas Palmans, Katrijn Vermoesen, Ilse van der Velde, Arno Vermeer, Robbe Rooms, Robbe “Boubacar” Nerinckx en Niels Bruwier.

Related posts
InstagramLiveRecensies

Couleur Café 2022 (Festivaldag 2): Regen in de lucht en zon op het podium

Na een nacht en voormiddag rust opende het Ossegempark gisteren weer de deuren voor de tweede dag van Couleur Café. Het druilerige…
Nieuwe singlesOntdekkingen van "Den Beir"

Debuutsingle Mayorga - "Weekend Lover"

Het aantal nieuwe talenten dat wekelijk in ons kleine landje de kop op steekt, is bijna niet meer bij te houden. Vandaag…
FestivalnieuwsInstagramMuzieknieuwtjes

Dansende Beren presenteert STACE en Séa op de Nature Sessions van Durbuy Music

Durbuy is niet alleen het kleinste stadje ter wereld, maar wordt steeds meer dé hotspot in de Ardennen mede dankzij Durbuy Music….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.